Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2019-211 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-211
(mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. J.E.M. Sünnen, secretaris)

Klacht ontvangen op : 7 maart 2018
Ingediend door : Consument
Tegen : Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., h.o.d.n. OHRA Schadeverzekeringen, gevestigd te Arnhem, verder te noemen Verzekeraar.
Datum uitspraak : 26 maart 2019
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Autoverzekering WA-dekking. Bijzondere verrichting. Consument was betrokken geraakt bij een aanrijding op de snelweg tussen hem en Wederpartij. Consument vindt Wederpartij aansprakelijk voor het ontstaan van de aanrijding, omdat Wederpartij tweemaal op de rem stond terwijl Consument achter hem reed. Hierdoor is Consument geschrokken en moest hij naar rechts uitwijken. Omdat daar ander verkeer reed moest Consument weer naar links uitwijken, waarbij hij met zijn auto tegen de auto van de Wederpartij botste. Verzekeraar acht echter Consument aansprakelijk voor de gevolgen van de aanrijding en heeft de schade van Wederpartij vergoed. Omdat Consument van rijstrook wisselde had hij op basis van artikel 54 RVV de verplichting voorrang te verlenen aan het overige verkeer. Consument begon aan een bijzondere manoeuvre zonder dat hij zich er van had overtuigd dat hij dat kon doen zonder hinder voor ander verkeer. Daarnaast moet de bestuurder op grond van artikel 19 RVV van een voertuig in staat zijn om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is. Behoudens bewijs van het tegendeel betekent dit dat de achteroprijder in beginsel geacht wordt onvoldoende afstand te hebben gehouden tot zijn voorligger. De Commissie kan niet vaststellen of ook Wederpartij een voor het ontstaan van de aanrijding en de gevolgen daarvan relevante verkeersfout heeft gemaakt en een deel van de schade dient te dragen. Van verkeers¬fouten van Wederpartij ontbreekt ieder bewijs. De klacht van Consument is ongegrond.

1. Procesverloop

1.1 De Commissie beslist op basis van haar Reglement en op basis van de door partijen aan Kifid gestuurde documenten inclusief alle bijlagen. Hieronder te verstaan het klachten- formulier, het verweerschrift, de repliek van Consument en de dupliek van Verzekeraar.

1.2 De zaak is op grond van de stukken beslist. Partijen hebben gekozen voor bindend advies.

1.3 Aan deze beslissing is een bijlage gehecht waarin de relevante artikelen uit de wet zijn vermeld.

2. Inleiding

Waar gaat het om?
2.1 Op 22 januari 2018 heeft een aanrijding plaatsgevonden op de A[nummer 1] richting [plaatsnaam] op de meest linker rijstrook tussen een door Consument bestuurde en hem in eigendom toebehorende personenauto en de personenauto van zekere A, hierna: Wederpartij. Door de aanrijding is schade ontstaan aan beide voertuigen. Consument vindt Wederpartij aansprakelijk voor het ontstaan van de aanrijding, omdat Wederpartij twee- maal op de rem stond terwijl Consument achter hem reed. Hierdoor is Consument geschrokken en moest hij naar rechts uitwijken. Omdat daar ander verkeer reed moest Consument weer naar links uitwijken, waarbij hij met zijn auto tegen de auto van de Wederpartij botste.
Verzekeraar acht Consument aansprakelijk voor de gevolgen van de aanrijding en heeft de schade van Wederpartij vergoed. Ten gevolge hiervan is Consument teruggevallen op zijn bonus-malus ladder.

Wat is er gebeurd?
2.2 Consument heeft bij Verzekeraar een autoverzekering met WA-dekking sinds maart 2017. Op 22 januari 2018 rond 21.00u reed Consument op de A[nummer 1] knooppunt A[nummer 2] op de linker baan richting [plaatsnaam]. Wederpartij reed voor Consument op dezelfde rijbaan. Omdat Wederpartij volgens Consument langzamer reed dan het overige verkeer, gaf Consument groot licht als waarschuwing. Wederpartij verklaarde als reactie de cruise control te hebben uitgezet door kort op de rem te trappen. Consument meent dat Wederpartij daarna nogmaals op de rem trapte. Over de verdere gebeurtenissen geven Consument en Wederpartij van elkaar afwijkende lezingen. In ieder geval volgde op enig moment de hiervoor genoemde aanrijding.

2.3 Consument heeft op 23 januari 2018 een schadeaangifteformulier bij Verzekeraar in- gediend. Dit formulier is niet mede door Wederpartij ingevuld of ondertekend. Verzekeraar berichtte Consument dat hij alleen WA is verzekerd en dat hij daarom eventuele eigen schade zelf moet verhalen op Wederpartij.

2.4 Op 12 februari 2018 heeft Verzekeraar de aansprakelijkstelling van Wederpartij ontvangen. Verzekeraar hield aanvankelijk de aansprakelijkheid af, omdat Consument stelde dat Wederpartij zelf aansprakelijk is voor de ontstane schade. Bij brief van 1 maart 2018 neemt Verzekeraar een definitief standpunt in en erkent de aansprakelijkheid van Consument jegens Wederpartij. Verzekeraar laat Consument weten dat bewijs voor gehele of gedeeltelijke aansprakelijkheid van Wederpartij ontbreekt.

2.5 Consument is het niet eens met het standpunt van Verzekeraar en dient een klacht in. Hij meent dat Verzekeraar op geen enkel moment achter hem heeft gestaan en alleen heeft gekeken naar het verhaal van Wederpartij en de schade te snel heeft afgewikkeld terwijl Consument bewijs probeerde te vergaren waaruit zou blijken dat Wederpartij schuld had aan de aanrijding.

3. De beoordeling

3.1 De Commissie ziet zich voor de vraag gesteld of Verzekeraar zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat Consument aansprakelijk is voor de aanrijding op
22 januari 2018 en de gevolgen daarvan. Bij de beantwoording van deze vraag overweegt de Commissie als volgt.

De maatstaf
3.2 Voor het vaststellen van aansprakelijkheid zijn de wettelijke regels in verkeerssituaties van belang. Vaststaat dat Consument van rijbaan heeft gewisseld. Dit wordt een ‘bijzondere manoeuvre’ genoemd. Daarbij had Consument als degene die die manoeuvre uitvoert de verplichting voorrang te verlenen aan het overige verkeer. Dit volgt uit artikel 54 RVV (zie bijlage). Uit de eigen verklaring van Consument blijkt dat hij naar rechts stuurde, maar die manoeuvre niet kon voltooien omdat op die rijstrook ander verkeer reed. Daarom was hij, aldus zijn eigen lezing, genoodzaakt weer naar links te sturen. Dit betekent dat Consument begon aan een bijzondere manoeuvre zonder dat hij zich er van had overtuigd dat hij dat kon doen zonder hinder voor ander verkeer. De gevolgen hiervan komen, de aanrijding met de auto van Wederpartij en de gevolgen daarvan, voor zijn rekening.

Zijn er aanwijzingen of bewijs voor (mede)aansprakelijkheid van Wederpartij?
3.3 Onder omstandigheden kan een bestuurder, ondanks de toepassing van artikel 54 RVV niet of niet volledig aansprakelijk zijn, maar daarvoor moet vast komen te staan dat naast de verkeersfout van Consument sprake is van een of meer voor het ontstaan van de aanrijding relevante verkeersfouten van Wederpartij. Van verkeersfouten van Wederpartij is de Commissie niet gebleken. Daarvoor ontbreekt ieder bewijs.
Consument stelt weliswaar dat hij wel van rijstrook moest wisselen omdat Wederpartij tweemaal op de rem stond – waaronder de Commissie verstaat plotseling heftig remmen – en hij hierdoor genoodzaakt was naar rechts te sturen in een poging een aanrijding te voor¬komen, maar het ontbreekt aan bewijs voor die stelling.

3.4 Op grond van artikel 19 RVV (zie bijlage) moet de bestuurder van een voertuig in staat zijn om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

Behoudens bewijs van het tegendeel betekent dit dat de achteroprijder in beginsel geacht wordt onvoldoende afstand te hebben gehouden tot zijn voorligger. De stelling van Consument komt er op neer dat Wederpartij twee keer achter elkaar heftig heeft geremd, zonder verkeersnoodzaak, zodat de plotsklaps sterk verkorte remweg van Consument met noodzaak tot uitwijken is veroorzaakt door Wederpartij. De feiten waarop die stelling is gebaseerd zijn evenwel niet komen vast te staan. Daarom kan de Commissie niet vast- stellen of ook Wederpartij een voor het ontstaan van de aanrijding en de gevolgen daarvan relevante verkeersfout heeft gemaakt en een deel van de schade dient te dragen.

Had Verzekeraar meer of anders moeten doen?
3.5 Consument verwijt Verzekeraar dat hij zich van begin af aan onvoldoende actief aan zijn zijde heeft opgesteld. Uit het dossier blijkt dat Consument tegenover de politie heeft verklaard dat hij zelf dicht op Wederpartij reed en dat hij zelf groot licht gaf als signaal omdat hij van mening was dat Wederpartij langzaam reed. Tevens blijkt uit het dossier dat Wederpartij op dit rijgedrag van Consument reageerde door zijn cruise control uit te schakelen door kort op de rem te trappen. Uit het dossier blijkt niet dat Wederpartij voor een tweede maal op de rem trapte.
De Commissie is van oordeel dat, al was komen vast te staan dat Wederpartij een tweede maal op de rem had gestaan, vooralsnog niet is gebleken dat er sprake was van een onverantwoorde remwegverkorting en/of van de noodzaak voor Consument om van rij- baan te wisselen met de aanrijding als gevolg. Een extra onderzoek van Verzekeraar, waarvoor naar het oordeel van de Commissie geen aanleiding bestond, zou niet tot een andere uitkomst hebben geleid.

Conclusie
3.6 Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat Verzekeraar op goede gronden de aansprakelijkheid van Consument heeft erkend. De klacht van Consument is ongegrond.

4. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/in-beroep-gaan-bij-kifid.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.
Bijlage:

• Artikel 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV)
De bestuurder moet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

• Artikel 54 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV)
Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact