Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2019-252 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-252
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. M. Nijland, secretaris)

Klacht ontvangen op : 6 december 2018
Ingediend door : Consument
Tegen : DSV Assurantiegroep B.V., gevestigd te Hilversum, verder te noemen Gevolmachtigde
Datum uitspraak : 9 april 2019
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

De vraag die voorligt, is of Gevolmachtigde de Instrumentverzekering van Consument heeft mogen opzeggen vanwege het feit dat zij woonachtig is in [naam land]. Art. 7:940 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een verzekeraar een verzekeringsovereenkomst mag opzeggen teneinde verlenging van de verzekeringsovereenkomst te verhinderen voor zover een opzeg-termijn van twee maanden in acht wordt genomen. De Commissie stelt vast dat aan de voor-waarden is voldaan nu Gevolmachtigde bij bericht Consument er op heeft gewezen dat de verzekering niet zal worden verlengd. Onder omstandigheden kan een beroep op de hierboven genoemde opzeggingsbevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (art. 6:248 lid 2 BW). In het onderhavige geval is de Commissie van dergelijke omstandigheden niet gebleken. De vordering wordt afgewezen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

· het door Consument digitaal ingediende klachtformulier met bijlagen;
· het verweerschrift van Gevolmachtigde;
· de repliek van Consument; en
· de dupliek van Gevolmachtigde.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor een bindend advies.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument is woonachtig in [naam land].

2.2 Tijdens haar loopbaan heeft Consument op basis van de CAO van het Muziekcentrum van de Omroep (hierna: de CAO) gebruikgemaakt van een collectieve instrumenten-verzekering.

2.3 Op basis van de bepalingen uit de CAO kon de verzekering tijdens het pensioen individueel worden voortgezet.

2.4 In 2017 heeft Consument, tijdens haar pensioen, gebruik gemaakt van de collectieve instrumentenverzekering.

2.5 Op 12 december 2017 heeft Gevolmachtigde Consument bericht dat hij de verzekering niet kon voortzetten per 1 januari 2018 omdat het volgens haar volmacht instructies niet is toegestaan om verzekeringen af te sluiten voor niet Nederlands ingezetenen.

2.6 Wegens de korte overstaptermijn heeft Gevolmachtigde coulance halve de duur van de verzekering met één jaar verlengd.

2.7 In oktober 2018 heeft Gevolmachtigde Consument erop gewezen dat de verzekering, wegens de onder 2.5 genoemde reden, per 1 januari 2019 niet meer zou worden verlengd.

2.8 In artikel 14.6 van de Voorwaarden Instrumentenverzekering 2019 is het volgende opgenomen:

“Verhuizing naar het buitenland
De verzekering eindigt zodra de vaste verblijfplaats, of vestigingsadres indien het een rechtspersoon betreft, van verzekeringsnemer niet meer in Nederland is.”

2.9 Consument kan zich hier niet mee verenigen.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert vergoeding van een bedrag van € 122,-, zijnde het bedrag aan premie dat Consument meer dient te betalen voor de nieuwe instrumentenverzekering, die zij elders heeft moeten afsluiten. Een en ander te vermeerderen met wettelijke rente over genoemd bedrag vanaf 6 december 2018.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Aan deze vordering legt Consument ten grondslag dat Gevolmachtigde zich schuldig maakt aan discriminatie. Op basis van de CAO-bepalingen kan de instrumentenverzekering na pensionering worden voortgezet. Het woonland is niet eerder als restrictie in de verzekeringsvoorwaarden opgenomen. Dit is een vorm van contractbreuk. In zijn hoedanigheid als intermediair is Gevolmachtigde ervoor verantwoordelijk dat oude afspraken worden gehonoreerd.

Verweer
3.3 Gevolmachtigde heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

4.1 De vraag die voorligt, is of Gevolmachtigde de instrumentenverzekering van Consument heeft mogen opzeggen vanwege het feit dat zij niet meer in Nederland woonachtig is.

4.2 Art. 7:940 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een verzekeraar een verzekerings-overeenkomst mag opzeggen teneinde verlenging van de verzekeringsovereenkomst te verhinderen voor zover een opzegtermijn van twee maanden in acht wordt genomen.

4.3 De Commissie oordeelt dat aan de voorwaarden genoemd in 4.2 is voldaan nu Gevolmachtigde bij bericht van 4 oktober 2018 Consument er op heeft gewezen dat de verzekering – die liep van 2 januari 2018 tot 1 januari 2019 – per 1 januari 2019 niet zal worden verlengd.

4.4 Onder omstandigheden kan een beroep op de hierboven genoemde opzeggings-bevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn
(art. 6:248 lid 2 BW). In het onderhavige geval is de Commissie van dergelijke omstandigheden niet gebleken. Gevolmachtigde heeft weliswaar aangegeven dat het feit
dat Consument woonachtig is in [naam land] de reden was voor de opzegging en daarmee maakt Gevolmachtigde onderscheid tussen verzekerden, maar het maken van onderscheid is niet gelijk aan discrimineren. Voor dit laatste is nodig dat het maken van dat onderscheid niet gerechtvaardigd is. Vergelijk GC Kifid 2018-679. Gevolmachtigde heeft gemotiveerd dat de verzekeraars waarvoor hij als gevolmachtigde optreedt niet bereid zijn dekking te verlenen voor klanten die in het buitenland woonachtig zijn.

Nu Gevolmachtigde van deze verzekeraars afhankelijk is en de opzeggingsbeslissing los staat van de persoon van de verzekerde (de vraag wie de verzekering kan afsluiten), maar zijn grondslag vindt in de geografische reikwijdte van de dekking (de omvang van de dekking) – vergelijk GC Kifid 2018-783 – is naar het oordeel van de Commissie van een ongerechtvaardigd onderscheid geen sprake.

4.5 Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat de vordering van Consument wordt afgewezen.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/in-beroep-gaan-bij-kifid.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact