Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-301 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-301 d.d.
20 oktober 2015
(mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Samenvatting

Als gevolg van een aanrijding is de snorfiets van consument beschadigd geraakt en heeft consument een gebroken bovenarm opgelopen. Consument is van mening dat de verzekeraar van het andere motorvoertuig de schade moet vergoeden. De commissie oordeelt dat de bestuurder van het andere motorvoertuig voorrang had en daarom niet aansprakelijk is voor de gevolgen van de aanrijding. De vordering van consument wordt afgewezen.

Consument,

tegen

Allianz Benelux N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

– het procesdossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het door Consument ondertekende klachtformulier Geschillencommissie met bijlage;
– het verweerschrift van Verzekeraar;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Verzekeraar.

2. Overwegingen

De Commissie heeft het volgende vastgesteld.

Tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft niet tot oplossing van het geschil geleid. Beide partijen zullen het advies van de Commissie als bindend aanvaarden.

Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 24 augustus 2015 en zijn aldaar verschenen.

3. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

3.1. Op 13 oktober 2008, omstreeks 16:35 uur, heeft in [plaats] een aanrijding plaatsgevonden op een kruising tussen twee fietspaden. Bij de aanrijding waren betrokken Consument, die op een snorfiets reed, en de bestuurster van een bromfiets (hierna ook: mevrouw B) die bij Verzekeraar was verzekerd tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid.

3.2. Mevrouw B reed ten tijde van de aanrijding op een fietspad dat parallel liep aan de [straat]. Het fietspad was van de [straat] gescheiden door middel van een ventweg en een smal trottoir. Haaks op de [straat] en het fietspad lag een ander fietspad. Op dit andere fietspad waren voor de kruising met de [straat] en de kruising met de ventweg op het wegdek haaientanden aangebracht en rechts, ter hoogte van de haaientanden, stond het bord B6 (“verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg”). Ter hoogte van de kruising met het fietspad langs de [straat] waren geen haaientanden aangebracht en stond geen bord B6. Consument is rijdende over het fietspad de kruising met de [straat] en de ventweg gepasseerd en vervolgens de kruising met het naast de [straat] gelegen fietspad opgereden. Mevrouw B kwam, vanuit zijn rijrichting gezien, van links en is tegen Consument aangereden.

3.3. Als gevolg van de aanrijding is de snorfiets van Consument beschadigd geraakt en heeft Consument een gebroken linker bovenarm opgelopen. Hij is (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geraakt.

3.4. Na het ongeval zijn Verzekeraar en Consument in overleg getreden over de schuldvraag en de afwikkeling van de schade, waarbij onder andere is gesproken over de vraag of de Gemeente aansprakelijk zou zijn in verband met de onduidelijke situatie ter plaatse.

3.5. Bij e-mail van 15 juni 2011 heeft Verzekeraar de gemachtigde van Consument het volgende bericht:

“Hiermee komen wij terug op bovengenoemde schade.

Zoals tijdens ons telefonisch overleg besloten zullen wij zonder erkenning van aansprakelijkheid, de schaderegeling op ons nemen. Het definitieve standpunt zal in een later stadium worden ingenomen.”

3.6. In 2011 heeft een ongevallenanalist in opdracht van Verzekeraar de verkeerssituatie onderzocht ten tijde van de aanrijding. In zijn rapport van 11 december 2011 komt hij tot de conclusie dat Consument voorrang had moeten verlenen aan mevrouw B.

3.7. Onder verwijzing naar de conclusies van de ongevallenanalist heeft Verzekeraar bij brief van 20 januari 2012 aan Consument bericht dat hij de aansprakelijkheid van zijn verzekerde (mevrouw B) voor de gevolgen van het ongeval afwijst en dat hij daarom niet hoeft op te komen voor de schade die Consument als gevolg van het ongeval lijdt.
3.8. Bij brief van 3 april 2012 is Verzekeraar van zijn standpunt omtrent de schaderegeling teruggekomen. In de brief staat, voor zover relevant, het volgende:

“Onze juridisch adviseur is met u van mening dat wij de regeling van deze schade wel moeten voortzetten. Wij zullen daarom de schade onder cessie verder regelen en de eigenschuld percentage van [u]w cliënt daarop in mindering brengen. Wij wachten op nader bericht van de gemeente en de [ongevallenanalist] en zullen in overleg treden omtrent de te hanteren schuldpercentage.”

3.9 In 2012 heeft Verzekeraar Consument bericht dat hij de schaderegeling staakt. In zijn brief van 6 september 2012 aan de gemachtigde van Consument is onder meer het volgende vermeld:

“In de bijgevoegde brief kunt u zien dat onze acties richting de Gemeente haar vruchten heeft afgeworpen, de aansprakelijkheid is door haar verzekeraar erkend. Er staat u niets meer in de weg om de letselschade van [Consument] in te dienen. Wij hebben in deze verder geen taak meer. Niet alleen is onze verzekerde niet aansprakelijk gelet op het onderzoek van de ongevallenanalist, de gemeente heeft volledige verantwoordelijkheid versus onze verzekerde erkend.”

3.10. In artikel 15 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) is het volgende bepaald:

“Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.”

4 De vordering, grondslagen en het verweer

4.1. Consument vordert dat Verzekeraar de schade die hij als gevolg van de aanrijding heeft geleden en nog zal lijden, regelt en vergoedt.

4.2. Aan deze vordering legt Consument ten grondslag dat Verzekeraar de aansprakelijkheid van zijn verzekerde ten onrechte heeft afgewezen. Daartoe wordt het volgende aangevoerd:
– Verzekeraar heeft in redelijkheid niet tot het standpunt kunnen komen dat zijn verzekerde ten tijde van de aanrijding voorrang had. Consument wijst erop dat op het fietspad, waarop hij reed, ter hoogte van de kruising met het fietspad langs de [straat] geen haaientanden waren aangebracht en dat de voorrangsituatie evenmin werd geregeld door middel van voorrangsborden. De kruising van beide fietspaden was daardoor een gelijkwaardige kruising waar de voorrangsregel van artikel 15 lid 1 RVV 1990 gold.
– Verzekeraar heeft met zijn brief van 3 april 2012 toegezegd dat hij de schade onder cessie zou regelen. Het is onfatsoenlijk dat Verzekeraar de schaderegeling nadien heeft gestaakt.

4.3. Verzekeraar voert tegen de stellingen van Consument verweer en concludeert dat de vordering van Consument moet worden afgewezen. Op de stellingen die Verzekeraar aan zijn verweer ten grondslag legt, wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. Beoordeling

5.1. De vraag die de Commissie moet beantwoorden is of Verzekeraar zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat zijn verzekerde niet aansprakelijk is voor de schade die het gevolg is van de aanrijding op 13 oktober 2008. Consument stelt dat dit niet het geval is en voert aan dat mevrouw B hem op grond van artikel 15 lid 1 RVV 1990 voorrang had moeten verlenen omdat hij voor haar van rechts kwam. Verzekeraar betwist dit en stelt dat Consument voorrang had moeten verlenen omdat het fietspad waarop mevrouw B reed deel uitmaakt van de [straat] en daarmee ook een voorrangsweg is.

5.2. De Commissie overweegt dat voor de beantwoording van de onder 5.1. bedoelde vraag eerst van belang is of een fietspad een zelfstandige weg is of dat het, zoals Verzekeraar stelt, een onderdeel is van een andere weg. De Commissie leidt uit de omschrijving van het begrip ‘fietspad’ in artikel 1 van het Verdrag inzake verkeerstekens af dat een fietspad zowel een zelfstandige weg als een onderdeel van een weg kan zijn. Uit de toelichting op artikel 79 (inmiddels 80 RVV) in het voorontwerp Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 volgt dat een parallel aan een weg lopend fietspad onderdeel is van die weg en dat de op die weg van toepassing zijnde verkeersregels, -tekens en –borden ook gelden voor het fietspad, tenzij dat door middel van verkeerstekens of -borden anders is aangegeven. Op grond van het voorgaande komt de Commissie tot de conclusie dat het fietspad langs de [straat] waarop mevrouw B reed, een onderdeel is van de [straat] en dat, nu dat niet anders was aangegeven, de voorrangsregels die golden voor de [straat] ook golden voor het daaraan parallel lopende fietspad. Dit betekent dat nu voor de kruising van het fietspad waarover Consument reed met de [straat] en de ventweg telkens door middel van haaientanden en het bord B6 was aangegeven dat voorrang verleend moest worden aan bestuurders op de kruisende weg, dit ook gold voor bestuurders op het parallel aan de [straat] lopende fietspad en dat mevrouw B, ook al kwam zij voor Consument van links, dus voorrang had. Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat mevrouw B aansprakelijk is voor de gevolgen van de aanrijding. Verzekeraar heeft het verzoek van Consument om uitkering derhalve terecht en op juiste gronden afgewezen.

5.3. Dat Verzekeraar bij brieven van 15 juni 2011 en 3 april 2012 heeft toegezegd de schade te regelen, maakt dit oordeel niet anders. De Commissie acht daarvoor van belang dat Verzekeraar in de brieven noch impliciet noch expliciet aansprakelijkheid voor de gevolgen van de aanrijding heeft erkend. Consument diende er dan ook rekening mee te houden dat de schaderegeling door Verzekeraar zou kunnen worden gestaakt zodra bekend zou worden welke voorrangssituatie ter plaatse van toepassing was.

5.4. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de klacht van Consument ongegrond is en dat de vordering dient te worden afgewezen.

6. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering van Consument af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact