Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2019-130

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-130
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Klacht ontvangen op : 6 november 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : E.O.C. Onderlinge Schepenverzekering U.A., gevestigd te Meppel, verder te noemen
Verzekeraar
Datum uitspraak : 19 februari 2019
Aard uitspraak : Niet-Bindend advies

Samenvatting

Pleziervaartuigenverzekering. Consument heeft een beroep op zijn verzekering gedaan voor schade aan de motor van zijn boot. De kosten van herstel zijn € 8900,- en Consument vordert vergoeding van dit bedrag, althans een substantieel gedeelte hiervan. Tussen partijen bestaat discussie over de dekking en over de hoogte van de dagwaarde omdat de motor ouder dan 25 jaar is maar in 2003 is gereviseerd. Verzekeraar heeft de dagwaarde van € 700,- en de sleepkosten van
€ 250,- vergoed. De vordering van Consument zal worden afgewezen. Indien de schade gedekt zou zijn onder de verzekering omdat deze is ontstaan door een gedekte gebeurtenis, zou Verzekeraar niet zijn gehouden tot het doen van een hogere uitkering dan hij heeft gedaan.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

· het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier;
· de aanvullende stukken;
· de brief met bijlagen van Consument van 27 februari 2018;
· het verweerschrift van Verzekeraar van 13 maart 2018
· de reactie van Consument van 4 juni 2018;
· de reactie met bijlagen van Verzekeraar van 6 september 2018.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies.
De uitspraak is daardoor niet-bindend.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Op 6 september 2016 is schade ontstaan aan de motor van de boot van Consument.
De boot is verzekerd bij Verzekeraar en Consument heeft over de schade op
8 september 2016 per e-mail contact opgenomen met Verzekeraar.

2.2 Op 30 mei 2017 heeft Consument Verzekeraar meegedeeld dat de motor weer werd ingebouwd en heeft hij een overzicht van de gemaakte kosten voor herstel ingediend. Volgens dit overzicht bedragen de kosten € 8.900,22. Verzekeraar was op dat moment nog in afwachting van het expertiserapport. Consument heeft Verzekeraar daarop laten weten dat de expert, naar wat hij van [Servicewinkel] had begrepen, nooit bij [Servicewinkel] is geweest om de motor te beoordelen.

2.3 Per e-mail van 29 juni 2017 heeft Consument om toezending van het expertiserapport gevraagd. Verzekeraar heeft daarop geantwoord dat alleen een rapport voor intern gebruik beschikbaar is en dat hij een rapport voor extern gebruik opvraagt. Consument heeft op 14 september 2017 opnieuw om toezending van het rapport gevraagd en op
2 oktober 2017 heeft hij opnieuw aandacht voor de kwestie gevraagd. Verzekeraar heeft Consument het rapport op 30 oktober 2017 toegestuurd.

2.4 Per e-mail van 2 november 2017 heeft Verzekeraar inhoudelijk gereageerd. Hij stelt dat de motor, ondanks revisie in 2003, ouder is dan 25 jaar. Volgens de expert is de schade-oorzaak gelegen in normale slijtage en/of achterstallig/gebrekkig onderhoud en is geen sprake van een van buiten komend onheil. Indien de schade wel zou zijn gedekt, zou Consument recht hebben op vergoeding van de dagwaarde van de motor minus de restantwaarde. De dagwaarde wordt uitgekeerd wanneer het schadebedrag op basis van de reparatiekosten hoger is dan de dagwaarde. Verzekeraar heeft Consument voorgesteld ter algehele en finale kwijting een bedrag van € 950,- te betalen. Dit is een vergoeding van de dagwaarde van de motor van € 700,- en van de sleepkosten van € 250,-. De dagwaarde is vastgesteld door E.O.C. Expertise en de restantwaarde en het eigen risico zijn niet in mindering gebracht. Verzekeraar heeft Consument het bedrag van € 950,- betaald. Consument heeft laten weten dat hij hiermee niet akkoord is.

3. Het geschil

Vordering Consument en zijn argumenten daarvoor
3.1 Consument wenst vergoeding van het bedrag van € 8900,-, althans een substantieel gedeelte hiervan.
De door Verzekeraar vastgestelde vergoeding is aanzienlijk lager dan de kosten van herstel. Gelet op de revisie van de motor in 2003 is de motor niet ouder dan 25 jaar en had de vergoeding van de schade hoger moeten zijn. Consument stelt ook dat de schade is ontstaan als gevolg van een van buiten komend onheil omdat door het revisiebedrijf is vastgesteld dat de oorzaak van de schade is gelegen in de radiator.

Verweer Verzekeraar
3.2 Verzekeraar is het niet met Consument eens dat hij een hogere uitkering voor de schade moet doen en heeft in reactie op de klacht een nadere toelichting gegeven. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling ingaan op de argumenten van Verzekeraar.

4. Beoordeling

4.1 De vordering van Consument zal worden afgewezen. Indien de schade gedekt zou zijn onder de verzekering omdat deze is ontstaan door een gedekte gebeurtenis, zou Verzekeraar niet zijn gehouden tot het doen van een hogere uitkering dan hij heeft gedaan.

De maatstaf voor de hoogte van de uitkering
4.2 In de op de verzekeringsovereenkomst toepasselijke voorwaarden zijn, in artikel 7.3, bepalingen opgenomen over vergoeding van schade aan de voortstuwingsinstallatie. Indien de schade is gedekt onder de verzekering, zal de uitkering op basis van dit artikel moeten worden vastgesteld.

4.3 Artikel 7.3 bepaalt in lid 2 dat schade aan een voortstuwingsinstallatie die ouder is dan
25 jaar, alleen is meeverzekerd als de schadeoorzaak buiten de voortstuwingsinstallatie ligt. Als het schadebedrag op basis van de reparatiekosten hoger is dan de dagwaarde, zal, op grond van art. 7.3 lid 5 de dagwaarde worden uitgekeerd, met aftrek van de restant-waarde. Artikel 7.3 lid 6 bepaalt dat de dagwaardeberekening volgens de richtlijnen van de Vereniging van Experts voor Kust-, Rijn en Binnenvaart (VEKRB) of de Nederlandse Vereniging van Experts op Pleziervaartuigengebied (NVEP) wordt vastgesteld. Verder geldt op basis van het polisblad een eigen risico van € 250,-.

4.4 De dagwaarde is vastgesteld op een bedrag van € 700,-, de sleepkosten zijn € 250,-. Verzekeraar heeft het bedrag van € 950,- aan Consument betaald en de restantwaarde en het eigen risico niet in mindering gebracht.

4.5 Verzekeraar heeft desgevraagd, onder toezending van de richtlijnen van de VEKRB, een nadere toelichting gegeven op de wijze waarop de dagwaarde wordt berekend, de betekenis van een revisie voor de berekening van de schade en inzicht gegeven in de wijze waarop de dagwaarde van de motor van de boot van Consument is berekend.

4.6 De motor werd gebouwd tot 1980 en is daarmee ouder dan 25 jaar. Dit betekent dat schade aan de motor alleen is verzekerd wanneer de oorzaak buiten de voortstuwings-installatie ligt. Anders dan Consument stelt, brengt een revisie geen verandering in de ouderdom van de motor. Voor deze zaak maakt dit evenwel niet uit nu Verzekeraar heeft uitgekeerd en zich er dus niet op heeft beroepen dat de schade niet is gedekt onder de voorwaarden. De Commissie hoeft de vraag of de schade is ontstaan door een gedekte gebeurtenis dus niet te beantwoorden.

4.7 Bij het bepalen van de hoogte van de uitkering is de revisie wel van belang. Verzekeraar heeft toegelicht dat een revisie van de motor voor de periode van acht jaar waarde verhogend werkt. De revisie van de motor van Consument is evenwel in 2003 uitgevoerd zodat deze ten tijde van de schade in 2016 niet meer van invloed was op de dagwaarde van de motor. De Commissie heeft niet kunnen vaststellen dat Verzekeraar de dagwaarde van de motor onjuist heeft berekend. Voor toewijzing van de vordering tot betaling van een bedrag van € 8900,- althans een substantieel gedeelte van de vergoeding van de reparatiekosten, is daarom geen grond aanwezig. Daarom is de Commissie tot de conclusie gekomen zoals hierboven onder 4.1 weergegeven.

4.8 Partijen verschillen ook van mening over de vraag of de expert die in opdracht van Verzekeraar de schade heeft vastgesteld, een bezoek heeft gebracht aan [Servicewinkel]. Een antwoord op die vraag is, gelet op het bovenstaande, niet van belang. Verzekeraar heeft in voldoende mate aangetoond op welke wijze de dagwaarde is vastgesteld en dat dit in overeenstemming is met de toepasselijke voorwaarden en richtlijnen. Hij is daarbij uitgegaan van dekking onder de verzekering en heeft, in afwijking van de voorwaarden ten gunste van Consument, de restantwaarde en het eigen risico niet in mindering gebracht.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact