Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-588

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-588
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Klacht ontvangen op        : 13 oktober 2017

Ingediend door               : Consument

Tegen                            : Achmea Schadeverzekeringen N.V., h.o.d.n. FBTO, gevestigd te Apeldoorn,
verder te noemen Verzekeraar

Datum uitspraak             : 19 september 2018

Aard uitspraak                : Niet-bindend advies

Samenvatting

Pleziervaartuigenverzekering. Als gevolg van inductiespanning die bij een blikseminslag in een nabijgelegen zeiljacht is vrijgekomen is aan onderdelen van het zeiljacht van Consument schade ontstaan. Partijen verschillen van mening over de vaststelling van de dagwaarde van de
beschadigde onderdelen. In de voorwaarden is bepaald dat indien onderdelen ouder zijn dan
10 jaar Verzekeraar minder betaalt voor de vervanging van onderdelen. Verzekeraar heeft de voorwaarden, door afschrijving vanaf het eerste jaar te berekenen, juist toegepast. Verzekeraar heeft het afschrijvingspercentage van 10% gebaseerd op de richtlijn van de NVEP. Het enkele feit dat het door experts toe te passen afschrijvingspercentage niet in de voorwaarden is genoemd maakt het percentage niet onjuist of onredelijk. Vordering afgewezen.

 

  1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met bijlagen:

 

  • het door Consument ingediende klachtformulier;
  • de aanvullende stukken van Consument;
  • het verweerschrift van Verzekeraar
  • de repliek van Consument;
  • de dupliek van Verzekeraar.

 

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

 

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

 

  1. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

  • Consument heeft sinds 2010 bij Verzekeraar een pleziervaartuigverzekering voor zijn zeiljacht, een [type zeiljacht] (hierna: het zeiljacht). In de toepasselijke Voorwaarden FBTO Pleziervaartuigen (hierna: de voorwaarden) staat:

 

14. Wanneer betalen wij minder voor de reparatiekosten?
Soms betalen wij minder voor de kosten van een reparatie of van het vervangen van onderdelen. Dat doen wij als wij vinden dat de boot door de reparatie of vervanging van onderdelen meer waard wordt. Of wanneer u een onderdeel van de boot laat vervangen omdat het weg is of beschadigd is. Bijvoorbeeld als u een 10 jaar oude buitenboordmotor vervangt door een nieuwe. Of als u een 2 jaar oud zeil dat bij een aanvaring scheurt, laat vervangen door een nieuw zeil.

 

In de volgende situaties beoordelen wij of we minder betalen:

(…)

  • als de onderdelen die u laat vervangen of maken ouder zijn dan 10 jaar.”

 

  • Op 20 juli 2017 heeft Consument een melding gedaan aan Verzekeraar van schade aan elektronica van zijn zeiljacht. Het zeiljacht heeft als vaste ligplaats [naam land] en Consument heeft de schade kunnen melden toen hij voor vakantie bij het zeiljacht arriveerde. De schade is op 27 juni 2017 ontstaan als gevolg van blikseminslag in een zeiljacht dat op 10 meter afstand van het zeiljacht van Consument lag. Verzekeraar heeft Consument, bij brief van 21 juli 2017 gevraagd om een opgave van de beschadigde apparatuur en spullen, opgave van de ouderdom van de apparatuur en spullen en om een offerte van de herstelkosten.

 

  • Consument heeft per e-mail van 21 juli 2017 aan Verzekeraar laten weten welke apparatuur moet worden vervangen. Het gaat om de [merknaam] koers Computer
    [type 1], de Controle Unit van de Autopilot, de [merknaam] [type 2] Windmeter en Tridata (snelheid- en dieptemeter), het AIS systeem en de watertankmeters. De defecte apparatuur is volgens de opgave van Consument uit bouwjaar 2000 en moet worden vervangen om een werkend systeem te krijgen. Per e-mail van 23 juli 2017 heeft Consument aan Verzekeraar een offerte voor het vervangen van de defecte
    navigatie-instrumenten gestuurd en gevraagd of hij akkoord is met reparatie. In de
    offerte is voor reparatiekosten een bedrag genoemd van € 7.595.

 

  • Per e-mail van 26 juli 2017 heeft Verzekeraar Consument bericht dat hij een afschrijving voor apparatuur hanteert van 7% per jaar.
    Voor de apparatuur van het bouwjaar 2000 keert Verzekeraar daarom geen vergoeding uit en voor de nieuwe AIS vergoedt Verzekeraar het aankoopbedrag, met aftrek van 28%.

 

  • Consument heeft per e-mail van diezelfde datum laten weten dat hij protesteert tegen de afschrijving van 7% per jaar omdat in de voorwaarden staat dat bij blikseminslag de schade en de reparatiekosten worden vergoed en daarin geen percentage voor afschrijving is genoemd. Verder schrijft Consument:

 

“Het schip is van bouwjaar 2000 en in 2001 in de vaart gekomen. Tridata, Wind en Autopilot onderdelen zijn in 2001, door de importeur ingebouwd, de tankmeters zijn waarschijnlijk ingebouwd op de werf in 2000. De AIS is ingebouwd in 2011.”

 

  • In opdracht van Verzekeraar is door [naam expertisebureau] expertise verricht. De expert heeft een voorlopige schatting van het schadebedrag gemaakt van € 4.357,87.
    In de schadeberekening is een aftrek nieuw voor oud van 70% toegepast voor “tridata+wind+autopilot”. Hierdoor is een bedrag van € 2.709,70 op het schadebedrag in mindering gebracht. In de toelichting op het schadebedrag staat onder meer dat volgens de polisvoorwaarden geen aftrek nieuw voor oud van toepassing is op onderdelen die nog geen 10 jaar oud zijn en dat daarom geen aftrek is toegepast op de AIS receiver. Op de overige beschadigde apparatuur is wel een aftrek nieuw voor oud toegepast.

Consument heeft de expert laten weten dat het rapport op punten onjuist en onvolledig is met het verzoek dit aan te passen.

 

  • Per e-mail van 4 september 2017 aan Verzekeraar heeft Consument meegedeeld dat nog onduidelijk is of Verzekeraar uitkering doet en verzocht hem te berichten over de omvang en de vergoeding van de schade.

 

  • Op 12 september 2017 heeft de expert een eindrapport van expertise opgesteld. In de berekening van de schade is, in aanvulling op de berekening in de voorlopige rapportage van 9 augustus 2017 ook het vervangen van de kompasverlichting meegenomen. De voorlopige inschatting van de schade is € 4.437,87, exclusief kraan- en hijskosten. Verder staat in het rapport:

 

Bericht aan verzekerde
Wij hebben verzekerde op 11 september jl. telefonisch het schadebedrag medegedeeld met de uitleg van de aftrek nieuw voor oud. Verzekerde is van mening dat de aftrek nieuw voor oud niet in de polis wordt geregeld. Daarnaast is verzekerde van mening dat – als er sprake is van een aftrek nieuw voor oud – de aftrek pas begint te lopen in het 11e jaar na aanschaf. Verzekerde houdt daarbij uw aftrekpercentage aan van 7% per jaar. Dat zou volgens verzekerde betekenen
6 jaar (na 10 jaar geen aftrek) à 7% = 42% aftrek.
Wij hebben uitgelegd dat wij na 10 jaar de door ons toegepaste aftrek nieuw voor oud van toepassing is. Wij gaan ervan dat na 10 jaar er sprake is van een aftrek gedurende de gehele levensduur van de apparatuur.
Verzekerde heeft aangegeven met u in discussie te gaan over de toepassing van de aftrek nieuw voor oud en de hoogte van de aftrek nieuw voor oud.

(…)”

 

  • Bij brief van 29 september 2017 heeft Consument een klacht bij Verzekeraar ingediend over de afhandeling van de schade en de toegepaste aftrek nieuw voor oud. Bij brief van
    9 oktober 2017 heeft Verzekeraar Consument meegedeeld dat de juiste afschrijving is gehanteerd.
  1. Vordering, klacht en verweer

 

Vordering Consument

  • Consument vordert toepassing van de voorwaarden, inhoudende dat de aftrek nieuw voor oud wordt berekend vanaf het 10e jaar dat het zeiljacht in de vaart is, dus vanaf 2011, en daarbij een afschrijvingspercentage van 5% hanteert. Dit brengt mee dat in totaal een percentage van 30% moet worden afgeschreven. Subsidiair vordert Consument restitutie van de premie vanaf 2011.

 

Grondslagen en argumenten daarvoor

  • Consument heeft ter onderbouwing van zijn vordering de volgende argumenten aangevoerd.
  • Verzekeraar heeft ten onrechte een afschrijvingspercentage van 7% toegepast waarbij onduidelijk is over welke jaren dit is berekend. De toegepaste aftrek van 70% is niet redelijk en billijk.
  • Op grond van de voorwaarden kan in de eerste tien jaar geen aftrek “nieuw voor oud” plaatsvinden. Een redelijke uitleg van deze regeling brengt mee dat na tien jaar afschrijving wordt toegepast vanaf dat moment, en niet vanaf het eerste jaar. Omdat de vervangen onderdelen 16 jaar oud zijn, dient over zes jaar een afschrijvingspercentage te worden toegepast. De elektronica heeft normaliter dezelfde levensduur als het schip. Omdat er geen bewegende delen zijn en de functionaliteit volledig blijft behouden heeft de elektronica een levensduur van 30 jaar. Dit betekent dat de waardevermindering na tien jaar op redelijke wijze moet worden bepaald, bijvoorbeeld met een afschrijvingspercentage van 5%.
  • De begrippen “afschrijving”, “restwaarde” en “dagwaarde” zijn in de voorwaarden niet gedefinieerd. In de voorwaarden staat slechts “Wij betalen soms minder voor het vervangen van onderdelen”, maar uit de voorwaarden blijkt niet wat dit betekent voor mogelijke toekomstige schade aan onderdelen van het schip.

    Indien de voorwaarden hierover duidelijk waren geweest, wist de verzekerde waar hij bij schade aan toe is of had hij na tien jaar kunnen besluiten het zeiljacht op andere wijze te verzekeren. Consument had van Verzekeraar mogen verwachten dat hij na tien jaar werd geïnformeerd over het feit dat vanaf dat moment afschrijving zou worden toegepast.

Verweer Verzekeraar

  • Verzekeraar heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

 

  1. Beoordeling

 

  • Als gevolg van inductiespanning die bij een blikseminslag in een nabijgelegen zeiljacht is vrijgekomen is aan onderdelen van het zeiljacht van Consument schade ontstaan. Partijen verschillen van mening over de vaststelling van de dagwaarde van de beschadigde onderdelen. Consument is het niet eens met het toegepaste afschrijvingspercentage van 7% en met het aantal jaar waarop in waarde op de onderdelen is afgeschreven. Tussen partijen is niet in geschil dat een groot aantal onderdelen uit bouwjaar 2001 is en de schade is ontstaan in 2017.

 

  • De Commissie gaat eerst in op het aantal jaren dat op de onderdelen moet worden afgeschreven. Verzekeraar heeft aangevoerd dat Consument op basis van de voorwaarden een verzekering heeft gesloten. De door Consument genoemde begrippen zijn niet gehanteerd. In de voorwaarden is bepaald dat indien onderdelen ouder zijn dan 10 jaar Verzekeraar minder betaalt voor de vervanging van onderdelen. Deze regeling brengt mee dat Verzekeraar de eerste tien jaar de nieuwwaarde uitkeert en dat na 10 jaar weer het wettelijke uitgangspunt van art. 7:956 BW geldt van verzekering naar vervangingswaarde (dagwaarde) nu de onderdelen van de boot roerende zaken zijn. Vanaf het elfde jaar wordt de dagwaarde uitgekeerd, deze is gebaseerd op de werkelijke leeftijd van de apparatuur. De dagwaarde wordt berekend door van de nieuwwaarde de afschrijvingen af te trekken. Afschrijving op zaken vindt plaats vanaf het eerste jaar. De lagere vergoeding is gebaseerd op waardevermeerdering door reparatie of vervanging. De waardevermeerdering wordt bepaald door de reparatie- en vervangingskosten te vergelijken met de werkelijke waarde (dagwaarde) van beschadigde of verloren zaken voor de schadegebeurtenis. Deze vergelijking wordt aangeduid met ‘aftrek nieuw voor oud’.
  • De Commissie stelt voorop dat tussen partijen een geldige overeenkomst tot stand is gekomen waarop de onder 2.1 genoemde voorwaarden van toepassing zijn. Artikel 14 van de voorwaarden bepaalt dat de reparatie- en vervangingskosten niet geheel worden vergoed indien de boot door de reparatie of vervanging meer waard wordt. Deze bepaling geldt indien de onderdelen ouder zijn dan tien jaar.

    Hierin kan niet worden gelezen dat de waardestijging van de boot wordt beoordeeld door een vergelijking met de waarde die de onderdelen na tien jaar hebben. Het gaat om een waardestijging door vervanging van onderdelen ten opzichte van de waarde van de boot vlak voor de schade. Bij bepaling van de waarde van de boot vlak voor de schade dient rekening te worden gehouden met de leeftijd van de onderdelen. De lezing van Consument dat pas vanaf het tiende jaar een afschrijving wordt toegepast volgt niet uit de voorwaarden. Dit brengt mee dat Verzekeraar, door afschrijving vanaf het eerste jaar te berekenen, de voorwaarden bij vaststelling van de dagwaarde van de onderdelen op een juiste wijze heeft toegepast.

 

  • Consument is voorts van mening dat het door de expert gehanteerde percentage van 7% niet volgt uit de voorwaarden en nergens op is gebaseerd. Verzekeraar heeft toegelicht dat experts bij de vaststelling van de dagwaarde van de apparatuur uitgaan van de afschrijvingspercentages die zijn genoemd in de richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Experts op Pleziervaartuigengebied (hierna: NVEP). Volgens deze richtlijn geldt een aftrek van 10% voor apparatuur die beschermd is gemonteerd. De apparatuur in de boot van Consument had volgens deze richtlijn een restwaarde van 20%. De expert heeft een afschrijving van 70% toegepast en is daarmee ten gunste van Consument van de richtlijn afgeweken. De toepassing van de afschrijving volgens de richtlijn is een voor verzekerden voorspelbare methode, aldus Verzekeraar. De Commissie volgt Verzekeraar in dit verweer. Het enkele feit dat het door experts toe te passen afschrijvingspercentage niet in de voorwaarden is genoemd maakt het percentage niet onjuist of onredelijk. Dit geldt ook voor het feit dat experts bij vaststelling van de dagwaarde van onderdelen uitgaan van door de NVEP opgestelde richtlijnen. Daar komt bij dat indien Consument vragen had over de concrete betekenis van artikel 14 in geval van schade, hij daarover contact met Verzekeraar had kunnen opnemen zodat Verzekeraar hem had kunnen wijzen op het gebruik van de richtlijnen. Van een willekeurig gebruikt afschrijvingspercentage is daarom geen sprake, in tegenstelling tot het door Consument genoemde percentage van 5% dat door hem redelijk wordt bevonden maar geen basis vindt in voorwaarden of richtlijnen. Overigens is de expert ten gunste van Consument afgeweken van de in het in de richtlijn genoemd percentage van 10% door een afschrijvingspercentage van 7% te hanteren.

 

  • Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Consument wordt afgewezen.

 

  1. Beslissing

 

De Commissie wijst de vordering af.

 

 

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

 

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

 

 

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact