Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-177 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-177 d.d.
24 juni 2015
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. M. van Pelt, secretaris)

Consument,

tegen

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Verzekeraar.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het verzoek tot geschilbeslechting van Consument met bijlagen, ontvangen op 13 oktober 2014;
– het verweerschrift van Verzekeraar.

De Commissie stelt vast dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening (hierna: de Ombudsman) niet tot oplossing van het geschil heeft geleid en dat partijen het advies van de Commissie als bindend zullen aanvaarden.

De Commissie zal onder verwijzing naar artikel 37 lid 7 van haar Reglement uitspraak doen op basis van de in haar bezit zijnde stukken.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft een Woon- en Vrije Tijdpakket gesloten bij Verzekeraar. Hieronder zijn onder meer begrepen een Inboedelverzekering, een Audio-, visuele en computerapparatuurverzekering (hierna: de Audioverzekering) en een
Vakantie-Jaarverzekering als alleenstaande (hierna: de Vakantieverzekering).

2.2 Op het polisblad staan bij de Audioverzekering en de Vakantieverzekering de volgende verzekerde bedragen:

Audioverzekering
“Verzekerd bedrag € 5.000,-“

Vakantieverzekering
“Bagage per persoon € 2.500,-
Kostbaarheden per persoon € 500,-
(…)
(Goederen in) logiesverblijven € 500,-”

2.3 Op de Inboedelverzekering zijn van toepassing de Bijzondere Voorwaarden Inboedel (hierna: Inboedelvoorwaarden). In deze Inboedelvoorwaarden staat – voor zover relevant – het volgende.

“1. Begripsomschrijvingen
(…)
1.2 Inboedel
Onder inboedel wordt verstaan: alle roerende zaken die behoren tot de particuliere huishouding van de verzekerden, met inbegrip van: (…)
Niet tot de inboedel worden gerekend:
(…)
– audio-, visuele- en computerapparatuur;
(…)
2. Dekking
Wij vergoeden de schade als gevolg van iedere, tijdens de looptijd van deze verzekering voorgevallen oorzaak, die niet onder de Algemene Voorwaarden of krachtens het onder 3 gestelde is uitgesloten, met dien verstande dat: (…)
b. in geval van diefstal van inboedel uit een motorrijtuig nooit meer dan € 500,- wordt vergoed;”

2.4 Op de Audioverzekering zijn van toepassing de Bijzondere Voorwaarden audio- visuele- en computerapparatuur (hierna: Audiovoorwaarden). In de Audiovoorwaarden staat – voor zover relevant – het volgende.

“2. Dekking
Wij vergoeden de schade als gevolg van iedere, tijdens de looptijd van deze verzekering voorgevallen oorzaak, die niet onder de Algemene Voorwaarden of krachtens het onder 3 gestelde is uitgesloten.
(…)
3. Bijzondere uitsluitingen
Wij vergoeden niet de schade:
(…)
3.2 door diefstal of vermissing indien de verzekerde apparatuur buiten het woonhuis zonder direct toezicht is achtergelaten. Deze uitsluiting geldt niet indien de diefstal is voorafgegaan door braak terwijl de verzekerde apparatuur was opgeborgen:
– in een afgesloten bagageruimte van een vervoermiddel, zodanig dat deze volledig aan het oog was onttrokken, (…)”

2.5 Op de Vakantieverzekering zijn van toepassing de Bijzondere Voorwaarden
Vakantie-Jaarverzekering (hierna: de Vakantievoorwaarden). In de Vakantievoorwaarden staat – voor zover relevant – het volgende.

“1. Begripsomschrijvingen
(…)
1.5 Bagage
alle zaken van verzekerden die zijn meegenomen,
(…)
1.7 Logiesverblijven
het op een (vaste) standplaats aanwezige, niet aan (één van) de verzekerde(n) toebehorende en gedurende de vakantieperiode gehuurde of gebruikte vakantieverblijf.
(…)
2. Dekking
2.1 Geldigheidsgebieden
Deze rubriek geeft dekking voor verzekerde gebeurtenissen die zich tijdens een vakantiereis voordoen, in de gehele wereld. (…) Onverminderd het hiervoor bepaalde is de verzekering in Nederland slechts van kracht voor zover de schadeveroorzakende gebeurtenis plaats vindt:
1. terwijl de verzekerde vanaf zijn woonplaats rechtstreeks op weg was naar een bestemming buiten Nederland, of vanuit het buitenland rechtstreeks op weg was naar zijn woonplaats;
2. tijdens een vooraf geboekte vakantiereis van meer dan één aaneengesloten dagen. Het originele boekingsformulier moet op ons verzoek worden overgelegd;
3. tijdens een voorgenomen verblijf op een pleziervaartuig of in een (sta)caravan/vakantiewoning. Onder een voorgenomen verblijf wordt in dit verband tevens verstaan de reis vanaf de woonplaats naar het pleziervaartuig of de (sta)caravan/vakantiewoning en terug.
(…)
2.3.2 (Goederen in) logiesverblijven
Wij vergoeden de schade:
– aan het logiesverblijf alsmede aan de daarin aanwezige zaken, waarover de verzekerde kan beschikken op grond van de door hem gehuurde of gebruikte logiesverblijven;
– die een gevolg is van het verloren gaan van de sleutel van een tijdens de reis gehuurd kluisje; mits de verzekerde voor deze schade aansprakelijk is.”

2.6 Op 10 augustus 2013 is tussen 15.30 en 22.45 uur ingebroken in de in [plaats] (district) (geparkeerd staande) auto van Consument, terwijl Consument een festival bezocht.

2.7 De totale schade van Consument bedroeg € 2.322,25, bestaande uit onder meer een telefoon, kleding en sieraden.

2.8 Verzekeraar heeft onder verwijzing naar artikel 2b van de Inboedelvoorwaarden € 500,- uitbetaald. Het meerdere heeft Verzekeraar in eerste instantie afgewezen omdat de schade niet onder de dekking van artikel 2 van de Vakantievoorwaarden valt.

Vervolgens heeft Verzekeraar een aanvullende coulancehalve vergoeding van € 600,- gedaan, omdat er discussie kan ontstaan over het al dan niet onder de maximering van € 500,- vallen van Audiovisuele apparatuur, zodat de telefoon van Consument aanvullend werd vergoed.

3. Geschil

3.1 Consument vordert dat Verzekeraar de door haar geleden schade vergoedt, door haar begroot op € 1.222,25. Consument vordert tevens de door haar partner, de heer [X], geleden schade ad € 638,30, nu hij onder dezelfde voorwaarden bij dezelfde Verzekeraar is verzekerd.

3.2 Aan deze vordering legt zij ten grondslag dat:
– Consument van 9 t/m 12 augustus 2013 verbleef in het huis van haar zus. Dit is aan te merken als vakantieverblijf, zodat dekking bestaat onder de Vakantieverzekering. Consument hoefde niet te begrijpen dat logeren bij familieleden, zoals Verzekeraar stelt, niet onder de dekking viel, nu dat niet duidelijk volgt uit de Vakantievoorwaarden. Een voor Consument meest gunstige lezing prevaleert (ex artikel 6:238 BW). Indien Verzekeraar een uitsluiting voor ogen heeft, dan had zij dit als professionele partij als zodanig expliciet moeten opnemen.
– het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is onder de gegeven omstandigheden een beroep te doen tot afwijzing van de schade. Immers, wanneer de schade was veroorzaakt ten tijde van een verblijf in een hotel in [plaats], in plaats van een logeeradres bij familie, had Verzekeraar de schade wel uitgekeerd.

3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.
– Voor vakantiereizen in Nederland geldt dat alleen sprake is van dekking bij een voorgenomen verblijf in een vakantiewoning. Een logeerpartijtje bij een familielid kan niet als zodanig worden beschouwd.
– De diefstal heeft plaatsgevonden tijdens een daguitstapje van Consument naar een festival in [plaats]. Daarvoor bestaat geen dekking onder de Vakantieverzekering.

4. Beoordeling

4.1 Aan de orde is de vraag of Consument voor haar schade dekking heeft onder de Vakantieverzekering.

4.2 De Commissie is van oordeel dat in het onderhavige geval Consument redelijkerwijs er niet vanuit mocht gaan dat zij op grond van artikel 2.1 sub 3 van de Vakantievoorwaarden recht heeft op vergoeding van de tijdens een uitstapje naar een festival in [plaats] waarbij gelogeerd werd bij familie uit haar auto gestolen zaken. Uit artikel 2.1 sub 3 van de Vakantievoorwaarden volgt dat pas recht op vergoeding van de in het artikel genoemde schade ontstaat indien voldaan is aan de voorwaarde dat sprake is van een verblijf in een vakantiewoning.

Een verblijf bij familie kan niet gezien worden als een verblijf in een vakantiewoning. Het begrip ‘vakantiewoning’ geeft aan dat de woning een vakantiebestemming moet hebben.

In casu was van dit laatste geen sprake nu Consument verbleef in de woning van haar zus, welke woning geen vakantiebestemming heeft nu deze woning ook buiten vakanties om wordt bewoond en de woning niet (primair) wordt gebruikt om vakanties door te brengen. Evenmin komt Consument een beroep toe op artikel 2.3.2 nu – nog afgezien van de vraag hoe het begrip logiesverblijf moet worden begrepen – de zaken niet aanwezig waren in de woning.

4.3 Uit bovenstaande volgt tevens dat de Commissie de bewoordingen van artikel 2.1 lid 3 alsmede artikel 2.3.2 duidelijk acht zodat men aan een uitleg ten gunste van Consument (contra-proferentem-regel) niet toekomt nu voor de toepassing daarvan noodzakelijk is dat het beding in kwestie onduidelijk is.

4.4 De stelling van Consument dat zij wel dekking zou hebben gehad indien zij in een hotel was verbleven, brengt niet mee dat op grond van de redelijkheid en billijkheid een ruimere dekking moet worden toegekend. De Verzekeraar heeft met de dekkingsomschrijving de grenzen omschreven waarbinnen hij bereid was dekking te verlenen, hetgeen hem vrijstond (HR 9 juni 2006, NJ 2006, 326, r.o. 3.4.2). De Commissie ziet geen aanleiding om op grond van de redelijkheid en billijkheid tot een ander oordeel te komen.

4.5 Gelet op het voorgaande is niet gebleken dat Consument gerechtigd is tot schadevergoeding. Dit brengt mee dat de vordering van Consument zal worden afgewezen en dat de overige – hiervoor niet besproken – verweren van Verzekeraar buiten beschouwing blijven.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering van Consument af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht-1/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact