Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2010-62

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 62 d.d.
7 april 2010
(mr B.F. Keulen, voorzitter, mr E.H. Hondius en drs A.I.M. Kool)

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
– de brief van 29 december 2008 van Consument met bijlagen, waaronder het door Consument ingevulde en op 3 februari 2009 ondertekende vragenformulier;
– het antwoord van Aangeslotene van 10 november 2009 met bijlagen.

Consument heeft aan de Commissie bericht geen repliek te zullen indienen op het antwoord van Aangeslotene.

De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling te Den Haag op maandag 22 maart 2010.

De behandeling van het geschil vond plaats tegelijk met het geschil tussen Consument en de tussenpersoon via wier bemiddeling de beleggingsverzekering bij Aangeslotene was gesloten.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
Op 14 december 2005 zijn Consument en haar man gescheiden. De gemeenschappelijke woning is in december 2006 verkocht en de op de woning rustende hypotheek afgelost. Aan de hypotheek was een bij Aangeslotene afgesloten beleggingsverzekering gekoppeld, die via een tussenpersoon tot stand was gekomen. Verzekeringnemer van de beleggingsverzekering was de ex-echtgenoot van Consument, terwijl beide ex-echtelieden de verzekerden waren. Aangeslotene heeft op 26 juli 2007 de afkoopwaarde ad € 7.895,51 van deze verzekering aan de ex-echtgenoot van Consument overgemaakt. De onderhavige beleggingsverzekering wordt niet in het echtscheidingsconvenant van 16 december 2005 genoemd.

3. Geschil

3.1 Consument vordert uitkering door Aangeslotene van een bedrag van € 3.947,76, zijnde de helft van de afkoopwaarde.

3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
De afkoopwaarde is ten onrechte aan de ex-echtgenoot van Consument overgemaakt. Aan Consument is bij herhaling door de tussenpersoon verteld dat de polis slechts kon worden afgekocht met beider handtekeningen dan wel na het overleggen van het echtscheidingsconvenant. De tussenpersoon is sinds oktober 2006 met de echtscheiding bekend. Consument heeft namelijk een nieuwe woning gekocht en heeft de tussenpersoon daarbij ingeschakeld. Deze heeft nimmer gezegd dat Consument Aangeslotene in kennis moest stellen van de echtscheiding. Aangeslotene verklaart niet van de echtscheiding te hebben geweten hoewel de tussenpersoon stelt dit op 2 mei 2007 telefonisch aan haar te hebben meegedeeld. Aangeslotene stelt aan de tussenpersoon op 19 juli 2007 een fax te hebben toe¬gezonden waarin deze in kennis werd gesteld van het gedane verzoek tot afkoop, maar de tussenpersoon stelt de fax niet te hebben ontvangen. Consument staat nu met lege handen. Zij heeft het gevoel dat zij gemangeld wordt tussen beide financiële dienstverleners.

3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.
– Over de financiële relatie tussen beide ex-echtgenoten is Aangeslotene niets bekend. Consument heeft geen bescheiden overgelegd waaruit zou blijken dat zij recht heeft op het afkoopbedrag. Evenmin is gebleken dat zij de verhaals¬mogelijkheden op haar ex-echtgenoot heeft onderzocht of enige incassomaatregel heeft genomen. Als zij een vordering op haar ex-echtgenoot heeft, dan moet zij dat met hem tot een oplossing brengen.
– Op grond van artikel 10 van de op de onderhavige verzekering van toepassing zijnde Algemene verzekeringsvoorwaarden kan de verzekeringnemer Aangeslotene verzoeken om de beleggingswaarde van de verzekering geheel of gedeeltelijk uit te keren.
– De ex-echtgenoot van Consument heeft op 13 juli 2007 schriftelijk Aangeslotene om uitkering van de afkoopwaarde gevraagd. Dat afkoopbedrag heeft Aangeslotene op 26 juli 2007 aan hem overgemaakt.
– Daaraan voorafgaand heeft Aangeslotene op 19 juli 2007 per fax de tussenpersoon in kennis gesteld van het gedane verzoek tot afkoop en hem de mogelijkheid geboden de gevolgen van de afkoop met de ex-echtgenoot van Consument te bespreken. De tussenpersoon kreeg daarvoor een week de tijd, en zonder tijdig tegenbericht zou de afkoop worden afgewikkeld. Dit is een standaardprocedure bij Aangeslotene. Zij heeft geen reden eraan te twijfelen of de fax verzonden is. Op 26 juli 2007 heeft zij de afkoop aan de tussenpersoon bevestigd, onder bijvoeging van een voor uitreiking aan de ex-echtgenoot van Consument bestemde specificatie van de afkoopwaarde.
– Met een telefoongesprek op 2 mei 2007 waarin de echtscheiding aan de orde is gekomen, is Aangeslotene niet bekend.
– Aangeslotene heeft correct en conform de polisvoorwaarden jegens de ex-echtgenoot van Consument gehandeld door hem op zijn verzoek de afkoopwaarde uit te keren. Als zij van de echtscheiding had geweten, dan zou zij om praktische redenen om het echtscheidingsconvenant hebben gevraagd. Bekend is namelijk dat echtscheidingen vaak niet in goede harmonie worden afgewikkeld. Dit laat onverlet dat de afkoopwaarde aan de verzekeringnemer toekomt.

4. Zitting

Ter zitting hebben Consument en Aangeslotene hun standpunten nader toegelicht.
Consument heeft meegedeeld dat zij steeds heeft vernomen dat de verzekering alleen met de handtekening van beide gewezen echtelieden kon worden beëindigd. Nadat de gehele afkoopwaarde naar haar ex-echtgenoot was gegaan, heeft zij hem daarover nog een aangetekende brief gezonden, maar zonder resultaat.
Aangeslotene heeft meegedeeld dat de door haar overgelegde Algemene verzekerings¬voorwaarden, gedateerd april 1996, op de onderhavige verzekering van toepassing zijn. Naar deze voorwaarden heeft zij in haar verweer verwezen. Bij echtscheiding pleegt zij voorzichtig te werk te gaan om de rechten van beide ex-echtelieden niet te frustreren. Zij wist echter niet dat Consument gescheiden was. Als zij dat wel geweten had, zou zij, aangezien het echtscheidingsconvenant niets omtrent de onderhavige verzekering vermeldt, de hand¬tekening van beide ex-echtgenoten hebben gevraagd. Bij de behoudpoging, gedaan in de fax van 19 juli 2007 aan de tussenpersoon naar aanleiding van het gedane verzoek tot afkoop, had de noodzakelijke duidelijkheid ter zake kunnen worden verkregen. Normaliter speelt bij een behoudpoging een mogelijke echtscheiding echter een ondergeschikte rol.

5. Beoordeling

Volgens artikel 10 van de op de verzekering toepasselijke Algemene voorwaarden kan de verzekeringnemer om uitkering van de beleggingswaarde van de verzekering verzoeken. Niet is komen vast te staan dat Aangeslotene van de echtscheiding wist toen de verzekering¬nemer, ex-echtgenoot van Consument, op 13 juli 2007 om uitkering van de afkoopwaarde verzocht. Met name is niet komen vast te staan dat de tussenpersoon op 2 mei 2007 aan Aangeslotene telefonisch de echtscheiding heeft meegedeeld. Onder die omstandigheden is er geen aanleiding om te oordelen dat Aangeslotene aan Consument had moeten vragen of zij ermee instemde dat het afkoopbedrag aan de verzekeringnemer zou worden uitgekeerd, maar dat Aangeslotene zonder meer conform het in voormeld artikel 10 bepaalde tot uitkering aan de verzekeringnemer heeft kunnen overgaan. De vordering van Consument dient derhalve te worden afgewezen.

6. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering af.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact