Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-193

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-193
(mr. dr. S.O.H. Bakkerus, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en drs. J.W. Janse, leden en mr. R.G. de Kruif, secretaris)

Klacht ontvangen op : 27 juni 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : Achmea Schadeverzekeringen N.V., handelend onder de naam InShared, gevestigd te
Apeldoorn, verder te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 21 maart 2018
Aard uitspraak : Niet-bindend advies

Samenvatting

Consument klaagt erover dat verzekeraar zijn schade (gestolen auto) niet vergoedt. De Commissie is van oordeel dat verzekeraar niet gehouden is de schade te vergoeden, omdat de autoverzekering in de gegeven omstandigheden geen dekking bood. De primaire dekkingsbepaling waar verzekeraar zich op beroept, is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Het komt voor rekening en risico van de verzekeringnemer om de bij hem bekende relevante wijzigingen voor een verzekering tijdig door te geven. Het feit dat Consument heeft nagelaten door te geven dat het kenteken van zijn auto in december 2015 op naam van zijn vriendin is gesteld, kan verzekeraar niet worden verweten. De Commissie is ook van oordeel dat aan Consument een redelijke mogelijkheid is geboden om van de voorwaarden kennis te nemen en dat de voorwaarden op een gemakkelijk (elektronisch) toegankelijke wijze door Verzekeraar beschikbaar zijn gesteld waarbij deze direct door Consument konden worden gelezen en opgeslagen voor latere kennisneming als bedoeld in artikel 6:233, onderdeel b en 6:234 lid 2 BW. De voorwaarden zijn daarom niet vernietigbaar. De vordering van Consument is afgewezen

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier;
• de klachtbrief van Consument met bijlagen;
• het verweerschrift van Verzekeraar met bijlagen;
• de reactie (repliek) van Consument op het verweerschrift van Verzekeraar;
• de reactie (dupliek) van Verzekeraar.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 14 februari 2018 en zijn aldaar verschenen.


2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft met ingang van 16 maart 2015 een autoverzekering bij Verzekeraar afgesloten. Op de autoverzekering zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden van Verzekeraar en de Voorwaarden Autoverzekering van Verzekeraar (hierna: de Bijzondere Voorwaarden).

2.2 Op het moment van afsluiten van de autoverzekering stond zowel de autoverzekering als de betreffende auto (hierna: de Auto) op naam van Consument. In december 2015 is (het kenteken van) de Auto op naam gezet van de vriendin van Consument. De autoverzekering is toen niet aangepast.

2.3 Naar aanleiding van een schadevoorval op 19 februari 2016 heeft Verzekeraar een vergoeding aan Consument betaald.

2.4 Op 29 mei 2017 is navigatieapparatuur uit de Auto gestolen. Consument heeft deze schade gemeld bij Verzekeraar. Verzekeraar heeft op 12 juni 2017 aan Consument bericht dat deze schade niet vergoed wordt omdat Verzekeraar heeft geconstateerd dat de Auto niet meer op naam van Consument (of op naam van een samenwonende partner) stond. Vervolgens heeft Verzekeraar enkele dagen daarna, op 14 of 15 juni 2017, aan Consument bericht dat de autoverzekering per 21 juni 2017 (om dezelfde reden) wordt beëindigd.

2.5 Op 14 juni 2017 is de Auto gestolen. Consument heeft daarvan diezelfde dag aangifte gedaan bij de politie en de diefstal op 15 juni 2017 gemeld bij Verzekeraar. Verzekeraar heeft deze schadeclaim ook afgewezen, omdat de Auto niet op naam van Consument stond. Verzekeraar heeft vervolgens de autoverzekering beëindigd.

2.6 Consument heeft geklaagd bij Verzekeraar dat hij de schades niet wil vergoeden, maar Verzekeraar heeft zijn standpunt gehandhaafd. Dit heeft geleid tot onderhavige klachtprocedure.

Voorwaarden
2.7 In de Bijzondere Voorwaarden is onder andere het volgende opgenomen:
“1.1 Welke auto kunt u bij ons verzekeren?
Op uw polis in uw online Verzekeringsmap staat welke auto u precies verzekert en welke verzekeringen u voor deze auto heeft gesloten. Er gelden wel voorwaarden voor het verzekeren van uw auto:
* Uw auto is een personenauto met een geel kenteken
* U gebruikt de auto als particulier dus niet voor zakelijk gebruik. Woon-werkverkeer en werkbezoek is wel verzekerd
* Het kenteken staat op uw naam. Of op naam van uw partner met wie u samenwoont.
(…)
10.4 Wat verzekert [Verzekeraar] niet?
Niet verzekerd is schade (o.a.) ontstaan:
* Terwijl het kenteken niet op uw naam of die van uw partner staat met wie uw samenwoont.
(…)”

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat Verzekeraar € 6.000,- vergoedt. Dat is de (dag)waarde ad € 7.121,- van de Auto verminderd met een bedrag wegens eigen schuld. Subsidiair vordert Consument terugbetaling van de premies vanaf het moment dat de Auto niet meer op zijn naam maar op naam van zijn vriendin stond.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Verzekeraar is nalatig geweest of heeft onrechtmatig gehandeld door Consument onvoldoende erop te wijzen dat het voor de dekking van de autoverzekering van belang was dat (het kenteken van) de Auto op naam van de verzekeringnemer (dan wel op naam van de partner waarmee hij samenwoont) staat. Consument voert de volgende argumenten aan:
• Hoewel Consument beseft dat hij de voorwaarden had kunnen lezen, vindt hij dat Verzekeraar verantwoordelijk is voor het feit dat niet expliciet gewezen is op de voorwaarde dat de autoverzekering ook op naam dient te staan van degene op wiens naam (het kenteken van) de Auto staat. Verzekeraar had dit belangrijke punt beter moeten vermelden.
• Het is algemeen bekend dat de (algemene en bijzondere) voorwaarden niet door verzekeringnemers worden gelezen. Consument dacht er vanuit te kunnen gaan dat de Auto verzekerd was, omdat het kenteken aan de verzekering is gekoppeld en alle premies zijn voldaan.
• Daarnaast zijn de voorwaarden hem nooit ter hand gesteld. Pas op het polisblad heeft Verzekeraar vermeld dat de algemene en bijzondere voorwaarden van toepassing zijn en dat hij deze kan raadplegen op de website van Verzekeraar.
• Naar aanleiding van een schadevoorval op 19 februari 2016 heeft Verzekeraar ook gewoon betaald. Verzekeraar had toen ook kunnen zien dat de Auto niet meer op naam van Consument stond.
• De auto is op naam van de vriendin van Consument gezet in verband met een aan haar woonadres gekoppelde parkeervergunning. Consument had geen reden om op dat moment niet ook de autoverzekering op naam van zijn vriendin te zetten. Als hij daar beter over was voorgelicht, had hij dat toen ook zeker gedaan.
• Consument stelt dat sprake is van een onredelijk bezwarend beding. Het betreffende beding, dat een auto en verzekering op dezelfde naam moeten staan, is een beding zoals bedoeld in de zwarte lijst van artikel 6:236 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
• Als er geen recht is op schadevergoeding dan heeft Verzekeraar ook geen recht op de betaalde premies. Verzekeraar heeft immers geen risico gelopen.

Verweer van Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Consument erkent dat Verzekeraar conform de voorwaarden heeft gehandeld. Dat Consument de voorwaarden niet (vooraf) heeft gelezen of nooit in handen heeft gehad, kan Verzekeraar niet worden verweten.
• Om de online aanvraagprocedure van de autoverzekering te kunnen voltooien moest Consument akkoord gaan met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Daarbij had hij de mogelijkheid om de voorwaarden en de akkoordverklaring te downloaden. Consument heeft bij de aanvraag bovendien bevestigd dat hij de voorwaarden gelezen en begrepen heeft.
• Consument heeft Verzekeraar er nooit van op de hoogte gesteld dat Consument de Auto op naam van zijn vriendin had gesteld.
• Pas als een klant een beroep doet op de autoverzekering kan Verzekeraar inzage verkrijgen in het kentekenregister van de RDW. Verzekeraar doet dat niet in alle gevallen. Bij de eerdere schade in februari 2016 heeft Verzekeraar gelet op de geringe schadeomvang geen aanleiding gezien een RDW controle te verrichten. Hij was er dus ook toen niet van op de hoogte dat de auto op naam van de vriendin van Consument was gesteld.
• Als er al over nalatigheid kan worden gesproken dan is Consument nalatig geweest, omdat hij wist dat de Auto niet meer op zijn naam stond en Verzekeraar hierover had kunnen inlichten.
• Het beding dat Verzekeraar alleen auto’s verzekert waarvan het kenteken op naam van verzekeringnemer of diens samenwonende partner staat, is niet onredelijk bezwarend. Verzekeraar mag zelf bepalen welke auto’s hij wenst te verzekeren en onder welke voorwaarden.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of Consument recht heeft op (enige) schadevergoeding op grond van de Verzekering.

4.2 De Commissie is van oordeel dat Verzekeraar niet gehouden is de door Consument geclaimde schade te vergoeden, omdat de Verzekering in de gegeven omstandigheden geen dekking bood. De Commissie licht dit als volgt toe.

4.3 Vast staat dat bij het afsluiten van de autoverzekering per 16 maart 2015 het kenteken van de Auto op naam van Consument stond. In december 2015 is het kenteken van de Auto op naam gezet van de vriendin van Consument die woonachtig is op een ander adres dan Consument.

4.4 Als uitgangspunt geldt datgene wat Verzekeraar en verzekeringnemer hebben afgesproken en derhalve wat hierover in de Voorwaarden is bepaald.

4.5 Voor zover Consument stelt dat hij de voorwaarden niet heeft ontvangen, merkt de Commissie het volgende op. Consument heeft de autoverzekering ‘online’ aangevraagd.
In het daarbij behorende online aanvraag-/acceptatieproces heeft Consument verschillende stappen moeten doorlopen. Daarbij is Consument al voor totstandkoming van de verzekering, in de gelegenheid gesteld om de voorwaarden (en akkoordverklaring) te downloaden en/of te printen. In de daarop volgende vier vragen heeft Consument onder andere het volgende moeten bevestigen: “Ja, ik heb de voorwaarden en akkoordverklaring gelezen en de inhoud ervan begrepen. Ik weet dat ik deze kan printen en opslaan”. De Commissie is van oordeel dat daarmee aan Consument een redelijke mogelijkheid is geboden om van de voorwaarden kennis te nemen en dat de voorwaarden op een gemakkelijk (elektronisch) toegankelijke wijze door Verzekeraar beschikbaar zijn gesteld waarbij deze direct door Consument konden worden gelezen en opgeslagen voor latere kennisneming als bedoeld in artikel 6:233, onderdeel b en 6:234 lid 2 BW. De voorwaarden zijn daarom niet vernietigbaar. (Zie ter vergelijking GC Kifid 15 juni 2015, 2015-169,
Hof van Justitie EU van 5 juli 2012, ECLI:EU:C:2012:419 (zaak C-49/11, Content Services) en Hof van Justitie EU van 25 januari 2017, ECLI:EU:C:2017:38 (zaak C-49/11, BAWAG).)

4.6 In artikel 1.1. van de Bijzondere Voorwaarden is uitdrukkelijk opgenomen dat het kenteken van de auto op naam van de verzekeringnemer of op naam van de partner met wie de verzekeringnemer samenwoont, dient te staan. Het gaat hier om een zogenoemde primaire dekkingsbepaling, omdat het voor Verzekeraar één van de (drie) voorwaarden is om überhaupt een autoverzekering aan te gaan met een aspirant-verzekeringnemer. Aangezien het kenteken van de Auto niet op naam van Consument (verzekeringnemer) stond, maar op naam van zijn partner met wie hij niet samenwoonde, heeft Verzekeraar de schadeclaim van Consument terecht kunnen afwijzen omdat de autoverzekering geen dekking bood.

4.7 De Commissie ziet geen aanleiding te oordelen dat een beroep van Verzekeraar op voornoemde primaire dekkingsbepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zie artikel 6:248 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW). Het uitgangspunt is dat Verzekeraar met de dekkingsomschrijving de grenzen heeft omschreven waarbinnen hij bereid was dekking te verlenen, hetgeen hem vrijstaat. (Zie HR 9 juni 2006, NJ 2006, 326, r.o. 3.4.2) Afwijking van dit uitgangspunt is een uitzondering en is alleen aan de orde onder bijzondere omstandigheden. Van dergelijke omstandigheden is de Commissie niet gebleken. De omschrijving van de door Verzekeraar geboden dekking is voldoende duidelijk en begrijpelijk geformuleerd en is geen onredelijk bezwarend beding zoals bedoeld in artikel 6:233 BW. Voor zover Consument zich daarop heeft beroepen, treft zijn beroep geen doel.

4.8 Voorts merkt de Commissie op dat het feit dat een eerdere schade wel door Verzekeraar is uitbetaald ondanks dat het kenteken van de Auto ook toen al niet meer op naam van Consument stond, niet maakt dat Verzekeraar ook gehouden is de schade van de (latere) diefstal van de navigatieapparatuur en de Auto te vergoeden. Niet gebleken is dat Verzekeraar op enige moment door Consument ervan op de hoogte is gesteld dat de tenaamstelling van de Auto was gewijzigd. Consument heeft dit ook niet gesteld. Verzekeraar heeft voorts, nog los van de vraag of hij daartoe in alle gevallen de mogelijkheid heeft, niet de verplichting om bij elk schadevoorval het kentekenregister te checken. Het komt voor rekening en risico van de verzekeringnemer om de bij hem bekende relevante wijzigingen voor de Verzekering tijdig door te geven.

Het feit dat Consument heeft nagelaten door te geven dat het kenteken van de Auto in december 2015 op naam van zijn vriendin is gesteld, kan Verzekeraar dus niet worden verweten.

4.9 De Commissie is ook van oordeel dat Verzekeraar Consument niet uitdrukkelijk op de bepaling ‘dat het kenteken op naam van verzekeringnemer dient te staan’ heeft moeten wijzen. Voor zover Consument stelt dat Verzekeraar hem daar wel uitdrukkelijk op had moet wijzen, merkt de Commissie op dat de Auto bij aanvang van de Verzekering op naam van Consument stond waarmee Consument voldeed aan deze voorwaarde en de autoverzekering vanaf dat moment dekking bood. Naar het oordeel van de Commissie had Consument, dan wel zijn vriendin, zelf de verantwoordelijkheid om bij de wijziging van de tenaamstelling van de Auto, na te gaan wat daarvan de gevolgen zouden zijn. Het lezen van de voorwaarden of navraag doen bij Verzekeraar bijvoorbeeld, had eenvoudig de benodigde duidelijkheid kunnen verschaffen. Dat Consument pas nadat Verzekeraar zijn claim had afgewezen, de betreffende voorwaarden heeft gelezen, komt voor zijn eigen rekening en risico.

4.10 Voor wat betreft het verzoek om premierestitutie, heeft Verzekeraar tijdens de zitting toegezegd de premie vanaf de laatste behandelde schade (van 19 februari 2016) tot aan einde van de verzekering aan Consument terug te betalen. Consument heeft daarmee ingestemd. Op dat onderdeel van de klacht (de subsidiaire vordering) gaat de Commissie daarom niet in.

4.11 De Commissie komt gelet op het voorgaande tot de conclusie dat de (primaire) vordering van Consument dient te worden afgewezen.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact