Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-567 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-567
(mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. S. Riemens en mr. A.M.T. Wigger, leden en
mr. F. Faes, secretaris)

Klacht ontvangen op : 28 januari 2016
Ingediend door : Consument
Tegen : John P. de Wit Assurantiën B.V., gevestigd te Stellendam, verder te noemen de
Tussenpersoon
Datum uitspraak : 17 november 2016
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Consument heeft zich samen met X in verband de financiering van een woning tot de tussenpersoon gewend. De tussenpersoon heeft een adviesrapport opgesteld en besproken met Consument en X. Tussen Consument en X is geschil ontstaan. Consument vordert een afschrift van het rapport. De Commissie is van oordeel dat de tussenpersoon een afschrift van het rapport aan Consument dient te verstrekken.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument ingediende klachtformulier;
• de klachtbrief van Consument;
• het verweerschrift van de Tussenpersoon;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van de Tussenpersoon;
• de verklaring van Consument met haar keuze voor bindend advies.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.
Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 16 september 2016 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 In 2012 heeft Consument zich samen met mevrouw [X] (hierna: X) tot de Tussenpersoon gewend in verband met de financiering van een woning te [plaats]. De Tussenpersoon heeft een (hypotheek)advies verstrekt aan Consument en X. In het kader hiervan heeft de Tussenpersoon een hypotheekadviesrapport (hierna: het Rapport) opgesteld. Na advies en bemiddeling door de Tussenpersoon hebben Consument en X een hypothecaire geldlening afgesloten bij Florius voor een bedrag van € 403.000,-. Consument en X zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de geldlening.

2.2 Op een gegeven moment is de verhouding tussen Consument en X ernstig verstoord geraakt. Consument en X hebben de woning in de verkoop gezet. De woning is op
23 december 2015 aan een derde geleverd en uit de opbrengst is de hypothecaire geldlening deels afgelost. De bij de levering ontstane restschuld is door Consument en X aan de hypotheeknemer voldaan.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat de Tussenpersoon wordt veroordeeld tot het verstrekken van (een afschrift van) het Rapport aan haar. Daarnaast vordert Consument dat de Tussenpersoon wordt veroordeeld tot vergoeding van de door haar geleden schade.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag:
– De Tussenpersoon weigert ten onrechte om het Rapport aan Consument te verstrekken. Het Rapport heeft immers ook betrekking op Consument, zodat zij recht heeft op het Rapport. De verstrekte samenvatting is onvoldoende.
– De Tussenpersoon heeft haar zorgplicht jegens Consument geschonden door haar onvoldoende te hebben voorgelicht over de gevolgen en risico’s verbonden aan de hypothecaire geldlening, in het bijzonder de hoofdelijke aansprakelijkheid. Als Consument geweten had wat hoofdelijke aansprakelijkheid inhield, had zij de geldlening niet afgesloten.

Verweer van de Tussenpersoon
3.3 De Tussenpersoon heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
– De Tussenpersoon wenst het Rapport niet aan Consument te verstrekken. X heeft bezwaar gemaakt tegen het verstrekken van het Rapport aan Consument. De Tussenpersoon heeft in het kader hiervan een beroep gedaan op artikel 35 lid 3 en artikel 43 sub e van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp).
– De hoofdelijke aansprakelijkheid is met Consument besproken. Voorts staat dit vermeld in de overeenkomst van geldlening en de hypotheekakte.

4. Beoordeling

4.1 Ter zitting is uitvoerig aan orde geweest wat de insteek van de onderhavige zaak is. De Commissie heeft vastgesteld dat de klacht betrekking heeft op het niet verstrekken van het Rapport door de Tussenpersoon aan Consument. Consument wil aan de hand van dit Rapport haar verdere positie ten opzichte van de Tussenpersoon en X bepalen.

4.2 De Commissie dient derhalve de vraag te beantwoorden of de Tussenpersoon gehouden is om (een afschrift van) het (volledige) Rapport aan Consument te verstrekken.

4.3 Consument heeft niet weersproken dat de Tussenpersoon het aan Consument uitgebrachte maar niet verstrekte Rapport en het daarin vervatte advies integraal heeft besproken met Consument en X.
De Tussenpersoon heeft ter zitting verklaard dat als Consument en/of X destijds hadden gevraagd om het Rapport, zij aan ieder van hen een afschrift had verstrekt; ieder van hen had recht op het Rapport.

4.4 Gelet op het voorgaande valt naar het oordeel van de Commissie niet in te zien waarom het Rapport niet aan Consument mag worden verstrekt. Consument heeft bovendien een belang bij het verkrijgen van het Rapport. De Commissie is van oordeel dat de Wbp hieraan niet in de weg staat. Het beroep van de Tussenpersoon op artikel 35 en 43 Wbp leidt niet tot een ander oordeel. Het voorgaande leidt ertoe dat de Tussenpersoon (een afschrift van) het Rapport aan Consument dient te verstrekken. Dit klachtonderdeel is gegrond.

4.5 Met betrekking tot de stelling van Consument dat de Tussenpersoon haar zorgplicht heeft geschonden door haar niet te informeren over de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de geldlening oordeelt de Commissie als volgt.

4.6 Consument stelt dat de hoofdelijke aansprakelijkheid niet met haar is besproken door de Tussenpersoon. De Tussenpersoon heeft deze stelling betwist. De Commissie acht het, gelet op de gemotiveerde betwisting, niet aannemelijk dat de hoofdelijke aansprakelijkheid niet met Consument is besproken. Daar komt bij dat onweersproken is gebleven dat in de geldleningsofferte de strekking van het begrip hoofdelijke aansprakelijkheid is uitgelegd. De door Consument gestelde schending van de zorgplicht door de Tussenpersoon is derhalve niet komen vast te staan. Het klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

4.7 Alle overige door partijen ingebrachte stellingen en argumenten kunnen niet tot een ander oordeel leiden en zullen derhalve onbesproken blijven.

5. Beslissing

De Commissie beslist dat de Tussenpersoon binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument een afschrift van het Rapport verstrekt. Al het overige wordt afgewezen.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact