Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-252 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-252
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. M. Veldhuis, secretaris)

Klacht ontvangen op : 28 februari 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : Allianz Benelux N.V., gevestigd te Rotterdam, verder te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 18 april 2018
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Consument heeft in 2016 een motorrijtuigverzekering voor haar vrachtwagen bij Verzekeraar afgesloten. Verzekeraar heeft de Verzekering per contractvervaldatum, 1 februari 2018, beëindigd. Consument vordert dat de Verzekering wordt voortgezet. De Commissie is van oordeel dat de beëindiging in beginsel geldig is en niet in strijd is met de wettelijke regeling en de Voorwaarden. Verder is de Commissie van oordeel dat Verzekeraar in redelijkheid tot opzegging van de Verzekering per premiecontractvervaldatum heeft kunnen overgaan.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met bijbehorende bijlagen:

• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier;
• de klachtbrief van Consument;
• de brief van Verzekeraar van 22 juni 2017, waarin hij verwijst naar het standpunt dat hij eerder in zijn interne klachtprocedure heeft ingenomen;
• de repliek van Consument.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 20 oktober 2017 en zijn aldaar verschenen.

De Commissie heeft partijen na de hoorzitting laten weten de verdere behandeling van de
klacht meervoudig te willen afdoen. De Commissie is toen uitgebreid met de leden
mr. A.M.T. Wigger en mr. B.F. Keulen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft in 2016 via een tussenpersoon (hierna: “de Tussenpersoon”) bij Verzekeraar een motorrijtuigverzekering (hierna: “de Verzekering”) met polisnummer [X] voor haar vrachtwagen afgesloten. Op het polisblad is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:
“VERZEKERINGSTERMIJN : 1-4-2016 tot 1-2-2017 met automatische verlenging telkens voor 12 maanden
(…)
OBJECT : vrachtauto
Merk en type : [merknaam] [type]
Kenteken (meldcode) : [kenteken] [meldcode]
Bouwjaar : 2005
Treingewicht : 9.800 kg
Dekking : aansprakelijkheid
(…)
Gebruik : goederenvervoer voor eigen bedrijf, exclusief vervoer voor gevaarlijke stoffen.
(…)
(Gebruik)
In plaats van het hierboven bij gebruik vermelde dient gelezen te worden: Kampeerauto. Zodra de verzekeringnemer het motorrijtuig voor andere doeleinden gaat gebruiken, dient hij de maatschappij hiervan in kennis te stellen.”

2.2 Op de Verzekering zijn de Verzekeringsvoorwaarden VRP15 (hierna: “de Voorwaarden”) van toepassing. In de Voorwaarden is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:

“Artikel 7 Begin en einde van de verzekering
(…)
7.4 Opzegging door de verzekeraar aan de verzekeringnemer
De verzekeraar kan de verzekering schriftelijk opzeggen:
7.4.1 met ingang van de op het polisblad vermelde einddatum, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste twee maanden;”

2.3 Op 11 maart 2016 heeft Consument de Tussenpersoon het volgende geschreven:

“Het punt is dat op de tweede pagina staat dat het gelezen moet worden dat het een kampeerauto zou zijn terwijl het dat niet is. Het is namelijk voor de belasting een multifunctioneel voertuig, wat anders gekwalificeerd wordt dan een kampeerauto of camper. Ik wil namelijk geen probleem met de belasting hebben. En zo’n bepaling in de verzekering kan daar wel toe leiden. Kan dat er niet uit? Het is namelijk geen camper of kampeerauto, want die is in het geheel ingericht voor verblijf terwijl dat in deze situatie minder dan de helft zal zijn.”

2.4 De Tussenpersoon heeft hierop bij e-mail van 11 maart 2016 als volgt gereageerd:

“Het was toch juist de bedoeling om de auto om te bouwen naar kampeerauto? Als we een vrachtwagen gaan verzekeren voor een particulier, die er alleen particulier gebruik mee doet, komt daar een heel andere premie bij kijken.”

2.5 Op 18 maart 2016 heeft Consument de Tussenpersoon het volgende geschreven:

“De vrachtauto is een multifunctioneel voertuig of wordt in ieder geval zo ingericht. D.w.z. voor minder dan de helft van de laadruimte voor verblijf ingericht. Er wordt geen commercieel vervoer mee gedaan en alleen eigen materiaal mee vervoert. Denk aan een fiets of bankstel o.i.d. Het is dus geen kampeerwagen net zoals een half ingerichte paardenwagen ook geen kampeerwagen is. Wat zou deze gegevens prijsverhogend kunnen werken t.o.v. van een bedrijfswagen waar wel commercieel vervoer mee gedaan wordt en waarvan het risico wellicht hoger is dan hoe de vrachtwagen nu gebruikt gaat worden? Maar als je zegt dat het voor jullie niet veel uit maakt dan kan ik daar ook mee leven. Ik wil alleen, zoals gezegd, geen issues met de belasting omdat als de vrachtwagen officieel een kampeerauto zou zijn daar wel andere tarieven voor gelden. Maar dan praten we over een totaal als kampeerwagen ingerichte vrachtwagen wat nu niet het geval zal zijn. Als dat van de kampeerauto uit de polis zou verdwijnen, dan heeft dat mijn voorkeur.”

2.6 Consument heeft de Tussenpersoon bij e-mail van 23 maart 2016 verzocht de dekking van de Verzekering te schorsen. De Tussenpersoon heeft bij e-mail van 24 maart 2016 laten weten dat aan dit verzoek zal worden voldaan.

2.7 Bij e-mail van 22 september 2016 heeft de Tussenpersoon Consument het volgende medegedeeld:

“Zoals ik ook al aan de telefoon heb doorgegeven, is de premie van de verzekering erop gebaseerd dat de verzekering het hele jaar loopt en niet alleen in de weken of maanden dat u de camper gebruikt. We kunnen daarom helaas niet meewerken aan het schorsen van de polis.

Een gewone camperverzekering kan ook niet tussentijds geschorst worden.

De schorsing die u eerder dit jaar heeft doorgegeven had dan ook eigenlijk niet verwerkt mogen worden op de polis. Onze excuses dat we u daarmee in verwarring hebben gebracht.”

2.8 Consument heeft bezwaar gemaakt tegen het feit dat de Verzekering niet zal worden geschorst. Bij e-mail van 25 oktober 2016 heeft de Tussenpersoon Consument het volgende medegedeeld:

“Ik heb bericht van Allianz ontvangen dat we bij uitzondering de polis nog 1 x kunnen schorsen. Zodra de dekking weer ingaat, kan de polis niet meer worden geschorst, alleen nog worden beëindigd. We hebben helaas geen mogelijkheden om de auto casco te verzekeren op het moment dat de polis is geschorst.”

2.9 Bij brief van 16 december 2016 heeft Verzekeraar Consument het volgende medegedeeld:

“Bij camperverzekeringen is het gebruikelijk dat deze niet geschorst worden of dat er bij schorsing geen premie gerestitueerd wordt. Dit heeft ermee te maken dat we anders te weinig premie ontvangen in vergelijking tot het risico wat er gelopen wordt.

Wij beseffen dat dit niet duidelijk in het offertetraject naar voren is gekomen. Dit hadden wij duidelijker moeten communiceren en hier bieden wij u onze excuses voor aan. We zullen ook tussentijds hierin geen wijzigingen aanbrengen.
Uw verzekering loopt dus gewoon op de oude wijze door en u kunt gewoon schorsen en in kracht herstellen.

Wel zien we ons genoodzaakt de verzekering per hoofdpremievervaldatum aan te passen aan de geldende normen voor kampeerautoverzekeringen. Dit betekent dat wij per 1 februari 2018 de clausule MOT130 zullen opnemen en dat er geen termijnbetaling meer mogelijk is (alleen nog jaarbetaling). Conform de verzekeringsvoorwaarden mogen wij de polis per hoofdpremievervaldatum aanpassen.

Indien u niet akkoord bent met deze aanpassing, dan heeft u het recht om de verzekering stop te zetten. U heeft dan tevens voldoende tijd om het risico elders onder te brengen.

[…]

MOT130 Schorsing van de dekking
In afwijking van hetgeen in de verzekeringsvoorwaarden is bepaald, zal de maatschappij in geval tijdelijke buiten gebruikstelling van het motorrijtuig de premie over de termijn waarin de verzekering niet van kracht is geweest, niet aan de verzekeringnemer terugbetalen.”

2.10 Consument heeft bezwaar gemaakt tegen het toevoegen van de clausule.

2.11 Verzekeraar heeft de Verzekering bij aangetekende brief van 24 februari 2017 opgezegd per contractvervaldatum (1 februari 2018), omdat hij tot het oordeel is gekomen dat hij geen dekking kan bieden voor een risico als waarvan hier sprake is.

2.12 Consument is het niet eens met de opzegging van Verzekeraar en heeft daarom bij Verzekeraar een klacht ingediend. De uitwisseling van standpunten in de interne klachtenprocedure heeft niet geleid tot een oplossing.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat de Verzekering wordt voortgezet per 1 februari 2018 en Verzekeraar gehouden wordt om mee te werken aan het tussentijds schorsen van de dekking.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Verzekeraar is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst door de Verzekering te beëindigen. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
• Bij het aangaan van de Verzekering heeft Consument Verzekeraar alle relevante informatie verstrekt, waaronder het gegeven dat zij de vrachtwagen als particulier en niet in het kader van bedrijfsvoering wenste te verzekeren. Verzekeraar heeft het risico van de vrachtwagen met multifunctioneel gebruik door een particulier geaccepteerd. Dit blijkt onder meer daaruit dat op het polisblad is opgenomen dat het een vrachtwagenverzekering betreft. Verzekeraar heeft de Verzekering per 1 februari 2018 opgezegd. Hij stelt dat het geen passende verzekering is, daar de Verzekering alleen voor bedrijven zou zijn. Verzekeraar onderbouwt niet waarom de Verzekering voor particulieren niet-passend zou zijn en maakt ten onrechte onderscheid tussen particulieren en bedrijven die een vrachtwagen wensen te verzekeren. Daarnaast maakt Verzekeraar misbruik van zijn machtspositie. Consument is namelijk verplicht om haar voertuig WA te verzekeren, maar zij kan die enkel tegen een veel hogere premie bij De Vereende verzekeren. Het verzekeren van haar vrachtwagen wordt door Verzekeraar en andere verzekeraars bijna onmogelijk gemaakt.
• Verzekeraar wil niet langer meewerken aan het opschorten van de dekking van de Verzekering wanneer de vrachtwagen geschorst is voor het betalen van motorrijtuigenbelasting. Verzekeraar is wettelijk gehouden mee te werken aan het verzoek tot opschorting van de Verzekering. Daarnaast heeft Verzekeraar in het verleden reeds drie keer zijn medewerking verleend en geeft hij niet aan waarom opschorten van de Verzekering niet langer mogelijk is. Ten slotte wilde Verzekeraar een aanvullende clausule op de Verzekering van toepassing verklaren. Deze clausule zou enkel van toepassing zijn voor Consument.

Verweer Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Bij de acceptatie van de Verzekering is Verzekeraar er vanuit gegaan dat de vrachtwagen was omgevormd tot een kampeerauto en heeft hij besloten het afwijkende risico te verzekeren. Daarom is op het polisblad ook een clausule opgenomen voor het gebruik als kampeerauto. Later is gebleken dat de vrachtwagen niet als kampeerauto wordt gebruikt. De Verzekering was derhalve niet passend, aangezien de motorrijtuigenverzekering voor vrachtwagens enkel geschikt is voor zakelijk gebruik. Vrachtwagens zijn door hun gewicht en kracht een bijzonder risico. Bij particuliere klanten is voor Verzekeraar onvoldoende te overzien op welke wijze en voor welke doeleinden het voertuig in de praktijk gebruikt zal worden. Het is voor Verzekeraar derhalve niet mogelijk een accurate risico-inschatting te maken. Wanneer Verzekeraar bij de aanvraag van de Verzekering over alle informatie had beschikt, had hij de Verzekering niet gesloten. Om die reden heeft hij de Verzekering per premievervaldatum
(1 februari 2018) opgezegd.
• Voor Verzekeraar bestaat geen wettelijke acceptatieplicht voor motorrijtuigenverzekeringen.
• Het onderscheid dat Verzekeraar tussen particulieren en bedrijven maakt, is gebaseerd op een neutrale risico-inschatting. Dit is een gerechtvaardigd onderscheid dat verzekeraars mogen maken.
• Verzekeraar is niet verplicht mee te werken aan een schorsing. Verzekeraar is enkel verplicht om aan de RDW door te geven wanneer voor een kenteken een polis is opgemaakt, beëindigd, geschorst of schorsing ongedaan is gemaakt.

4. Beoordeling

4.1 Ter beoordeling ligt de vraag voor of Verzekeraar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst.

4.2 Uitgangspunt hierbij is hetgeen partijen zijn overeengekomen. Artikel 7.4.1 van de Voorwaarden bepaalt dat Verzekeraar de Verzekering kan beëindigen met ingang van de op het polisblad vermelde einddatum. Verzekeraar dient Consument hiervan ten minste twee maanden van tevoren schriftelijk van op de hoogte te stellen. Deze bepaling komt overeen met artikel 7:940 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW), waarvan op grond van artikel 7:943 lid 2 BW niet ten nadele van de verzekerde kan worden afgeweken. Het einde van de verzekeringsperiode van de verzekering van Consument was 1 februari 2018. Verzekeraar heeft de twee maanden-termijn ruimschoots in acht genomen door reeds bij aangetekende brief van 24 februari 2017 de verzekeringsovereenkomst op te zeggen. Dit brengt mee dat de opzegging van de Verzekering per premiecontractvervaldatum door Verzekeraar in beginsel geldig is en niet in strijd met de wettelijke regeling en de Voorwaarden.

4.3 Consument stelt zich op het standpunt dat Verzekeraar de Verzekering niet heeft mogen beëindigen, daar hij bij het aangaan van de Verzekering volledig op de hoogte was van alle relevante informatie en op basis hiervan het risico heeft geaccepteerd. Consument stelt voorts dat Verzekeraar niet deugdelijk heeft onderbouwd waarom hij de Verzekering heeft beëindigd, welke beëindiging het voor Consument nagenoeg onmogelijk maakt elders een andere verzekering voor haar vrachtwagen af te sluiten. De Commissie leest hierin dat Consument de opzegging van de Verzekering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW) onaanvaardbaar acht.

4.4 De Commissie stelt voorop dat aan het oordeel dat een verzekeraar de verzekering in redelijkheid niet per premiecontractvervaldatum had mogen opzeggen, zware eisen worden gesteld. Vgl. Geschillencommissie 28 september 2017, nr. 2017-634. De Commissie is op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat Verzekeraar in redelijkheid tot opzegging van de Verzekering per premiecontractvervaldatum heeft kunnen overgaan. Het enkele feit dat het voor Consument nagenoeg onmogelijk is om elders een andere verzekering af te sluiten, maakt de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Dat geldt des te meer nu niet is komen vast te staan dat geen enkele verzekeraar bereid is de vrachtwagen van Consument te verzekeren. Het feit dat Verzekeraar op de hoogte was van alle relevante informatie en het risico in eerste instantie heeft geaccepteerd is tevens onvoldoende om aan te nemen dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De opzegging is gevolgd nadat Consument kenbaar had gemaakt niet akkoord te willen gaan met aanpassing van de voorwaarde dat de dekking kan worden geschorst bij het buiten gebruik stellen van de vrachtwagen. Verzekeraar is – anders dan Consument stelt – niet wettelijk gehouden om de dekking te schorsen onder restitutie van premie gedurende de periode dat het voertuig voor de motorrijtuigenbelasting is afgemeld bij de RDW. Daar komt nog bij dat Consument per
1 februari 2018 geconfronteerd is met een situatie waarvoor zij zich al per 1 februari 2016 gesteld had gezien indien Verzekeraar toen de Verzekering niet zou zijn aangegaan. Zij heeft gedurende twee jaar voordeel gehad van een kennelijk niet consequent door Verzekeraar uitgevoerd acceptatiebeleid. De vordering van Consument met betrekking tot voortzetting van de Verzekering per 1 februari 2018 wordt derhalve afgewezen.

4.5 Nu Verzekeraar de Verzekering per premiecontractvervaldatum heeft mogen opzeggen, kan beantwoording van de vraag of hij dient mee te werken aan het schorsen van de Verzekering tijdens de looptijd van de verzekeringsovereenkomst achterwege blijven.

4.6 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, concludeert de Commissie dat Verzekeraar niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact