Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2015-329 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-329
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. R. de Kruif, secretaris)

Klacht ontvangen op : 22 december 2014
Ingesteld door : Consument
Tegen : Risk Groep B.V., gevestigd te Nieuwegein, gevolmachtigde van Delta Lloyd
Schadeverzekering N.V., (beiden) verder te noemen ‘Gevolmachtigde’
Datum uitspraak : 9 november 2015
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Inboedelverzekering. Verzekeraar heeft gesteld dat de in huis opgeslagen muziekinstrumenten niet tot de inboedel behoren, omdat Consument vrijwel elk weekend met een band optreedt en daarmee inkomsten genereert. De hoogte van deze inkomsten is echter niet vastgesteld. De Commissie is evenwel van oordeel dat zelfs in het geval sprake is van beroepsmatig gebruik van de muziekinstrumenten het voldoende aannemelijk is geworden dat de inkomsten die Consument daarmee genereert marginaal zijn, ten opzichte van de inkomsten die Consument genereert met zijn fulltime (reguliere) baan. In dit kader is aansluiting gezocht bij een uitspraak van het Hof van Justitie van de EG (HvJ EG 20 januari 2005, NJ2006/278). Vordering is toegewezen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument ondertekende klachtformulier;
• de klachtbrief van Consument met als bijlage de correspondentie in de interne klachtprocedure van Gevolmachtigde;
• het verweerschrift van Gevolmachtigde;
• de reactie van Consument op het verweerschrift van Gevolmachtigde;
• aanvullend verweer d.d. 13 april 2015 van Gevolmachtigde;
• de reactie d.d. 11 mei 2015 van Consument op het aanvullend verweer;
• aanvullende reactie d.d. 7 oktober 2015 van Consument;
• de reactied.d. 22 oktober 2015 van Gevolmachtigde.

De Commissie stelt vast dat partijen haar advies als bindend zullen aanvaarden en dat het geschil zich leent voor afdoening op stukken, nu voor mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 40.1 van haar reglement geen aanleiding bestaat.

2. Feiten

Bij de beoordeling van de klacht gaat de Commissie uit van de volgende – niet betwiste – feiten.

2.1 Consument heeft met ingang van 29 juni 2012 bij Gevolmachtigde een inboedelverzekering afgesloten. Van toepassing zijn de Polisvoorwaarden Woonhuis & Inboedelcombinatieverzekering, model B 03.2.41 C (hierna: de Voorwaarden).
2.2 Op 19 augustus 2014 ontvangt Gevolmachtigde een schademelding in verband met (water)schade aan onder andere de muziekinstrumenten van Consument.
2.3 Door Gevolmachtigde is een schade-expert van [bedrijf] (hierna: de expert) ingeschakeld, die op 20 augustus 2014 de woning van Consument heeft bezocht en vervolgens een schaderapport d.d. 26 augustus 2014 heeft opgemaakt.
2.4 In dit schaderapport is onder andere het volgende opgenomen:
“Het water verzamelde zich in de verlaagde wasruimte van de woning die verzekerde deels gebruikt als opslag voor muziekinstrumenten. Tegen de tijd dat gedupeerde de wateroverlast bemerkte was reeds schade opgetreden aan deze instrumenten en accessoires. Wij constateerden dat delen van een drumstel met houten binnenkern waren ontzet als gevolg van intrekkend water. Metalen pedalen waren gaan roesten terwijl elektrische verbindingen waren aangetast. (…)
Verzekerde is van beroep logistiek medewerker. In de weekeinden speelt gedupeerde in een band. Op de vakantieperiode na is betrokkene vrijwel elk weekeinde bezet uit welke optredens uw relatie een inkomen genereert.”
2.5 De schade is door de expert vastgesteld op € 1.170,00.
2.6 In de Voorwaarden is onder andere het volgende opgenomen:
“Artikel 15.2 Aanvullende begripsomschrijvingen module inboedel
Inboedel
Alle roerende zaken die behoren bij uw particuliere huishouding, inclusief huisdieren.
Onder inboedel wordt niet verstaan:
1. motorrijtuigen (…);
2. geld en geldswaardig papier;
3. onbewerkte edelmetalen (…);
4. zaken die bedoeld zijn voor handels- en beroepsdoeleinden.”
2.7 Gevolmachtigde heeft bij brief van 27 augustus 2014 de schadeclaim afgewezen.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering
3.1 Consument vordert € 1.170,00 van Gevolmachtigde.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Gevolmachtigde is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de verzekeringsovereenkomst door de geclaimde schade niet te vergoeden. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
• De muziekinstrumenten worden uitsluitend hobbymatig gebruikt. Consument ontvangt soms een vergoeding voor het optreden met zijn band, maar hij genereert daar verder geen inkomsten uit. Consument bestrijdt dat hij dit tegenover de expert heeft verklaard.
• De expert heeft bevestigd dat de schade aan de muziekinstrumenten vergoed zou worden.
• Consument beheerst de Nederlands taal onvoldoende en de expert mocht er dus niet vanuit gaan dat Consument begreep wat hem precies gevraagd werd.
• Consument heeft twee verklaringen van mede-bandleden overgelegd, die bevestigen dat hij alleen een vergoeding (reiskosten, eten etc.) voor zijn optredens krijgt.
• Consument heeft salarisstroken overgelegd waaruit blijkt dat hij gewoon een fulltime baan heeft waaruit hij (meer dan voldoende) inkomen genereert.

Verweer Gevolmachtigde
3.3 Gevolmachtigde heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Tijdens het gesprek met de expert heeft Consument te kennen gegeven dat hij vrijwel elk weekeinde bezet is vanwege optredens met zijn band. De expert heeft dan ook de vraag gesteld of er inkomen gegenereerd wordt uit deze optredens. Consument heeft dit vervolgens onmiddellijk en onomstotelijk bevestigd.
• Het gegeven dat klager inkomsten heeft uit zijn (bijna wekelijkse) optredens, was voor Gevolmachtigde aanleiding om de schade aan de muziekinstrumenten niet te vergoeden, omdat deze niet gezien kunnen worden als inboedel behorend bij de particuliere huishouding.
• Naar aanleiding van de klacht van Consument heeft Gevolmachtigde de expert om commentaar gevraagd. Daarbij heeft de expert aangegeven dat de vraag of Consument inkomsten genereert met zijn optredens weldegelijk is gesteld en dat Consument dit heeft bevestigd. Volgens de expert was Consument zeer duidelijk over de hoeveelheid optredens welke hij met zijn band verzorgt en het inkomen dat daarmee verworven wordt.
• Gevolmachtigde heeft, ondanks dat hier geen sprake is van inboedel in de zin van de Voorwaarden, naar aanleiding van de klacht van Consument het voorstel gedaan om een schadevergoeding te doen op basis van de dagwaarde (conform artikel 16.10.6), wat zou leiden tot een uitkering van € 470,00. Consument is met dit voorstel niet akkoord gegaan.
• Gevolmachtigde is van mening dat zij, gelet op de artikelen 15.2, 15.5 en 16.10.6 van de Voorwaarden, de schadeclaim op juiste en correcte manier heeft afgewikkeld. Het gaat hier om beroepsmatig gebruikte muziekinstrumenten en niet om muziekinstrumenten die behoren tot de particuliere huishouding. Gevolmachtigde benadrukt daarbij dat zij zich mag beroepen op hetgeen de expert heeft gerapporteerd. Het maakt volgens Gevolmachtigde niet uit of Consument veel of weinig geld ontvangt voor zijn optredens.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie overweegt dat Gevolmachtigde in beginsel uit mag gaan van de juistheid van de constateringen van de expert, tenzij direct duidelijk is dat zijn rapport onjuist is.
De expert heeft gerapporteerd dat Consument – op de vakantieperiode na – vrijwel elk weekend optredens heeft met zijn band en daaruit inkomsten genereert. Naar aanleiding van onderhavige klacht heeft de expert desgevraagd aan Gevolmachtigde bevestigd dat Consument duidelijk was over de hoeveelheid optredens en dat hij daar inkomsten uit genereerde. Het is voorts niet aangetoond of aannemelijk geworden dat hetgeen de expert heeft gerapporteerd niet juist is. De expert heeft echter niet gerapporteerd over de hoogte van de inkomsten die Consument genereert met zijn optredens met de band in de weekenden.
4.2 In geschil tussen partijen is of de verzekerde muziekinstrumenten hobbymatig of beroepsmatig door Consument zijn gebruikt. De Commissie is van oordeel dat zelfs in het geval het optreden van Consument met zijn band in het weekend als beroepsmatige activiteit kan worden beschouwd het gelet op de gegeven feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de muziekinstrumenten voor zowel hobbymatig als beroepsmatig gebruik bedoeld zijn. De inboedelverzekering heeft dan betrekking op een goed dat gedeeltelijk wel en gedeeltelijk niet voor beroepsmatig gebruik is bestemd. In een dergelijk geval kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van 20 januari 2005 van het Hof van Justitie van de EG (HvJ EG 20 januari 2005, NJ 2006/278). Daaruit volgt dat wanneer een persoon, die zich ten aanzien van zijn wederpartij in een zwakkere positie bevindt, een overeenkomst heeft gesloten die gedeeltelijk op zijn beroepsactiviteit betrekking heeft, zich alsnog op de overeenkomst kan beroepen als deze overeenkomst zo losstaat van deze beroepsactiviteit dat het verband marginaal wordt en in haar totaliteit beschouwd slechts een onbetekenende rol speelt. Gelet op het feit dat Consument doordeweeks fulltime werkzaam is als logistiek manager en daaruit een regulier inkomen verkrijgt en alleen in de weekenden optreedt met zijn band, heeft in zijn totaliteit bezien de inboedelverzekering slechts voor een onbetekenend deel betrekking op de zaken die bedoeld zijn voor de (gestelde) beroepsactiviteit van Consument. De Commissie betrekt bij dit oordeel de verklaring van twee mede-bandleden van Consument die bevestigen dat Consument alleen een vergoeding (reiskosten, eten etc.) voor zijn optredens krijgt welke verklaringen niet dan wel onvoldoende zijn betwist door Gevolmachtigde. De verklaring van de expert op dit punt is naar het oordeel van de Commissie onvoldoende nu deze weinig precies is.
4.3 De conclusie is dan ook dat onvoldoende is komen vast te staan dat de in huis opgeslagen muziekinstrumenten enkel en alleen bedoeld zijn voor beroepsdoeleinden en daarmee niet onder de particuliere huishouding vallen. De Commissie acht Gevolmachtigde dan ook gehouden alsnog de (gehele) schade, wat door de expert is begroot op € 1.170,00, te vergoeden. De Commissie wijst de vordering van Consument toe.

5. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering toe en verzoekt Gevolmachtigde binnen
4 weken na deze uitspraak het bedrag van € 1.170,00 aan Consument over te maken.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact