Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-164

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-164
(mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. B.F. Keulen en drs. W. Dullemond, leden en
mr. R.G. de Kruif, secretaris)

Klacht ontvangen op : 27 juni 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : Onderlinge Verzekeringmaatschappij ‘SOM’ U.A., gevestigd te De Meern, verder
te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 9 maart 2018
Aard uitspraak : Niet-bindend advies

Samenvatting

De Commissie komt bij deze klacht tot de conclusie dat de verzekeraar het standpunt heeft kunnen innemen dat Consument (wettelijk) aansprakelijk is voor de schade als gevolg van een aanrijding. Verzekeraar heeft geen onbegrijpelijke of onredelijke beslissing genomen. De autoverzekering bood bovendien alleen dekking voor de wettelijke aansprakelijkheid van Consument bij een ongeval. Verzekeraar was derhalve uitsluitend gehouden (zelfstandig) de claim van de tegenpartij te beoordelen en indien nodig te betalen. Consument kan – indien gewenst – zelf de tegenpartij aansprakelijk stellen. De autoverzekering geeft geen dekking voor ‘het aansprakelijk stellen’ van de tegenpartij. De vorderingen zijn afgewezen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met de daarbij behorende bijlagen:

• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier;
• het verweerschrift van Verzekeraar van 18 oktober 2017;
• de reactie (repliek) van 23 oktober 2017 van Consument op het verweerschrift;
• de reactie (dupliek) van 17 november 2017 van Verzekeraar;
• de reactie van 6 december 2017 van Consument op het dupliek van Verzekeraar.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 22 januari 2017 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument had een autoverzekering met WA-dekking bij Verzekeraar.

2.2 Op 5 maart 2013 is Consument betrokken geraakt bij een aanrijding.

Consument kwam uit een uitrit een weg op gereden waarna hij door een bestelauto is aangereden (hierna: de Aanrijding). De bestuurder en/of de verzekeraar van de bestelauto wordt hierna aangeduid als: de Tegenpartij.

2.3 Enkele dagen na de Aanrijding heeft Consument bij zijn assurantietussenpersoon ‘De Onderlinge’ te [Plaatsnaam] (hierna: de Tussenpersoon) een schadeaangifteformulier ingevuld. Op dit schadeaangifteformulier heeft Consument de heer [Naam getuige] als getuige (hierna: de Getuige) vermeld.

2.4 Verzekeraar heeft Consument als de (wettelijke) aansprakelijke voor de aanrijding beoordeeld. Verzekeraar heeft een schadevergoeding aan (de verzekeraar van) de Tegenpartij uitgekeerd. Bij brief van 11 november 2013 is Consument daarover door Verzekeraar geïnformeerd.

2.5 In verband met betalingsachterstanden in de premie voor autoverzekering vanaf
augustus 2015 is die verzekering in de loop van 2017 door Verzekeraar beëindigd.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert vergoeding van de schade aan zijn auto en de schade als gevolg van het letsel veroorzaakt door de Aanrijding, waaronder met name ziektekosten en inkomensderving omdat hij (grotendeels) arbeidsongeschikt is geraakt.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vorderingen steunen, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Verzekeraar is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst. Verzekeraar heeft ten onrechte de aansprakelijkheid van Consument voor de aanrijding op 5 maart 2013 aangenomen. Consument was niet aansprakelijk voor de Aanrijding en daarom dient Verzekeraar zijn schade te vergoeden en/of te verhalen op (de verzekeraar van) de Tegenpartij. Consument voert de volgende argumenten aan:
• Verzekeraar heeft niets gedaan voor Consument, maar klakkeloos de Tegenpartij vrijgesproken van aansprakelijkheid.
• De Tegenpartij is op Consument ingereden terwijl hij stilstond om verder de weg op te rijden. Consument stond niet midden op de weg stil, maar aan de zijkant net over de fietssuggestiestrook, zoals deze te zien is op de aangeleverde foto’s.
• Consument vormde geen belemmering voor het verkeer van rechts. Als de Tegenpartij voldoende rechts had gereden, had het ongeval niet plaatsgevonden.
• De Tegenpartij had niet tussen de twee fietssuggestiestroken, aan beide kanten van de weg, moeten rijden, maar zoveel mogelijk rechts moeten blijven (langs de berm, deels over de fietssuggestiestrook aan zijn eigen zijde).
• De Tegenpartij reed bovendien een stuk harder dan de aldaar toegestane snelheid van
60 km/h. Dat blijkt ook wel uit de schade aan de auto’s. Tegen de Getuige heeft de Tegenpartij verklaard dat hij moe was en in zijn ogen zat te wrijven.
• Consument stond langer dan 10 seconden stil, zodat feitelijk geen sprake meer was van een bijzondere manoeuvre.
• De politie heeft verzuimd om proces-verbaal op te maken. Dit had zij wel moeten doen, omdat sprake was van letsel. Consument is namelijk met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht in verband met rugklachten en een zeer hoge hartslag.
• Na 24 uur is Consument uit het ziekenhuis ontslagen. Daarna is hij naar zijn assurantietussenpersoon gegaan en heeft daar een schadeformulier ingevuld. De schade afhandeling heeft echter lang geduurd, waarbij Verzekeraar ook heeft nagelaten een verklaring van de Getuige op te vragen.
• Consument heeft nog altijd last lichamelijke klachten als gevolg van de Aanrijding en is zelfs voor 80% arbeidsongeschikt verklaard door de arts van zijn arbeidsongeschiktheids- verzekeraar. Consument kan dus niet meer volledig werken en leidt daardoor grote inkomensschade.
• Omdat Consument niet aansprakelijk is voor de Aanrijding, dient Verzekeraar zijn schade te vergoeden en (desgewenst) zelf te verhalen op de (verzekeraar van de) Tegenpartij.

Verweer van Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.
• De schade is ontstaan op het moment dat Consument bezig was met een bijzondere manoeuvre, namelijk uit een uitrit de weg oprijden, zodat het vermoeden van aansprakelijkheid bij Consument ligt. Consument heeft voor het tegendeel onvoldoende bewijs. Alle beweringen van Consument worden door de Tegenpartij ontkend. Verzekeraar heeft daarom op grond van de WA-dekking de schade van de Tegenpartij betaald. Van een tekortkoming in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst is dan ook geen sprake.
• In de verzekeringsvoorwaarden is opgenomen dat Verzekeraar zelfstandig een beslissing mag nemen inzake de betaling aan een tegenpartij. Dit vloeit ook voort uit het rechtstreekse vorderingsrecht dat een tegenpartij op grond van artikel 6 Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) op de verzekeraar heeft. De Tegenpartij heeft Consument aansprakelijk gesteld.
• Consument kan zelf zijn schade proberen te verhalen op de Tegenpartij. Dit moet hij zelf doen, omdat Consument geen volledig casco of rechtsbijstandsdekking had afgesloten.
• Hoewel Verzekeraar begrijpt dat de uitkomst teleurstellend is geweest voor Consument, is hij pas na lange tijd en wanbetalingsperikelen op deze zaak teruggekomen.

4. Beoordeling

4.1 De klacht van Consument ziet op de vraag of Verzekeraar zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat hij (wettelijk) aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de Aanrijding. De Commissie is van oordeel dat Verzekeraar zich inderdaad op dit standpunt heeft kunnen stellen, en wel om de volgende redenen.

4.2 Vast staat dat Consument vanuit een uitrit de openbare weg is opgereden.

Consument verrichtte derhalve een zogenoemde bijzondere manoeuvre zoals omschreven in artikel 54 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, moeten het overige verkeer voor laten gaan.

4.3 De Tegenpartij heeft uitdrukkelijk Consument aansprakelijk gesteld. Verzekeraar was op basis van de WAM verplicht daarover een standpunt in te nemen. Omdat Consument een bijzondere manoeuvre uitvoerde, lag de aansprakelijkheid in beginsel ook bij hem. Alleen bijzondere feiten en omstandigheden zouden ertoe kunnen leiden dat toch de Tegenpartij aansprakelijk is of dat sprake is van gedeelde aansprakelijkheid.

4.4 Consument heeft argumenten aangevoerd waarom hij niet (wettelijk) aansprakelijk voor de Aanrijding zou zijn, maar de Commissie stelt vast dat er onvoldoende bewijs is voor zijn stellingen en onvoldoende aanwijzingen zijn op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat Verzekeraar ten onrechte de (wettelijke) aansprakelijkheid van Consument voor de Aanrijding heeft erkend.

4.5 Hoewel Consument terecht stelt dat hij op het schadeaangifteformulier de Getuige heeft vermeld, wat kennelijk in eerste instantie niet door Verzekeraar is opgemerkt, leidt deze onoplettendheid van Verzekeraar niet tot een ander oordeel over de in beginsel bestaande aansprakelijkheid van Consument. Deze Getuige heeft de Aanrijding niet daadwerkelijk zien gebeuren en aan hetgeen de Getuige heeft verklaard over de Tegenpartij, te weten dat deze zat te slapen dan wel te moe was om een auto te besturen, kan – bij gebrek aan nader bewijs van deze stelling en de betwisting daarvan door de Tegenpartij – niet het door Consument bedoelde gevolg worden verbonden. De Tegenpartij heeft juist Consument aansprakelijk gesteld. Voor de verwijten van Consument dat de Tegenpartij te hard reed en onvoldoende rechts heeft gehouden, is ook onvoldoende bewijs voorhanden. Voor zover bedoeld wordt dat de Tegenpartij onvoldoende rechts heeft gehouden omdat hij op de weg tussen de zogenaamde fietssuggestie-stroken heeft gereden, acht de Commissie dat bovendien niet onbegrijpelijk, gelet op de geschetste verkeerssituatie van de weg (dijk) ter plaatse van de Aanrijding en is van oordeel dat het geen (bijzondere) omstandigheid is op grond waarvan de Tegenpartij aansprakelijk zou kunnen zijn geworden.

4.6 De autoverzekering van Consument bood bovendien alleen dekking voor de wettelijke aansprakelijkheid van Consument bij een ongeval. Verzekeraar was derhalve uitsluitend gehouden (zelfstandig) de claim van de Tegenpartij van circa € 2.300,- te beoordelen en indien nodig te betalen. Verzekeraar heeft dit gedaan en daarbij geoordeeld dat de claim van de Tegenpartij gerechtvaardigd was. Zoals hierboven is toegelicht, is de Commissie van oordeel dat Verzekeraar daarbij geen onbegrijpelijke of onredelijke beslissing heeft genomen.

4.7 Voorts is niet gebleken of aannemelijk geworden dat Consument door het handelen van Verzekeraar onredelijk in zijn bewijspositie tegenover de Tegenpartij is geschaad. De beslissing van Verzekeraar laat ruimte voor Consument om de Tegenpartij zelf aansprakelijk te stellen.

Hoewel de stelling van Consument dat hij door de beslissing van Verzekeraar met 1-0 achter staat in een dergelijke procedure niet onbegrijpelijk is, betekent het niet dat hij de Tegenpartij niet meer kan aanspreken. Consument is – indien gewenst – zelf gehouden actie te ondernemen tegen de Tegenpartij. De autoverzekering geeft geen dekking voor ‘het aansprakelijk stellen’ van de Tegenpartij.

4.8 Voor zover de zaak ruim drie jaar heeft stilgelegen doordat – zoals Consument tijdens de zitting heeft bevestigd – de Tussenpersoon onvoldoende of in het geheel niet reageerde op zijn brieven, is dat een omstandigheid waar Verzekeraar niets aan kon doen. Vast staat dat Verzekeraar de schade in november 2013 heeft afgewikkeld waarna Consument daar pas in juni 2016 bij Verzekeraar op terug is gekomen.

4.9 De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat Verzekeraar toerekenbaar is tekortgeschoten. De vorderingen van Consument moeten daarom worden afgewezen.

4.10 De Commissie gaat er overigens wel van uit dat Verzekeraar – zoals zij ter zitting nogmaals heeft bevestigd – desgewenst haar gedane aanbod om onder andere de bonus-malus en het aantal schadevrije jaren (in Roy-data) te herstellen naar het niveau van voor de Aanrijding en de eventueel te veel betaalde premie terug te storten, gestand doet.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vorderingen af.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact