Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-138 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-138 d.d.
7 mei 2015
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Consument,

tegen

Diks Verzekeringen B.V., gevestigd te IJsselstein, hierna te noemen Tussenpersoon.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het door Consument ondertekende vragenformulier met bijlagen, ontvangen op 26 augustus 2014;
– het verweerschrift van Tussenpersoon;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Tussenpersoon.

2. Overwegingen

De Commissie heeft het volgende vastgesteld.
Tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft niet tot oplossing van het geschil geleid. Beide partijen zullen het advies van de Commissie als bindend aanvaarden.
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 22 april 2015 aldaar is Aangeslotene verschenen. Consument was na voorafgaand bericht afwezig.

3. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
3.1. Consument had haar auto, van het merk [X], verzekerd bij N.V. Univé Schade (hierna: Univé). Op 7 mei 2010 heeft Consument voor haar nieuw auto, van het merk [Y], een motorrijtuigverzekering aangevraagd via Tussenpersoon bij een gevolmachtigde. Volgens het aanvraagformulier heeft Consument 0 schadevrije jaren.
3.2. Op 28 mei 2010 heeft Consument de [X] verkocht en hiervan mededeling gedaan aan Univé.
3.3. In 2013 heeft Consument een nieuwe auto gekocht. Bij de aanvraag van een motorrijtuigverzekering voor deze auto constateerde Consument dat zij slechts
3 schadevrije jaren had.
3.4. Univé heeft, op verzoek van Consument, met terugwerkende kracht het aantal schadevrije jaren in Roy-data aangepast. Bij e-mailbericht van 4 september 2013 heeft Univé Consument bericht:
“Zoals telefonisch afgesproken mail ik u hierbij in aanvulling op de mail van mijn collega […] een opgave van uw schadevrije jaren.
Op het moment van beëindigen van uw autoverzekering onder polisnummer […] per 28-05-2010 had u recht op 7 schadevrije jaren.”
3.5. Consument heeft van de gevolmachtigde waar de motorrijtuigverzekering voor de [Y] was gesloten restitutie ontvangen van de premie over 2013 voor zover zij door het onjuist aantal schadevrije jaren waarop die premie aanvankelijk was gebaseerd te veel had betaald.

4. De vordering en grondslagen

4.1. Consument vordert betaling van een bedrag van € 178,50 vermeerderd met wettelijke rente, betaling van het bedrag van € 50,- voor de behandeling van de klacht en vergoeding van de gemaakte onkosten en immateriële schade van € 500,-.
4.2. Deze vordering steunt kort en zakelijk op de volgende grondslagen:
– Consument heeft bij aanvraag van de verzekering meegedeeld dat zij 7 schadevrije jaren had. Tussenpersoon heeft Consument er niet op gewezen dat de verzekering van de [Y] werd gesloten op basis van 0 schadevrije jaren in plaats van het werkelijk aantal schadevrije jaren dat ook door Consument was doorgegeven.
– Doordat een starterskorting van 75 % gold, is het Consument niet opgevallen dat zij was ingedeeld in een onjuiste bonus-malustrede. In de daaropvolgende jaren werd de premie steeds verhoogd door toegenomen schadelast bij de verzekeraar waardoor Consument ook toen niet opmerkte dat zij in een verkeerde trede was ingedeeld.
– Het argument van Tussenpersoon dat zij 0 schadevrije jaren had opgegeven omdat de schadevrije jaren niet beschikbaar waren, gaat niet op. Tussenpersoon wist namelijk niet dat de [X] nog was verzekerd.
– Tussenpersoon had op grond van Bedrijfsregeling 11 binnen zes weken na het sluiten van de verzekering het aantal schadevrije jaren moeten (laten) controleren in Roy data. Indien het aantal niet overeen kwam met het door haar opgegeven aantal, had Consument met Univé contact op kunnen nemen.
4.3. Tussenpersoon heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
– Consument heeft op het aanvraagformulier vermeld dat zij 0 schadevrije jaren had. Het is Tussenpersoon niet bekend dat Consument gemeld heeft dat zij 7 schadevrije jaren heeft.
– Ten tijde van de aanvraag van de verzekering liep de oude motorrijtuigverzekering nog waardoor zij voor de nieuwe verzekering nog geen rechten kon ontlenen aan het aantal opgebouwde schadevrije jaren.
– Tussenpersoon heeft geen inzage in Roy data en dus de juistheid van het door Consument genoemde aantal schadevrije jaren niet kunnen verifiëren. Bij een opgave van 0 schadevrije jaren is controle ook niet nodig. Een controle had overigens geen resultaat opgeleverd omdat het aantal schadevrije jaren nog niet in Roy data was vermeld.
– Na beëindiging van de verzekering bij Univé heeft Consument geen verzoek gedaan het aantal schadevrije jaren aan te passen. Dit heeft zij pas in 2013 gedaan.
– De beslissing van de gevolmachtigde om de schadevrije jaren niet met terugwerkende kracht op de polis aan te tekenen kan niet aan Tussenpersoon worden toegerekend.

5. Beoordeling

5.1. Ter beantwoording ligt de vraag voor of Tussenpersoon is gehouden Consument een schadevergoeding te betalen omdat de premie van de motorrijtuigverzekering voor de [Y] was berekend op basis van 0 schadevrije jaren in plaats van 7 schadevrije jaren.
5.2. Het aanvraagformulier voor de motorrijtuigverzekering voor de [Y] vermeldt onder ‘Gegevens over de bestuurder’ dat sprake is van 0 schadevrije jaren. Consument heeft de betekenis van het aanvraagformulier niet ter discussie gesteld maar de suggestie gewekt dat Tussenpersoon achteraf het aantal schadevrije jaren op het formulier heeft gewijzigd. Hiervoor zijn geen argumenten gesteld of gebleken. Consument heeft op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat Tussenpersoon achteraf het aantal schadevrije jaren heeft gewijzigd. Verder is gelet op de betwisting van de kant van Tussenpersoon niet gebleken dat Consument, zoals zij stelt, bij de aanvraag aan Tussenpersoon heeft meegedeeld dat zij 7 schadevrije jaren had opgebouwd. Dit brengt mee dat moet worden uitgegaan van de gegevens die in het aanvraagformulier staan vermeld. Het formulier dat door Tussenpersoon is overgelegd is weliswaar niet door Consument ondertekend maar dit kan niet meebrengen dat de gevolmachtigde bij het accepteren van de aanvraag niet kon uitgaan van 0 schadevrije jaren.
De ingangsdatum van de verzekering is 7 mei 2010. Op dat moment was de [X] nog niet verkocht en de motorrijtuigverzekering voor de [X] bij Univé nog niet beëindigd. Uit
Roy data kon daarom op het moment van het sluiten van de verzekering niet blijken dat Consument 7 schadevrije jaren had. Consument heeft nog aangevoerd dat Tussenpersoon na zes weken in Roy data had moeten controleren of het aantal schadevrije jaren juist was maar een dergelijke verplichting voor tussenpersonen kan op grond van de Bedrijfsregeling waarnaar Consument heeft verwezen niet worden aangenomen. Daarbij komt dat, zoals Tussenpersoon heeft aangevoerd, een controle van Roy data niet tot een andere uitkomst had geleid omdat het aantal schadevrije jaren door Univé eerst in 2013 in Roy data zijn gemeld.
5.3. Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Consument moet worden afgewezen. Op de verschillende door haar opgevoerde schadeposten zal dan ook niet worden ingegaan.

6. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht-1/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact