Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-016 (bindend)

Uitspraak Commissie van Beroep 2015-016 d.d. 28 mei 2015
(mr. F.R. Salomons, voorzitter, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. F.P. Peijster, mr. A. Smeeing-van Hees en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Samenvatting

Opstalverzekering woonhuis; schade door water uit leidingen ten behoeve van zwembad gedekt? Plotseling opgetreden defect? Uit de omstandigheid dat partijen het eens zijn geworden over de inschakeling van een expert om de oorzaak van de schade vast te stellen, volgt niet dat deze vaststelling voor partijen bindend zou zijn of dat daartegen slechts kan worden opgekomen door middel van een contra-expert. Op grond van de voorhanden rapporten en hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd, neemt de Commissie van Beroep aan dat ten aanzien van het niet-funtioneren van een terugslagklep en het falen van het afslagmechanisme een plotseling defect is opgetreden dat als oorzaak van de schade moet worden beschouwd.

Klik hier voor de uitspraak in eerste aanleg.

1. De procedure in hoger beroep

1.1 Belanghebbende heeft met een op 11 april 2014 ontvangen beroepschrift beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening (verder: Geschillen¬commissie) van 28 februari 2014 ([dossiernummer]) tussen Belanghebbende en Verzekeraar. Die uitspraak is aan deze uitspraak gehecht.

1.2 De Verzekeraar heeft het beroep bestreden in een op 13 juni 2014 gedateerd verweerschrift.

1.3 De Commissie van Beroep heeft het beroep op 15 september 2014 mondeling behandeld. Beide partijen waren aanwezig en hebben hun standpunt door hun gemachtigden aan de hand van overgelegde pleitnota’s doen toelichten, en vragen van de Commissie van Beroep beantwoord. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de Commissie van Beroep aan partijen verzocht om beantwoording van enige nadere vragen. Hierop heeft de gemachtigde van consument geantwoord op 14 oktober 2014.
De gemachtigde van verzekeraar heeft daarop gereageerd op 5 november 2014.

2. De procedure in eerste aanleg

Voor het verloop van de procedure in eerste aanleg verwijst de Commissie van Beroep naar de uitspraak van de Geschillencommissie.

3. Inleiding op de beoordeling van het beroep

3.1 De Commissie van Beroep gaat uit van de volgende feiten.

(i) Belanghebbende heeft bij Verzekeraar een opstalverzekering gesloten voor een haar in eigendom toebehorend woonhuis, inclusief kelder en bijgebouw, dat op 16 november 2010 door de aannemer is opgeleverd.

(ii) In de op deze verzekering toepasselijke bijzondere voorwaarden is bepaald:

“1. Dekking
De verzekering dekt schade aan het gebouw, als gevolg van:
(…)
1.9 Water of stoom.
Onvoorzien gestroomd of overgelopen uit leidingen, toestellen en sanitair, mits deze zijn aan-gesloten op een verwarmingsinstallatie of waterleiding, als gevolg van een plotseling opgetreden defect of bevriezing. Voorts: terugstromend water uit afvoerbuizen, putten en riolen en water onvoorzien uitgestroomd uit aquaria en waterbedden. (…)”

(iii) In opdracht van Belanghebbende zijn door [X] B.V. op de begane grond installatie-voorzieningen van een zwembad gerealiseerd en opgeleverd. De aannemer heeft in de gehele kelder en onder het zwembad een zwevende vloer aangelegd en de bouwkundige constructie van het zwembad gebouwd. De werktuigbouwkundige installaties van het zwembad, waaronder de pomp en de pompput, zijn geïnstalleerd door een door de aannemer ingeschakelde onderaannemer, [Y] B.V. De installatie van het zwembad is in overleg met en met goedkeuring van de aannemer door [X] B.V. aangesloten op de pompput.

(iv) Op 9 december 2010 is waterschade aan het woonhuis ontstaan. In overleg met Belanghebbende heeft Verzekeraar een expert opdracht gegeven onderzoek naar de oorzaak en omvang van de schade te doen. De schade is ook onderzocht door een expert in opdracht van de [naam]-verzekeraar. De experts en de aannemer hebben de schade-locatie tegelijk bezocht.

(v) In het expertiserapport van 8 april 2011 van de door Verzekeraar ingeschakelde expert staat over de toedracht en oorzaak van de schade, voor zover van belang, het volgende:

“Het verzekerd object betreft een nieuwbouw woning welke op 16 november 2010 is opgeleverd. Het betreft een ruime luxe afgewerkte woning met een inpandig zwembad. De woning is geheel onderkelderd en bevinden zich in de kelder o.a. de technische installatie voor het zwembad, c.v.-installatie, alsmede speelruimte voor de kinderen. (…)

Op 9 december 2010 heeft [Belanghebbende] het zwembad bijgevuld na telefonisch overleg met de leverancier [[X] B.V.] van het zwembad en de pompfilterinstallatie behorend bij het zwembad.
Het water wordt via een buffervat (foto 1) in het zwembad gepompt. Op de toevoerkraan van het buffervat zit een afsluitklep die de toevoer van water afsluit op het moment dat het water een bepaald niveau heeft bereikt. Deze afsluiter heeft niet gefunctioneerd, waardoor het water door is blijven stromen.
De filterpomp (foto 4) was door [Belanghebbende] uitgezet, echter is volgens [Belanghebbende] later gebleken dat de pomp ook bij ingeschakelde toestand niet functioneerde. Volgens [Belanghebbende] heeft [[X] B.V.] de bedrading van de filterunit niet aangesloten en is later de gehele besturingskast van de pompinstallatie vervangen. Tevens heeft een terugslagklep niet gefunctioneerd doordat er volgens de installateur vuil tussen zat en daarom niet afsloot.

Op het buffervat is een overloop (foto 2 en 3) aangesloten, waardoor bij een te hoog waterniveau het water naar de riolering wordt afgevoerd. Het water wordt vervolgens door de p.v.c.-leiding naar de pompput (foto 5 en 6) gevoerd die vervolgens via een vlotter aanslaat om het water naar de hoger gelegen buiten riolering te pompen. De pomp is echter niet aangeslagen op het moment dat dit moest gebeuren en heeft het alarm van deze pomp ook niet gefunctioneerd.
Door installatiebedrijf [Y B.V.], die als onderaannemer van [de aannemer] o.a. de riolering heeft aangelegd, is vastgesteld dat de lijmverbindingen van de p.v.c.-leidingen die aansluiten op de pomp¬put, niet waterdicht waren, waardoor het water uit het systeem kon stromen met alle gevolgen van dien.

Het komt er dus op neer dat een opeenschakeling van gebreken en disfunctioneren van de technische installatie, met als hoofdoorzaak de rioleringsbuizen bij de pompput die niet waterdicht waren, ertoe hebben geleid dat er een forse waterschade in de kelder is ontstaan.
(…)
Het water heeft zich vanuit de pompput verspreid over de betonnen constructievloer van de kelder. (…)”

De expert heeft de schade geraamd op € 64.095,58 inclusief BTW en daarbij opgemerkt dat de schade definitief kan worden vastgesteld na droging van de constructie(ve) onderdelen.

(vi) De expert die in opdracht van de [naam]-verzekeraar onderzoek heeft gedaan, vermeldt in zijn rapport van 16 mei 2011 onder meer:

“Evenement
Op donderdag 9 december 2010 is door de opdrachtgever [Belanghebbende] gestart met het vullen van het zwembad. (…) De opdrachtgever heeft dit gedaan door een waterslang in het zwembad te leggen en door de kraan in het buffervat open te draaien, waarna een en ander vanzelf zou vollopen.

Om volgens opgave geen risico te lopen heeft de opdrachtgever de waterslang in het zwembad ’s avonds dichtgedraaid. De bufferkraan is wel opengelaten, omdat het buffervat een automatische afslagbeveiliging heeft. Volgens opgave van verzekerde [de aannemer] is vanwege een defecte terugslagklep, het water teruggestroomd in de noodoverloop van het buffervat. De terugslagklep van het buffervat is de eerste beveiliging. De tweede beveiliging is een automatische inschakeling van de filterpomp, die automatisch aan moet gaan op het moment dat het water het niveau van deze niveauregelaar bereikt.

Echter, doordat de filterpomp uit stond, is deze niet aangeslagen. Later bleek zelfs dat de filterpomp defect was. (…)
Het water is daarna vanuit het buffervat vervolgens naar de pompput in de technische ruimte gestroomd. (…) De pomp zou automatisch aan moeten slaan om het water naar het riool buiten weg te pompen. De vlotter van de pompput is echter niet aangeslagen. Indien het water te hoog zou staan, zou de pompput alarm moeten geven. Ook dit is volgens de opdrachtgever niet gebeurd. Vervolgens is de pompput overstroomd.
(…)

Oorzaak:
De uiteindelijke lekkage is ontstaan door het falen van diverse beveiligingsystemen en pompen, waaronder een defecte terugslagklep, een niet-werkende filterpomp en het alarm van de filterpomp van het zwembad. Deze onderdelen zijn onderdeel van het werk van [[X] B.V.].

Uiteindelijk is het water in de pompput van verzekerde gekomen. Echter, de vlotter van de pomp-put is niet aangeslagen. Ook is het alarm in de pompput volgens opgave niet aangegaan. De pomp¬put van verzekerde was niet berekend op de grote hoeveelheid water afkomstig van het zwembad. De pompput is puur voor het afvoeren van het rioleringswater van de kelder, wat kleine hoeveelheden betreft. Wel was de onderaannemer van verzekerde op de hoogte van het feit dat er een mogelijkheid was dat eventueel water vanuit het zwembad in de pompput terecht kon komen. Echter, het ging, volgens opgave, over zeer kleine hoeveelheden.

Volgens de installateur zijn de installaties in de pompput gaan drijven door de grote hoeveelheid water. Hierdoor hebben waarschijnlijk de vlotter en het alarm niet gefunctioneerd. De volgende dag functioneerden de genoemde onderdelen weer normaal.”

(vii) De expert heeft in opdracht van Verzekeraar op 25 mei 2012 aanvullend onder meer het volgende gerapporteerd:

“Op de schadedatum heeft [Belanghebbende] na het vullen van het zwembad de kraan vanaf het buffervat naar het zwembad dichtgedraaid. De toevoerkraan van de waterleiding naar het buffer¬vat is open blijven staan. Omdat er een niveauregeling op het buffervat is aangesloten, kan de water¬kraan open blijven staan, doordat bij het bereiken van een bepaald niveau de toevoer van water naar het buffervat automatisch sluit.

Deze afsluiter en/of niveauregeling heeft niet gewerkt, waardoor de toevoer van het leidingwater is door blijven stromen en het buffervat geheel is gevuld met water. Op het buffervat is een overloop (overstort) aangebracht, zodat bij een te hoog niveau van het water dit via een p.v.c. afvoerleiding wordt afgevoerd. In de afvoerleiding is, op korte afstand van het buffervat, een terugslagklep aangebracht, echter deze heeft niet gefunctioneerd waardoor het water richting het reservoir (via de filterinstallatie) van de pompinstallatie is gestroomd. De vlotter van de pompinstallatie heeft niet gefunctioneerd of anderzijds is de pomp niet aangeslagen op het moment dat het reservoir geheel gevuld was. Ook het alarm dat op de pompinstallatie is aangesloten en in werking treedt als de pomp niet aanslaat, heeft volgens verzekerde niet gefunctioneerd.

Uiteindelijk heeft de medewerker van installateur [Y] (…) geconstateerd dat een p.v.c.- verbinding, die op het reservoir van de pompinstallatie is aangesloten lek was, waardoor het water uit het rioleringssysteem kon stromen. Ten tijde van ons bezoek was de p.v.c.- verbinding al hersteld (…).

In feite komt het er dus op neer, dat de toevoer van een hoeveelheid water bij een geopende waterkraan door de pompinstallatie niet afgevoerd kon worden, alhoewel het systeem wel ontworpen is om een dergelijke hoeveelheid water te kunnen afvoeren, gezien de aanwezigheid van een toilet en douche in de kelder. Hierbij heeft dus mede een rol gespeeld, dat door het disfunctioneren van de terugslagklep de riolering onder druk is komen te staan door de waterleidingdruk.

Hoewel sprake is van een aaneenschakeling van defecten en/of disfunctioneren van diverse onderdelen, is uiteindelijk het niet waterdicht zijn van de p.v.c.-verbinding, waardoor water uit het systeem kon stromen, de oorzaak van de ontstane waterschade. Dat de p.v.c.- verbinding slecht verlijmd was, en mede is gaan lekken door de waterleidingdruk op het rioleringssysteem, hebben wij niet kunnen vaststellen doordat de sporen reeds waren verwijderd door de reparateur.

Het feit dat een als drukloos ontworpen rioleringssysteem nu wel onder druk is komen te staan, roept dan ook vragen op bij het ontwerp van de installatie in de kelder. (…) In het aangelegde systeem bij verzekerde is het dus mogelijk dat de druk van de drinkwaterleiding ca. 2 bar, het binnenrioleringsstelsel onder druk kan zetten hetgeen niet is toegestaan. Ook mag volgens de fabrikant van de pompen er op de pompinstallatie geen druk komen staan. Er is dus ook sprake van een ontwerpfout.”

(viii) Als gevolg van de overstroming is water in de bouwkundige put gekomen waarna het zich over de betonnen constructievloer van de kelder heeft verspreid en in de wanden van de kelder is getrokken. Hierdoor is het stuc- en tegelwerk beschadigd. Verder zijn plinten gedeeltelijk losgekomen en is het water in de houten stijlen van de deurkozijnen getrokken waardoor het schilderwerk is onthecht. Door het water is ook de betimmering om een audio-visuele ruimte beschadigd.

3.2 Belanghebbenden heeft gevorderd dat Verzekeraar dekking verleent onder de verzekering voor de op 9 december 2010 ontstane schade.

3.3 De Geschillencommissie heeft de vordering afgewezen op de volgende, samengevatte, gronden. Belanghebbende en Verzekeraar hebben overeenstemming bereikt over het in-schakelen van een expert om de oorzaak en omvang van de schade vast te stellen. Er is geen contra-expertise verricht. Als zodanig kan niet gelden de rapportage van de expert van de [naam]-verzekeraar. Derhalve dient te worden uitgegaan van de oorzaak zoals vastgesteld door de door Verzekeraar ingeschakelde expert. Volgens deze expert is de

hoofdoorzaak gelegen in een ontwerpfout van de pompinstallatie en meer in het bijzonder een waterdichte p.v.c.-verbinding. De niet-waterdichte p.v.c.-verbinding kan niet worden aangemerkt als een plotseling opgetreden defect in de zin van de polisvoorwaarden. Derhalve is de schade niet het gevolg van een onder de verzekering gedekte gebeurtenis.

4. Beoordeling van het beroep

4.1 Belanghebbende heeft tegen de bestreden beslissing drie bezwaren ingebracht. In de eerste plaats is zij van mening dat de Geschillencommissie ten onrechte is voorbij¬gegaan aan de rapportage van de expert van de [naam]-verzekeraar. In de tweede plaats bestrijdt Belanghebbende dat de schade niet is veroorzaakt door een plotseling opgetreden defect in de zin van de polisvoorwaarden. In de derde plaats voert zij aan dat de schade ook is gedekt op grond van het tweede gedeelte van artikel 1.9 van de polisvoorwaarden (‘terugstromend water’).

4.2 Tegen het eerste bezwaar van Belanghebbende voert Verzekeraar aan dat het expertise-rapport van 8 april 2011 in overleg met Belanghebbende is opgesteld, zodat bij de beantwoording van de vraag of de schade onder de opstalverzekering is gedekt dient te worden uitgegaan van de oorzaak zoals door deze expert is vastgesteld. De Commissie van Beroep volgt Verzekeraar hierin niet. De polisvoorwaarden voorzien niet in een regeling voor het vaststellen van de oorzaak van de schade. De artikelen 7.2 tot en met 7.5 van het Reglement betreffende de algemene voorwaarden voor brand- en aanverwante verzekeringen, waarop Verzekeraar zich heeft beroepen, betreffen slechts de vaststelling van de schade, niet de vraag of zich een gedekt evenement heeft voorgedaan. Ook uit de tussen Belanghebbende en Verzekeraar op 20 en 21 december 2010 gewisselde e mail-berichten, waarin zij het eens zijn geworden over de inschakeling van een expert om de oorzaak van de schade vast te stellen, volgt niet dat deze vaststelling voor partijen bindend zou zijn of dat daartegen slechts kan worden opgekomen door middel van een contra-expertise. Bij de beoordeling van de vraag of de schade onder de dekking valt, zal de Commissie van Beroep dan ook niet slechts acht slaan op het rapport van 8 april 2011, maar ook op het rapport van 16 mei 2011 en de nadere rapportage van 25 mei 2012.

4.3 Naar aanleiding van het tweede bezwaar van Belanghebbende overweegt de Commissie van Beroep als volgt. Uit de in 4.2 genoemde rapporten komt naar voren dat de schade is ontstaan door een aaneenschakeling van defecten en/of disfunctioneren van onderdelen van de voor aan- en afvoer van water bestemde leidingen en installaties. De rapporten bieden in grote lijnen duidelijkheid over de oorzaken van de schade, ook al laten zij op sommige aspecten ruimte voor discussie.

4.4 Vast staat dat de afsluitklep waardoor de aanvoer van leidingwater naar het buffervat had moeten worden gestopt, niet heeft gefunctioneerd, waardoor water het buffervat is blijven instromen. Ook staat vast dat de filterpomp die dient om water vanuit het buffervat naar het zwembad te pompen, niet werkte doordat deze was uitgeschakeld maar ook bij inschakeling niet zou hebben gewerkt als gevolg van een defect in de bedrading. Verder staat vast dat een terugslagklep niet heeft gefunctioneerd. Uit de rapporten wordt niet duidelijk waar zich deze terugslagklep bevindt. Belanghebbende heeft ter zitting uiteengezet dat het gaat om een terugslagklep in de leiding waarmee water vanuit het buffervat naar het zwembad wordt gepompt. Volgens Belanghebbende is er dus water vanuit het zwembad teruggestroomd naar het buffervat. Op deze mogelijkheid heeft zij ook in haar beroep¬schrift (onder 28) gewezen. Verzekeraar stelt echter, onder verwijzing naar het rapport van 25 mei 2012, dat het gaat om een terugslagklep in de p.v.c.-afvoerleiding vanuit het buffervat naar de lager gelegen pompput. In het midden kan blijven waar de terugslagklep zich precies bevindt, nu ook volgens de door Verzekeraar ingeschakelde expert, in zijn rapport van 25 mei 2012, het niet functioneren van de terugslagklep tot gevolg had dat het water vanuit de overloop van het buffervat naar de pompput is gestroomd.

4.5 Uit de rapporten blijkt dat vervolgens het water dat de pompput is ingestroomd, daaruit niet is weggepompt naar het riool, doordat de vlotter die de pomp in werking had moeten stellen niet functioneerde. Ook het alarm dat had moeten waarschuwen voor een te hoog waterniveau in de pompput, heeft volgens Belanghebbende – niet weersproken door Verzekeraar – niet gewerkt.

4.6 Partijen zijn het niet eens over de wijze waarop het water is uitgestroomd in de kelder en daar de schade heeft veroorzaakt. Het rapport van 8 april 2011 vermeldt dat het water uit het systeem kon stromen doordat de lijmverbindingen van de p.v.c.-leidingen die aansluiten op de pompput, niet waterdicht waren. Het rapport van 25 mei 2012 vermeldt hierover nader dat uiteindelijk een medewerker van [Y] heeft geconstateerd dat “een p.v.c.-verbinding, die op het reservoir van de pompinstallatie is aangesloten lek was, waardoor het water uit het rioleringssysteem kon stromen”. Volgens Verzekeraar bevond zich de lekkage tussen het buffervat en de pompput en zou derhalve ook als de pompput wel zou hebben gefunctioneerd, het water reeds zijn uitgestroomd voordat het die put bereikte. Volgens Belanghebbende is het water uitgestroomd uit een p.v.c.-leiding waarmee water vanaf de douche en de wc in de kelder naar de pompput werd gevoerd. De lezing van Verzekeraar komt de Commissie van Beroep onaannemelijk voor, nu de door Verzekeraar ingeschakelde expert in zijn rapport van 25 mei 2012 eerst schrijft over “de afvoerleiding” tussen buffervat en pompput en daarna over een lek in “een p.v.c.-verbinding, die op het reservoir van de pompinstallatie is aangesloten”. Voorts valt in de lezing van Verzekeraar niet te verklaren hoe het kan dat, als het water reeds was uitgestroomd voordat het de pompput bereikte, de pompput nog is volgelopen. Dit laatste volgt immers zowel uit het rapport van 8 april 2011 (“Het water heeft zich vanuit de pompput verspreid”) als uit het rapport van 16 mei 2011 (“Vervolgens is de pompput overstroomd”) als ook uit het rapport van 25 mei 2012 (“… is de pomp niet aangeslagen op het moment dat het reservoir geheel gevuld was”). Op grond van dit een en ander neemt de Commissie van Beroep aan dat het water niet is uit¬gestroomd voordat het de pompput had bereikt, maar uit een van de rioleringsbuizen naar de pompput vanuit de douche en de wc.

4.7 De Commissie van Beroep verwerpt het standpunt van Verzekeraar dat het niet-waterdicht zijn van een van de p.v.c.-buizen als hoofdoorzaak van de schade moet worden aangemerkt. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft Verzekeraar verwezen naar de rapporten van 8 april 2011 en 25 mei 2012. Uit die rapporten wordt echter in het geheel niet duidelijk waarom de oorzaak voor de waterschade nu juist daarin zou zijn gelegen en niet in het falende afslagmechanisme in de aanvoer naar het buffervat en de niet-functionerende terugslagklep. Alles wijst erop dat de schade zonder het falende afslag-mechanisme en de niet-functionerende terugslagklep niet zou zijn opgetreden. Dan zou er geen water in de p.v.c.-leiding terecht zijn gekomen. Hierin is aanleiding te vinden om het falende afslagmechanisme en de niet-functionerende terugslagklep aan te merken als de te dezen relevante oorzaak van de schade. Voorts heeft Belanghebbende ter zitting onweer-sproken aangevoerd dat de schade niet anders zou zijn geweest als het water niet vanuit de niet-waterdichte p.v.c.-buis zou zijn uitgestroomd maar door het overstromen van de pompput. De Commissie van Beroep gaat er daarom van uit dat de schade het gevolg is geweest van het falende afslagmechanisme en de niet-functionerende terugslagklep.

4.8 Voor de vraag of de waterschade onder de verzekering is gedekt, is op grond van artikel 1.9 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden beslissend of de oorzaak is gelegen in een plotseling opgetreden defect. Volgens Belanghebbende is zowel het niet functioneren van de terugslagklep als het falen van het afslagmechanisme een plotseling opgetreden defect. Volgens Belanghebbende is gebleken dat de terug¬slagklep vuil bevatte en daardoor niet functioneerde. Dit vindt bevestiging in het rapport van 8 april 2011. Ter onderbouwing wijst Belanghebbende voorts erop dat het zwembad voor 9 december 2010 al gedurende twee maanden was gebruikt, zonder dat zich enig probleem met de bedoelde onderdelen had voorgedaan. Verzekeraar heeft dit een en ander niet gemotiveerd betwist. Verzekeraar heeft in de reactie van 5 november 2014 wel betwist dat er werkzaamheden aan de terugslagklep zijn uitgevoerd, maar dat is in dit verband niet van belang. De Commissie van Beroep is van oordeel dat uit hetgeen Belanghebbende aldus onbetwist heeft gesteld moet worden afgeleid dat op 9 december 2010 ten aanzien van het afslagmechanisme en de terugslagklep een plotseling defect is opgetreden dat als oorzaak van de schade moet worden beschouwd.

4.9 Het tweede bezwaar van Belanghebbende slaagt derhalve. Dat brengt mee dat Belanghebbende op goede gronden heeft gevorderd dat Verzekeraar dekking verleent onder de verzekering voor de op 9 december 2010 ontstane schade. Het derde bezwaar van Belanghebbende hoeft niet te worden besproken.

4.10 De slotsom is dat de Geschillencommissie de vordering ten onrechte heeft afgewezen. De Commissie van Beroep ziet aanleiding om te bepalen dat Verzekeraar aan Belanghebbende een vergoeding dient te betalen voor haar bijdrage voor beroep en gemaakte proceskosten.

5. Beslissing

De Commissie van Beroep stelt, als bindend advies, de volgende beslissing voor de bestreden beslissing in de plaats:

– Verzekeraar dient dekking te verlenen onder de opstalverzekering voor de op
9 december 2010 ontstane schade;
– Verzekeraar dient aan Belanghebbende de volgende bedragen te voldoen:
– € 3.000,- als vergoeding voor rechtsbijstand;
– € 500,- als vergoeding voor de bijdrage voor het beroep.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact