Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-227

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-227
(mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. R.P.W. van de Meerakker, secretaris)

Klacht ontvangen op : 3 februari 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : Interbank N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen de Kredietverstrekker
Datum uitspraak : 6 april 2018
Aard uitspraak : Niet-bindend advies

Samentvatting

Consument heeft twee kredieten afgesloten bij Kredietverstrekker met haar ex-partner. Consument verzoekt een betalingsregeling en, voor zover Kredietverstrekker, daaraan niet voldoet, beroept zij zich op overkreditering. De Commissie oordeelt dat de vordering ten aanzien van een betalingsregeling niet kan worden toegewezen en overkreditering onvoldoende aannemelijk gemaakt is.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met bijlagen:

• het namens Consument ingediende klachtformulier;
• het verweerschrift van de Bank;
• de namens Consument ingediende repliek;
• de reactie in dupliek van Kredietverstrekker.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Samen met haar toenmalige partner heeft Consument in 2008 en 2009 twee kredieten afgesloten bij Kredietverstrekker. Dit betroffen kredieten van € 25.000,- (contract-
nummer [X]) en € 27.500,- (contractnummer [Y]).

2.2 Op enig moment is de relatie van Consument met haar toenmalige partner beëindigd. Zij hebben afgesproken dat Consument rente en aflossing van het krediet van € 25.000,- voor haar rekening zou nemen en de toenmalige partner van het krediet van € 27.500,-.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat zij ontslagen wordt uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de geldlening met contractnummer [Y] en dat zij tegen betaling van € 4.000,- gekweten wordt van de verplichtingen die volgen uit contractnummer [X].

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Consument verkeert reeds vele jaren in financiële nood vanwege de financiële verplichtingen die zij heeft aan Kredietverstrekker. Zij heeft twee kinderen van 1 en 4 jaar oud, met wie zij in armoede leeft. Kredietverstrekker kent de persoonlijke situatie van Consument, maar meent desondanks dat Consument aan haar betaalverplichtingen gehouden kan worden. Daarbij heeft Consument gesteld dat het openstaande bedrag van de geldlening met contractnummer [Y] op het moment van indienen van de klacht nog € 7.800,- is. Gelet op deze situatie heeft Consument gevorderd dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van het krediet waarvoor haar ex-partner de betalingen verricht en dat zij een bedrag van € 4.000,- mag betalen voor het andere krediet en zij voor het overige gekweten wordt van verplichtingen. Voor zover Kredietverstrekker vast houdt aan het eerder door haar ingenomen standpunt wenst Consument een beroep te doen op overkreditering bij aanvang van de kredieten.

Verweer van Kredietverstrekker
3.3 Kredietverstrekker heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie merkt op dat Kredietverstrekker heeft aangegeven niet op het aanbod van Consument te willen ingaan. De contractuele verplichting die Consument samen met haar ex-partner jegens Kredietverstrekker is aangegaan heeft tot een terugbetalingsverplichting aan Kredietverstrekker geleid. Er is geen wettelijke of contractuele grond waardoor deze terugbetalingsverplichting geheel of gedeeltelijk wordt weggenomen. De Commissie kan Kredietverstrekker niet verplichten een coulante houding jegens Consument aan te nemen ten aanzien van de restantschuld.

4.2 Ten aanzien van het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid geldt dat Consument en haar ex-partner hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verplichtingen die de afgesloten kredieten met zich brengen. Kredietverstrekker kan ieder van hen aanspreken voor de volledige schuld en nakoming vorderen. Hieruit volgt dat een verzoek om kwijting, al dan niet tegen betaling van een restantbedrag neerkomt op een verzoek om coulance. Een dergelijke tegemoetkoming uit coulance is juridisch niet afdwingbaar. Om die reden kan de Commissie Kredietverstrekker niet verplichten het resterende deel van het krediet kwijt te schelden. Wel wenst de Commissie op te merken dat in de wet regels zijn neergelegd voor verhaal in het geval Consument wordt aangesproken voor meer dan haar aandeel in de geldschuld, daarvoor verwijst zij naar artikel 6:10 van het Burgerlijk Wetboek.
Een eventuele juridische procedure tegen haar ex-partner kan bij de civiele rechter aanhangig worden gemaakt.

4.3 De tweede grondslag die Consument heeft genoemd, betreft die van overkreditering op het moment van verstrekking van de kredieten. In dat verband merkt de Commissie op dat het aan Consument is voldoende concrete feiten en omstandigheden te stellen en, bij betwisting door Kredietverstrekker, om te bewijzen, dat de verstrekte kredieten in strijd zijn gekomen met de normen van verantwoorde kredietverstrekking die destijds golden (zie artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Consument heeft gesteld dat de kredieten niet voldeden aan de normen van verantwoorde kredietverstrekking en daartoe aangevoerd dat Consument destijds reeds een hypothecaire geldlening had afgesloten bij Rabobank en de dat de verstrekking van meer dan het hypothecaire krediet tot betalingsproblemen bij Consument en haar ex-partner zou leiden. Kredietverstrekker heeft gemotiveerd betwist dat zij de normen van verantwoorde kredietverstrekking zou hebben geschonden en de verstrekking van de kredieten gemotiveerd met een berekening waaruit blijkt dat zij de kredieten mocht verstrekken. Consument heeft dit standpunt niet gemotiveerd bestreden, maar haar standpunt herhaald dat, gelet op de reeds bestaande hypotheek, het onverantwoord was de kredieten te verstrekken.

4.4 De vorderingen van Consument zijn derhalve niet toewijsbaar.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vorderingen af.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact