Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-180

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-180
(mr. B.F. Keulen, voorzitter, mr. dr. S.O.H. Bakkerus en drs. J.W. Janse, leden en
mr. D.B. Holthinrichs, secretaris)
Klacht ontvangen op : 15 november 2016
Ingediend door : Consument
Tegen : ARAG SE, gevestigd te Leusden, verder te noemen de
Verzekeraar
Datum uitspraak : 14 maart 2018
Aard uitspraak : Niet-bindend

Samenvatting

Consument heeft bij Verzekeraar rechtsbijstand verzocht ter zake twee geschillen. Het eerste geschil betreft de werkzaamheden van een advocaat in het kader van vaststelling van de omvang van alimentatieverplichtingen van Consument. Inzake dit geschil is van de geschillenregelings-procedure gebruik gemaakt, waarbij de bindend adviseur met enig voorbehoud onvoldoende haalbaarheid aanwezig heeft geacht. Verzekeraar is desondanks een procedure gestart tegen de voormalig advocaat van Consument, zonder succes. Consument heeft daarna geweigerd om de vraag naar de kansen van een hoger beroep in die kwestie nogmaals aan de bindend adviseur voor te leggen, waarna Verzekeraar de rechtsbijstand heeft gestaakt. Het tweede geschil betreft de verkoop van de voormalige woning van Consument, waarbij Consument stelt aanspraak te maken op een deel van de overwaarde na doorverkoop. Verzekeraar heeft in het kader van de rechts-bijstand¬verlening, anticiperend op het verweer van de tegenpartij vragen gesteld aan Consument, welke hij heeft geweigerd te beantwoorden. Ook in dit geschil heeft Verzekeraar de rechtsbijstand gestaakt. De Commissie overweegt dat Verzekeraar op goede gronden heeft besloten de rechts¬bijstand te staken. De vorderingen worden afgewezen.

1. Procesverloop
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met de daarbij behorende bijlagen:
• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier van 15 november 2016;
• de aanvullende e-mails van 19 december 2016, 12 januari 2017, 18 januari 2017,
19 januari 2017 en 13 februari 2017;
• het verweerschrift van Verzekeraar van 14 februari 2017;
• het tussentijdse bericht van Consument van 28 februari 2017;
• de repliek van Consument van 5 maart 2017;
• de aanvullende informatie van Consument van 19 mei en 25 juli 2017;
De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.                                                            
Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 13 december 2017 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten
De Commissie gaat uit van de volgende feiten.
2.1 Consument heeft een rechtsbijstandverzekering (hierna: ‘Verzekering’) gesloten bij Verzekeraar. Op de Verzekering zijn van toepassing de verzekeringsvoorwaarden ‘ARAG ProRechtPolis Particulier 2013’ (hierna: ‘Verzekeringsvoorwaarden’). De
Verzekeringsvoorwaarden bepalen – voor zover relevant:
(…)

“4. In welke gevallen bestaat geen aanspraak op rechtsbijstand?

In de volgende gevallen kunt u geen beroep doen op uw rechtsbijstandverzekering:
(…)
c. Als u onjuiste informatie verstrekt of niet de medewerking verleent die bij de beoordeling en behandeling van de zaak is vereist, of als u zich onbehoorlijk gedraagt tegenover ARAG en/of haar medewerkers. (…)

6. Verschil van mening over de behandeling en klachten
6.1 Andere visie op de aanpak van de zaak
ARAG staat in voor een kwalitatief goede behandeling van uw zaak.
Het kan echter gebeuren dat u met ARAG van mening verschilt over de juridische stappen die genomen moeten worden. Ook kan verschil van mening ontstaan over de vraag of het door u beoogde resultaat een redelijke kans van slagen heeft.
Blijkt het niet mogelijk dit meningsverschil te overbruggen, dan is het van belang dat dit op een goede en zorgvuldige wijze wordt opgelost, zonder dat u hiervan nadeel ondervindt.
Daarom schakelt ARAG in dergelijke gevallen een erkende, onafhankelijke deskundige in die als scheidsrechter (juridisch geheten: bindend adviseur) oordeelt over het verschil van mening zoals dat is geformuleerd in een brief die in overleg met u wordt opgesteld. In de praktijk wordt aan de plaatselijke Deken van de Orde van Advocaten gevraagd een deskundige, onafhankelijke advocaat als scheidsrechter aan te wijzen. De beslissing van deze scheidsrechter is bindend zowel voor u als voor ARAG. De kosten van de scheids¬- rechter komen voor rekening van ARAG en tellen niet mee voor de dekkingslimiet zoals omschreven in artikel 2.6.
Deelt de scheidsrechter geheel of in hoofdlijnen de mening van ARAG, dan zal de zaak door ARAG verder worden afgewikkeld zoals eerder was voorgesteld. Wilt u de zaak toch volgens uw visie voortzetten, dan stuurt ARAG u de stukken toe en kunt u de zaak voor eigen rekening verder (laten) behandelen. Bereikt u uiteindelijk en onherroepelijk het door u beoogde resultaat langs de door u voorgestelde stappen, dan vergoedt ARAG de verzekerde kosten van rechtsbijstand achteraf alsnog aan u.
Als de scheidsrechter het met uw visie eens is, dan wordt de verlening van rechtsbijstand voortgezet door ARAG met inachtneming van het oordeel van de scheidsrechter. Als ARAG de behandeling overdraagt aan een externe advocaat, dan heeft u de vrije keuze wie de zaak verder volgens deze visie zal behandelen. De scheidsrechter of een kantoorgenoot van de scheidsrechter mag de zaak niet verder behandelen.
Wordt uw zaak behandeld door een advocaat, dan geldt de volgende regeling. Indien u met de advocaat van mening verschilt over de juridische stappen die genomen moeten worden of er een verschil van mening ontstaat over de vraag of het door u beoogde resultaat redelijke kans van slagen heeft, kunt u de zaak voortzetten met behulp van een andere advocaat. De hiermee gemoeide kosten komen voor uw eigen rekening. Bereikt u uiteindelijk het door u beoogde resultaat, dan vergoedt ARAG de verzekerde kosten van rechtsbijstand achteraf alsnog aan u.”
2.2 Consument heeft een advocaat (hierna: ‘mr. G.’) ingeschakeld voor advies en bijstand in een aantal juridische kwesties, waaronder:
– een geschil van met zijn ex-partner inzake van hem gevorderde alimentatie;
– een geschil met een makelaar met betrekking tot de intrekking van een opdracht tot verkoop van een pand;
– een (zakelijk) geschil inzake de beëindiging van een samenwerkingsverband;
– een (zakelijk) geschil met betrekking tot de afwikkeling van een project.

2.3 Consument heeft in 2014 bij Verzekeraar een verzoek om rechtsbijstand ingediend inzake een geschil met mr. G. over de voornoemde vier kwesties. Verzekeraar heeft dit geschil in eerste instantie afgewezen maar na heroverweging van het dekkingsstandpunt alsnog in behandeling genomen.

2.4 Een jurist van Verzekeraar heeft mr. G. op 10 april 2015 namens Consument aansprakelijk gesteld. Mr. G. heeft aansprakelijkheid van de hand gewezen, waarna de kwestie is over¬¬- gedragen aan haar beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar. Consument en mr. G. zijn vervolgens niet tot een oplossing gekomen. Consument heeft zelfstandig een tuchtklacht ingediend tegen mr. G., die door de Raad van Discipline en vervolgens het Hof van Discipline is afgewezen.

2.5 Consument en de jurist van Verzekeraar hebben een verschil van inzicht gekregen over de haalbaarheid inzake het geschil met mr. G. Op grond van artikel 6 van de
Verzekeringsvoorwaarden (de geschillenregeling) is aan een door de plaatselijke Deken van de Orde van Advocaten voorgedragen bindend adviseur (hierna: ‘Bindend Adviseur’) een advies gevraagd. Op 14 december 2015 heeft de Bindend Adviseur geadviseerd. Daarbij concludeerde hij ‘met een slag om de arm met betrekking tot de alimentatiekwestie’ dat mr. G. de opdrachten voor Consument naar behoren heeft uitgevoerd. Hij schrijft in dat verband onder meer:
(…)

“1.4
Het is juist dat [mr. G.] per brief van 6 juli 2012 aangeeft dat [Consument] niet (langer) in staat is de overeengekomen alimentatie (lees: de alimentatie volgens de beschikking voorlopige voorzieningen d.d. 23 april 2012) te voldoen.

1.5
Een voor de hand liggend vervolgtraject is dat alsdan zo snel mogelijk een wijziging
voorlopige voorzieningen wordt aangevraagd (art. 824 Rv). Immers, deze blijven van kracht zolang in de hoofdprocedure geen beslissing is gegeven. Een dergelijk wijzigingsverzoek dient uiteraard onderbouwd te worden met de meest recente financiële bescheiden; mij is niet duidelijk (geworden) of deze reeds bij [mr. G.] waren aangeleverd. Hierin is mogelijkerwijs een aansprakelijkheid van de advocaat aan de orde, tenzij [Consument] nadrukkelijk afzag van een procedure en slechts door middel van onderhandelingen zijn alimentatieverplichting bijgesteld wilde zien.

1.6
Alvorens rechtsmaatregelen jegens [mr. G.] te ontwikkelen, adviseer ik haar uit te
nodigen om zich uit te laten over het uitblijven van enige actie op het moment dat zij in
juli 2012 namens [Consument] te kennen gaf dat hij niet meer in staat was aan zijn
alimentatieverplichtingen te voldoen.
(…)

Conclusie
5.1
De relatie tussen advocaat en cliënt is gebaseerd op de overeenkomst van opdracht. Het betreft een inspanningsverbintenis en de advocaat dient de opdracht(en) uit te voeren zoals van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht.
Absolute voorwaarde voor deze samenwerking is een vertrouwensband. Wanneer een van de partijen daarover bedenkingen koestert, zal dit óf moeten worden uitgepraat
(en bij¬gelegd), óf dienen zij afscheid van elkaar te nemen.
De advocaat heeft in alle gevallen de leiding in het uitvoeren van de opdracht, waarbij de cliënt voor informatie en aansturing zorgt. Een cliënt heeft te allen tijde de mogelijkheid te (re)ageren wanneer onvoldoende voortvarendheid wordt betracht en/of zijn argumenten ongemotiveerd worden weerlegd en/of bemerkt dat de advocaat de materie onvoldoende beheerst. In dat geval dient een cliënt tijdig signalen af te geven dat hij problemen heeft met de dienstverlening en zonodig te overwegen te stoppen of een overstap te maken naar een andere (rechts)bijstandverlener.

5.2
Met een slag om de arm betrekking hebbend op de alimentatiekwestie, oordeel ik dat
[mr. G.] haar opdrachten heeft uitgevoerd zoals van een redelijk vakbekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht, en dat derhalve geen gronden zijn op te voeren waarop zij aansprakelijk kan worden gesteld.”

2.6 Aansluitend heeft Verzekeraar de behandeling van het geschil met mr. G. voortgezet met inachtneming van het advies van de Bindend Adviseur. Verzekeraar heeft mr. G. met betrekking tot de alimentatiekwestie namens Consument gedagvaard voor de Rechtbank Overijssel. Bij vonnis van 25 oktober 2016 heeft de rechtbank de vorderingen van Consument afgewezen. Verzekeraar heeft namens Consument hoger beroep ingesteld om de beroepstermijn veilig te stellen. Daarbij heeft Verzekeraar Consument voorgesteld om inzake de haalbaarheid van een hoger beroepsprocedure nader advies in te winnen bij de Bindend Adviseur. Consument heeft dit voorstel afgewezen.

2.7 Op 17 juli 2015 heeft Consument nogmaals bij Verzekeraar een verzoek om rechtsbijstand ingediend, ditmaal met betrekking tot een geschil met de koper van zijn voormalige woning. Consument heeft met deze koper de afspraak gemaakt dat een gedeelte van de winst zou worden afgedragen wanneer de woning binnen zeven jaar zou worden doorverkocht. Een jurist van Verzekeraar heeft Consument op 7 september en 20 oktober 2016 vragen gesteld over deze kwestie en hem uitgenodigd voor een afspraak op kantoor. Nadat Consument daarop niet was ingegaan, heeft Verzekeraar de rechtsbijstand in deze kwestie gestaakt.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert van Verzekeraar:
(1) vrije advocaatkeuze en vergoeding van juridische kosten ten behoeve van het hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank Overijssel van 25 oktober 2016;
(2) vrije advocaatkeuze en vergoeding van juridische kosten om een procedure te starten tegen de koper van zijn voormalige woning;
(3) compensatie voor 1000 uur door Consument geïnvesteerd in deze kwesties.
Grondslagen en argumenten daarvoor:
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag:

• Verzekeraar is op grond van de Verzekeringsvoorwaarden gehouden dekking te verlenen en kosten te vergoeden voor het geschil met mr. G.

Geschil met mr. G.
a. Mevrouw [naam] van Verzekeraar had toegezegd dat Consument de beste advocaat zou krijgen voor behandeling van het geschil met mr. G. Dit heeft tot op heden slechts geresulteerd in kosten.
– Consument mocht na het advies van de Bindend Adviseur alleen een bodem-¬ procedure voeren met interne bijstand van Verzekeraar en zodoende werd hem een beroep op vrije advocaatkeuze onthouden. Consument berekent zijn schade door het optreden van mr. G. op € 70.000,-. De jurist van Verzekeraar die de procedure tegen mr. G. voor Consument behandelde wenste echter maximaal
€ 25.000,- te vorderen, zodat hij bevoegd was hem bijstand te verlenen, zo vermeldde deze in telefoongesprekken.
– De jurist van Verzekeraar wilde de zaak beperken tot een schadebedrag van
€ 6.750,-, met betrekking tot een schadeperiode van juli tot december 2012.
Het meerdere wilde Verzekeraar met verwijzing naar het bindende advies van de Bindend Adviseur niet verhalen (zie onderstaand onder c.). Hij gaf aan de zaak te willen staken indien mr. G. alsnog een sluitende verklaring zou hebben voor de verwijten in de behandeling van de alimentatiekwestie.
b. Verzekeraar borduurt ten onrechte voort op de reactie van mr. G. op de aansprakelijk¬stelling, terwijl iedere serieuze grond daarin ontbreekt.
c. Verzekeraar schaart zich ten onrechte achter het advies van de Bindend Adviseur. Deze heeft het dossier slechts ‘marginaal’ beoordeeld.
– De Bindend Adviseur heeft zich gebaseerd op onjuiste en onvolledige gegevens. Zo stelt hij ten onrechte dat mr. G. ter zake de alimentatiekwestie voorstelde om
€ 950,- aan kinderalimentatie en € 170,- partneralimentatie te betalen. Van partner¬- alimentatie was namelijk nooit sprake. Ook wierp hij Consument tegen dat hij maar eerder bij mr. G. had moeten vertrekken indien hij van mening was dat haar rechts¬- bijstand ondermaats was.
– De Bindend Adviseur heeft slechts een voorbehoud voor aansprakelijkheid van
mr. G. gemaakt voor de periode juli tot december 2012. Op 6 juli 2012 had mr. G. bij de advocaat van de ex-partner aangegeven dat Consument zijn verplichtingen niet langer kon voldoen. Het duurde echter nog tot december voordat de advocaat van de ex-partner, zonder verweer, instemde met verlaging van het alimentatie¬ bedrag. De Bindend Adviseur stelde voor om mr. G. daaromtrent om uitleg te vragen voordat een eventuele procedure wordt gestart tegen haar. De Bindend Adviseur gaf zodoende aan dat in de periode juli tot december 2012 mogelijk schade was geleden door Consument.
– De Bindend Adviseur heeft niet in zijn beoordeling betrokken dat zijn eenmanszaak met een € 0,- stand had moeten worden betrokken in de echtscheiding, hetgeen mr. G. naliet. Consument is daarom ernstig benadeeld in de berekening van de alimentatieverplichtingen. De Bindend Adviseur is hier aan voorbij gegaan in de beoordeling van het optreden van mr. G. Vanwege deze tekortkoming acht Consument zich niet gebonden door het advies van de Bindend Adviseur. Vervolgens biedt Verzekeraar aan om de haalbaarheid ten aanzien van het hoger beroep van de procedure tegen mr. G. opnieuw door de Bindend Adviseur te laten beoordelen, terwijl Consument het vertrouwen in hem heeft opgezegd.
d. Correspondentie tussen Consument en de Orde van Advocaten Overijssel
[de Commissie begrijpt dat hier processtukken inzake de tuchtklachten tegen
mr. G. bedoeld zijn] worden tegen hem gebruikt, zonder dat de tuchtrechtelijke instanties rechtstreeks zijn betrokken in de discussie over de behandeling door Verzekeraar van het geschil met mr. G.

Geschil met betrekking tot de verkoop van de voormalige woning van Consument
– Consument wordt door Verzekeraar niet serieus genomen. Het eerste contact inzake dit dossier met Verzekeraar dateert al weer van eind 2014. Nadat de koper werd aangeschreven, verschuilt de jurist van Verzekeraar zich achter de argumenten van de tegenpartij. Logischerwijs stelt de koper dat geen verkoopwinst is te behalen. De door Consument gemaakte berekening van zijn op de koper te verhalen schade leidt tot discussie met de jurist van Verzekeraar.

Consument heeft de jurist gevraagd aanvullende informatie op te zoeken omtrent verkoopcontracten waarbij een BV wordt tussen geschakeld en winstposten en kostenposten zodoende strategisch worden opgevoerd [naar de Commissie begrijpt om de aan Consument af te dragen verkoopwinst te verhullen]. Er wordt kortom niets noemenswaardigs uitgevoerd door Verzekeraar.

• Vordering geïnvesteerde tijd Consument
Consument heeft zelf meer dan 1000 uur geïnvesteerd aan dossierverwerking en opstelling van brieven, zoals de ingebrekestelling van mr. G.
Verweer Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

4.1 De klacht van Consument tegen Verzekeraar ziet in de kern op twee kwesties, namelijk op het geschil met mr. G. enerzijds en op het geschil met de koper van de voormalige woning van Consument anderzijds. De Commissie zal deze kwesties hieronder achtereenvolgend bespreken.
Geschil met mr. G.
4.2 Consument verlangt dat Verzekeraar de kosten van het hoger beroep vergoedt in het geschil met mr. G. en hem daarbij toestaat zelf een advocaat te kiezen. Verzekeraar heeft het standpunt ingenomen dat de Bindend Adviseur zich (nader) moet uitlaten over de haalbaarheid van het geschil met mr. G. De klacht van Consument richt zich deels tegen het bindend advies en deels tegen het optreden van Verzekeraar na het uitgebrachte bindend advies.

4.3 De Commissie overweegt dat het advies van de Bindend Adviseur conform artikel 6 van de Verzekeringsvoorwaarden tot stand is gekomen. Deze bepaling schrijft voor dat het stand-punt van de adviseur voor beide partijen bindend is. Deze regeling voldoet aan de wettelijke definitie van de vaststellingsovereenkomst zoals omschreven in artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek (BW), omdat deze strekt ter bindende beëindiging van een tussen partijen bestaande onzekerheid over de wederzijdse rechten en verplichtingen op grond van de Verzekering. Artikel 7:904 BW biedt een beperkte mogelijkheid om de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst aan te tasten als deze naar inhoud of wijze van totstandkoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De wet verlangt hier echter een marginale toets waarbij het bindend advies slechts dan kan worden vernietigd als dat klaarblijkelijk onjuist is of onjuist tot stand gekomen is.

4.4 Uit het bindend advies volgt, en dit is ook niet door Consument betwist, dat Consument door de Bindend Adviseur in de gelegenheid is gesteld om bij hem op kantoor zijn visie te geven.

Ook blijkt dat Consument voorafgaand aan het advies nog enkele schriftelijke toelichtingen heeft verschaft, die de Bindend Adviseur heeft meegenomen in zijn beoordeling. De Commissie overweegt in dit licht dat niet blijkt van een kennelijk gebrekkige wijze van totstandkoming van het bindend advies. Waar Consument stelt dat de Bindend Adviseur zich ten onrechte niet heeft gebaseerd op aanmerkelijk negatieve bedrijfsresultaten van zijn eenmanszaak geldt dat Consument ook niet heeft gesteld dat de Bindend Adviseur deze informatie ter beschikking was gesteld, nog daargelaten de vraag of deze informatie op zichzelf juist was. Nu daarom niet kan worden vastgesteld dat de Bindend Adviseur de gestelde informatie tot zijn beschikking had en heeft nagelaten daaromtrent te beslissen, is niet gebleken van enig aan het bindend advies klevend gebrek.

4.5 Op grond van artikel 6 van de Verzekeringsvoorwaarden had Consument ter zake het geschil met mr. G. slechts recht op bijstand of kostenvergoeding met inachtneming van het bindend advies. De Bindend Adviseur concludeerde tot het ontbreken van aansprakelijkheid van mr. G. Desondanks heeft Verzekeraar mr. G. aansprakelijk gesteld en getracht meer duidelijkheid te verkrijgen over diens handelwijze gedurende de maanden
juli tot december 2012, waarover Consument stelt teveel alimentatie te hebben betaald. Verzekeraar is vervolgens nog verder gegaan door mr. G. namens Consument in rechte te betrekken, hetgeen niet succesvol is geweest. Ook daarna is Verzekeraar Consument tegemoet gekomen door aan te bieden om de Bindend Adviseur een nader oordeel te vragen met betrekking tot de kansen van het hoger beroep. Verzekeraar heeft met dit optreden voldoende opvolging gegeven aan het bindend advies, dat immers een ruim voorbehoud maakt wat betreft vervolgstappen tegen mr. G. en concludeert dat mr. G. op basis van de beschikbare gegevens niet aansprakelijk kon worden geacht. Nu Consument er uiteindelijk zelf voor heeft gekozen om niet in te stemmen met het vragen van nader bindend advies, dienen de gevolgen hiervan voor zijn rekening te blijven.
Geschil met koper voormalige woning Consument
4.6 Consument verlangt ook ter zake geschil met de koper van zijn voormalige woning vergoeding van de kosten van een gerechtelijke procedure en een vrije advocaatkeuze. Een jurist van Verzekeraar heeft deze zaak aanvankelijk behandeld, maar nadat praktische vragen over het dossier niet door Consument werden beantwoord is de rechtsbijstand gestaakt. Verzekeraar heeft op grond daarvan het standpunt ingenomen dat Consument onvoldoende medewerking heeft verleend, waarna op grond van artikel 4 sub c van de Verzekeringsvoorwaarden de rechtsbijstand is beëindigd. Consument heeft niet betwist dat hij de vragen van de jurist van Verzekeraar niet heeft beantwoord, maar stelt daarentegen dat zijn wedervragen aan de jurist onbeantwoord zijn gebleven. De Commissie oordeelt dat een rechtsbijstandverzekeraar voor de goede uitvoering van de rechtsbijstand een redelijk belang heeft bij medewerking van een verzekerde (zie o.a. Kifid GC 2014-394,
r.o. 5.2). Anders dan Consument meent, is het bij rechtsbijstandverlening niet ongebruikelijk om te anticiperen op de stellingen van de tegenpartij. Consument heeft in dat verband niet aangevoerd dat hij klemmende redenen had om de vragen van de jurist niet te beantwoorden. Dat Consument op zijn beurt prioriteit gaf aan de beantwoording van zijn wedervragen, blijft voor zijn rekening en risico.

De Commissie is van oordeel dat die vragen niet van zo dringendere aard waren voor de verdere behandeling van zijn dossier dat die eerst dienden te worden beantwoord voor vragen van de jurist beantwoord konden worden. Consument heeft door zijn opstelling onvoldoende medewerking verleend; Verzekeraar had daarna een redelijk belang om de rechtsbijstand te staken en gestaakt te houden. Zodoende ontstond geen recht op kosten-vergoeding in verband met een te voeren procedure.

Compensatie voor door Consument geïnvesteerde tijd
4.7 Consument vordert ten slotte een vergoeding van door hem geïnvesteerde tijd om nakoming van Verzekeraar af te dwingen. De Commissie ziet daarvoor reeds daarom geen plaats aangezien de klachten ongegrond zijn.

5. Beslissing
De Commissie wijst de vorderingen af.
De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.
U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact