Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2010-176

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 176 d.d. 15 oktober 2010
(mr. J. Wortel, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en J.C. Buiter)
1. Procedure
De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– de brief met bijlagen van Consument behorende bij het door Consument ingevulde vragenformulier en de door hem ingevulde verklaring ontvangen
21 september 2009;
– het verweer van Aangeslotene van 23 december 2009;
– de repliek van Consument van 15 januari 2010;
– de dupliek van Aangeslotene van 8 februari 2010;
– de ter zitting namens Consument overgelegde pleitnota.
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.
De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 14 april 2010. Aldaar zijn beide partijen verschenen.
2. Feiten
De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
2.1 Consument krijgt op 4 oktober 2006 bij de emissie ervan voor een bedrag van in totaal
€ 2.040,00 10,5% in X toegewezen. De uitgifte datum is 6 oktober 2006 en het product kent een looptijd van 2 jaar. Op basis van de betreffende “General Conditions” (de Algemene Voorwaarden, hierna: GC) wordt op de einddatum de X afgelost tegen contanten dan wel tegen aandelen Y of Z. De wijze van aflossing wordt bepaald door de waarde die deze aandelen op dat moment vertegenwoordigen. Indien de waarde lager is dan de bij uitgifte van de X vastgestelde conversiekoers wordt er afgerekend in aandelen waarbij de slechtst presterende aandelen worden uitgekeerd.
2.2 Op 10 oktober 2007 wordt er een bod gedaan op Y en doet zich daarmee een zogenaamd “hedging disruption event” voor in de zin van artikel 5(b)(i) GC zoals het prospectus op pagina 31 vermeldt. Onder die omstandigheden vervangt Aangeslotene het aan de X onderliggende aandeel Y door het aandeel A.
2.3 Consument ontvangt een brief van Aangeslotene van 18 september 2008 waarin zij
hem bericht dat de X op 6 oktober 2008 geheel aflosbaar wordt gesteld. Tevens vermeldt Aangeslotene dat voor de aflossing bekeken wordt of op 1 oktober de onderliggende waarden nabeurs hoger, gelijk of lager waren dan de vastgestelde conversiekoers van respectievelijk € 14,10 voor het aandeel A en € 34,60 voor het certificaat Z.
2.4 Op de conversiedatum van 1 oktober 2008 blijkt dat beide onderliggende waarden lager noteren dan de vastgestelde conversiekoersen. Conform de voorwaarden dat aflossing plaatsvindt in de slechtst presterende onderliggende waarde vindt aflossing in aandelen A plaats.
3. Geschil
3.1 Consument vordert vergoeding van de door hem geleden schade, bestaande uit het verschil in waarde van het aandeel A ten tijde van de vervanging van het aandeel Y en de conversiedatum, door hem begroot op een bedrag van € 1.669,00.
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
Consument verwijt Aangeslotene hem niet afdoende te hebben geïnformeerd aangaande de
vervanging van het aandeel Y door het aandeel A. Er is sprake van een niet-transparante en niet-eenduidige wijze van communiceren door Aangeslotene waardoor Consument in zijn
belangen is geraakt. Zo heeft zij geen advertentie in het Financieel Dagblad (FD) geplaatst om dit kenbaar te maken terwijl zij bij de uitgifte van het product wel van voornoemde krant gebruik maakte.
Aangeslotene hanteert een bestendige gedragslijn in haar communicatie over dit soort producten door plaatsing van advertenties in het FD. Consument had er daarom redelijkerwijze van uit mogen gaan dat deze bestendige gedragslijn ook in dit geval zou
worden gevolgd.
De plaatsing van de mededeling op de “markets” website in plaats van op de geijkte website van Aangeslotene van de mededeling is niet voldoende. Daarmee is zij tekortgeschoten in haar informatieplicht, een onderdeel van de zorgplicht. Indien Consument tijdig en correct was geïnformeerd over de wijziging had hij deze X reeds op 11 oktober 2007 verkocht aangezien hij al in een andere X had belegd waarbij het aandeel A een van de onderliggende waarden was.
3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende weren aangevoerd.
Aangeslotene is van mening dat zij niet gehouden was een advertentie in het FD te plaatsen.
Zij heeft ook niet de verwachting gewekt dat informatie via het FD zou worden verspreid.
Dat Consument zijn beleggingsbeleid enkel afstemt op het FD is Aangeslotene niet toe te rekenen.
Aangeslotene heeft zich gehouden aan het gestelde in het prospectus en heeft daarmee voldaan aan de eisen die zijn gesteld aan het kenbaar maken van wijzigingen in de X zoals in dit geval de vervanging van een van de onderliggende waarden. Zij heeft na het hedging disruption event op 10 oktober 2007 mededeling aan het clearing systeem gedaan (namelijk bij het Nederlands Centraal Instituut Giraal Effectenverkeer) zoals in de artikelen 4 en 5a
GC van het prospectus is bepaald en op 11 oktober 2007 een bericht op het daarvoor relevante deel van de website geplaatst. Aangeslotene was op basis van het prospectus niet gehouden de wijziging in een van de landelijke dagbladen te publiceren.
Voorts betwist Aangeslotene dat Consument nadeel heeft geleden en voor zover er al sprake is van schade bestwist zij zowel de causaliteit als de omvang ervan. Consument had bovendien de mogelijkheid vroegtijdig te verkopen, namelijk tot 30 september 2008.
Aangeslotene acht de klacht ongegrond en verzoekt de Commissie de vordering af te wijzen.
4. Beoordeling
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de Commissie als volgt.
4.1 De Commissie stelt vast dat op het door Consument van Aangeslotene betrokken product de General Conditions (GC) van toepassing zijn.
Als uitgangspunt heeft, conform het in de GC bepaalde, te gelden dat een wijziging als de
vervanging van een onderliggende waarde na het zich voltrekken van een zogenaamd hedging
disruption event tot deze productvoorwaarden behoort en dat een mededeling inzake een
dergelijke wijziging jegens Consument enkel via de in dit geval door haar gebruikte website gedaan kon worden. In tegenstelling tot hetgeen Consument betoogt, heeft Aangeslotene daarmee voldaan aan hetgeen van haar op basis van de geldende voorwaarden geëist kan worden.
4.2 Voor zover Consument stelt dat er zijdens Aangeslotene onvoldoende voorlichting is geweest en de publicatiewijze niet in lijn is met een door Consument aangenomen bestendige lijn in het doen van aankondigingen betreffende wijzigingen in relatie tot dergelijke producten is de Commissie van oordeel dat van een dergelijke verplichting geen sprake is en dat een zodanig verband ook niet door Consument aannemelijk is gemaakt. Van
een plicht consumenten op een meer indringende wijze voor te lichten dan zij in het onderhavige geval heeft gedaan, is naar het oordeel van de Commissie dan ook geen sprake.
Het feit dat de wijziging de kern van het product betreft, maakt dit niet anders. Overigens was Consument bekend met de beëindiging van de notering van de onderliggende waarde en had het op zijn weg gelegen navraag te doen naar de consequenties ervan indien deze hem niet duidelijk waren.
4.3 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van Consument moet worden afgewezen.
5. Beslissing
De Commissie stelt bij bindend advies vast dat de vordering van Consument wordt afgewezen.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact