Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2014-379 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-379 d.d.
13 oktober 2014
(mr. P.A. Offers, voorzitter, drs. W. Dullemond en prof. mr. E.H. Hondius, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Samenvatting

Opzegging verzekering. Consument heeft de premiebetaling opgeschort omdat hij van mening was dat de verzekeraar zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam. Nu Consument niet aan zijn verplichting tot betaling van de premie heeft voldaan en de enkele omstandigheid dat de verzekeringnemer het met het afwijzend dekkingsstandpunt van de verzekeraar niet eens is geen grond is om de premie te mogen opschorten, is de Commissie van oordeel dat Aangeslotene, als gevolmachtigde van de verzekeraar, mocht overgaan tot beëindiging van de verzekering. Gesteld nog gebleken is dat door Aangeslotene overigens niet is voldaan aan de vereisten om tot opzegging van de verzekering te kunnen overgaan. Vordering afgewezen.

Consument,

tegen

Unirobe Meeùs Groep B.V., gevestigd te ‘s Hertogenbosch, hierna te noemen Aangeslotene.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– de brief van Consument met daarbij het door Consument ondertekende vragenformulier ontvangen op 28 mei 2013;
– de brieven van Consument met bijlagen van 25 juni 2013, 25 augustus 2013, 12 september 2013;
– de brief van de advocaat van Consument van 24 september 2013;
– de brief met bijlagen van Consument van 4 november 2013;
– het verweerschrift van Aangeslotene;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Aangeslotene.

2. Overwegingen

De Commissie heeft het volgende vastgesteld.
Tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft niet tot oplossing van het geschil geleid. Beide partijen zullen het advies van de Commissie als bindend aanvaarden.
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 3 september 2014 en zijn aldaar verschenen.

3. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
3.1. Consument heeft via een rechtsvoorganger van Aangeslotene (hierna: Aangeslotene) een particuliere en zakelijke rechtsbijstandverzekering gesloten bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. (hierna: DAS). Aangeslotene is in de hoedanigheid van gevolmachtigde van de verzekeraar opgetreden. De zakelijke rechtsbijstandverzekering ten behoeve van een tweetal besloten vennootschappen van Consument liepen in ieder geval vanaf 26 maart 1993. De particuliere rechtsbijstandverzekering kent een ingangsdatum van 15 maart 1994.
3.2. In 1994 heeft Consument de bedrijfsactiviteiten van één van zijn vennootschappen verkocht. De zakelijke rechtsbijstandverzekering voor die vennootschap is beëindigd.
3.3. Consument heeft verschillende keren een beroep op zijn particuliere rechtsbijstandverzekering gedaan. DAS heeft om diverse redenen de verzoeken om rechtsbijstand met een beroep op de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden afgewezen.
3.4. Consument heeft de prolongatienota voor de particuliere verzekering voor de periode van 15 maart 2010 tot 15 maart 2011 niet betaald. Aangeslotene heeft deze verzekering als gevolmachtigde namens DAS op 9 augustus 2011 per 15 maart 2010 geroyeerd wegens wanbetaling.

4. De vordering en grondslagen

4.1. Consument vordert primair dat Aangeslotene de rechtsbijstandverzekeringen, zowel zakelijk als privé, in kracht herstelt, alsmede excuses aanbiedt voor het onterechte royement per 15 maart 2010 en subsidiair, indien de Commissie van oordeel is dat de verzekeringen niet in kracht hersteld dienen te worden, restitutie van premie over de gehele looptijd van de verzekeringen, vermeerderd met een vergoeding van gemaakte en nog te maken kosten waaronder het honorarium voor een externe advocaat en vergoeding van materiële en immateriële schade die is ontstaan als gevolg van het onterechte royement en de onterechte dekkingsafwijzingen.
4.2. Deze vordering steunt kort en zakelijk op de volgende grondslagen:
– Consument heeft sinds medio jaren ’70 zowel zijn zakelijke als particuliere rechtsbijstandsverzekeringen lopen bij DAS. Bij het overgaan van de rechtsvoorganger van Aangeslotene naar Aangeslotene en bij het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten van één van de besloten vennootschappen van Consument hebben Aangeslotene en DAS, zonder reden, ook de rechtsbijstandverzekering van de andere besloten vennootschap en de particuliere rechtsbijstandverzekering beëindigd. Laatstgenoemde verzekeringen zijn in kracht hersteld, althans opnieuw gesloten, waardoor andere voorwaarden, met een beperktere dekking dan onder de oude verzekering golden, door DAS werden toegepast. Deze voorwaarden waren niet toepasselijk. Nu de afwijzing is gebaseerd op deze voorwaarden en de toepasselijke voorwaarden wel dekking bieden tegen de gemelde geschillen, is de afwijzing door DAS onterecht. De geschillen waarvoor Consument rechtsbijstand nodig had zijn geëscaleerd waardoor Consument financiële- en immateriële schade heeft geleden.
– Als gevolg van de rechtsovergang heeft DAS andere voorwaarden toegepast op grond waarvan zij het verzoek om rechtsbijstand van Consument heeft afgewezen. Hierdoor, en door het onterechte royement door Aangeslotene zijn de geschillen waarvoor Consument rechtsbijstand nodig had geëscaleerd en is materiële- en immateriële schade is ontstaan.
– De particuliere verzekering is per 15 maart 2010 ten onrechte beëindigd wegens wanbetaling. Omdat DAS haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam, was Consument gerechtigd betaling van de premie op te schorten.
4.3. Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
– Indien en voor zover Consument zich beklaagt over de afwijzing van zijn verzoek om dekking in meerdere geschillen die hij bij DAS heeft gemeld, kan Aangeslotene daaraan niets veranderen nu de beoordeling van de dekking op de weg van DAS als verzekeraar ligt.
– Consument heeft zonder grond de betaling van de premie opgeschort. Premiebetaling is een voorwaarde voor het bestaan van dekking onder de polis. Nu betaling uitbleef was Aangeslotene genoodzaakt de verzekering te royeren wegens wanbetaling.

5. Beoordeling

5.1. De Commissie ziet zich in de eerste plaats gesteld voor de vraag of Aangeslotene de particuliere rechtsbijstandverzekering terecht per 15 maart 2010 heeft beëindigd wegens het uitblijven van betaling van de premie door Consument.
5.2. Op grond van artikel 7:925 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is één van de vereisten voor het bestaan van een verzekeringsovereenkomst dat de verzekeringnemer premie betaalt. Consument is van mening dat hij betaling van de premie mocht opschorten omdat DAS zijn verzoek om dekking in meerdere geschillen heeft afgewezen en Consument meende wel recht op dekking te hebben. Uit de stukken blijkt voldoende dat Consument aan Meeùs heeft meegedeeld de premie niet te betalen zolang DAS de door hem gemelde geschillen niet in behandeling neemt. Nu Consument niet aan zijn verplichting tot betaling van de premie heeft voldaan en de enkele omstandigheid dat de verzekeringnemer het met het afwijzend dekkingsstandpunt van de verzekeraar niet eens is geen grond is om de premie te mogen opschorten, is de Commissie van oordeel dat Aangeslotene mocht overgaan tot beëindiging van de verzekering. Gesteld nog gebleken is dat door Aangeslotene overigens niet is voldaan aan de vereisten om tot opzegging van de verzekering te kunnen overgaan.
5.3. Ten aanzien van de afwijzingen door DAS van de verzoeken om rechtsbijstand in meerdere geschillen overweegt de Commissie het volgende. Consument stelt dat door de overgang van de rechtsvoorganger van Aangeslotene naar Aangeslotene DAS zijn verzoeken om rechtsbijstand heeft afgewezen met het argument dat de geschillen reeds bestonden voor ingangsdatum van de verzekering of buiten de dekking vielen. De Commissie stelt voorop dat voor zover Consument zich tegenover Aangeslotene beklaagt over de afwijzing van het verzoek om dekking door DAS, hiervan Aangeslotene geen verwijt treft omdat dit de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst betreft. Indien en voor zover Consument stelt dat de afwijzende dekkingsstandpunten van DAS een gevolg zijn van de rechtsovergang van Aangeslotene in het verleden, is de Commissie van oordeel dat Consument onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Aangeslotene is tekortgeschoten en ook niet dat het afwijzen van het verzoek om dekking een gevolg is van de rechtsovergang die in het verleden bij Aangeslotene heeft plaatsgevonden.
5.4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, wordt de vordering van Consument afgewezen. Al hetgeen partijen verder nog hebben gesteld, kan niet tot een andere beslissing leiden en zal onbesproken blijven.
6. Beslissing

De Commissie wijst bij wege van bindend advies de vordering van Consument af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact