Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-221 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-221
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, terwijl mr. S.W.A. Kelterman als secretaris)

Klacht ontvangen op : 19 augustus 2014
Ingesteld door : Consument(en)
Tegen : Univé Schade N.V. gevestigd te Assen, verder te noemen
Verzekeraar
Datum uitspraak : 15 juli 2015
Aard uitspraak : Bindend advies

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van het Reglement Ombudsman en Geschillen-commissie Financiële Dienstverlening en op basis van de volgende stukken:

– Klachtformulier d.d. 15 augustus 2014;
– Brief van Consumenten d.d. 17 september 2014;
– Bevestiging van Verzekeraar d.d. 24 oktober 2014 en 14 november 2014, dat onlangs te late indiening van de klacht medewerking zal worden verleend aan behandeling door Kifid;
– Het verweerschrift van Verzekeraar d.d. 31 december 2014;
– De repliek van Consumenten d.d. 1 februari 2015;
– De dupliek van Verzekeraar d.d. 20 februari 2015.

Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 19 juni 2015 te Den Haag en zijn aldaar verschenen.

1. Feiten

Bij de beoordeling van de klacht gaat de Commissie uit van de volgende feiten.

1.1 Consumenten hebben met ingang van 8 juni 2013 via een assurantietussenpersoon die deel uitmaakt van dezelfde organisatie als Verzekeraar een motorrijtuigverzekering gesloten voor hun kampeerauto (camper), een [merk] type [type] met kenteken [kenteken], bouwjaar 2001, met onder andere dekking tegen schade door diefstal. De camper was van een particulier gekocht voor een bedrag van €35.000,00.

1.2 Op 7 juni 2013 is een Aanvraag Kampeerautoverzekering ondertekend, waarop – voor zover relevant – de volgende gegevens zijn vermeld:
1. Consumentenprijs (incl. standaard accessoires) €75.001
[…]
5. Verzekeringsdekking(en) WA + Volledig Casco
[…]
14. Gebruik van het voertuig privé Ja
zakelijk Nee
lease Nee
werk in buitenland Nee
[…]
27. Wordt het voertuig verhuurd? Nee

1.3 Door de tussenpersoon zijn bij het sluiten van de verzekering de volgende aantekeningen gemaakt:
07-06-2013 Kantoor Persoonlijk
Per morgen 08-06-2013 verzekeren Kampeerauto met kenteken [kenteken] [merk]. Dekking WA+volledig kasko zonder aanvullende dekkingen. Voorwaarden kampeerauto besproken; privé gebruik, max. 10.000. Mevrouw geeft aan dat er wellicht verhuur gedaan zal worden in de toekomst; duidelijk gezegd dat dit dan gemeld moet worden omdat dit op de huidige polis niet verzekerd is en wij dan moeten bekijken wat de mogelijkheden zijn. Klant weet niet wat de oorspronkelijke cataloguswaarde is, zal dit verder nazien. A.f. ingevoerd. Volgende week verder overleg over de cat. waarde en de definitieve dekking.

21-06-2013 Outbound Telefoon
Klant gebeld over de cataloguswaarde; volgens klant zal hoogstwaarschijnlijk tussen de 70.000 en 80.000 zijn. Afgesproken dat wij de polis opmaken met een cat. waarde van €75.000,–. Klant zal nog verder informeren en zal ons bericht doen als de cat. waarde precies bekend is.

21-06-2013
Toevoeging; Tijdens kantoorbezoek van 07-06 vereiste SCM-klasse 2 voor de diefstaldekking besproken.

1.4 Consumenten hebben op 27 november 2013 een schadeclaim ingediend in verband met diefstal van het verzekerde motorrijtuig in de periode tussen vrijdag 15 november 2013 te 18.00 uur en vrijdag 22 november 2013 te 11.15 uur.

1.5 De schade is door Verzekeraar afgewezen omdat de camper ten tijde van de diefstal was verhuurd en het kenteken van de camper niet geregistreerd was bij de SCM, hetgeen inhoudt dat er geen goedgekeurd klasse 2 alarm was geïnstalleerd.

1.6 De tussenpersoon heeft Consumenten op 16 december 2013 meegedeeld, dat voor kampeerauto’s ouder dan 10 jaar en een cataloguswaarde van meer dan €70.000,00 een alarm klasse 2 verplicht is.

1.7 Verzekeraar verwees in zijn brief van 20 februari 2015 met betrekking tot het maatschappijbeleid ten aanzien van diefstalbeveiliging van campers in relatie tot de cataloguswaarde naar het e-mailbericht van de tussenpersoon van 16 december 2013.

1.8 In de verzekeringsvoorwaarden (Speciaal Reglement Kampeerautoverzekering KAM-5) zijn de volgende relevante bepalingen opgenomen:
Artikel 5 Wat is niet verzekerd?
Naast de in het Algemeen Reglement genoemde uitsluitingen is niet verzekerd de aansprakelijkheid voor schade aan derden, en schade of beschadiging, of verlies van de kampeerauto wanneer:
5.1 Gebruik
1. de verzekerde kampeerauto ook voor een ander doel wordt gebruikt dan bij het aangaan van de verzekering is opgegeven, zoals rijlessen, betaald goederenvervoer (bijvoorbeeld pizzabezorging en koeriersdiensten), taxi, verhuur, lease en overwegend zakelijk gebruik in plaats van privé-gebruik;
2. […].

1.9 In de polis is clausule 032 ‘Diefstalbeveiliging’ opgenomen:
Als u diefstaldekking voor uw auto wilt dan moet de auto een SCM klasse 2 goedgekeurd
alarm-systeem of een soortgelijk af-fabriek alarmsysteem hebben. Personenauto’s mogen ook een
E-support hebben. Als een van de systemen aanwezig is, is er wel diefstaldekking en vervalt het standaard eigen risico.

2. Vordering en verweer

Vordering Consumenten
2.1 Consumenten vorderen van Verzekeraar vergoeding van de geleden schade als gevolg van de diefstal van de camper, subsidiair een aanzienlijke tegemoetkoming daarin.

Grondslagen en argumenten daarvoor
2.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
Verzekeraar is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst van motorrijtuigverzekering en is aansprakelijk voor de gevolgen daarvan. Consumenten voeren hiertoe het volgende aan.
– Van verhuur was geen sprake. Destijds was aan de tussenpersoon gevraagd of de camper mocht worden uitgeleend aan familie en kennissen en dat was geen enkel probleem. Als de camper zou worden verhuurd moest een andere verzekering worden gesloten. Dat was bij Verzekeraar niet mogelijk.
– De camper is nergens te huur aangeboden. De camper was één keer eerder uitgeleend aan kennissen. Die hebben geen huur hoeven te betalen, alleen een kleine vergoeding. Dat was €500,00, een bedrag dat die kennissen zelf hadden bepaald. Er was toen geen contract opgemaakt.

– Een kennis vanuit de bouwwereld had Consumenten gevraagd om de camper te lenen in de periode 15 t/m 23 november 2013 omdat de huur van een andere camper niet doorging omdat die camper motorische gebreken bleek te vertonen. Hij zou daar wel iets voor betalen. Dat was €550,00. De kennis stond er zelf op om daar-naast ook €1.000,00 borg te betalen. Dat stond standaard in het contract dat was opgesteld om toch iets op papier te hebben staan bij onverhoopte problemen, bij-voorbeeld een boete in de periode waarin de camper bij de kennis in gebruik was.

– Er zat volgens de code in het alarmkastje wel een Serpistar Gemel klasse 2 alarm-systeem in de camper en een af-fabriek klasse 1-startonderbreker.

– Toen de verzekering werd gesloten was de cataloguswaarde van de camper niet bekend. De tussenpersoon heeft die ook niet kunnen achterhalen. De vorige eigenaar wist de waarde ook niet, aangezien hij de camper destijds ook niet als nieuw had gekocht. Daarom was met de tussenpersoon afgesproken voor de camper een cataloguswaarde aan te houden van €75.000,00. Bij navraag bij een camperbedrijf bleek dat de cataloguswaarde ongeveer €62.000,00 is. Gelet op die cataloguswaarde had de camper niet voorzien behoeven te zijn van een SCM klasse 2 alarm.

Verweer Verzekeraar
2.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
– Er was sprake van een huurovereenkomst. In het normale spraakgebruik wordt onder verhuur verstaan het gebruik van een goed tegen een bepaalde vergoeding. Het verschil tussen lenen en huren wordt gevormd door het wel of niet betalen van een vergoeding.
De overeengekomen vergoeding was marktconform.

– Ook op grond van het Burgerlijk Wetboek is sprake van verhuur. Artikel 7:201 lid 1 BW luidt als volgt: Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.
Verder blijkt uit de jurisprudentie dat niet de naam maar de inhoud van de overeenkomst bepalend is voor de vraag of er sprake is van een huurovereenkomst, ook al hebben partijen dit karakter van de overeenkomst niet onderkend.

– Op de polis staat clausule 032. Hierin is vermeld dat voor diefstaldekking een SCM klasse 2 goedgekeurd alarm of soortgelijk af-fabriek alarmsysteem nodig is.
Het kenteken is niet geregistreerd bij de SCM, hetgeen impliceert dat er geen alarm is ingebouwd dat aan deze vereisten voldoet. Ook af-fabriek werd in 2001 nog geen alarm ingebouwd. Deze clausule is onderdeel gaan uitmaken van de gesloten verzekeringsovereenkomst en is om die reden hierop van toepassing.

3. Beoordeling

3.1 De vordering van Consumenten zal primair beoordeeld moeten worden op basis van de gesloten overeenkomst van motorrijtuigverzekering en de voor die verzekering van toepassing zijnde verzekeringsvoorwaarden.
Voorop staat dat voor de uitleg van voorwaarden, waaronder verzekeringsvoorwaarden, bepalend is hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635).
Hierbij komt het in de eerste plaats aan op de bedoeling van partijen. In dit geval kan worden vastgesteld dat de contractpartijen van deze verzekeringsovereenkomst bij de totstandkoming ervan wel hun bedoeling over de dekking in geval van verhuur van de verzekerde camper expliciet kenbaar hebben gemaakt, maar dat Consumenten daarbij kennelijk nog onvoldoende duidelijkheid hadden verkregen over de door Verzekeraar voorgestane inhoud en strekking van het begrip ‘verhuur’ in de polisbepaling (dekkings-uitsluiting) in geval van ander gebruik dan bij het aangaan van de verzekering was opgegeven.
De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte vertoont die moet worden aangevuld, kan niet alleen worden beantwoord op grond van een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Zie HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635.
Bij de uitleg van een contractsbepaling dient mede rekening te worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van het geval. De uiteindelijke uitkomst van het uitlegproces is dan een optelsom en een afweging van de van toepassing zijnde bijzondere omstandigheden. Een bijzondere omstandigheid in deze is het feit dat de uit te leggen bepaling is opgenomen in verzekeringsvoorwaarden waarover niet is onderhandeld. Deze omstandigheid brengt mee dat de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden in beginsel objectief dienen te worden uitgelegd (Vergelijk r.o. 4.4 van Rechtbank Arnhem 9 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8420).

3.2 De Commissie overweegt dat gelet op de hierboven genoemde te hanteren methode van
uitleg en de door partijen bepleite uitleg van de betreffende uitsluitingsbepaling, deze bepaling in de verzekeringsvoorwaarden onduidelijk is nu er meerdere redelijke lezingen van de bepaling mogelijk zijn. Dit brengt mee dat de bepaling inzake het gebruik van de verzekerde kampeerauto voor een ander doel dan bij het aangaan van de verzekering is opgegeven, waaronder verhuur en overwegend zakelijk gebruik in plaats van privé-gebruik, op grond van artikel 6:238 lid 2 BW contra proferentem dient te worden uitgelegd, waarbij de voor de verzekerde meest gunstige interpretatie prevaleert.

3.3 De Commissie is van oordeel dat in het onderhavige geval Consumenten redelijkerwijs er niet vanuit behoefden te gaan dat het voor de duur van een week in gebruik geven van de camper aan een kennis moest worden aangemerkt als het gebruik van de verzekerde kampeerauto voor een ander doel dan bij het aangaan van de verzekering was opgegeven, zijnde ‘privé’, ook al betaalde die kennis een bedrag van €550,00 voor het gebruik.
Consumenten behoefden deze handelwijze evenmin aan te merken als ‘overwegend zakelijk gebruik’ in plaats van ‘privégebruik’.

3.4 Tevens is de Commissie van oordeel dat het beroep van Verzekeraar op verval van
dekking in verband met de afwezigheid van een SCM klasse 2 goedgekeurd alarm of soortgelijk af-fabriek alarmsysteem in de gegeven situatie als onredelijk moet worden aangemerkt. Vast staat, dat het als maatschappijbeleid geldt om pas vanaf een catalogus-waarde van €70.000,00 deze beveiligingseis te stellen. Consumenten hebben voldoende aannemelijk gemaakt, met verwijzing naar een met name genoemd camperbedrijf en door overlegging ter zitting van een overzicht van catalogusprijzen van het type Integraal Esprit, dat de cataloguswaarde van de verzekerde camper ca. €62.000,00 is en Verzekeraar heeft dat onvoldoende betwist. Hij heeft blijkbaar zelf geen navraag gedaan bij het camperbedrijf naar de juistheid van de verstrekte gegevens. Verzekeraar heeft evenmin onderbouwd waarom in dit specifieke geval ten nadele van de verzekerde van de beleidsregel moest worden afgeweken. Hierbij kan in het midden blijven of de alarm-installatie die volgens Consumenten op het voertuig aanwezig was al dan niet kan worden aangemerkt als een af-fabriek alarmsysteem, vergelijkbaar met een SCM klasse 2 goedgekeurd alarmsysteem.

3.5 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, wordt de vordering van Consumenten toegewezen. Al hetgeen partijen verder nog hebben gesteld, kan niet tot een andere beslissing leiden en zal derhalve onbesproken blijven.

4. Beslissing

De Commissie beslist dat Verzekeraar binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, de schadeclaim verder in behandeling neemt door vaststelling van de omvang van de schade en vergoeding van het schadebedrag conform het bepaalde in de polis, zonder beroep te doen op clausule 032 en/of artikel 5 van de verzekeringsvoorwaarden.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht-1/4#stappen-plan .]

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact