Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-408 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-408
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. R.E. van Lambalgen, secretaris)

 

Klacht ontvangen op        : 24 juli 2017

Ingediend door               : Consument

Tegen                            : Coöperatieve Rabobank U.A., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen de Bank

Datum uitspraak             : 10 juli 2018

Aard uitspraak                : Bindend advies

Samenvatting

Consument vordert dat de Bank veroordeeld wordt om kosteloos de rentecontracten van de leningdelen 257 en 787 open te breken. Consument stelt dat de zorgplicht van de Bank vereist dat de Bank haar had geïnformeerd over de renteverlengingsvoorstellen die haar (inmiddels
ex-)echtgenoot in 2007 had ondertekend. De Commissie stelt voorop dat de echtgenoot van Consument geen toestemming nodig had van Consument om de renteverlengingsvoorstellen te ondertekenen. Daarnaast rust op de Bank weliswaar een bijzondere zorgplicht, maar deze zorgplicht gaat niet zover dat de Bank Consument in 2007 had moeten informeren over de renteverlengingsvoorstellen die door haar echtgenoot waren ondertekend. Aangezien de Bank in 2007 niet bekend had kunnen zijn met enige relationele problemen tussen Consument en haar echtgenoot, hoefde de Bank Consument niet te informeren over de renteverlengingsvoorstellen die hij had ondertekend. De vordering van Consument wordt afgewezen.

 

  • Procesverloop

 

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

 

  • de klachtbrief van Consument met bijlagen,
  • het verweerschrift van de Bank,
  • de repliek van Consument,
  • de dupliek van de Bank,
  • een schriftelijke reactie van Consument en
  • de pleitnota van Consument, die tijdens de hoorzitting is overgelegd.

 

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.

 

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 4 juni 2018 en zijn aldaar verschenen.

 

  • Feiten

 

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

 

    1. In 1999 hebben Consument en haar (inmiddels ex-)echtgenoot – hierna ook wel
      (ex-)echtgenoot – een hypothecaire geldlening afgesloten bij de Bank voor de aankoop van een woning. Deze woning staat op naam van Consument. Consument en haar (inmiddels ex-) echtgenoot zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de hypothecaire geldlening. Deze lening bestond uit de volgende drie leningdelen:
      1. Aflossingsvrij -740 ter hoogte van NLG 250.000,
      2. Aflossingsvrij -787 ter hoogte van NLG 250.000,
      3. Aflossingsvrij -257 ter hoogte van NLG 1.000.000.

 

    1. In 2007 heeft de (ex-)echtgenoot van Consument de rentevastperiode van de leningdelen 257 en 787 verlengd voor de duur van 30 jaar tegen een rente van 5,10%. De renteverlengings-voorstellen zijn enkel en alleen door de (inmiddels ex‑)echtgenoot van Consument ondertekend.
    2. In 2013 zijn Consument en haar echtgenoot uit elkaar gegaan. De echtscheiding werd definitief in 2017.
    3. Op 9 november 2015 heeft Consument telefonisch contact gehad met de Bank. In dit gesprek heeft Consument aangegeven dat zij en haar echtgenoot in scheiding lagen.
    4. Op 18 mei 2016 vond er een gesprek plaats tussen Consument en de Bank. Consument heeft hierbij aangegeven dat zij voornemens was om de gezamenlijke hypothecaire geldlening op haar naam te zetten. Ook heeft Consument geklaagd over het feit dat haar echtgenoot de rentevastperiode van de leningdelen 257 en 787 had verlengd voor de duur van 30 jaar zonder dat zij daarvan op de hoogte was gesteld.
    5. Op 30 oktober 2016 heeft de (ex-)echtgenoot van Consument de rentevastperiode van het leningdeel 740 verlengd voor 1 jaar. Ook dit renteverlengingsvoorstel is alleen door de (ex-) echtgenoot van Consument ondertekend.
    6. Gedurende de interne klachtprocedure heeft de Bank Consument de mogelijkheid geboden om het rentecontract van het leningdeel 740 open te breken, zonder dat daarvoor een vergoeding in rekening wordt gebracht.
    7. Op de hypothecaire geldlening zijn de Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen 1998 (hierna: “Voorwaarden”) van toepassing. Artikel 9 van de Voorwaarden luidt als volgt:

 

  1. Meer debiteuren
  2. Als de geldlening aan meer dan één debiteur is verstrekt dan heeft iedere debiteur de bevoegdheid om mede namens de andere debiteuren alle mededelingen van de bank te ontvangen en alle mededelingen aan de bank te doen.
  3. Als de akte door meer debiteuren is getekend dan is iedere debiteur bevoegd om alle rechtshandelingen te verrichten die verband houden met de geldlening, de akte en deze algemene voorwaarden.”

 

  • Vordering, klacht en verweer

 

 

Vordering Consument

    1. Consument vordert dat de Bank veroordeeld wordt om kosteloos de rentecontracten van de leningdelen 257 en 787 open te breken.
    2. Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Consument stelt dat de zorgplicht van de Bank vereist dat de Bank haar had geïnformeerd over de renteverlengingsvoorstellen die haar echtgenoot had ondertekend. Consument voert in dat kader de volgende argumenten aan:
  • Consument en haar echtgenoot waren op huwelijkse voorwaarden getrouwd en de woning was volledig eigendom van Consument.
  • Voor 2007 werden alle beslissingen aangaande de hypothecaire geldlening mede door Consument ondertekend. Het had de Bank daarom moeten opvallen dat de renteverlengingsvoorstellen in 2007 niet medeondertekend waren door Consument.
  • Ten aanzien van de verlenging van de rentevastperiode van leningdeel 740 heeft de Bank wel haar fout erkend. Aangezien de Bank wel bereid is om dit rentecontract kosteloos open te breken, zou de Bank ook bereid moeten zijn om de rentecontracten van leningdelen 257 en 787 kosteloos open te breken.

 

    1. Daarnaast stelt Consument dat haar echtgenoot in 1999 onrechtmatig een borgstelling op de woning heeft geplaatst.

 

Verweer van de Bank

    1. De Bank heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

 

  • Beoordeling

 

 

Eerste klachtonderdeel

    1. Ter beoordeling ligt de vraag voor of de Bank haar zorgplicht geschonden heeft door Consument niet te informeren over de renteverlengingsvoorstellen die haar echtgenoot in 2007 had ondertekend.
    2. De Commissie stelt voorop dat de (ex-)echtgenoot van Consument geen toestemming nodig had van Consument om de renteverlengingsvoorstellen te ondertekenen. In de eerste plaats is in artikel 9 van de Voorwaarden bepaald dat iedere debiteur bevoegd is om rechtshandelingen te verrichten die verband houden met de hypothecaire geldlening. De hypothecaire geldlening is door Consument en haar echtgenoot tezamen afgesloten en beiden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de hypothecaire geldlening. Beiden zijn dus debiteur – en op grond van artikel 9 van de Voorwaarden zelfstandig bevoegd om rechtshandelingen te verrichten die verband houden met de hypothecaire geldlening. In de tweede plaats valt een renteverlenging niet aan te merken als een van de in artikel 1:88 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek beschreven gevallen waarin toestemming van de andere echtgenoot nodig is. Dit betekent dat de (ex-) echtgenoot van Consument geen toestemming nodig had van Consument om de renteverlengingsvoorstellen te ondertekenen.
    3. Op de Bank rust weliswaar een bijzondere zorgplicht, maar deze zorgplicht gaat niet zover dat de Bank Consument in 2007 had moeten informeren over de renteverlengingsvoorstellen die door haar echtgenoot waren ondertekend. In 2007 waren er namelijk geen bijzondere omstandigheden die maken dat van de Bank verlangd kon worden dat zij Consument zou informeren over rechtshandelingen die de echtgenoot bevoegd verrichtte.
    4. De bekendheid met relationele problemen zou een omstandigheid kunnen zijn die maakt dat van de Bank verlangd kan worden dat zij beide partners informeert. In dat verband merkt de Commissie op dat de renteverlengingsvoorstellen voor de leningdelen 257 en 787 in 2007 door de (ex-)echtgenoot zijn ondertekend en dat er in 2007 nog geen sprake was van een echtscheiding. Voor zover er in 2007 al relationele problemen waren tussen Consument en haar echtgenoot, had dit de Bank niet bekend kunnen zijn. De Bank is immers pas in 2015 geïnformeerd over het feit dat Consument en haar echtgenoot in scheiding lagen. Aangezien de Bank in 2007 niet bekend had kunnen zijn met enige relationele problemen tussen Consument en haar echtgenoot, hoefde de Bank Consument niet te informeren over de renteverlengings-voorstellen die hij had ondertekend. Met andere woorden: de Bank heeft haar zorgplicht niet geschonden.
    5. De door Consument aangevoerde omstandigheden kunnen niet tot een andere conclusie leiden. Hieronder zal dit worden toegelicht.
    6. De omstandigheid dat de woning volledig eigendom is van Consument, betekent niet dat de Bank Consument had moeten informeren over de renteverlengingsvoorstellen die haar echtgenoot had ondertekend. De woning is weliswaar volledig eigendom van Consument, maar de hypothecaire geldlening is door Consument en haar echtgenoot tezamen aangegaan en beiden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de hypothecaire geldlening.

      Aangezien het vaker voorkomt dat een hypothecaire geldlening door beide partners wordt aangegaan, terwijl de woning op naam van slechts één van de partners staat, is dit geen uitzonderlijke omstandigheid die meebrengt dat de Bank Consument had moeten informeren over de renteverlengingsvoorstellen die haar echtgenoot had ondertekend.

 

    1. Ook de omstandigheid dat Consument in het verleden alle beslissingen aangaande de hypothecaire geldlening altijd mede zou hebben ondertekend, maakt dit niet anders. Hier speelt mee dat beide partners bevoegd zijn om rechtshandelingen aangaande de hypothecaire geldlening te verrichten en dat er allerlei oorzaken kunnen zijn waarom niet altijd beide partners ondertekenen.
    2. De omstandigheid dat de Bank wel bereid is om het rentecontract van het leningdeel 740 open te breken, betekent niet dat de Bank ook bereid zou moeten zijn om de rentecontracten van de andere leningdelen open te breken. In 2016 was de Bank bekend met de relationele problemen tussen Consument en haar echtgenoot; in 2007 waren deze problemen er nog niet, althans – zoals eerder overwogen – de Bank wist in 2007 nog niet van deze problemen. Dit is een essentieel verschil tussen het in 2016 ondertekende renteverlengingsvoorstel (voor leningdeel 740) en de in 2007 ondertekende renteverlengingsvoorstellen (voor leningdelen 257 en 787).

 

    1. Kortom: de Commissie ziet geen gronden om de Bank te veroordelen tot het kosteloos openbreken van de rentecontracten van de leningdelen 257 en 787.Tweede klachtonderdeel
    2. Wat betreft de borgstelling overweegt de Commissie als volgt. Ook tijdens de mondelinge behandeling van de klacht heeft Consument deze stelling niet voldoende kunnen motiveren en onderbouwen zodat de Commissie niet duidelijk is geworden wat zij hiermee bedoelt en tot welk gevolg de stelling zou moeten leiden. Ook dit klachtonderdeel kan daarom niet tot toewijzing van de vordering leiden.

 

  • Beslissing

 

 

De Commissie wijst de vordering af.

 

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

 

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

 

 

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact