Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2014-402 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-402 d.d.
6 november 2014
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. W. Dullemond, leden, en mr. E.J. Heck, secretaris)

Samenvatting

Consument beklaagt zich jegens Aangeslotene (tussenpersoon) over de hoogte van de kosten van zijn beleggingsverzekering. Volgens Consument was de in de precontractuele fase verstrekte informatie onvolledig, gebrekkig en misleidend. Consument vordert buiten-proportionele kosten die in rekening zijn gebracht. Aangeslotene beroept zich op verjaring. Consument voert daartegen geen verweer. Op formele gronden wordt de Consument daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Consument,

tegen

Korenhof-Schoonhoven, Makelaars in Assurantiën B.V., gevestigd te Schoonhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het door Consument ondertekende vragenformulier van 7 februari 2014;
– de brief van de gemachtigde van Consument van 7 februari 2014;
– het verweerschrift van Aangeslotene;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Aangeslotene.

2. Overwegingen

De Commissie heeft het volgende vastgesteld.
Tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft niet tot oplossing van het geschil geleid. Beide partijen zullen het advies van de Commissie als bindend aanvaarden.
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 29 oktober 2014 en zijn aldaar verschenen.

3. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
3.1. Door bemiddeling van Leeuwenborch Verzekeringen en Pensioenen B.V., hierna Leeuwenborch, heeft Consument in 1997 bij Zwitserleven een beleggingsverzekering gesloten onder polisnummer [..1..].

3.2. De aandelen van Leeuwenborgh zijn op 30 juni 2000 overgenomen door Aangeslotene waarna de naam van Leeuwenborgh is gewijzigd in Korenhof & Partners Consultancy B.V. Op 1 juli 2000 is de assurantieportefeuille van Leeuwenborgh, waartoe de verzekering van Consument behoort, overgenomen door Aangeslotene.
3.3. Op 17 oktober 2000 heeft Leeuwenborch aan Consument bericht dat zij is verhuisd en dat zij is samengegaan met Korenhof & Partners uit Schoonhoven.
3.4. Naar aanleiding van een telefonische vraag van Consument heeft Zwitserleven Consument op 4 december 2006 een brief gestuurd waarin Zwitserleven onder meer uitleg heeft gegeven over de kostenstructuur en de (advies)kosten.
3.5. Consument heeft Aangeslotene op 26 april 2012 aansprakelijk gesteld.

4. De vordering, grondslagen en verweer

4.1. Consument vordert van Aangeslotene een nader vast te stellen vergoeding van buitenproportionele kosten die op de beleggingsverzekering in rekening zijn gebracht alsmede het gemiste rendement doordat een kleiner deel van de premie kon worden geïnvesteerd.
4.2. Deze vordering steunt kort en zakelijk op de volgende grondslagen:
– Aangeslotene is toerekenbaar tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens Consument door niet te voldoen aan haar zorgplicht jegens Consument.
– Aangeslotene heeft Consument bij het geven van advies en in de jaren daarna niet geïnformeerd over de kosten die hoger zijn dan redelijk.
4.3. Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
– Consument richt zich met zijn klacht tegen de verkeerde rechtspersoon.
Voor eventuele in het verleden gemaakte fouten kan Aangeslotene niet
aansprakelijk worden gesteld omdat zij geen enkele bemoeienis heeft
gehad met het afsluiten van de beleggingsverzekering.
Aangeslotene is niet de rechtsopvolgster van Leeuwenborch.
– De vordering van Consument is verjaard.
Op 4 december 2006 is Consument door Zwitserleven voorzien van alle
informatie over de (beweerdelijke) schade en de daarvoor aansprakelijke
personen. De verjaringstermijn is op dat moment gaan lopen.
Nu Consument Aangeslotene pas op 26 april 2012 heeft aangesproken is de
vordering verjaard.

5. Beoordeling

5.1. De Commissie heeft kennis genomen van de brief van de Voorzitter Geschillen-commissie Financiële Dienstverlening van 16 oktober 2014. De Voorzitter laat daarin weten dat naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Beroep van 6 oktober 2014 de behandeling van de onderhavige zaak wordt aangehouden. Ter zitting hebben partijen desgevraagd verklaard dat zij de behandeling van de zaak wat betreft de beoordeling van de formele verweren willen voortzetten.
5.2. Wat betreft het formele verweer dat Consument zich met zijn klacht richt tot de verkeerde rechtspersoon overweegt de Commissie in de eerste plaats dat de verzekering behoort tot de assurantieportefeuille van Aangeslotene. Dat betekent dat Aangeslotene, behoudens een bij de overname van de portefeuille uitdrukkelijk aan Consument als verzekeringnemer kenbaar gemaakt voorbehoud, ook aansprakelijk moet worden gehouden voor het advies dat in 1997 heeft geleid tot de totstandkoming van de beleggingsverzekering. Van een dergelijk voorbehoud is de Commissie niet gebleken.
In de tweede plaats is de verhuisbrief van 17 oktober 2000 niet zodanig gesteld dat het voor Consument helder was dat sprake was van verschillende juridische entiteiten. In haar dupliek heeft Aangeslotene bovendien verklaard dat Korenhof & Partners een verzamelnaam is voor verschillende vennootschappen waaronder Aangeslotene er een is.
De conclusie is dat dit verweer wordt verworpen.
5.3. Wat betreft het formele verweer, dat de vordering is verjaard, overweegt de Commissie dat Aangeslotene zich in haar verweer heeft beroepen op verjaring, te weten een termijn van vijf jaren, door te verwijzen naar de brief van Zwitserleven aan Consument van
4 december 2006.
In zijn repliek is dit verweer door Consument niet betwist, zodat het beroep op verjaring alleen al daarom voor toewijzing in aanmerking komt.
Ten overvloede overweegt de Commissie dat aangenomen moet worden dat Consument met de brief van 4 december 2006, waarmee tevens afschriften van de toepasselijke voorwaarden, jaaroverzichten en een tarieftabel risicodekking werden toegezonden, gewaar is geworden van de kostenproblematiek van zijn beleggingsverzekering en aldus van de (mogelijke) schade als gevolg van zijn beleggingsverzekering.
Nu Consument Aangeslotene pas op 26 april 2012 aansprakelijk heeft gesteld, komt het beroep op verjaring voor toewijzing in aanmerking. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat Consument niet in zijn vordering kan worden ontvangen. Hetgeen partijen over en weer verder nog hebben gesteld behoeft dan ook geen bespreking meer.

6. Beslissing

De Commissie verklaart Consument niet-ontvankelijk in zijn vordering.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact