Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-055 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-055 d.d.
20 februari 2015
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris)

Consument,

tegen

Reaal Schadeverzekeringen N.V., gevestigd te Zoetermeer, hierna te noemen Aangeslotene.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het verzoek tot geschilbeslechting van Consument met bijlagen, ontvangen op 4 juni 2014;
– het verweerschrift van Aangeslotene;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Aangeslotene;
– de brief van Consument van 7 september 2014;
– de brief van Aangeslotene van 9 januari 2015;
– de bijlagen bij de e-mail van Aangeslotene van 29 januari 2015;
– de e-mails van Consument van 1 en 4 februari 2015.

De Commissie stelt vast dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening (hierna: de Ombudsman) niet tot oplossing van het geschil heeft geleid en dat partijen het advies van de Commissie als bindend zullen aanvaarden. De Commissie zal onder verwijzing naar artikel 37 lid 7 van haar Reglement uitspraak doen op basis van de in haar bezit zijnde stukken.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.
2.1 Consument heeft per 17 september 2011 een motorrijtuigenverzekering (hierna: de Verzekering) gesloten bij Aangeslotene met polisnummer [..1..] en Totaalplannummer [..2..]. Verzekerd is Wettelijke Aansprakelijkheid (WA), Ongevallen inzittenden en Verhaalsbijstand. Op de Verzekering zijn van toepassing de Verzekeringsvoorwaarden VP0609 (hierna: de Voorwaarden). In deze Voorwaarden staat – voor zover relevant – het volgende.
“5 Premiebetaling
(…)
5.2 Automatische premiebetaling
Indien is gekozen voor automatische premiebetaling, worden de premie, kosten en assurantiebelasting telkens omstreeks de premievervaldag automatisch van de op de machtiging vermelde rekening afgeschreven. Indien door enige oorzaak, zoals bijvoorbeeld opheffing van de rekening, onvoldoende saldo, te hoog debetsaldo of anderszins, betaling van de verschuldigde premie, kosten en assurantiebelasting niet plaatsvindt en de verzekeringnemer het verschuldigde bedrag ook niet op andere wijze voldoet uiterlijk op de veertiende dag nadat het verschuldigd is, wordt de dekking geschorst. De schorsing gaat in op de vijftiende dag nadat REAAL de verzekeringnemer na de premievervaldag schriftelijk heeft aangemaand en betaling is uitgebleven. De schorsing werkt terug tot de eerste dag van de periode waarover de premie verschuldigd was. (…)
5.4 Premiebetalingsplicht
De verzekeringnemer blijft verplicht de premie, kosten en assurantiebelasting te betalen. De dekking gaat weer in op de dag volgend op die waarop de betaling door REAAL is ontvangen. (…)”
2.2 Op 20 december 2011 heeft Aangeslotene aan Consument op haar adres in [plaats] een aanmaningsbrief gestuurd met daarin onder meer het volgende.
“In de afgelopen periode hebben wij tevergeefs geprobeerd het bedrag, volgens onderstaand overzicht, van uw rekening te incasseren.
(…)
Vervaldatum (…) Polisnr. (…)
01-12-2011 (…) [..1..] (…)
Wij wijzen u erop dat uw betaling voor 03-01-2012 op onze rekening dient te zijn bijgeschreven. Op de achterzijde van deze brief kunt u lezen wat de gevolgen zijn van het uitblijven van premiebetaling binnen de gestelde termijn. (…)”
De achterzijde van de brief is door Aangeslotene niet in het geding gebracht.
2.3 Op 5 januari 2012 heeft Aangeslotene een tweede aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in [plaats] met daarin onder meer het volgende.
“Wij wijzen u erop dat de risicodekking van uw verzekering met ingang van 01-12-2011 inmiddels is geschorst en voorzover het een autoverzekering betreft, het kenteken is afgemeld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Tijdens de periode van schorsing kunnen aan de verzekeringsovereenkomst geen rechten worden ontleend. Na schorsing wordt de dekking pas weer van kracht voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de dag waarop hetgeen verschuldigd is, voor het geheel door REAAL is ontvangen. Ondanks schorsing van de dekking blijft u verplicht de premie te betalen.”
2.4 Consument heeft deze premie betaald op 16 februari 2012. Op 7 februari 2012 heeft Consument een boete gekregen van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: de RDW).
2.5 Op 22 maart 2012 heeft Aangeslotene een aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in [plaats] met daarin onder meer het volgende.

“In de afgelopen periode hebben wij tevergeefs geprobeerd het bedrag, volgens onderstaand overzicht, van uw rekening te incasseren.
(…)
Vervaldatum (…) Polisnr. (…)
01-03-2012 (…) [..1..] (…)
Wij wijzen u erop dat uw betaling voor 05-04-2012 op onze rekening dient te zijn bijgeschreven. Op de achterzijde van deze brief kunt u lezen wat de gevolgen zijn van het uitblijven van premiebetaling binnen de gestelde termijn. (…)”
De achterzijde van de brief is door Aangeslotene niet in het geding gebracht.
2.6 Op 11 april 2012 heeft Aangeslotene een tweede aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in [plaats] met daarin onder meer het volgende.
“Wij wijzen u erop dat de risicodekking van uw verzekering met ingang van 01-03-2012 inmiddels is geschorst en voorzover het een autoverzekering betreft, het kenteken is afgemeld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Tijdens de periode van schorsing kunnen aan de verzekeringsovereenkomst geen rechten worden ontleend. Na schorsing wordt de dekking pas weer van kracht voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de dag waarop hetgeen verschuldigd is, voor het geheel door REAAL is ontvangen. Ondanks schorsing van de dekking blijft u verplicht de premie te betalen.”
2.7 Consument heeft deze premie betaald op 23 mei 2012. De dekking werd volgens het verzekeringshistorie-overzicht geschorst tussen 11-04-2012 en 04-07-2012.
2.8 Op 30 mei 2012 heeft Aangeslotene een tweede aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in [plaats] met daarin onder meer het volgende.
“Ondanks een eerdere betalingsherinnering hebben wij, voorzover wij kunnen nagaan, de premie die u volgens onderstaand bericht verschuldigd bent, niet ontvangen. (…)
Vervaldatum (…) Polisnr. (…)
01-04-2012 (…) [..1..] (…)
01-05-2012 (…) [..1..] (…)
Wij wijzen u erop dat de risicodekking van uw verzekering met ingang van 01-04-2012 inmiddels is geschorst en voorzover het een autoverzekering betreft, het kenteken is afgemeld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Tijdens de periode van schorsing kunnen aan de verzekeringsovereenkomst geen rechten worden ontleend. Na schorsing wordt de dekking pas weer van kracht voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de dag waarop hetgeen verschuldigd is, voor het geheel door REAAL is ontvangen. Ondanks schorsing van de dekking blijft u verplicht de premie te betalen.”
2.9 Op 7 juni 2012 heeft Aangeslotene een aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in Den Haag met daarin onder meer het volgende.
“Vriendelijk verzoeken wij u deze nota voor uw REAAL Totaal Plan onder nummer “[..2..]” bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgiro voor 11-06-2012. (…)
(…) Polisnummer Premieperiode (…)
(…) [..1..] Van 1 apr tot 1 mei (…)
Vervaldatum
13-04-2012
01-04-2012
(…)
In uw belang wijzen wij op de polisvoorwaarden die aangeven dat, indien de nota niet binnen
30 dagen na de vervaldatum is betaald, geen recht aan de verzekeringsovereenkomst kan worden ontleend. Dat wil zeggen dat u geen recht heeft op schadevergoeding of uitkering of bescherming van deze polis. De verplichting de premie te betalen blijft echter bestaan. (…)”
2.10 Op 7 juni 2012 heeft Aangeslotene een aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in Den Haag met daarin onder meer het volgende.
“Vriendelijk verzoeken wij u deze nota voor uw REAAL Totaal Plan onder nummer “[..2..]” bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgiro voor 11-06-2012. (…)
(…) Polisnummer Premieperiode (…)
(…) [..1..] Van 1 mei tot 1 juni (…)
Vervaldatum
11-05-2012
01-04-2012
(…)
In uw belang wijzen wij op de polisvoorwaarden die aangeven dat, indien de nota niet binnen
30 dagen na de vervaldatum is betaald, geen recht aan de verzekeringsovereenkomst kan worden ontleend. Dat wil zeggen dat u geen recht heeft op schadevergoeding of uitkering of bescherming van deze polis. De verplichting de premie te betalen blijft echter bestaan. (…)”
2.11 Volgens het overzicht van Aangeslotene werd de premie van april betaald op 24 juni 2012 en de premie van mei werd betaald op 29 juli 2012. Op 8 juni 2012 heeft Consument een boete gekregen van de RDW.
2.12 Op 31 juli 2012 heeft Aangeslotene een aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in Den Haag met daarin onder meer het volgende.
“In de afgelopen periode hebben wij tevergeefs geprobeerd het bedrag, volgens onderstaand overzicht, van uw rekening te incasseren.
(…)
Vervaldatum (…) Polisnr. (…)
01-07-2012 (…) [..1..] (…)
Wij wijzen u erop dat uw betaling voor 14-08-2012 op onze rekening dient te zijn bijgeschreven. Op de achterzijde van deze brief kunt u lezen wat de gevolgen zijn van het uitblijven van premiebetaling binnen de gestelde termijn. (…)”
De achterzijde van de brief is door Aangeslotene niet in het geding gebracht.
2.13 Op 1 augustus 2012 heeft een aanrijding plaatsgevonden tussen de auto van Consument en de auto van een derde.
2.14 Op 16 augustus 2012 heeft Aangeslotene een tweede aanmaningsbrief gestuurd aan Consument op haar adres in Den Haag met daarin onder meer het volgende.
“Ondanks een eerdere betalingsherinnering hebben wij, voorzover wij kunnen nagaan, de premie die u volgens onderstaand bericht verschuldigd bent, niet ontvangen. (…)
Vervaldatum (…) Polisnr. (…)
01-06-2012 (…) [..1..] (…)
01-07-2012 (…) [..1..] (…)
01-08-2012 (…) [..1..] (…)
Wij wijzen u erop dat de risicodekking van uw verzekering met ingang van 01-06-2012 inmiddels is geschorst en voorzover het een autoverzekering betreft, het kenteken is afgemeld bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Tijdens de periode van schorsing kunnen aan de verzekeringsovereenkomst geen rechten worden ontleend. Na schorsing wordt de dekking pas weer van kracht voor gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden na de dag waarop hetgeen verschuldigd is, voor het geheel door REAAL is ontvangen. Ondanks schorsing van de dekking blijft u verplicht de premie te betalen.”
2.15 Volgens het overzicht van Aangeslotene werden de premies van juni, juli en augustus betaald op 20 augustus 2012.
2.16 Aangeslotene heeft geen andere aanmaningsbrieven in het geding gebracht dan die hierboven in de alinea’s 2.2 tot en met 2.14 zijn genoemd.

3. Geschil

3.1 Consument vordert nakoming van de Verzekering door Aangeslotene. Haar schade bestaat uit € 3.500,- WA-schade en € 2.200,- schade aan de eigen auto.
3.2 Aan deze vordering legt zij ten grondslag dat:
– de schorsing van de dekking niet is aangekondigd. Consument was in de veronderstelling de premiebetalingen voor de juiste maanden te hebben voldaan. Achteraf bleek dat met terugwerkende kracht tot 1 juni 2012 de dekking was geschorst zonder dat Consument hiervan op de hoogte was en daardoor onverzekerd in haar auto heeft gereden in de periode waarin de aanrijding heeft plaatsgevonden. Door hierover onduidelijkheid te laten bestaan heeft Aangeslotene in strijd met kwaliteitsnormen gehandeld.
– de WA-schade van € 3.500,- volgt uit een rapport van schadereparatiebedrijf [X]. Interpolis heeft € 2.850,- betaald aan de tegenpartij van de aanrijding.
– de schade aan de eigen auto is door schadereparatiebedrijf [X] begroot op € 2.200,-. De hoogst noodzakelijke gebreken zijn gerepareerd voor € 786,50. Consument wil verhaalsbijstand ten aanzien van mogelijke aansprakelijkheid van de tegenpartij voor haar schade.
– Consument klaagt verder over de omstandigheid dat de premiebetalingen aan andere maanden zijn toegekend dan Consument had bedoeld en bovendien dat de aanmaningsbrieven in de periode tot juni 2012 naar een oud adres van Consument zijn gestuurd.
3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, het volgende verweer gevoerd.
De premiebetalingen zijn niet tijdig voldaan waardoor de dekking terecht met terugwerkende kracht werd geschorst vanaf (onder andere) 1 juni 2012. Aangeslotene heeft de betaalde premies toegekend aan de laatste openstaande maand (en mocht dit ook doen op grond van artikel 6:43 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)), zodat de schorsing van de dekking pas kon worden opgeheven op het moment dat alle achterstanden voldaan waren.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie stelt vast dat het geschil zich beperkt tot de vraag of op 1 augustus 2012 dekking bestond op de Verzekering.
4.2 De Commissie overweegt allereerst dat een verzekering kan worden geschorst op grond van een schorsingbepaling in de verzekeringsvoorwaarden ingeval een vervolgpremie niet wordt betaald mits aan een aantal wettelijke vereisten wordt voldaan. In de tekst van artikel 7:934 BW staat het volgende.
“Het niet nakomen van de verplichting tot betaling van de vervolgpremie kan eerst leiden tot beëindiging of schorsing van de verzekeringsovereenkomst of de dekking, nadat de schuldenaar na de vervaldag onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van 14 dagen, aanvangende de dag na aanmaning. (…)”
4.3 Een verzekering kan derhalve pas geschorst worden indien is aangemaand:
– na de vervaldag
– onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling
– tot betaling binnen een termijn van 14 dagen, aanvangende de dag na aanmaning
– en de betaling binnen 14 dagen uitblijft.
4.4 Uit artikel 5.2 van de Voorwaarden volgt vervolgens dat de schorsing ingaat op de vijftiende dag nadat Aangeslotene de verzekeringnemer na de premievervaldag schriftelijk heeft aangemaand en betaling in de respijttermijn is uitgebleven en dat de schorsing terugwerkt tot de eerste dag van de periode waarover de premie verschuldigd was.
4.5 Uit de aan de Commissie ter beschikking gestelde stukken volgt dat Consument op 29 juli 2012 de premie voor de maand mei heeft betaald. Zij mocht, los van de vraag of de schorsing in die periode terecht was, op dat moment in ieder geval ervan uitgaan dat achterstallige betalingen waren voldaan nu zij geen aanmaningsbrieven van latere betalingstermijnen had ontvangen en dat in ieder geval vanaf de dag volgende op die waarop door Aangeslotene de betaling werd ontvangen weer dekking zou bestaan.
4.6 Op 31 juli 2012 ontving zij een aanmaningsbrief voor de premie van de maand juli. In deze aanmaningsbrief wordt weliswaar een termijn van 14 dagen voor betaling gegeven, maar er wordt niet gewezen op de gevolgen van het uitblijven van betaling, anders dan dat dit op de achterzijde van de brief vermeld zou staan. De Commissie heeft de achterzijde van de brief niet ontvangen. Aangeslotene heeft op grond van artikel 7:934 BW – van welke bepaling op grond van artikel 7:943 lid 3 BW niet ten nadele van een consument kan worden afgeweken – de verplichting om na de uiterste betaaldatum in een aanmaning onmiskenbaar duidelijk te wijzen op de gevolgen van het niet tijdig betalen van de premie. Op basis van de thans overgelegde brief komt de Commissie tot het oordeel dat deze brief niet voldoet aan de eisen die de wet daarvoor stelt. Nu niet is voldaan aan de vereisten van artikel 7:934 BW kan Aangeslotene geen beroep doen op artikel 5.2 van de Voorwaarden. De dekking kon daarom niet met ingang van 1 juni 2012 worden geschorst, zoals Aangeslotene op
16 augustus 2012 schreef.
4.7 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat voor de aanrijding op 1 augustus 2012 derhalve dekking bestond op de Verzekering. Aangeslotene dient daarom in het kader van de aanrijding op 1 augustus 2012 alsnog in behandeling te nemen zowel de claim van Consument aangaande de WA-schade die mogelijk op Consument verhaald wordt door Interpolis als de claim van Consument met betrekking tot de verhaalsbijstand voor de eigen schade.
4.8 Gelet op het voorgaande wordt de vordering van Consument toegewezen. Dit brengt mee dat de overige – hiervoor niet besproken – klachten van Consument over de toekenning van de betaalde premie aan bepaalde maanden, het adresgebruik en het al dan niet voldoen aan kwaliteitsnormen verder buiten beschouwing kunnen blijven.
4.9 Nu Consument in het gelijk wordt gesteld, dient Aangeslotene tevens het door Consument betaalde klachtgeld ad € 50,- voor de behandeling van dit geschil aan Consument te vergoeden.

5. Beslissing

De Commissie beslist dat Aangeslotene binnen twee weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, de claim van Consument in het kader van de van de aanrijding op 1 augustus 2012 alsnog in behandeling neemt ten aanzien van de (mogelijke) WA-schade en de Verhaalsbijstand, en met vergoeding aan Consument van diens eigen bijdrage aan de behandeling van deze klacht, zijnde € 50,-.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht-1/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact