Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2012-14 (bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-14
d.d. 12 januari 2012
(mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en
mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Samenvatting

Pleziervaartuigverzekering. Dekking bij verhuur volgens de polis alleen als dat via een met name genoemd bedrijf gebeurt. Consument meldt telefonisch aan tussenpersoon dat verhuur¬bedrijf haar activiteiten heeft gestaakt. Tussenpersoon geeft melding niet door aan verzekeraar. Jacht loopt vervolgens schade op in verhuurde toestand en verzekeraar wijst schadeclaim af. Consument verwijt tussenpersoon schending van diens zorgplicht. Commissie wijst vordering af omdat de voorwaarden voor verhuurdekking duidelijk in de polis en in de offerte staan omschreven. Door verder te gaan met verhuur zonder dat de verzekeraar een nieuw verhuurbedrijf heeft geaccepteerd heeft Consument bewust risico genomen.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:
– het door de Ombudsman Financiële Dienstverlening overgelegde dossier;
– de brief namens Consument van 22 april 2011 met bijlagen waaronder het ingevulde en op 22 april 2011 door Consument ondertekende vragenformulier;
– het antwoord van Aangeslotene d.d. 27 juni 2011met bijlagen;
– de repliek namens Consument d.d. 8 augustus 2011 met bijlagen;
– de dupliek van Aangeslotene d.d. 5 september 2011 met bijlagen.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft voorts vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling te Den Haag op maandag 19 december 2011.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
2.1 Consument heeft met ingang van 1 april 2005 door de bemiddeling van Aangeslotene, zijn tussenpersoon, bij een verzekeraar een pleziervaartuigverzekering (hierna: de “Verzekering”) gesloten voor zijn zeiljacht. De Verzekering heeft een looptijd van
12 maanden en wordt jaarlijks verlengd. Op de Verzekering is de navolgende clausule van toepassing: “De verhuurdekking is uitsluitend van toepassing indien de verhuur plaats vindt via: (naam verhuurbedrijf)”.

2.2 De aan de Verzekering ten grondslag liggende offerte gedateerd 28 januari 2005 vermeldt onder meer het volgende:
“De verhuurdekking is uitsluitend van toepassing indien de verhuur plaats vindt via (naam verhuurbedrijf).”

2.3 Nadat dit verhuurbedrijf (hierna: verhuurbedrijf H) in 2007 de verhuurbemiddeling had gestaakt, is Consument zijn zeiljacht blijven verhuren via andere verhuur-bedrijven. De Verzekering bleef echter ongewijzigd.

2.4 Op 27 juni 2008 is het zeiljacht, toen het was verhuurd, in aanvaring gekomen met een ander zeiljacht. De verzekeraar heeft met een beroep op de voormelde
verhuur¬clausule geweigerd om dekking te verlenen ter zake van deze aanvarings-schade. Later heeft Consument met bijstand van zijn advocaat de schade aan de beide zeiljachten geregeld op basis van een schuldverdeling 90%-10% in het nadeel van Consument.

3. Geschil

3.1 Consument vordert: een bedrag van €15.807,26 met veroordeling van Aangeslotene in de kosten verbonden aan de procedure bij de Geschillencommissie. Dit bedrag is als volgt samengesteld:
– 90% van de Cascoschade van het eigen zeiljacht (incl. noodreparatie)€4.378,68
– 90% van de schade aan het andere zeiljacht €6.839,53
– aftrek eigen risico – € 450,-
subtotaal €11.668,21
– wettelijke rente vanaf 27 juni 2008 tot18 april 2011 € 1.336,36
– buitengerechtelijke kosten (incl. schikking andere zeiljacht) € 2.500,-
– wettelijke rente daarover vanaf 14 juli 2008 tot 18 april 2011 € 302,69
Totaal € 15.807,26

Dit bedrag dient nog verhoogd te worden met de wettelijke rente daarover tot aan de dag van voldoening.

3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
Aangeslotene is toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht jegens Consument c.q. heeft onrechtmatig gehandeld jegens Consument. Consument voert hiertoe het volgende aan:
– in april 2007 heeft Consument telefonisch aan Aangeslotene doorgegeven dat verhuurbedrijf H de verhuurbemiddeling had gestaakt. Aangeslotene gaf te kennen dat zij dit aan de verzekeraar zou doorgeven. Over de verhuurclausule en het ontbreken van dekking bij verhuur via een ander verhuurbedrijf zei zij echter niets. Consument meende dan ook dat zijn zeiljacht goed verzekerd was;
– na de aanvaring op 27 juni 2008 bleek dat Aangeslotene had verzuimd om de verzekeraar ervan in kennis te stellen dat verhuurbedrijf H de verhuur-bemiddeling had gestaakt. Als Aangeslotene dat wel had gedaan zouden ongetwijfeld nieuwe afspraken zijn gemaakt over de dekking bij verhuur;
– Aangeslotene heeft Consument niet geïnformeerd wat de gevolgen van de wijziging voor de dekking waren en wat nodig was om de dekking bij verhuur te behouden. Zij mocht uit de mededeling van Consument dat verhuurbedrijf H de verhuurbemiddeling had gestaakt, niet de conclusie trekken dat hij op de hoogte was van de consequenties daarvan;
– als Aangeslotene hem op de consequenties voor de dekking zou hebben gewezen, zou Consument het zeiljacht niet meer hebben verhuurd.

3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.
De Commissie dient Consument niet ontvankelijk te verklaren omdat hij niet voldoet aan de definitie van consument in het Reglement van de Commissie. Consument verhuurde zijn zeiljacht bedrijfsmatig aan derden. In het aanvraagformulier heeft Consument bij Aanvrager “Bedrijf” ingevuld, evenals bij de vraag wie de eigenaar van het vaartuig is.
Aangeslotene bestrijdt verder dat zij tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens Consument c.q. onrechtmatig jegens Consument heeft gehandeld. Zij voert hierbij het volgende aan:
– Inderdaad dient Aangeslotene haar klanten te adviseren over de gevolgen voor de polisdekking bij wijziging van omstandigheden. Aangeslotene heeft dit uitgebreid gedaan toen Consument in april 2007 belde met de mededeling dat verhuurder H haar activiteiten had beëindigd. Consument heeft toen tevens meegedeeld dat hij het zeiljacht voorlopig niet meer zou verhuren;
– de mate van de gehoudenheid tot advies over de gevolgen voor de polis-dekking is onder meer afhankelijk van de kennis van de verzekerde. Aangeslotene wijst er op dat Consument al goed op de hoogte was van de werking van de verhuurclausule, reeds omdat Aangeslotene bij de totstand-koming van de Verzekering uitgebreid met hem over deze clausule heeft gesproken. Bovendien is de verhuurclausule in de polis volstrekt duidelijk. Ook in de offerte voor deze verzekering staat duidelijk vermeld dat de verhuurdekking uitsluitend van toepassing is indien de verhuur plaatsvindt via verhuurbedrijf H. Aangeslotene wijst in dit verband tevens op een email van Consument van 9 april 2008 aan haar inzake eventuele premiekorting en waarop handmatig de aantekening “Géén verhuur” is geplaatst. Uit deze email lijkt te blijken dat Consument zich terdege bewust was van de verhuur-clausule;
– Aangeslotene wist niet dat Consument zijn zeiljacht weer verhuurde. Consument had haar daarvan in kennis moeten stellen. Aangeslotene behoeft niet bij de jaarlijkse automatische verlenging van een dergelijke verzekering bij zijn klanten navraag te doen naar nieuwe ontwikkelingen die op de verzekering van invloed zijn;
– Aangeslotene kan dan ook slechts worden verweten dat zij heeft nagelaten de melding van Consument aan de verzekeraar door te geven. Dit nalaten staat echter niet in causaal verband met de door Consument geleden schade. Ook als zij wel aan de verzekeraar had gemeld was er geen dekking geweest bij de aanvaring. De door Consument door het niet melden van het eindigen van de verhuur via verhuurbedrijf H aan de verzekeraar teveel betaalde premie wil Aangeslotene vergoeden.

3.4 Consument bestrijdt op zijn beurt dat hij zou hebben aangegeven dat hij het zeiljacht niet meer zou verhuren en dat hij kan worden aangemerkt als professional. De email van 9 april 2008 betreft premiekorting bij schadevrije jaren en de handmatige aantekening daarop is niet door Consument geplaatst. Tevens bestrijdt Consument dat Aangeslotene hem erop zou hebben gewezen dat er geen dekking is bij verhuur via een ander dan verhuurbedrijf H.

4. Zitting

Ter zitting hebben Consument en Aangeslotene hun standpunten nader toegelicht.

5. Beoordeling

5.1 De vragen waarvoor de Commissie zich in het onderhavige geval ziet gesteld zijn of de Commissie bevoegd is om het door Consument aangebrachte geschil in behandeling te nemen en, zo ja, of Aangeslotene toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens Consument, en zo ja tot welke gevolgen dat leidt. Bij de beantwoording van deze vragen gaat de Commissie uit van de hierboven onder 2 omschreven feiten.

5.2 Wat betreft de vraag naar de bevoegdheid van de Commissie is de contractuele verhouding tussen Consument en de betrokken verzekeraar doorslaggevend. In het onderhavige geval blijkt uit de polis dat Consument de Verzekering als particulier heeft gesloten. Om die reden gaat de stelling van Aangeslotene, te weten dat Consument niet voldoet aan de definitie van “consument” als omschreven in artikel 1 van het Reglement van de Commissie, niet op. De Commissie is derhalve bevoegd om het geschil in behandeling te nemen (zie ook uitspraak Commissie gedateerd
22 juni 2010 nr. 115).
5.3 Inzake de vraag of Aangeslotene toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens Consument overweegt de Commissie het volgende. Vooropgesteld dient te worden dat Aangeslotene als assurantietussenpersoon op grond van artikel 7:401 BW tegenover haar opdrachtgever verplicht is om bij haar werkzaamheden de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend tussenpersoon verwacht mag worden.
5.4 In de onderhavige kwestie staat tussen partijen vast dat Consument in april 2007 telefonisch aan Aangeslotene heeft medegedeeld dat verhuurbedrijf H haar activiteiten had beëindigd en dat Aangeslotene dit niet aan de verzekeraar heeft gemeld. Over de verdere inhoud van het telefoongesprek in april 2007 bestaat onenigheid tussen partijen zodat niet vaststaat of Aangeslotene Consument op de gevolgen van de verhuurclausule voor de dekking bij voortgezette verhuur van het zeiljacht heeft gewezen en of Consument Aangeslotene heeft gezegd dat hij geen plannen meer had voor verhuur van zijn zeiljacht.

5.5 Op 27 juni 2008 is het zeiljacht van Consument in verhuurde staat in aanvaring gekomen met een ander zeiljacht. De Commissie leidt hieruit af dat Consument
na de telefonische melding in april 2007 aan Aangeslotene is doorgegaan met het verhuren van zijn zeiljacht. De vraag die hierbij rijst is of Consument dit, zoals hij stelt, heeft kunnen doen in het gerechtvaardigde vertrouwen dat hij goed verzekerd was uit hoofde van de Verzekering.

5.6 De Commissie beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daarbij het volgende. In de offerte voor de Verzekering alsmede in de door de verzekeraar verstrekte polis staat uitdrukkelijk en niet voor misverstand vatbaar vermeld dat de verhuurdekking uitsluitend van toepassing is indien de verhuur plaatsvindt via verhuurbedrijf H. Op grond hiervan had het Consument duidelijk kunnen en moeten zijn dat de verhuurdekking alleen toepasselijk was indien hij zijn zeiljacht zou verhuren via verhuurbedrijf H. Uit de omstandigheid dat Consument het nodig heeft gevonden zijn tussenpersoon op de hoogte te stellen van het feit dat verhuur niet langer via verhuurbedrijf H kon plaatsvinden, leidt de Commissie af dat ook Consument zich terdege bewust was van het belang daarvan voor de dekking onder de verzekering. Dit brengt mee dat nu Consument in april 2007 telefonisch uitsluitend aan Aangeslotene heeft gemeld dat verhuurbedrijf H haar verhuur-activiteiten had beëindigd, hij er niet gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat hij desondanks nog steeds goed verzekerd zou zijn indien hij zijn zeiljacht nadien opnieuw zou willen verhuren. Ook voor Consument moet immers duidelijk zijn geweest dat daarvoor vereist zou zijn dat er een nieuw verhuurbedrijf in de verhuur-clausule zou worden aangetekend, dan wel dat de verzekeraar uitdrukkelijk zou afzien van de in de verhuurclausule opgenomen beperking voor de dekking. Gesteld noch gebleken is echter dat Consument op enig moment na april 2007 aan Aangeslotene heeft doorgegeven dat en, zo ja, via wie hij zijn zeiljacht (wederom) zou gaan verhuren, of dat hij Aangeslotene heeft gevraagd daarvan melding te doen bij de verzekeraar. Door onder deze omstandigheden, zonder ruggespraak met Aangeslotene nog steeds of opnieuw tot verhuur van zijn zeiljacht over te gaan heeft Consument bewust het risico genomen dat er geen verhuurdekking zou zijn en dienen de gevolgen daarvan voor zijn rekening te komen.

5.7 Aangeslotene kan worden verweten dat zij de mededeling dat verhuurbedrijf H haar activiteiten had beëindigd niet heeft doorgegeven aan de verzekeraar. Dit leidt evenwel niet alsnog tot toewijzing van de vordering van Consument. Uit overweging 5.6 vloeit voort dat Aangeslotene er ten tijde van de telefonische melding in april 2007 redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat Consument op de hoogte was van de verhuurclausule en de gevolgen van het beëindigen van de activiteiten door verhuurbedrijf H voor de verhuurdekking. Dit brengt mee dat nu Consument niet verzocht om aantekening van een nieuw verhuurbedrijf, Aangeslotene er tevens redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat Consument geen plannen had voor verdere verhuur. Melding aan de verzekeraar door Aangeslotene had bovendien ook niet meegebracht dat er wel verhuurdekking zou hebben bestaan. In de gegeven omstandig¬heden lag het op de weg van Consument om, indien hij verder wilde verhuren, voorafgaand Aangeslotene te verzoeken om in overleg met de verzekeraar een ander verhuurbedrijf op de polis aan te tekenen. Naar het oordeel van de Commissie gaat de zorgplicht van Aangeslotene in deze omstandigheden niet zover dat zij regelmatig bij Consument had dienen te informeren of hij zijn zeiljacht wellicht toch nog wilde verhuren.

5.8 Het hiervoor vermelde leidt ertoe dat de vordering van Consument zal worden afgewezen, waarbij de Commissie ervan uitgaat dat Aangeslotene haar toezegging de teveel betaalde premie (die geen onderdeel uitmaakt van het gevorderde) terug te betalen, gestand zal doen.

6. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact