Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-290 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2016-290
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, drs. W. Dullemond en mr. R.J. Paris, leden en
mr. P. van Haastrecht-van Kuilenburg als secretaris)

Klacht ontvangen op : 4 september 2015
Ingesteld door : Consument
Tegen : The Warranty Group, h.o.d.n. London General Insurance Company
Limited, gevestigd te Velp, verder te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 29 juni 2016
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Uit de toepasselijke voorwaarden volgt dat geen aanspraak op een uitkering bestaat indien de werkloosheid het gevolg is van het eindigen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Nu de werkloosheid van Consument het gevolg is van het niet verlengen van haar tijdelijke contract, kan zij op basis van de Voorwaarden geen aanspraak maken op een uitkering. Ook kan Consument op basis van haar arbeidsongeschiktheid geen aanspraak maken op een uitkering. Zij was ten tijde van het ontstaan van haar arbeidsongeschiktheid immers reeds werkloos, waardoor op basis van de voorwaarden geen dekking voor arbeidsongeschiktheid bestaat. Nu Verzekeraar reeds op basis van de voorwaarden niet gehouden kan worden Consument dekking te verlenen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, behoeft op het beroep op verjaring door Verzekeraar geen beslissing te worden genomen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument ondertekende vragenformulier met als bijlage de correspondentie in de interne klachtprocedure van Verzekeraar;
• het verweerschrift van Verzekeraar;
• de repliek van Consument.

Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 11 mei 2016 te Den Haag en zijn aldaar verschenen.
2. Feiten

Bij de beoordeling van de klacht gaat de Commissie uit van de volgende feiten.

2.1 Op 27 augustus 2008 heeft Consument een doorlopend krediet afgesloten bij de bank. Door advies en bemiddeling van de bank is daarbij tevens een kredietbeschermingsverzekering, met dekking voor arbeidsongeschiktheid en onvrijwillige werkloosheid, afgesloten bij Verzekeraar. Consument betaalt hiervoor een maandelijkse premie van € 12,-.

2.2 Op de overeenkomst tussen Consument en Verzekeraar zijn de voorwaarden KredietVerzekering 01/06 (hierna genoemd: ‘‘de Voorwaarden’’) van toepassing. In deze Voorwaarden is het volgende bepaald:

‘‘HOOFDSTUK III – OMVANG VAN DE DEKKING IN GEVAL VAN ARBEIDSONGESCHIKTHEID
(…)
artikel 4: Uitkeringen
4.1 Er kan alleen aanspraak worden gemaakt op een uitkering in geval van arbeidsongeschiktheid indien verzekerde ten tijde van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid in Nederland woonachtig en voor tenminste 18 uur per week op basis van een arbeidsovereenkomst of aanstelling in Nederland werkzaam was.
(…)

HOOFDSTUK V – OMVANG VAN DE DEKKING IN GEVAL VAN WERKLOOSHEID

artikel 10: Uitkeringen
1. De verzekering in geval van werkloosheid kan alleen worden ingeroepen indien werkloosheid in Nederland ontstaat en verzekerde direct voorafgaand aan de werkloosheid voor tenminste 18 uur per week op basis van een arbeidsovereenkomst of aanstelling in Nederland werkzaam was en volledig arbeidsgeschikt is.
(…)

Artikel 12: Uitsluitingen
(…)
3. Er bestaat geen aanspraak op uitkering in geval de werkloosheid van verzekerde het gevolg is van het eindigen van een arbeidsovereenkomst of een aanstelling voor bepaalde tijd.’’

2.3 In september 2009 is het tijdelijke contract van Consument niet verlengd en is Consument werkloos geworden. Sinds mei 2011 is Consument arbeidsongeschikt.

2.4 In december 2014 heeft Consument schadeclaims, in verband met haar arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, ingediend bij Verzekeraar. Deze schadeclaims zijn door Verzekeraar afgewezen.
3. Vordering, klacht en verweer

Vordering
3.1 Consument vordert dat Verzekeraar wordt gehouden tot betaling van het verzekerde bedrag (ad € 200,- per maand) over te gaan.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan:
• Consument is zich pas sinds november 2014 bewust van het gegeven dat zij verzekerd is voor arbeidsongeschiktheid en onvrijwillige werkloosheid. Consument verkeerde in de veronderstelling dat zij ten behoeve van haar kinderen een overlijdensrisicoverzekering had afgesloten.
• Indien Consument de schadeclaims tijdig had ingediend, had zij dekking voor arbeidsongeschiktheid en werkloosheid genoten.
• De toepasselijke voorwaarden zijn niet duidelijk besproken en bovendien niet helder.

Verweer Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• De werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn respectievelijk in september 2009 en
mei 2011 ontstaan, doch pas in december 2014 bij Verzekeraar gemeld. De vorderingen van Consument zijn derhalve verjaard.
• De werkloosheid van Consument is het gevolg van het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Consument kan op basis van artikel 12 lid 3 van de Voorwaarden derhalve geen aanspraak maken op een uitkering in verband met haar werkloosheid.
• Consument was reeds werkloos op het moment dat zij arbeidsongeschikt werd en geniet derhalve geen dekking voor arbeidsongeschiktheid.
4. Beoordeling

4.1 Het geschil spitst zich toe op de vraag in hoeverre Verzekeraar kan worden gehouden Consument dekking te verlenen voor werkloosheid en/of arbeidsongeschiktheid.

4.2 Voor zover Consument stelt op basis van de ontstane werkloosheid recht te hebben op een uitkering, merkt de Commissie op dat uit de toepasselijke Voorwaarden volgt dat geen aanspraak op uitkering bestaat indien de werkloosheid het gevolg is van het eindigen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Nu de werkloosheid van Consument het gevolg is van het niet verlengen van haar tijdelijke contract, kan zij op basis van de Voorwaarden geen aanspraak maken op een uitkering.

4.3 Ten aanzien van de schadeclaim die Consument naar aanleiding van haar arbeidsongeschiktheid bij Verzekeraar heeft ingediend, wordt overigens opgemerkt dat, gelet op de toepasselijke voorwaarden, slechts aanspraak kan worden gemaakt op een uitkering in geval van arbeidsongeschiktheid indien verzekerde, ten tijde van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid, voor tenminste 18 uur per week op basis van een arbeidsovereenkomst of aanstelling in Nederland werkzaam was. Consument was ten tijde van het ontstaan van haar arbeidsongeschiktheid echter reeds werkloos, zodat zij geen aanspraak kan maken op een uitkering.

4.4 Nu Verzekeraar reeds op basis van de Voorwaarden niet gehouden kan worden Consument dekking te verlenen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, behoeft op het beroep op verjaring door Verzekeraar geen beslissing te worden genomen.

4.5 De conclusie is dat Verzekeraar niet kan worden gehouden Consument dekking te verlenen voor de ontstane werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. De Commissie wijst de vordering van Consument daarom af.
5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact