Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-254 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-254 d.d.
8 september 2015
(mr. J. Wortel, voorzitter, J.C. Buiter en G.J.P. Okkema, leden en mw. mr. S. van der Hoorn, secretaris)

Samenvatting

Adviesrelatie: Consument heeft zich op het standpunt gesteld dat Aangeslotene hem nooit had mogen adviseren om bepaalde obligaties in de portefeuille op te nemen, omdat deze obligaties niet passend zouden zijn voor een neutraal risicoprofiel, noch zou Aangeslotene Consument op de kenmerken en risico’s van deze obligaties hebben gewezen. De Commissie is van oordeel dat Aangeslotene er bij haar advisering van uit mocht gaan dat Consument een ervaren belegger is met voldoende kennis van en ervaring met beleggen om de risico’s van de door Aangeslotene geadviseerde producten zelf te kunnen inschatten. Gelet op de aldus vastgestelde kennis en ervaring van Consument op het gebied van beleggen kan niet het vereiste oorzakelijk verband worden gelegd tussen de gestelde schade en enig tekortschieten van Aangeslotene in haar advisering aan Consument.
Consument,

tegen

de naamloze vennootschap F. van Lanschot Bankiers N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– de door Consument ingediende klachtbrief van 17 februari 2014;
– het verweerschrift van Aangeslotene;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Aangeslotene.

De Commissie stelt vast dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid en dat partijen haar advies als bindend aanvaarden.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 25 september 2014 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

2.1. In 1995 is Consument met Aangeslotene een adviesrelatie aangegaan voor beleggingen in privé en voor zijn Pensioen B.V. In privé heeft hij een beleggingsrekening geopend met rekeningnummer [nummer].

2.2. Bij brief van 11 augustus 1995 heeft Aangeslotene aan Consument een beleggingsvoorstel doen toekomen ten behoeve van onder meer zijn beleggingsportefeuille in privé.

2.3. Bij brief van 23 januari 2004 heeft Aangeslotene aan Consument bericht:
“(…)
Vanaf heden stellen wij u jaarlijks schriftelijk op de hoogte van het risicoprofiel van uw effectendepot ’s.

Onderstaand vindt u de risicoprofielen van uw beleggingsportefeuille geadministreerd onder nummer [nummer], gebaseerd op de gegevens van 31-12-2003.
– Geadviseerd: Neutraal
– Bevestigd: Neutraal
– Actueel: Neutraal
(…).”

2.4. Op advies van Aangeslotene heeft Consument op 1 juni 2004 voor nominaal
€ 120.000,- FLRO ING GRP04-14/49 obligaties (hierna: de ING obligaties) aangekocht tegen een koers van 100% en hij heeft op 20 oktober 2004 voor nominaal € 100.000,- FLRAO LANSCH 04-14/94 obligaties (hierna: de Van Lanschot obligaties) aangekocht.

2.5. Op 15 juli 2005 heeft Consument op advies van Aangeslotene voor nominaal
€ 50.000,- FLRAO DEUT.PO 05-12/49 obligaties (hierna: de Deutsche Post obligaties) aangekocht tegen een koers van 101,97% en voor nominaal € 50.000,- FLSO NED.WBKB 05-15/45 obligaties (hierna: de Waterschapsbank obligaties) aangekocht tegen een koers van 102,15%.

2.6. In de brief van 29 juli 2005 van Aangeslotene aan Consument staat:
“(…)
Wij hebben geconstateerd dat de actuele samenstelling van uw beleggingsportefeuille geadministreerd onder nummer [nummer] naar boven afwijkt van het profiel dat wij eerder aan u hebben bevestigd (Neutraal). Op basis van de gegevens die u in het gesprek van 27 juli 2005 hebt verschaft, hebben wij op uw verzoek het bevestigde profiel aangepast. Wij wijzen u er echter nadrukkelijk op dat het beleggingsbeleid dat u momenteel voert een hoger risico met zich meebrengt. De volgende risicoprofielen zijn voor uw portefeuille in onze administratie opgenomen.
Geadviseerd: Neutraal
Bevestigd: Groeigericht
Actueel: Groeigericht

In de brochure ‘Risicoprofielen bij Van Lanschot’ die u hierbij aantreft, vindt u informatie over de werkwijze van Van Lanschot.
(…).”

2.7. Bij brief van 27 december 2005 heeft Aangeslotene Consument geïnformeerd over haar afdeling Special Clients Desk en dat Consument de brief dient te ondertekenen indien hij van de diensten van deze afdeling gebruik wenst te maken. In deze brief staat onder meer:
“(…)
• Voor ervaren beleggers
Het vorenstaande houdt tevens in dat een relatie die zich voor effectenadvisering tot de afdeling Special Clients Desk richt, (…) kennis bezit van de werking van de effectenmarkten, van de ontwikkelingen daarop en van de onderscheiden beleggingsinstrumenten waarvan men binnen de beleggingsportefeuille gebruik van wenst te maken. In het bijzonder wordt van een relatie van de afdeling Special Clients Desk verwacht dat hij/zij zelf de ontwikkelingen volgt van de markten en van de specifieke fondsen en sectoren waarin wordt belegd, voortdurend een eigen inschatting maakt van de risico’s die zijn verbonden aan zijn/haar beleggingen.
(…).”

Deze brief heeft Consument op 1 januari 2006 ondertekend.

2.8. Op 25 april 2006 heeft Consument op advies van Aangeslotene nominaal € 50.000,- FLRAO BAYER 05-15/49 aangekocht, tegen een koers van 89,90%.

2.9. Zonder advies van Aangeslotene te hebben ingewonnen, heeft Consument in 2011 voor
€ 50.000,- nominaal Waterschapsbank obligaties bijgekocht tegen een koers van 67,75% en heeft Consument voor nominaal € 120.000,- FLRAO AEGON 04-14/49 aangekocht, tegen een koers van 43,50%.

2.10. In de brief van 13 december 2011 van Aangeslotene aan Consument staat:
“(…)
Op uw beleggingsrekening onder nummer [nummer] houden wij voor u 120.000 nominaal
ING 04-14/49 in bewaring. Met deze brief stellen wij u ervan op de hoogte dat ING Groep N.V. een bod doet op een aantal van haar leningen. Hieronder valt ook de door u aangehouden lening. De mogelijkheid bestaat om de bestaande achtergestelde obligaties ING 04-14/49 te verwisselen in een nieuwe senior obligatie ING. (…).”

2.11. Consument heeft naar aanleiding van de brief van 13 december 2011 van Aangeslotene contact met haar opgenomen. Vervolgens heeft Consument op 15 december 2011 zijn ING obligaties, nominaal € 120.000,-, op de beurs verkocht tegen een koers van 53,73%.

2.12. Bij brief van 4 maart 2013 heeft Consument zich bij Aangeslotene beklaagd over (een aantal van) de door Aangeslotene aan hem in 2004 en 2005 gegeven adviezen.

3. De vordering en grondslagen

3.1. Consument vordert dat Aangeslotene wordt veroordeeld tot vergoeding van het verlies op de ING, Van Lanschot, Deutsche Post en Waterschapsbank obligaties die hij in 2004 en 2005 op advies van Aangeslotene heeft aangekocht. Hij begroot dit bedrag op € 77.145,40, te corrigeren met het behaalde couponrendement, voor zover dit rendement hoger is dan het rendement dat behaald zou zijn op een tienjarige Nederlandse staatsobligatie, en ook te corrigeren met het gemist koersrendement op een tienjarige staatsobligatie.

3.2. Deze vordering steunt kort en zakelijk op de volgende grondslagen:

• Aangeslotene heeft Consument te offensieve obligaties geadviseerd;
• Aangeslotene heeft nagelaten Consument te informeren over de kenmerken van de geadviseerde obligaties en hem te waarschuwen voor de risico’s die aan de obligaties zijn verbonden.

3.3. Op de stellingen die Aangeslotene tot verweer heeft opgeworpen, wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Beoordeling

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat er sprake is van een adviesrelatie. Daarbij is het uitgangspunt dat de belegger in beginsel zelf verantwoordelijk is voor de gevolgen van zijn beslissingen, tenzij er adviezen worden gegeven die een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur in de gegeven omstandigheden niet had mogen geven.
4.2. Consument beklaagt zich over de advisering van Aangeslotene tot opname van ING, Van Lanschot, Deutsche Post en Waterschapsbank obligaties in zijn portefeuille. Consument heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat Aangeslotene hem nooit had mogen adviseren om deze obligaties in de portefeuille op te nemen, omdat deze obligaties niet passend zouden zijn voor een neutraal risicoprofiel, noch zou Aangeslotene Consument op de kenmerken en risico’s van deze obligaties hebben gewezen.

4.3. Aangeslotene mocht er bij haar advisering vanuit gaan dat Consument een ervaren belegger is met voldoende kennis van en ervaring met beleggen om de risico’s van de door Aangeslotene geadviseerde producten ook zelf te kunnen inschatten. Consument heeft bevestigd dat hij een ervaren belegger is, door het ondertekenen van de brief van
27 december 2005 van Aangeslotene, waarna hij gebruik is gaan maken van de dienstverlening van de Special Clients Desk van Aangeslotene. In deze brief staat duidelijk vermeld dat de dienstverlening bedoeld is voor ervaren beleggers. Bovendien hield Consument naast zijn beleggingsportefeuilles bij Aangeslotene ook twee beleggingsrekeningen bij ABN AMRO aan, met een totale beleggingswaarde in 2005 van ruim € 4.000.000,- en hij heeft zonder voorafgaand advies in 2011 obligaties aangekocht voor de beleggingsportefeuille die hij bij Aangeslotene aanhield. Ook hieruit blijkt dat Consument een ervaren belegger is die op zoek is naar mogelijkheden om rendementen te behalen, kennis heeft van bijzondere producten en derhalve op de hoogte is van de risico’s van deze producten en van de door Aangeslotene gegeven adviezen.

4.4. Daarnaast is op 27 juli 2005 het neutrale risicoprofiel van Consument gewijzigd in het meer risicovolle ‘groeigericht’ profiel. Het door Consument betrokken standpunt dat hij van deze wijziging in het beleggingsprofiel onkundig is gebleven komt de Commissie niet aannemelijk voor, aangezien op de portefeuilleoverzichten die Consument vanaf juli 2005 heeft ontvangen, is vermeld dat zijn risicoprofiel groeigericht is. Consument heeft niet aannemelijk gemaakt, ofschoon dat op zijn weg had gelegen, dat hij tegen deze wijziging van het risicoprofiel heeft geageerd. De Commissie acht daarom aannemelijk dat Consument het eens was met de wijziging van zijn risicoprofiel van neutraal naar groeigericht, en er zelf vanuit ging dat hij over (aanzienlijk veel) grotere kennis en ervaring op het terrein van beleggen beschikte dan hij in deze procedure stelt.

4.5. Gelet op de aldus vastgestelde kennis en ervaring van Consument op het gebied van beleggen kan niet het vereiste oorzakelijk verband worden gelegd tussen de gestelde schade en enig tekortschieten van Aangeslotene in haar advisering aan Consument. Daarop stuit de vordering af.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht-1/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact