Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-401 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-401 d.d.
21 december 2015
(mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. M.C.M. van Dijk en drs. W. Dullemond, leden en mr. R. de Kruif, secretaris)

Samenvatting

Rechtsbijstandverzekering. De Commissie is van oordeel dat in onderhavige geval sprake is van één gebeurtenis in de zin van de toepasselijke voorwaarden met een maximum verzekerd bedrag van € 30.000,- voor externe kosten. Voldoende aannemelijk is geworden dat Consument op de hoogte is gesteld van de wijziging van het externe kostenmaximum. De vorderingen van Consument zijn afgewezen.

Consument,

tegen

Achmea Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Apeldoorn, hierna te noemen Aangeslotene.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het door Consument ondertekende vragenformulier met bijlagen;
– het verweerschrift van Aangeslotene;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Aangeslotene;
– de brief d.d. 14 oktober 2015 van Aangeslotene naar aanleiding van de zitting;
– de reactie d.d. 3 november 2015 van Consument op het schrijven van Aangeslotene.

De Commissie stelt vast dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid en dat partijen haar advies als bindend aanvaarden.
Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 5 oktober 2015 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

2.1. Consument heeft aanvankelijk een Rechtsbijstandsverzekering afgesloten bij Interpolis Schadeverzekering N.V. Daarbij was sprake van een maximum verzekerd bedrag van € 50.000,- voor externe kosten. Interpolis Schadeverzekering N.V. is op enig moment gefuseerd met Aangeslotene. De namen Interpolis en Centraal Beheer Achmea zijn sindsdien beide labels waaronder Aangeslotene opereert. De verzekerde rechtsbijstand wordt uitgevoerd door Stichting Achmea Rechtsbijstand.
2.2. Vanaf 1 oktober 2007 loopt de rechtsbijstandsverzekering van Consument bij Aangeslotene onder het label Centraal Beheer Achmea. Van toepassing zijn de Polisvoorwaarden Rechtsbijstandverzekering voor Particulieren (hierna: de Voorwaarden). Op de sinds 2007 opgemaakte polisbladen staat telkens een bedrag van € 30.000,- als maximale vergoeding voor verzekerde externe kosten.
2.3. In de Voorwaarden is het begrip ‘gebeurtenis’ als volgt omschreven:
“gebeurtenis: een bij het afsluiten van de verzekering onverwacht en redelijkerwijs niet te voorzien voorval. Een reeks met elkaar verband houdende voorvallen wordt als één gebeurtenis aangemerkt. De datum waarop het eerste voorval in deze reeks is voorgevallen, wordt aangemerkt als het begin van de reeks en bepaalt of de gebeurtenis binnen de looptijd van de overeenkomst heeft plaats gehad.”
2.4. In verband met een geschil met de belastingdienst heeft Consument [bedrijf] B.V. (hierna: [naam bedrijf]) ingeschakeld voor het voeren van een (gerechtelijke) procedure tegen de belastingdienst. Daarvoor is op 20 november 2008 een overeenkomst van opdracht tussen Consument en [naam bedrijf] tot stand gekomen. Dit heeft vervolgens geleid tot een procedure bij de belastingkamer van de rechtbank Arnhem. De vordering van Consument is door de rechtbank afgewezen (uitspraak d.d. 3 oktober 2011). Op advies van [naam bedrijf] heeft Consument beroep ingesteld tegen deze uitspraak. Daarbij is afgesproken dat [naam bedrijf] bij het hoger beroep advies zou inwinnen bij prof. dr. [X] van [bedrijf 1] B.V. (hierna: [naam bedrijf 1]). In hoger beroep heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden op
12 februari 2013 uitspraak gedaan waarbij zij de uitspraak van de rechtbank Arnhem heeft bevestigd. Het voorgaande wordt hierna aangeduid als de Belastingprocedure.
2.5. Vervolgens ontstond tussen Consument en [naam bedrijf 1] een (incasso)geschil in verband met de door [naam bedrijf 1] bij Consument ingediende declaraties in verband met de door haar uitgevoerde werkzaamheden in de Belastingprocedure. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat Consument is gedagvaard door [naam bedrijf 1]. Voor deze gerechtelijke procedure tegen [naam bedrijf 1] heeft Consument op 21 mei 2012 bij Aangeslotene een verzoek tot externe rechtshulp ingediend en op 13 juni 2012 heeft Consument Aangeslotene gevraagd of de externe rechtshulp ook geldt voor het oproepen van [naam bedrijf] in vrijwaring in deze procedure (hierna genoemd: de [naam bedrijf 1] zaak). Aangeslotene heeft deze verzoeken om rechtsbijstand door een (externe) advocaat op basis van de rechtsbijstandsverzekering gehonoreerd.
2.6. Met ingang van 24 december 2013 heeft Consument een nieuwe rechtsbijstandsverzekering bij Aangeslotene afgesloten met een kostenmaximum van € 50.000,- voor externe kosten.
2.7. De Rechtbank Gelderland heeft bij vonnis d.d. 5 maart 2014 in de hoofdzaak van [naam bedrijf 1] tegen Consument de vordering (van [naam bedrijf 1]) afgewezen. De vrijwaringszaak van Consument tegen [naam bedrijf] is daardoor niet meer inhoudelijk beoordeeld.
2.8. Consument wilde vervolgens een zelfstandige zaak tegen [naam bedrijf] opstarten. Consument heeft daarom op 16 april 2014 een nieuw verzoek ingediend bij Aangeslotene voor het vergoeden van externe rechtshulp door dezelfde advocaat in een zelfstandige procedure tegen [naam bedrijf] (hierna genoemd: de [naam bedrijf] zaak).
2.9. Bij emailbericht van 16 april 2014 heeft Aangeslotene het standpunt ingenomen dat de kosten van externe rechtsbijstand niet meer worden vergoed in verband met overschrijding van het in de voorwaarden gestelde kostenmaximum.
2.10. Bij brief van 30 april 2014 heeft (de gemachtigde van) Consument Aangeslotene verzocht haar standpunt te herzien. Aangeslotene is echter bij haar standpunt gebleven dat het hier gaat om één gebeurtenis met een kostenmaximum van € 30.000,-.

3. De vordering en grondslagen

3.1. Consument vordert dat Aangeslotene wordt veroordeeld tot vergoeding van tweemaal de externe advocaatkosten tot een maximum van € 50.000,- in zowel de [naam bedrijf 1] zaak als in de [naam bedrijf] zaak.

3.2. Aan deze vordering legt Consument ten grondslag dat Aangeslotene toerekenbaar is
tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst. Consument voert de volgende argumenten aan:
• Het gaat om twee separate procedures, namelijk een zaak tegen [naam bedrijf 1] en een zaak tegen [naam bedrijf], waarvoor bovendien in beide gevallen een kostenmaximum van € 50.000,- geldt. De advocaat van Consument is ook van mening dat het om twee aparte zaken gaat en heeft hierover met Aangeslotene gecorrespondeerd.
• Tevens gaat het om twee aparte personen, te weten de heer én mevrouw Van der Schoor, die een verzoek tot rechtsbijstand kunnen doen.
• Het kostenmaximum van € 50.000,- geldt, omdat Aangeslotene Consument nooit heeft geïnformeerd over de wijziging van het kostenmaximum van € 50.000,- naar € 30.000,- voor externe advocaatkosten. Consument stelt de betreffende correspondentie alsmede de sindsdien verstuurde polisbladen niet te hebben ontvangen.
3.3. Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Consument heeft in 2006 en 2007 geschillen gemeld bij SAR (althans haar rechtsvoorgangster) over problemen met de Wajong-uitkering. Deze geschillen zijn gemeld onder de bij Interpolis Schadeverzekering N.V. gesloten rechtsbijstandsverzekering welke een kostenmaximum hanteerde van € 50.000,-.
• Over de overgang van de verzekering naar Aangeslotene, onder het label Centraal Beheer Achmea, is destijds met Consument gecommuniceerd. Aangeslotene heeft afschriften van polisbladen van de verzekering overgelegd van 1 oktober 2007 met prolongaties over de jaren 2009 en 2010. Daaruit wordt duidelijk dat het hetzelfde polisnummer betreft en dat de verzekering een kostenmaximum van € 30.000,- kent.
• Aangeslotene heeft de beschikking over een emailbericht d.d. 18 januari 2008 van Consument, waaruit blijkt dat Consument op de hoogte was van de toepasselijke polis van Centraal Beheer Achmea. De polis met ingangsdatum 1 oktober 2007 heeft Consument daarbij namelijk als bijlage meegestuurd.
• Duidelijk is dat Consument vanaf het begin van de overgang wist dat hij voor de toekomst bij Centraal Beheer Achmea verzekerd was en dat het kostenmaximum beperkt was tot € 30.000,-.
• Het is opmerkelijk dat Consument pas in augustus 2013 klaagt over het lagere kostenmaximum en dat hij op dat moment stelt de polissen en overige communicatie daarover nooit ontvangen te hebben, terwijl zijn meldingen voor rechtsbijstand dateren van meer dan een jaar eerder.
• Consument heeft op 18 januari 2008 ook een melding gedaan op zijn rechtsbijstandsverzekering op het polisnummer waaronder de verzekering bij Centraal Beheer Achmea geregistreerd stond. Bovendien wordt in deze melding aangegeven dat Consument een verzekering bij Interpolis had. Consument moet dus op de hoogte zijn geweest van de overgang van Interpolis naar Centraal Beheer Achmea.
• Daarnaast was Consument door de brief van 20 april 2009, waarin uitbesteding aan een advocaat door Aangeslotene aan Consument is bevestigd, eveneens op de hoogte van het geldende kostenmaximum. Daarin was immers het volgende opgenomen: “De aan de bemoeienissen van dit kantoor verbonden kosten komen tot het in uw polis opgenomen kostenmaximum van € 30.000,- voor onze rekening.”
• Ook uit de gevoerde discussie met de advocaat van Consument volgt dat het uitgangspunt steeds een kostenmaximum van € 30.000,- is geweest. De gevoerde discussie ging alleen over het aantal malen dat het maximum verschuldigd zou zijn.
• Alle door Consument gemelde kwesties en verzoeken om rechtshulp zien op bijstand met betrekking tot de wijze waarop Consument in de belastingprocedure is bijgestaan door [naam bedrijf] respectievelijk [naam bedrijf 1]. Deze vallen derhalve onder één en dezelfde gebeurtenis.

Aangeslotene wijst op een tweetal eerdere uitspraken van de Geschillencommissie (2014, 044 en 2014,390) waaruit valt op te maken dat als het verzoek om rechtsbijstand valt terug te voeren naar een feitelijke gebeurtenis het niet uitmaakt wat de rechtsgrond is of dat meerdere mensen kunnen worden aangesproken.
4. Beoordeling

4.1. Op basis van de hierna vermelde overwegingen is de Commissie van oordeel dat Aangeslotene zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van één gebeurtenis met een maximum verzekerd bedrag van € 30.000,- voor externe kosten.
4.2. Hoewel in het onderhavige geschil gesproken kan worden van afzonderlijke juridische procedures bij de Rechtbank, te weten de hoofdzaak van [naam bedrijf 1] tegen Consument, de vrijwaringszaak van Consument tegen [naam bedrijf] en de zelfstandige zaak die Consument tegen [naam bedrijf] wilde doen voeren onder dekking van zijn rechtsbijstandsverzekering, zijn al deze procedures gebaseerd op één onderliggend probleem, te weten de in de Belastingprocedure door [naam bedrijf] en [naam bedrijf 1] geleverde (rechts)bijstand, waarvan Consument vindt dat deze onder de maat is geweest. Uit de toepasselijke Voorwaarden volgt dat een reeks met elkaar verband houdende voorvallen als één gebeurtenis aangemerkt wordt. De Aangeslotene heeft in dit kader terecht verwezen naar eerdere gedane uitspraken van de Commissie in vergelijkbare zaken (2014, 044 en 2014, 390). Het maakt niet uit dat voor het geschil meerdere personen kunnen worden aangesproken of dat het (juridisch gezien) om verschillende procedures gaat. Hoewel het Consument vrij staat meerdere wegen te bewandelen om het door hem gewenste resultaat te bereiken, mag Aangeslotene op basis van de polisvoorwaarden al deze wegen beschouwen als voortkomend uit één voorval waarvoor het kostenmaximum geldt. Aangeslotene is dus niet gehouden om per ‘weg’ het kostenmaximum te hanteren.
4.3. Wat betreft het gestelde over de hoogte van het door Aangeslotene te hanteren kostenmaximum, merkt de Commissie allereerst op dat niet aannemelijk is geworden dat Consument van de doorgevoerde wijziging, waarmee Consument verzekerde werd bij Aangeslotene onder het label Centraal Beheer Achmea en niet langer meer bij Interpolis Schadeverzekering N.V. verzekerd was, niet op de hoogte is gesteld. De stelling van Consument dat hij de correspondentie over de wisseling alsmede in de jaren daarna nooit een van de gewijzigde polisbladen heeft ontvangen, komt de Commissie gelet op de door Aangeslotene aangevoerde – en door Consument onvoldoende bestreden – argumenten en stukken niet aannemelijk voor. Aangeslotene heeft onder andere een mailbericht d.d. 18 januari 2008 van Consument overgelegd, waarbij Consument de hem laatst bekende polis aan Aangeslotene heeft toegestuurd. Dit betreft de polis d.d. 11 september 2007 over de prolongatie van de rechtsbijstandsverzekering per 1 oktober 2007. Ook heeft Consument bij zijn melding op 18 januari 2008 niet alleen het polisnummer van zijn verzekering bij Centraal Beheer Achmea vermeld, maar is ook gesproken over het feit dat Consument eerder een verzekering bij Interpolis had. Voorts is op de sindsdien verstuurde polisbladen steeds het maximum van € 30.000,- voor verzekerde externe kosten vermeld. Tot slot wordt ook in de door Aangeslotene verstuurde brief van 20 april 2009 melding gemaakt van het kostenmaximum van € 30.000,-. De Commissie gaat er dan ook van uit dat Consument op enig moment voor mei 2012 (toen hij het verzoek deed om externe hulp in de
[naam bedrijf 1] zaak) wel degelijk van de wisseling van verzekeraar, alsmede van het gewijzigde kostenmaximum naar € 30.000,-, op de hoogte is gesteld. Consument heeft dus geen aanspraak op een kostenmaximum boven € 30.000,-.
4.4. Het feit dat Consument in 2013 een (gewijzigde) rechtsbijstandsverzekering heeft afgesloten met een kostenmaximum van € 50.000,- maakt het voorgaande niet anders. Ten tijde van de melding van het (eerste) geschil met zowel [naam bedrijf 1] als [naam bedrijf] in 2012 betreffende de bijstand in de belastingprocedure, gold de verzekering met het kostenmaximum van € 30.000,- voor externe kosten. Daar het op 16 april 2014 gedane verzoek om rechtsbijstand dezelfde gebeurtenis betrof, was daar dus nog de voorgaande rechtsbijstandsverzekering van Consument op van toepassing.
4.5. De conclusie is dat niet gebleken is dat Aangeslotene jegens Consument heeft gehandeld in strijd met de verzekeringsovereenkomst. De vorderingen van Consument worden afgewezen.

5. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vorderingen af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor https://www.kifid.nl/consumenten/klacht-voor-1-oktober-2014-bij-kifid-ingediend.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact