Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2009-62

Uitspraak door de Commissie van Beroep 2010-01

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 62 d.d. 30 juli 2009
(mr. P.M. Arnoldus-Smit, voorzitter, de heer drs. A. Adriaansen en
mr. C.E. du Perron)

Samenvatting

Bankrekening. TIN-code. WID-onderzoek. Overboekingen/transacties door onbevoegde ex-echtgenote van Consument. Consument heeft afschriften niet binnen 12 maanden gecontroleerd. Consument heeft geen verhuisbericht doorgegeven. Gelet daarop geen recht op schadevergoeding onder verwijzing naar arrest HR 19 november 2993, NJ 1993/622.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende
stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– de klacht, ontvangen op 10 december 2007;
– het verweerschrift, ontvangen 12 augustus 2008;
– conclusie van repliek, ontvangen op 4 september 2008;
– conclusie van dupliek, ontvangen op 23 september 2008;
– de door Aangeslotene ingebrachte stukken, ontvangen op 24 februari 2009.
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële
Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.
De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 13 februari
2009.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
2.1 In 1998 heeft de Consument twee rekeningen bij Aangeslote geopend, te weten een
USD-rekening en een EUR-rekening met rekeningnummer X respectievelijk Y Vanaf
21 november 2001 maakt de Consument gebruik van internetbankieren. Op 21 november
2004 is er aangaande de EUR-rekening een TIN-code aangevraagd.
2.2 De adreswijziging welke betrekking had op een verhuizing van de Consument is – na een
WID-onderzoek – in december 2006 in de administratie van Aangeslotene
doorgevoerd. Omdat niet voldaan was aan de eisen zoals gesteld in de Wet Identificatie
Dienstverlening is tussen september 2006 en januari 2007 de post aangehouden.
2.3 Op 18 juli 2005 is door middel van een gepersonaliseerd overschrijvingformulier de
tegenwaarde van € 48.366,71 overgeschreven van de USD-rekening van de Consument
naar zijn EUR-rekening. Op zowel 21 juli 2005 als op 1 augustus 2005 is er door middel
van een aan de Consument uitgereikte TIN-code € 1.000 overgemaakt van de EUR-rekening
van de Consument naar de rekening van mevrouw B. Op 26 juli 2005 is er
door middel van een gepersonifieerd overschrijvingformulier nog eens € 46.650,31
overgemaakt van de EUR-rekening van de Consument naar de rekening van mevrouw
B. Op 13 september 2005 heeft mevrouw B – de ex-vrouw van de Consument –
€ 38.150 en € 8.000 overgemaakt op rekening Q respectievelijk Z, beide toebehorend
aan de heer X, de zoon van de Consument.

3. Geschil

3.1 De Consument vordert de vergoeding van de door hem geleden schade, ad
€ 48.650,31.
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
De Consument vordert vergoeding van de door hem geleden schade nu hij nimmer
opdracht heeft gegeven de transacties van 18 juli 2005, 21 juli 2005, 26 juli 2005 en
1 augustus 2005 uit te voeren. De Consument stelt dat de door hem op 16 maart
2005, 11 april 2005, 17 mei 2005, 17 juli 2005, 18 oktober 2005 en 18 november
2005 gestuurde adreswijzigingen nimmer door Aangeslotene zijn verwerkt waardoor
Aangeslotene haar correspondentie is blijven richten aan het adres van de
Consument waar hij niet meer woonachtig was. De gepersonaliseerde
overschrijvingsformulieren – waarmee € 46.650,31 van zijn EUR-rekening naar de
rekening van zijn ex-vrouw is overgemaakt – zijn dan ook niet door de Consument
maar door zijn ex-vrouw ontvangen.
De Consument stelt dat hij nimmer een TIN-code heeft aangevraagd voor zijn
EUR-rekening. Het door de Aangeslotene overlegde formulier aangaande deze
aanvraag is dan ook niet door hem ondertekend. De Consument is van mening dat
deze handtekening door zijn ex-vrouw is vervalst.
3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren aangevoerd.
Aangeslotene stelt dat hij nimmer een adreswijzing heeft ontvangen van de
Consument. Hoewel de Consument zijn adreswijzigingen naar een onjuist adres heeft
gestuurd – het postadres voor aan Aangeslotene gerichte betaalkaarten – zouden de
adreswijzingen door de juiste afdeling ontvangen moeten zijn nu de post intern wordt
doorgestuurd. Naar de mening van Aangeslotene had de Consument behoren te
begrijpen dat de adreswijzigingen niet in goede orde waren ontvangen aangezien hij
op zijn nieuwe adres voor december 2006 nimmer post heeft ontvangen.

Tevens stelt Aangeslotene dat de Consument beschikte over internetbankieren
waarmee hij de overboeking van zijn USD-rekening naar zijn EUR-rekening en de
overige overboekingen had behoren te bemerken. Daarnaast had hij door middel van
internetbankieren kunnen constateren dat aan de door hem afgenomen diensten een
TIN-code was toegevoegd.

4. Beoordeling

4.1 Op basis van artikel 12 en 13 van de Algemene Bankvoorwaarden dient een
consument de aan hem gezonden bevestigingen, rekeningafschriften, nota’s of andere
opgaven terstond na de ontvangst te controleren. De Consument dient de inhoud te
betwisten binnen twaalf maanden nadat de stukken redelijkerwijze geacht kunnen
worden de consument te hebben bereikt. Daarnaast is de consument op basis van
artikel 11 lid 2 van de Algemene Voorwaarden Toegang van Aangeslotene verplicht
de hem via de elektronische toegangskanalen beschikbaar gestelde
rekeningoverzichten eenmaal per 30 dagen te controleren.
De Consument heeft niet binnen twaalf maanden nadat de afschriften en de op basis
van artikel 11 lid 2 van de Algemene Voorwaarden Toegang hiermee gelijk gestelde
elektronisch te raadplegen rekeningoverzichten hem redelijkerwijs hebben bereikt,
deze afschriften betwist. Derhalve geldt de inhoud van die stukken, waaronder de
door de Consument betwiste overboekingen, als door de Consument te zijn
goedgekeurd.
4.2 Hieraan kan niet afdoen de stelling van de Consument dat hij de afschriften niet heeft
ontvangen (omdat hij verhuisd is). Conform artikel 6 Algemene Bankvoorwaarden
dient de Consument de bank te informeren over adreswijzigingen. De
adreswijzigingen waarvan de Consument stelt dat hij die op 16 maart 2005, 11 april
2005, 17 mei 2005, 17 juli 2005, 18 oktober 2005 en 18 november 2005 aan
Aangeslotene heeft doen toekomen, wekken slechts het vermoeden dat de
Consument Aangeslotene op de hoogte heeft gesteld van de adreswijziging.
Hiertegenover staat evenwel de stellige verklaring van Aangeslotene dat hij deze
brieven niet heeft ontvangen. Nu de Consument niet aannemelijk heeft gemaakt dat
Aangeslotene de desbetreffende brieven heeft ontvangen is de stelling van
Aangeslotene doorslaggevend. Zulks gelet op art. 3:37 lid 3 BW en op het feit dat de
Consument dit risico eenvoudig had kunnen ondervangen door de brief aangetekend
te versturen, dan wel door bij het uitblijven van een reactie van Aangeslotene contact
met deze op te nemen.

4.3 Gelet op het voorgaande, kan de Consument in beginsel van de Aangeslotene geen
vergoeding verlangen van de door hem (Consument) geleden schade als gevolg van
bovengenoemde boekingen. Voor zover de Consument zich er op beroept dat het
niet redelijk is dat bedoelde schade voor zijn rekening blijft, overweegt de Commissie
als volgt. Wie van partijen bij gebreke van een contractuele regeling voor de nadelige
gevolgen van onbevoegd gebruik van de handtekening van een consument het risico
dient te dragen voor het misbruik van deze handtekening is afhankelijk van de
concrete omstandigheden van het geval, waarbij in het bijzonder van belang is aan wie
valt toe te rekenen dat de onbevoegde in gelegenheid is geweest de handtekening op
de bescheiden te vervalsen. Indien de onbevoegde in dienst is van de consument of hij
anderszins in relatie staat tot de consument waardoor hij gemakkelijker dan
willekeurige derden de mogelijkheid had de stukken te voorzien van een vervalste
handtekening, dan zal er in het algemeen grond voor een dergelijke toekeninning aan
de consument zijn, nu alsdan in beginsel mag worden aangenomen dat het misbruik
aan gebrek aan diens zorg is te wijten (zie ook: HR 19 november 1993, NJ 1994/622).
4.4 In lijn met het voorgaande en doordat de Consument zijn adreswijziging niet tijdig
heeft doorgegeven en tevens Aangeslotene niet in kennis heeft gesteld van het feit dat
hij na zijn verhuizing geen rekeningoverzichten of andere bescheiden van
Aangeslotene heeft ontvangen, zou het aan de Consument toe te rekenen zijn dat zijn
ex-vrouw in de gelegenheid was om door middel van het vervalsen van de
handtekening van de Consument geld van diens rekening over te maken naar haar
eigen rekening (en vervolgens naar die van haar zoon, die overigens de Consument
heeft bijgestaan bij het indienen van de klacht) . De vraag of sprake is geweest van
vervalsing door de ex-echtgenote, behoeft in deze procedure dan ook niet te worden
beantwoord. Aangezien dit eventuele misbruik dan aan gebrek aan zorg van de
Consument zou zijn te wijten, dient de schade naar redelijkheid en billijkheid voor
rekening van de Consument te blijven.
4.5 Gelet op het voorgaande komt de Commissie tot de conclusie dat de klacht
ongegrond is en dat als volgt dient te worden beslist.

5. Beslissing

De Commissie stelt bij bindend advies vast dat de vordering van de consument wordt
afgewezen.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact