Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-622

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-622
(
mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. M. Veldhuis, secretaris)

 

Klacht ontvangen op        : 3 mei 2016

Ingediend door               : Consument

Tegen                            : Het Hypotheekbureau B.V., gevestigd te Hoorn, verder te noemen de Adviseur

Datum uitspraak             : 2 oktober 2018

Aard uitspraak                : Niet-bindend advies

 

Samenvatting

 

Consument heeft zich bij de Geschillencommissie van Kifid beklaagd dat het adviestraject bij de Adviseur in 2013 niet heeft geleid tot een passend hypotheekadvies, doordat goedkopere alternatieve hypotheekvormen en deugdelijke berekeningen hiervan in het advies ontbreken. De Geschillencommissie oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat het advies van de Adviseur niet passend was. Daarbij wordt opgemerkt dat een passend advies niet per definitie leidt tot de goedkoopst mogelijke hypotheekconstructie. Voorts heeft de Geschillencommissie geoordeeld dat nu de Adviseur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het Persoonlijk Financieel Plan aan Consument ter hand heeft gesteld, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de Adviseur aanspraak wil (blijven) houden op het gehele honorariumbedrag. De Adviseur zal derhalve € 500,- van de advieskosten aan Consument dienen terug te betalen.

 

  1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met bijbehorende bijlagen:

 

  • de klachtbrief van Consument;
  • het verweerschrift van de Adviseur;
  • de repliek van Consument;
  • de dupliek van de Adviseur.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

 

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

 

  1. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

 

  • Consument heeft in 2006 samen met haar toenmalige echtgenoot een hypothecaire geldlening bij Direktbank afgesloten. De hypothecaire geldlening bestond uit een levenhypotheek en een aflossingsvrije hypotheek. Op 7 januari 2012 bedroegen de levenhypotheek en de aflossingsvrije hypotheek respectievelijk € 45.925,65 en
    € 91.000,-. Aan de hypothecaire geldlening waren een levensverzekering en een beleggingsverzekering gekoppeld.
  • In 2012 is de echtscheiding tussen Consument en haar ex-echtgenoot uitgesproken. De woning, de hypothecaire geldlening en de hieraan gekoppelde levensverzekering zijn aan de ex-echtgenoot van Consument toebedeeld. Consument en haar ex-echtgenoot hebben ieder de helft van de opbrengst van de beleggingsverzekering ontvangen. Consument heeft daarnaast op grond van overbedeling een bedrag van
    € 46.000,- van haar ex-echtgenoot ontvangen. Direktbank heeft Consument in 2013 ontslagen uit haar verplichtingen als hoofdelijk schuldenaar van de bestaande hypothecaire geldlening.
  • Consument heeft zich begin 2013 tot de Adviseur gewend voor advies en bemiddeling ten behoeve van de financiering voor de aankoop van een nieuwe woning. Op 6 april 2013 heeft een oriënterend gesprek plaatsgevonden tussen Consument en de Adviseur. Tijdens dit gesprek is door Consument de checklist procedure inventarisatie gesprek ingevuld en ondertekend.
  • Op 16 mei 2013 heeft Argenta Spaarbank N.V., na bemiddeling van de Adviseur, een hypotheekofferte voor een annuïteitenhypotheek van € 184.396,- aan Consument uitgebracht. Consument heeft de offerte voor akkoord ondertekend.
  • Op 18 mei 2013 heeft opnieuw een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek hebben partijen de dienstverleningsovereenkomst ondertekend. In de dienstverleningsovereenkomst is tussen partijen afgesproken dat Consument een honorarium van € 2.950,- verschuldigd zou zijn.
  • De Adviseur heeft ten behoeve van het gesprek van 18 mei 2013 een Persoonlijk Financieel Plan opgesteld. Dit is niet door Consument ondertekend. In het Persoonlijk Financieel Plan van 18 mei 2013 is – voor zover relevant – het volgende opgenomen:

    Algemene doelstellingen
    Wat is voor u het best van toepassing?
    Nu lekker kunnen leven, geld opzij leggen voor inkomen later is voor mij minder belangrijk.
    (…)
    8. Vrij tekstvlak voor de adviseur
    [Consument] heeft 3 kinderen uit haar reeds ontbonden huwelijk. De scheiding is september 2012 reeds ingeschreven bij de burgerlijke stand. De woning en de daarbij horende hypotheek is toebedeeld aan de ex-partner. Meneer gaat een uitkoopsom van € 46.000,- aan [Consument] betalen. Naar verwachting zal dit half in mei 2013 gaan gebeuren. [Consument] gebruikt een deel van dat geld om de woning aan de [straat] aan te kopen.
    (…)

    Algemene risicobereidheid
    (…)
    17. Wat zoekt u vooral als u een financieel product wil aanschaffen?
    Hoe meer risico’s zijn uitgesloten hoe beter ik mij voel.
    18. Wat spreekt u het meeste aan?
    Zekerheid.

    Doelstellingen
    (…)
    26. Hoeveel van de hypotheekschuld wilt u op het eind van de looptijd hebben afgelost?
    De gehele hypotheek.
    27. Bent u bereid een renterisico te lopen met als gevolg eventuele wijzigingen in de maandlast?
    Ik wil zekerheid van gelijkblijvende maandlast voor langere periode, bijvoorbeeld 10 tot 15 jaar.
    28. U kunt op verschillende manieren kapitaal opbouwen. Wenst u dit te doen door te:
    Geen kapitaal opbouwen.
    (…)
    Vermogensopbouw
    Kennis en ervaring

    31. Wat weet u van beleggingsproducten?
    Daar weet ik weinig van.
    Waaruit blijkt dat?
    Ik wil zo min mogelijk met beleggingen te maken hebben en verdiep mij daar ook niet in.
    (…)
    40. Beschikt u over vermogen dat u wilt aanwenden voorde hypotheek?
    Ja, namelijk €17000
    (…)

  • De akte van de hypothecaire geldlening is op 13 juni 2013 bij de notaris gepasseerd.
  • De Adviseur heeft een aangepast Persoonlijk Financieel Advies opgesteld dat dateert van 13 september 2013. Dit is niet door Consument ondertekend. In het Persoonlijk Financieel Advies van 13 september 2013 is, naast hetgeen reeds onder 2.6 is opgenomen, het volgende opgenomen:

    6 Bij arbeidsongeschiktheid loopt u een financieel risico, afhankelijk van pensioendatum en looptijd van de hypotheek en krediet.
    Ik wil mij hiertegen niet verzekeren.
    ao.7 Neemt u het risico, dat bij een lager inkomen van u en/of uw partner, bijvoorbeeld door WW of AO, dezelfde kosten van pensioenvoorziening doorgaan?
    Ja.
    ao.8 vrij tekstvlak voor de adviseur
    [Consument] wil de lasten laag houden en wenst geen ao en ww dekking.
    (…)
    ll.4 Waarvoor wilt u een pensioenvoorziening treffen?
    Ik wil geen pensioenvoorziening treffen.
    ll.9 Vrij tekstvlak voor de adviseur
    [Consument] wil graag haar maandlasten zo laag mogelijk houden. Aanvullende verzekeringen en dus ook lasten wenst zij niet.
    (…)
    ol. 3 Waarvoor wilt u een nabestaandenvoorziening treffen?
    Ik wil geen nabestaandenvoorziening treffen.
    ol.6 Vrij tekstvlak voor de adviseur
    [Consument] wil graag de woning kopen zonder fratsen. Dus geen aanvullende dekking van wat voor soort ook die niet verplicht zijn.
    (…)
    ww.3 Welke doelstelling(-en) heeft u met de inkomensaanvulling door de ww-verzekering?
    Geen behoefte aan inkomensaanvulling.”

  • Bij brief van 16 maart 2016 heeft Consument zich bij de Adviseur beklaagd over de dienstverlening. Consument heeft de Adviseur aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en nog te lijden schade.

 

  1. Vordering, klacht en verweer

 

Vordering Consument

  • Consument vordert vergoeding van de door haar geleden schade van € 9.967,-.

    Daarnaast vordert Consument vergoeding van de advies- en bemiddelingskosten van
    € 2.950,-, de advocaatkosten en de kosten voor het inschakelen van een deskundige van
    € 1.058,75. Allen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016.

 

Grondslagen en argumenten daarvoor

  • Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen. De Adviseur heeft geen passend advies aan Consument verstrekt. Als gevolg hiervan heeft hij artikel 4:23 juncto artikel 4:24 Wet op het financieel toezicht (Wft) overtreden, zijn zorgplicht als bedoeld in artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geschonden, een onrechtmatige daad gepleegd, de beginselen van redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:2 en 6:248 BW geschonden, terwijl sprake is van oneerlijke handelspraktijken. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
  • Het Persoonlijk Financieel Advies van zowel 18 mei 2013 als 13 september 2013 zijn niet door Consument gezien en ook niet door haar voor akkoord ondertekend. Ze zijn nooit aan Consument ter hand gesteld en om die reden kan niet van de inhoud hiervan worden uitgegaan. De Adviseur heeft de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van Consument niet inzichtelijk gemaakt. Reeds hieruit volgt dat de Adviseur zijn zorgplicht heeft geschonden, daar hij dient te zorgen voor een reproduceerbaar advies.
  • Consument erkent dat de Adviseur informatie heeft ingewonnen over haar financiële positie, financiële ervaring, doelstelling en risicobereidheid. Consument betwist echter dat de Adviseur voldoende informatie heeft ingewonnen. Had de Adviseur dit wel gedaan, dan was duidelijk geworden dat voorkeur van Consument uitging naar een situatie die over de gehele looptijd het voordeligst was. Consument erkent dat zij heeft aangegeven dat zij zo laag mogelijke maandlasten wilde. Consument was er niet mee bekend en is er door de Adviseur niet op gewezen dat zij bij iets hogere maandlasten over de gehele looptijd van de hypothecaire geldlening voordeliger uit was geweest. Wanneer Consument van deze mogelijkheid had geweten had zij daarvoor gekozen. De Adviseur dient zich op basis van zijn zorgplicht niet alleen te baseren op de wensen van Consument, maar tevens op wat voor Consument het beste is. De Adviseur heeft door dit na te laten zijn zorgplicht geschonden.
  • Het door de Adviseur gegeven advies sloot niet aan bij de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van Consument, aangezien er goedkopere hypotheekvormen bestonden, welke door de Adviseur niet aan Consument zijn toegelicht. Voorts heeft de Adviseur geen deugdelijke berekeningen gemaakt. De Adviseur heeft Consument maar één mogelijkheid voorgehouden.

    De Adviseur heeft Consument onvoldoende geadviseerd over de mogelijkheid om de helft van de oude hypothecaire geldlening op basis van het overgangsregime mee te nemen in de nieuwe hypothecaire geldlening. Nu de oude levensverzekering aan de ex-echtgenoot is toebedeeld diende Consument in dat geval een nieuwe levensverzekering af te sluiten. Wanneer de Adviseur deze mogelijkheid en informatie aan Consument had voorgelegd, had Consument voor deze goedkopere mogelijkheid gekozen. Door deze mogelijkheid en informatie niet aan Consument voor te leggen, heeft Consument geen weloverwogen keuze en vergelijking kunnen maken en heeft de Adviseur zijn zorgplicht geschonden.

  • Consument heeft een rapportage overgelegd van Stichting [naam stichting]. In de rapportage maakt Stichting [naam stichting] een berekening gebaseerd op het voortzetten van de oude hypothecaire geldlening, die zij als de huidige situatie aanduidt (HS). Als VS 1 wordt aangeduid de oplossing waarvoor gekozen is en als VS 2 het voorstel waarmee Consument het voordeligst uit zou zijn geweest, de optimale constructie. Consument stelt dat VS 2 vergeleken met VS 1 € 9.967,- goedkoper is en vordert dit verschil als schade. De optimale constructie is wel degelijk passend en het is derhalve aannemelijk dat Consument voor deze constructie zou hebben gekozen wanneer Consument hiermee bekend zou zijn geweest.
  • De stelling van de Adviseur dat de gebruikte rendementen te positief zijn ingeschat is onjuist. De rendementen zijn historisch gezien realistisch. Daarnaast betwist Consument de stelling dat de rente voor een leven- of aflossingsvrije hypotheek 0,3% hoger zou zijn geweest. Consument kan deze stelling niet controleren aangezien er geen hypotheekofferte voor is opgevraagd.

 

Verweer van de Adviseur

  • De Adviseur heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
  • Consument heeft haar klacht onvoldoende onderbouwd. De klacht is in algemene bewoordingen zonder onderbouwing door middel van data. Zo stelt Consument dat er meerdere goedkopere mogelijkheden zouden bestaan. Welke mogelijkheden dat zijn, onderbouwt Consument, op VS 2(de zogenoemde optimale constructie) na, niet. Daarnaast is er geen enkele toelichting op de door Consument overgelegde stukken.
  • De Adviseur heeft voldoende informatie ingewonnen over de financiële situatie, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van Consument. Dit blijkt onder meer uit de door Consument ondertekende checklist, het Persoonlijk Financieel Advies en de gemaakte financieringsopzet die is gebruikt bij de financieringsaanvraag. Het Persoonlijk Financieel Advies is, samen met het klantprofiel, opgesteld ten behoeve van de bespreking van
    18 mei 2013.
    Tijdens deze bespreking zijn de meeste documenten opgemaakt, ondertekend en ontvangen door Consument. Na het gesprek op 18 mei 2013 is het Persoonlijk Financieel Advies aangepast, aan Consument meegegeven en op 18 mei 2013 intern vastgelegd. Hieruit blijkt dat de stukken zijn aangevuld naar aanleiding van door Consument verkregen informatie.
  • De Adviseur heeft voldaan aan zijn zorgplicht en gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam beroepsgenoot mag worden verwacht. Consument heeft in de gesprekken met de Adviseur aangegeven dat zij gegarandeerd wilde aflossen en geen kapitaal wilde opbouwen. Daarnaast heeft Consument aangegeven dat zij de maandlasten laag wilde houden en geen aanvullende dekkingen wenste. Het advies voldeed aan alle voornoemde wensen en was derhalve passend. Consument is voorgelicht over alle aspecten en heeft een weloverwogen en bewuste keus gemaakt.
  • De klacht van Consument en de rapportage met hierin een schadeberekening van Stichting [naam stichting] gaan uit van een onjuiste veronderstelling. Zij gaan er namelijk vanuit dat de hypothecaire geldlening en de hieraan gekoppelde levensverzekering door Consument zouden worden voortgezet. Dit was niet mogelijk, omdat deze in het kader van de boedelverdeling, net als de gezamenlijke woning, aan de ex-echtgenoot van Consument zijn toebedeeld. Daarnaast is het rendement van zowel de levensverzekering als de beleggingsverzekering in de schadeberekening van Stichting [naam stichting] te positief ingeschat. Dit zonder duidelijk te maken waar het hoge rendement op is gebaseerd. In de praktijk is ook gebleken dat dit rendement niet haalbaar is. Daarbij komt dat, wanneer zou zijn gekozen voor een leven- of aflossingsvrijehypotheek, de rente 0,3% hoger zou zijn geweest. Wanneer de gehele hypothecaire geldlening aflossingsvrij zou zijn geweest zou deze ook duurder zijn geweest. Dit is ook niet meegenomen in de schadeberekening en Consument heeft aangegeven dat zij haar maandlasten laag wilde houden. Dit betekent dat wanneer al sprake zou zijn van een verplichting tot vergoeding van de schade, de schade veel lager zou uitvallen, maximaal € 5.459,-.
  • De Adviseur heeft werkzaamheden verricht als gevolg waarvan een hypothecaire geldlening tot stand is gekomen. Consument is derhalve een vergoeding aan de Adviseur verschuldigd.

 

  1. Beoordeling

 

  • Ter beoordeling ligt de vraag voor of de Adviseur toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen hem en Consument geldende overeenkomst van opdracht.
  • De Commissie oordeelt dat de rechtsverhouding tussen Consument en de Adviseur zich laat kwalificeren als een overeenkomst van opdracht (artikel 7:400 BW). In het licht hiervan rustte op de Adviseur bij de uitvoering van deze opdracht ten behoeve van Consument een zorgplicht. De Adviseur dient tegenover Consument de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mag worden verwacht. Zie onder andere Hoge Raad 10 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF0122, NJ 2003, 375, r.o. 3.4.1.
  • Als uitgangspunt geldt dat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mag worden verwacht dat hij beschikt over de nodige deskundigheid en vakkennis, dat hij de financiële belangen van zijn cliënten naar beste weten en kunnen behartigt en dat hij zorgvuldigheid betracht in de advisering van zijn cliënten. De adviseur is daarbij gehouden informatie in te winnen bij cliënten omtrent hun kennis en ervaring, wensen, doelen en mogelijkheden teneinde zich ervan te verzekeren dat de door hem te verstrekken adviezen passend zijn gelet op de wensen en mogelijkheden van cliënten. Van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mag voorts worden verwacht dat hij zijn cliënten zodanig informeert over de aard van het product en de risico’s van hun keuzes, dat de cliënten vóór het sluiten van een hypothecaire geldlening een weloverwogen beslissing kunnen nemen (zie Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2012-343 en nr. 2014-411). Uiteindelijk dient een hypotheekadvies, met het oog op alle omstandigheden van het geval, passend te zijn. Daarbij kunnen er tal van omstandigheden zijn die meebrengen dat een passend advies niet leidt tot de goedkoopst mogelijke constructie. Een advies is immers, naast de wensen van een consument omtrent de hoogte van maandlasten, per definitie afhankelijk van diens leeftijd, diens inkomsten en toekomstperspectieven, diens wensen omtrent afloszekerheid en diens bereidheid om risico’s te nemen (zie Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2017-365 en nr. 2017-419).
  • Dit zou anders kunnen zijn indien Consument uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de beste dan wel de goedkoopste constructie ook haar wens was (zie ook Rechtbank Midden-Nederland 3 februari 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:420). Echter, gezien de vele factoren waarvan de inhoud van een advies afhankelijk is, zal in de regel niet één beste oplossing bestaan. Daarnaast is het zeer wel denkbaar dat een advies dat volledig aan de wens van de allerlaagste maandlasten voldoet, toch niet passend is. Immers, indien lage maandlasten kunnen worden bereikt door een risicovolle hypotheekconstructie af te sluiten, is het zeer wel mogelijk dat die risicovolle constructie met het oog op bijvoorbeeld de leeftijd, doelstellingen en risicobereidheid van een consument juist in het geheel niét passend is.
  • Ten aanzien van het onderhavige geschil overweegt de Commissie als volgt. De Commissie stelt vast dat de drijfveer van Consument om zich tot de Adviseur te wenden de financiering van de aankoop van een nieuwe woning betrof. Tevens staat vast dat de Adviseur en Consument meerdere gesprekken hebben gevoerd waarin de Adviseur de wensen van Consument heeft geïnventariseerd. Consument heeft hierbij de specifieke aangegeven dat zij de maandlasten zo laag mogelijk wilde houden.
  • Met inachtneming van het voorgaande heeft de Adviseur een voorstel gedaan voor een nieuwe hypothecaire geldlening en heeft Argenta Spaarbank N.V. op 16 mei 2013 een hypotheekofferte uitgebracht welke op 13 juni 2013 bij de notaris is gepasseerd.
  • Op basis van het klachtdossier komt de Commissie tot het oordeel dat niet is komen vast te staan en evenmin aannemelijk is geworden dat het advies van de Adviseur niet passend was. Indien Consument zich niet had kunnen verenigen met het advies, had het op haar weg gelegen om dit aan de Adviseur te melden dan wel de hypotheekofferte van Argenta Spaarbank N.V. niet te accepteren. De Commissie licht dit hieronder toe.
  • Allereerst zou het meest verstrekkende verwijt van Consument, namelijk de omstandigheid dat door de Adviseur geen alternatieve constructies of scenario’s aan Consument zijn voorgespiegeld, mogelijkerwijs tot het oordeel kunnen leiden dat de dienstverlening van de Adviseur niet op alle fronten naar volledigheid is uitgevoerd. Diezelfde omstandigheid leidt echter zonder nadere onderbouwing niet tot de conclusie dat het uiteindelijke advies niet passend is geweest, noch dat Consument, ook indien ervan uit zou worden gegaan dat zij van alle goedkopere alternatieven op de hoogte zou zijn geweest, dan voor het goedkopere alternatief zou hebben gekozen.
  • In dat verband geldt dat niet is gebleken of aannemelijk geworden dat het door Consument gestelde alternatief (het zogenoemde VS2) overeen zou komen met de wensen destijds, doelstellingen en risicobereidheid, noch dat dat alternatief op welke andere grond dan ook überhaupt passend zou zijn geweest. De enige onderbouwing voor deze stelling wordt gegeven door erop te wijzen dat het alternatief over de gehele looptijd bezien lagere lasten zou hebben opgeleverd. Ten eerste is het maar de vraag of die stelling waar is. De in dat voorstel genoemde maandlasten en de uiteindelijke beoogde aflossing zijn immers gebaseerd op fictieve voorbeeldrendementen. Daarnaast, ook al zou deze stelling feitelijk juist zijn, is de enkele omstandigheid van lagere totale lasten in een alternatieve situatie, zoals hierboven overwogen, onvoldoende voor een oordeel dat het hypotheekadvies niet passend is geweest. In het door Consument geboden alternatief is geen enkele garantie aanwezig dat enige vorm van aflossing aan het einde van de looptijd wordt bereikt.

    Evenmin is aannemelijk gemaakt dat een dergelijke constructie zou passen bij de financiële positie, wensen, doelstellingen en risicobereidheid van Consument.

  • Voorts oordeelt de Commissie over de stelling van Consument, die erop neerkomt dat haar wensen niet goed zijn geïnventariseerd. Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur mag worden verwacht dat hij bij een opdracht tot advies ter zake het oversluiten van een hypothecaire geldlening zorgdraagt voor een deugdelijk en transparant dossier. Nu de Adviseur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij het Persoonlijk Financieel Plan aan Consument ter hand heeft gesteld, acht de Commissie het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de Adviseur aanspraak wil (blijven) houden op het gehele honorariumbedrag van € 2.950,-. De Adviseur dient derhalve een deel van de in rekening gebrachte advieskosten aan Consument terug te betalen. De Commissie stelt dit bedrag naar billijkheid vast op € 500,-.

 

  1. Beslissing

 

De Commissie beslist dat Adviseur binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument vergoedt een bedrag van € 500,-. De Commissie wijst het meer of anders gevorderde af.

 

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

 

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement..

 

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact