Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2009-37

Klachteninstituut Financiële Dienstverlening – Postbus 93257 – 2509 AG – Den Haag –
Tel. 070 333 89 60 – Fax 070-3338969 – www.kifid.nl
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 37 d.d. 2 juni 2009
(mr P.A. Offers, voorzitter, drs A.I.M. Kool, mr M.M. Mendel, mr C.E. du Perron en mr B.
Sluijters)
1. Procedure
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende
stukken:
– de correspondentie tussen Consument respectievelijk Aangeslotene en de Ombudsman
Financiële Dienstverlening;
– de klacht, ontvangen op 11 januari 2008;
– het vragenformulier d.d. 15 april 2008;
– het antwoord van Aangeslotene ontvangen op 29 augustus 2008;
– de repliek van Consument ontvangen op 18 september 2008;
– de dupliek van Aangeslotene d.d. 8 oktober 2008.
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële
Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen
aanvaarden.
De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op maandag 23
maart 2009.
2. Feiten
De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
2.1 Consument heeft bij Aangeslotene een hypotheekverzekering gesloten. Dit is een
verzekering waarbij de hypotheekrente en de rentebijschrijvingen (met 7,5 %
rentevergoeding) op het verzekeringscontract aan elkaar gekoppeld zijn en wel zolang de
hypotheek in stand blijft.
Artikel 11 van de op deze verzekering van toepassing zijnde
verzekeringsvoorwaarden bepaalt:
“11.1 De verzekering zal na het tijdstip van algehele vervroegde aflossing van de hypotheek
gedurende zes maanden ongewijzigd worden voortgezet, tenzij gebruik is gemaakt van een
van de bevoegdheden toegekend in artikel 6 (premievrije polis) of artikel 7 (afkoop).
11.2 uiterlijk na afloop van de in lid 1 genoemde periode dient de verzekering opnieuw
verbonden te zijn aan een soortgelijke hypotheek van (Aangeslotene) of een met
(Aangeslotene) gelieerde maatschappij.
2/4
11.3 Indien aan de voorwaarden van lid 2 niet is voldaan dan kan de verzekering uitsluitend
worden voortgezet op basis van de op dat moment daarvoor van kracht zijnde condities van
(Aangeslotene)”.
De in artikel 11.1 vermelde termijn van zes maanden is nadien gewijzigd in vierentwintig
maanden.
Consument heeft de hypotheek per 1 september 1999 afgelost, in verband waarmee de polis
per diezelfde datum in de “verhuisregeling” zoals bedoeld in artikel 11.1 is gegaan.
Deze verhuisregeling liep op 1 maart 2000 af. In de periode 1 september 1999 tot 1 maart
2000 had Consument kunnen beslissen of de verzekering opnieuw gekoppeld diende te
worden aan een geldlening, deze omgezet diende te worden in een ander product danwel de
verzekering beëindigd diende te worden.
Op 1 maart 2000 had Consument hierover door Aangeslotene benaderd dienen te worden.
Dit is verzuimd. Aangeslotene erkent hier een fout te hebben gemaakt.
Dit verzuim is pas in 2006 ontdekt door Aangeslotene. Bij brief d.d. 28 september 2006
heeft Aangeslotene de tussenpersoon hierover aangeschreven en zijn de drie
keuzemogelijkheden kenbaar gemaakt. Omdat reactie uitbleef, is via de tussenpersoon
gerappelleerd waarbij is aangekondigd dat indien uiterlijk 20 november 2006 geen reactie
zou zijn ontvangen, de verzekering per 1 oktober 2006 beëindigd zou worden, waarna de
waarde van de verzekering zou worden overgemaakt.
Bij brief d.d. 21 november 2006 is door Aangeslotene aan Consument geschreven: “Wij
ontvingen het bericht dat u uw hypotheekverzekering…. wenst te beëindigen”.
Consument heeft hierop laten weten niet akkoord te gaan en heeft verzocht om herstel van
de verzekering.
In de daarop gevolgde discussie heeft Aangeslotene erkend dat aan Consument een
standaardtekst is gestuurd waarin onder andere staat dat de klant de wens heeft
uitgesproken de verzekering te beëindigen, maar dat dit geen weergave van de werkelijkheid
was.
Door Aangeslotene is bij brief d.d. 1 maart 2007 gesteld dat er alsnog een keuze dient te
worden gemaakt als boven bedoeld.
Consument heeft uiteindelijk gekozen voor de optie afkoop. Op 24 april 2008 is de
afkoopwaarde vermeerderd met de wettelijke rente aan Consument uitgekeerd.
Aangeslotene heeft erkend dat de inhoud van de brief van 1 maart 2007 achteraf bezien niet
juist is geweest. Aangeslotene houdt evenwel vast aan het bepaalde in de polisvoorwaarden.
3/4
3. Geschil
3.1. Consument vordert een bedrag van € 1.000,-. Het gaat daarbij om een schatting van de
schade die geleden wordt doordat de hypotheekverzekering niet is voorgezet met een
gegarandeerd rendement (van 7,5 %). Tevens beoogt dit bedrag te voorzien in een
tegemoetkoming in het ondervonden ongemak.
3.2. Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen:
– Na het aflossen van de hypotheek heeft Consument nooit meer iets van de tussenpersoon
vernomen. Aangeslotene is intussen gewoon doorgegaan met het incasseren van de premie
en heeft periodiek, rechtstreeks aan Consument een waardeoverzicht toegestuurd.
– Consument ontving in november 2006 het onjuiste bericht dat zij de wens te kennen had
gegeven de verzekering te willen beëindigen.
– Nadat Consument hiertegen geprotesteerd had ontving zij een schrijven d.d. 1 maart 2007
met daarin het aanbod om de verzekering voort te zetten onder de zelfde condities.
– Consument heeft uiteindelijk gekozen voor de optie afkoop, dit omdat het haar allemaal te
lang ging duren, maar heeft tot 24 april 2008 op de uitkering moeten wachten.
3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren
aangevoerd.
– Het betreft hier een verzekering die alleen kan bestaan indien deze is gekoppeld aan
een hypothecaire lening. Omdat de verzekering was afgelost kon deze niet onder
dezelfde condities worden voortgezet. Op de verhuisregeling kon (na 24 maanden)
geen aanspraak meer worden gedaan.
– Het aanbod van 1 maart 2007 is niet juist geweest maar Aangeslotene acht zich
niettemin niet gehouden om iets voor Consument te doen. Het heeft namelijk aan
wilsovereenstemming ontbroken.
– Aangeslotene heeft al eerder excuses aangeboden, zowel voor het feit dat pas in
2006 werd ontdekt dat de hypotheekverzekering nog liep, als voor het feit dat over
de beëindiging van de verzekering uitsluitend via de tussenpersoon is
gecommuniceerd.
– Aangeslotene is van mening dat hem verder geen verwijt treft. Dat de afkoopwaarde
niet eerder dan in april 2008 is uitgekeerd, komt omdat Consument op 27 november
2006 telefonisch heeft aangegeven dat vooruitlopend op haar reactie op de
beëindiging, Aangeslotene de afkoopwaarde niet diende uit te keren. Vervolgens
heeft Consument pas op 4 april 2008 de keuze voor afkoop gemaakt.
– Aangeslotene heeft consument niet alleen producten met een beleggingsrisico
aangeboden maar ook zuivere risicoverzekeringen tegen koopsom.
– Consument is reeds volledig schadeloos gesteld door middel van uitbetaling van de
afkoopwaarde, vermeerderd met wettelijke rente.
4/4
4. Zitting
Ter zitting zijn partijen overeengekomen hun geschil op te lossen door de betaling van een
bedrag van € 1.000,- door Aangeslotene aan Consument.
5. Beslissing
De Commissie stelt, als bindend advies, vast dat Aangeslotene aan Consument tegen finale
beslechting van het geschil een bedrag van € 1.000,- moet betalen.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact