Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-268 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-268
mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Klacht ontvangen op: 4 december 2014
Ingesteld door: consument
Tegen: Achmea Bank N.V., gevestigd te Apeldoorn, verder te noemen de bank
Datum uitspraak: 17 september 2015
Aard uitspraak: bindend advies

Samenvatting

1. Procesverloop
De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door consument ondertekende klachtformulier met bijlagen;
• het verweerschrift van de bank van 10 februari 2015 met bijlagen;
• de repliek van consument van 29 maart 2015;
• de dupliek van de bank van 27 mei 2015.

De Commissie stelt vast dat partijen haar advies als bindend zullen aanvaarden.

Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 13 augustus 2015 te Den Haag en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten
Bij de beoordeling van de klacht gaat de Commissie uit van de volgende – niet betwiste – feiten.

2.1 De bank heeft op 2 november 1998 een hypothecaire geldlening aan consument en zijn partner verstrekt. Consument en zijn partner hebben daarbij een levensverzekering afgesloten.
In de algemene voorwaarden SPG-931 van deze levensverzekering (hierna: de algemene voorwaarden) is onder meer opgenomen:
“Begripsomschrijvingen
Artikel 1
In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
(…)
b. vergoedingsrente
afgeleide van het rentepercentage dat in de akte van de Spaargarant Hypotheek staat vermeld;”
2.2 Bij brief van 26 juli 2013 heeft de bank aan Consument en zijn partner een “voorstel keuze rente en rentevastperiode” (hierna: het voorstel) verstuurd.
Het voorstel vermeldt, voor zover relevant:
“Kruis aan welke rente en rentevastperiode u kiest. Uw keuze geldt vanaf 1 november 2013.
(…)
Let op:
(…)
– De premie van uw Spaargarant Verzekering kan veranderen
Bij een hogere hypotheekrente betaalt u minder premie. Bij een lagere hypotheekrente betaalt u meer premie. Na uw keuze krijgt u van ons bericht over de nieuwe premie. Heeft u daar vragen over? Bel dan met uw adviseur van [de bank].”

2.3 Consument en zijn partner hebben niet op het voorstel gereageerd, waarna per 1 november 2013 een (nominaal) rentetarief van 3,9% voor een rentevastperiode van één jaar voor de hypothecaire geldlening is ingegaan. Dit is bij brief van 8 november 2013 aan Consument en zijn partner bevestigd. Deze brief vermeldt onder meer:
“Let op:
(…)
Door de nieuwe rente kan de premie van uw Spaargarant Verzekering veranderen. U krijgt nog bericht over de nieuwe premie. Heeft u daar nu al vragen over? Bel dan met uw adviseur van [de bank] (…)”

2.4 In september 2014 is aan Consument medegedeeld dat de premie van de levensverzekering ad € 1.539,34 van zijn betaalrekening wordt afgeschreven.

2.5 Het rentetarief voor de hypothecaire geldlening is per 1 november 2014 gewijzigd.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering
3.1 Consument vordert dat de bank aan hem de schade vergoedt die hij heeft geleden als gevolg van de premieverhoging in de periode 1 november 2013 tot 1 november 2014.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. De bank heeft haar zorgplicht geschonden door in het voorstel niet de gevolgen van het wijzigen van het rentetarief voor de premie van de levensverzekering te vermelden. Consument verkeerde in de veronderstelling dat het verlagen van het rentetarief in een verlaging van zijn lasten (van netto € 1.159,- per jaar) zou resulteren. De som van de netto hypotheeklasten en premie van de levensverzekering is over de periode van 1 november 2013 tot 1 november 2014 € 240,- hoger in vergelijking met dezelfde periode een jaar daarvoor.

Verweer van de bank
3.3 De bank heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd. De bank heeft consument in de hypotheekofferte, de toepasselijke algemene voorwaarden, het voorstel en haar brief van 8 november 2013 erop gewezen dat het wijzigen van de hypotheekrente gevolgen heeft voor de hoogte van de premie van de levensverzekering.
Zij heeft consument niet medegedeeld dat een lager rentetarief zou resulteren in netto lagere maandlasten. Consument had – bij onduidelijkheid – contact kunnen en moeten opnemen met de bank.

4. Beoordeling

4.1 De klacht van consument ziet op de door de bank verstrekte (volgens consument gebrekkige) informatie over de gevolgen van het wijzigen van het rentetarief van zijn hypothecaire geldlening voor de premie van de aan die geldlening gekoppelde levensverzekering in de periode van 1 november 2013 tot 1 november 2014.

4.2 De Commissie overweegt als volgt. Het rentetarief over de hypothecaire geldlening van consument is per 1 november 2013 verhoogd naar 3,90%. In de hypotheekofferte en de algemene voorwaarden is opgenomen dat de premie voor de levensverzekering een afgeleide is van het op de hypothecaire geldlening van toepassing zijnde rentetarief. Daarnaast vermeldt het voorstel dat een lagere hypotheekrente gekoppeld is aan een hogere premie voor de levensverzekering. Consument had zich er daardoor bewust van moeten zijn dat de premie van de levensverzekering (door het dalen van de hypotheekrente) per 1 november 2013 omhoog zou gaan. Indien dit verband voor Consument niet duidelijk was of indien consument meer informatie wenste over de som van de netto hypotheeklasten en de premie van de levensverzekering na 1 november 2013, had het op zijn weg gelegen om hierover contact op te nemen met zijn eigen (belasting)adviseur of de bank. Hierop is consument zowel in het voorstel als in de bevestigingsbrief van 8 november 2013 geattendeerd. De bank had hem dan een premieoverzicht kunnen doen toekomen, zoals door de bank ter zitting toegelicht.

4.3 Gelet op de stellingen van partijen en hetgeen is besproken ter zitting, overweegt de Commissie dat de bank Consument voldoende heeft gewezen op het (tegenovergestelde) verband tussen het rentetarief op de geldlening en de verzekeringspremie. De vordering van consument zal om die reden worden afgewezen.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact