Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2012-90 (bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-90 d.d. 20 maart 2012
(mr. R.J. Paris, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. E.P.A. Bogers, secretaris)

Samenvatting

Consument stelt dat de bank bij de beëindiging van het tussen hem en de bank bestaande depositocontract ten onrechte opnamekosten in rekening heeft gebracht. Bij het aangaan van het deposito is door Aangeslotene geen contract ter ondertekening en productvoorwaarden aan Consument voorgelegd. Consument is van mening dat hij gelet hierop niet gehouden kan worden aan voorwaarden met betrekking tot de opnamebeperking. Voor de Commissie is het aannemelijk geworden dat Consument kennis had van depositocontracten in het algemeen , hetgeen onder meer door Aangeslotene is gesteld en door Consument niet is betwist. De Commissie is dan ook van oordeel dat Consument zich bewust was of had kunnen zijn van de totstandkoming van een zogenaamde termijndeposito, met de daarop van toepassing zijnde productvoorwaarden, in het bijzonder een opnamebeperking gedurende de looptijd. Daarbij komt dat ook los van de specifieke voorwaarden in het algemeen geldt dat bij bijzondere spaarvormen met een aantrekkelijke rente opnamebeperkingen gelden. Het had op de weg van Consument gelegen om bij twijfel of vragen over de specifieke voorwaarden of eventuele uitzonderingen Aangeslotene daarover te benaderen.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het door Consument ondertekende vragenformulier d.d. 4 september 2010 met een nadere toelichting en bijlagen;
– het antwoord van de rechtsvoorganger van Aangeslotene d.d. 13 december 2010;
– de repliek van Consument d.d. 1 mei 2011, alsmede de brief van Consument d.d. 5 mei 2011;
– de dupliek van Aangeslotene d.d. 31 mei 2011.
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.
De Commissie heeft vastgesteld dat zij terstond een beslissing kan nemen als bedoeld in artikel 16 van haar Reglement (oud).

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
– Consument heeft op 17 oktober 2007 bij een rechtsvoorganger van Aangeslotene een Deposito geopend met nummer ***.000, waaraan een spaardeposito werd gekoppeld ter waarde van € 50.000,- met een looptijd van 1 jaar en een rente van 4,5%.
– Op 29 augustus 2008 is vervolgens op verzoek van Consument tussen partijen een tweede depositocontract in de vorm van een termijndeposito tot stand gekomen, ter waarde van € 260.489,34 met een looptijd van 185 dagen en een rente van 4,85%.
– Eind september 2008 heeft Consument bij Aangeslotene het verzoek ingediend dit contract voortijdig te beëindigen. Ondanks dat dit conform het productreglement niet mogelijk was, heeft Aangeslotene het contract tussentijds beëindigd onder inhouding van 5% opnamekosten, zijnde € 13.024,46. Consument heeft geageerd tegen deze ingehouden kosten.

3. Geschil

3.1 Consument vordert van Aangeslotene de vergoeding van de ingehouden opnamekosten van € 13.024,46.
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
– Consument stelt dat Aangeslotene bij het aangaan van het deposito in 2008 jegens hem niet de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen zoals van haar mag worden verwacht als financieel dienstverlener. Consument is derhalve van mening dat Aangeslotene niet gerechtigd was het bedrag van € 13.024,46 in te houden. Hij had in augustus 2008 recht op terugstorting van het volledige bedrag van € 260.489,34.
– Bij het aangaan van het deposito in augustus 2008 is door Aangeslotene geen contract ter ondertekening en productvoorwaarden aan Consument voorgelegd. Er is enkel een bankafschrift d.d. 1 september 2008 opgestuurd, waarop stond vermeld “contract 02”. Bij het aangaan van het “contract 01” in 2007 waren daarentegen door Aangeslotene wel een overeenkomst ter ondertekening en de van toepassing zijnde voorwaarden toegestuurd.
– Voorts is door Aangeslotene bij het tot stand komen van het deposito in 2008 enkel op basis van e-mailberichten gewerkt, zonder Consument formulieren in te laten vullen en te laten ondertekenen. Dit wederom in tegenstelling tot de gang van zaken bij het eerdere deposito van 2007.
– Nu achteraf is gebleken dat vanwege de andere aard van het (termijn-)deposito van 2008 – hetgeen Consument zich destijds niet bewust was – andere voorwaarden van toepassing waren dan op het (spaar-)deposito van 2007, en Aangeslotene nagelaten heeft hem hierover expliciet te informeren, is Consument van mening dat er formeel geen overeenkomst tot stand is gekomen en dat hij derhalve ook niet gehouden kan worden aan de afwijkende voorwaarden met betrekking tot de opnamebeperking en de later in rekening gebrachte opnamekosten.
– Consument voegt daar aan toe dat zelfs indien wordt aangenomen dat er sprake zou zijn van een rechtsgeldig contract, hij geen rekening had behoren te houden met het gegeven dat een termijndeposito opnamekosten zou kennen. Bij vele andere banken bestaan er immers deposito’s zonder opnamekosten.
3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.
– Aangeslotene is van mening dat Consument zelf de financiële gevolgen dient te dragen van zijn besluit om het termijndepositocontract voortijdig te beëindigen.
– Een deposito is een rekening die in de administratieve systemen van de bank wordt gebruikt als kapstok voor depositocontracten. De Algemene Bankvoorwaarden zijn hierop van toepassing evenals de betreffende productreglementen voor een spaardeposito (contracten met een looptijd vanaf één jaar vast) en een termijndeposito (kortlopende contracten met een looptijd van maximaal twaalf maanden). Door het ondertekenen van het openingsformulier van het deposito verklaren partijen dat zij hiermee akkoord gaan.
– Aangeslotene stelt dat zij tussen 1988 en 1994 en vervolgens vanaf 2007 een relatie met Consument onderhoudt met betrekking tot diverse depositocontracten. Zij mag dan ook Consument voldoende bekend veronderstellen met het principe van een deposito en de daaraan verbonden voorwaarden, welke ook bij het openingsformulier van 2007 zijn overhandigd. Daarnaast heeft Consument voorafgaand aan het afsluiten van het termijndeposito in 2008 in de diverse contacten met de adviseur van de lokale bank verwezen naar rentetarieven van deposito’s van andere financiële dienstverleners en hun voorwaarden met betrekking tot opnamebeperkingen.
– Gelet op het voorgaande is Aangeslotene van mening dat er – in tegenstelling tot hetgeen Consument stelt – met instemming van beide partijen een termijndepositocontract tot stand is gekomen in 2008, hetgeen via een rekeningafschrift aan Consument is bevestigd.
– Eind september 2008 heeft Consument aangegeven het termijndepositocontract voortijdig te willen beëindigen in verband met de aankoop van een woning voor zijn zoon. Ongeacht dat tussentijdse beëindiging van een termijndeposito niet mogelijk was op basis van het productreglement, heeft Aangeslotene zich destijds coulancehalve bereid getoond daarmee in te stemmen, onder de voorwaarde van inhouding van 5% opnamekosten.

4. Beoordeling

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde, overweegt de Commissie als volgt.
4.1 De Commissie stelt vast dat partijen een jarenlange relatie onderhouden met betrekking tot diverse depositocontracten. Op 29 augustus 2008 is op verzoek van Consument een depositocontract tot stand gekomen ter waarde van € 260.489,34 met een looptijd van 185 dagen en een rente van 4,85%.
4.2 De Commissie dient te beoordelen of het deposito van augustus 2008 zorgvuldig tot stand is gekomen en of Aangeslotene gerechtigd was opnamekosten in te houden bij de tussentijdse beëindiging van het contract op initiatief van Consument. Op basis van de overgelegde stukken beantwoordt de Commissie beide vragen bevestigend.
– De Commissie neemt daarbij in overweging dat Consument zich in augustus 2008 zelf tot Aangeslotene heeft gewend met het verzoek een deposito te openen voor een termijn van zes maanden voor een bedrag van € 260.489,34. In overleg met de adviseur van de lokale bank heeft Consument overeenstemming bereikt over het geldende rentepercentage en de looptijd van de deposito. Aangeslotene heeft de afspraken vervolgens bevestigd door middel van een rekeningafschrift d.d. 1 september 2008, met verwijzing naar “contract_02”. Voor de Commissie is het aannemelijk geworden dat Consument kennis had van depositocontracten in het algemeen , hetgeen onder meer door Aangeslotene is gesteld en door Consument niet is betwist. De Commissie is dan ook van oordeel dat Consument zich bewust was of had kunnen zijn van de totstandkoming van een zogenaamde termijndeposito, met de daarop van toepassing zijnde productvoorwaarden, in het bijzonder een opnamebeperking gedurende de looptijd. Daarbij komt dat ook los van de specifieke voorwaarden in het algemeen geldt dat bij bijzondere spaarvormen met een aantrekkelijke rente opnamebeperkingen gelden. Het had op de weg van Consument gelegen om bij twijfel of vragen over de specifieke voorwaarden of eventuele uitzonderingen Aangeslotene daarover te benaderen. Nu Consument dit destijds heeft nagelaten en niet gebleken is dat Aangeslotene op enige wijze in dit traject onzorgvuldig is geweest, stelt de Commissie vast dat het termijndeposito van augustus 2008 op de gebruikelijke wijze tot stand is gekomen en dat Consument door Aangeslotene gehouden mag worden aan het van toepassing zijnde productreglement.
– Uit het voorgaande volgt dat Consument er niet zonder meer van uit mocht gaan dat tussentijdse beëindiging van het termijndeposito mogelijk was en/of geen financiële consequenties zou hebben. Alhoewel de geldende voorwaarden hiertoe geen ruimte gaven, heeft Aangeslotene zich coulancehalve bereid getoond mee te werken aan voortijdige beëindiging, echter enkel onder de voorwaarde van inhouding van 5% opnamekosten, daarmee een parallel trekkend met haar voorwaarden voor een spaardeposito, met welke voorwaarden Consument erkent bekend te zijn. Daar Consument daarop de beëindiging van het deposito heeft doorgezet, mocht Aangeslotene naar het oordeel van de Commissie de genoemde opnamekosten in rekening brengen.
– Resumerend acht de Commissie de klacht ongegrond, zodat de vordering van Consument moet worden afgewezen.
4.3 Alle overige door partijen ingebrachte stellingen en argumenten kunnen niet tot een ander oordeel leiden en zullen derhalve onbesproken blijven.

5. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering af.
In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact