Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-427 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-427
(mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. M.J.M. Fennis, secretaris)

Klacht ontvangen op        : 20 september 2017

Ingediend door               : Consument

Tegen                            : ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen de Bank

Datum uitspraak             : 17 juli 2018

Aard uitspraak                : Bindend advies

 

Samenvatting

De klacht van Consument betreft de vraag of de Bank gehouden is de door Consument verschuldigde rentevergoeding (vóór het aflopen van de rentevaste periodes) aan te passen naar aanleiding van een verlaging van het kredietrisico. Op basis van hetgeen partijen zijn overeengekomen bestaat geen aanleiding de Bank te houden aan het aanpassen van die rentevergoeding na een wijziging in het kredietrisico.

 

  • Procesverloop

 

  1. De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende van bijlagen voorziene stukken:
  • het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier;
  • het verweerschrift van de Bank;
  • de repliek van Consument;
  • de dupliek van de Bank.De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies. De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.
  • Feiten

 

  1. De Commissie gaat uit van de volgende feiten.
    1. Consument en zijn partner hebben in 2007 bij een rechtsvoorganger van de Bank een hypothecaire lening afgesloten. Blijkens de door partijen ondertekende offerte van 19 april 2007 bestaat de financiering uit drie leningdelen en geldt voor alle drie leningdelen een rente van 4,85% met een rentevastperiode van 20 jaar. Een risico-opslag wordt in de offerte niet genoemd.
    2. Bij akte van wijziging van 1 februari 2012 heeft Consument één van de drie leningdelen gewijzigd van “aflossingsverzekering” naar “WoonBalans Spaarhypotheek” tegen dezelfde rentecondities. In de akte staat op de eerste pagina:

 

“Alle voorwaarden, bepalingen en zekerheden blijven onverminderd van kracht voorzover niet afwijkend geregeld in deze overeenkomst.

 

(…)

 

Een leningdeel van € 68.000,- met aflosvorm “WoonBalans Spaarhypotheek” tegen ongewijzigde rentecondities”.

 

    1. Op pagina 3 van de akte staat dat de nieuwe algemene voorwaarden van de Bank van toepassing worden verklaard.
    2. Uit de akte blijkt dat de rentevoorwaarden van 4,85% en de rentevastperiode van 20 jaar van de oorspronkelijke overeenkomst worden gehandhaafd en niet worden gewijzigd.
    3. In 2017 heeft Consument met de Bank contact opgenomen met het verzoek de rente te verlagen vanwege de waardestijging van zijn woning. De Bank heeft niet aan dat verzoek voldaan.

 

  • Vordering, klacht en verweerVordering Consument
    1. Consument vordert € 15.000 van de Bank

 

 

Grondslagen en argumenten daarvoor

    1. Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Consument stelt dat vanaf 2012 andere voorwaarden hadden moeten gelden en eerder tot verlaging van de rente had moet worden overgegaan. Aldus heeft Consument teveel rente betaald en is hij van mening dat hij door de Bank moet worden gecompenseerd.

 

Verweer van de Bank

    1. De Bank heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

 

  • Beoordeling
    1. De vraag die beantwoord dient te worden is of de Bank, mede naar aanleiding van gewijzigde voorwaarden gehouden is de door Consument verschuldigde rentevergoeding (vóór het aflopen van de rentevastperiodes) aan te passen naar aanleiding van het verlagen van het kredietrisico of de loan to value ratio.
    2. Als uitgangspunt bij deze beoordeling heeft verder te gelden dat de Bank een vergaande mate van vrijheid heeft als het gaat om het vaststellen van de rentetarieven die zij haar klanten aanbiedt alsmede van de risico-categorieën die zij daarbij hanteert (vergelijk Commissie van Beroep Kifid 2017-029 en Geschillencommissie Kifid 2017-564). De Bank is daarbij wel gebonden aan de grenzen die de wet, de overeenkomst en de maatstaven van redelijkheid en billijkheid daaraan stellen.
    3. De Commissie stelt vast dat de Bank met haar offerte van 19 april 2007 Consument en zijn partner een voorstel voor een geldlening heeft gedaan. Consument en zijn partner hebben de offerte voor akkoord ondertekend. In deze offerte zijn concrete rentepercentages voor de afzonderlijke lenigdelen opgenomen, zonder dat daarbij het voor de Bank aanwezige krediet-risico of de te onderscheiden kredietopslagen bij verschillende risicoklassen zijn vermeld. Daarmee is tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst van hypothecaire geldlening tot stand gekomen, zoals bedoeld in artikel 6:217 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De Commissie stelt verder vast dat Consument met de Bank voor alle leningdelen een rente-vastperiode van twintig jaar heeft afgesproken.
    4. De akte van wijziging van 1 februari 2012 bepaalt dat nieuwe algemene voorwaarden van toepassing zijn. In de verschuldigde rente en de rentevastperiode kwam geen wijziging.
    5. In de oude als zowel nieuwe toepasselijke voorwaarden is niet opgenomen dat de overeengekomen rentevergoeding op basis van een wijziging in het kredietrisico of loan to value ratio (al dan niet op verzoek van Consument) kan worden aangepast. Van (mondelinge dan wel schriftelijke) toezegging door de Bank hierover is evenmin sprake (geweest).
    6. Met betrekking tot de opslag van 0.5% geldt hetzelfde. De Bank is niet gehouden de risico-opslag tussentijds te verlagen en kan anderzijds de risico-opslag tussentijds niet verhogen.
    7. Op het beleid van de Bank ten aanzien van het tussentijds aanpassen van de risico-opslag zou een uitzondering moeten worden gemaakt als dit beleid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (artikel 6:248 lid 2 BW). Consument stelt dat het onredelijk is dat een verhoogde risico-opslag in rekening wordt gebracht, terwijl niet langer sprake is van een verhoogd risico.
      De Commissie overweegt dat de Bank als contractspartij in beginsel zelf kan bepalen of en onder welke voorwaarden zij een overeenkomst met Consument aangaat. De (hoogte van een) risico-opslag behorend bij een tariefklasse maakt onderdeel uit van deze voorwaarden en mag door een financieel dienstverlener zelf worden vastgesteld. De Commissie ziet op grond van hetgeen Consument heeft aangevoerd geen aanleiding om in te grijpen in hetgeen partijen zijn overeengekomen.

 

 

  • BeslissingDe Commissie wijst de vordering af.In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

 

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact