Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-121 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-121 d.d.

(mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Consument,

en

Vlieg Advies Groep B.V, gevestigd te Alkmaar, hierna te noemen:
Aangeslotene,

1. Procesverloop
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
– het door de Ombudsman Financiële Dienstverlening overgelegde dossier;
– de brief van 21 november 2013 van Consument met bijlage;
– het op 1 december 2013 door Consument ondertekende vragenformulier;
– het verweerschrift van Aangeslotene met bijlage;
– de repliek van Consument;
– de dupliek van Aangeslotene.

Consument en Aangeslotene zijn na de zitting van 21 januari 2015 in de gelegenheid gesteld te reageren op het arrest van het Europese Hof van Justitie van 29 april 2015 (C-51/13, ECLI:EU:C:2015:286 en twee uitspraken van de Commissie van Beroep van 12 februari 2015 (nummers 2015-003 en 2015-004).

De Commissie heeft hierna nog de volgende stukken van partijen ontvangen:
– het e-mailbericht van 8 oktober 2015 van Aangeslotene;
– de brief van 18 oktober 2015 van Consument met bijlagen;
– het e-mailbericht van 23 oktober 2015 van Consument met bijlagen;
– het op 3 november 2015 door de Commissie ontvangen door Consument ingevulde
Informatieformulier beleggingsverzekeringen;
– de brief van 1 december 2015 van Aangeslotene met bijlagen.

Deze stukken zijn door de Commissie in haar beoordeling betrokken voor zover betrekking hebbend op het hierboven genoemde arrest van het Europese Hof van Justitie en de uitspraken van de Commissie van Beroep.
2. Overwegingen
De Commissie heeft het volgende vastgesteld.
Tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft niet tot oplossing van
het geschil geleid. Beide partijen zullen het advies van de Commissie als bindend aanvaarden.
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 21 januari 2015 en zijn aldaar verschenen.

3. Feiten
De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
3.1 Door advisering en bemiddeling van Aangeslotene heeft Consument in 1987 respectievelijk in 1993 hypothecaire geldleningen bij een verzekeraar (hierna: de “Verzekeraar”) gesloten. De eerste lening bedroeg € 76.235,-, de tweede lening € 24.958,-. In 1988 is ter aflossing een levensverzekering met overrente-winstdeling bij (een rechtsvoorganger van) de Verzekeraar gesloten. Voor deze verzekering was een maandpremie van € 118,60 verschuldigd. In 1993 is eveneens ter aflossing een beleggingsverzekering, een zogenoemd NVG Combifonds, (hierna: “Verzekering 1”) bij de Verzekeraar gesloten.

3.2 De ingangsdatum van Verzekering 1 is 15 september 1993, de einddatum
15 september 2018. Consument is verzekeringnemer en verzekerde.
In de op 22 december 1993 gedateerde polis staat als verzekerd kapitaal bij leven op de einddatum € 18.151,21 (HFL 40.000,-) vermeld. Bij overlijden van de verzekerde voor
15 september 2018 wordt € 18.512,21 (HFL 40.000,-) uitgekeerd.
De jaarpremie bedraagt € 651,42 (HFL 1.435,54).

In deze polis staat verder onder meer het volgende:
“NVG COMBI-FONDS
(….)
04 Als kapitaal bij leven op 15-09-2018 geldt de tegenwaarde in guldens van de
voor deze fondsen belegde middelen, met inachtneming van de onder 3. vermelde garantie. Indien de verzekeraar een kapitaal bij overlijden verschuldigd is geworden, zal dit kapitaal worden vermeerderd met het eventueel aanwezige overschot in de fondsen.
(….)”

3.3 Naar aanleiding van door Consument bij brief van 5 januari 2001 aan hem gestelde vragen schrijft de Verzekeraar bij brief van 10 januari 2001 Consument onder meer het volgende:
“(….)
De verzekering onder polisnummer [nr. 1] is een verzekering met overrente-winstdeling. Het bedrag van f 108.357,- genoemd in de brief van 4 december 2000 is het kapitaal wat tot nu toe is opgebouwd. De te verwachten uitkering op de einddatum zal ongeveer f 143.747,- bedragen.

Wellicht is het beter deze polis om te zetten in een beleggingsverzekering. Zoals u in bijgaande offerte ziet kan dit op de einddatum een hoger rendement opleveren. Als u hiervan gebruik wenst te maken dan kunt u het aanvraagformulier ingevuld en ondertekend terugsturen.

Bij de tweede hypotheek heeft u een beleggingsverzekering onder nummer [nr. 2] afgesloten met een verzekerd kapitaal van f 40.000,- met als einddatum 15-09-2018. Van deze polis zal de Nederlandse Verzekeringsgroep u een kopie sturen. Voor het te verwachten eindkapitaal verwijs ik u naar het schrijven van 5 december 2000.
(….)”

In de bij deze brief gevoegde “offerte/ aanvraagformulier voor een Levensverzekering 300/Mix Fund” staat onder meer het volgende:
“(….)
Voorbeeld Eindkapitaal bij
een fondsrendement van 11,5% f 266.694,-

Gegarandeerd Eindkapitaal op einddatum f 101.000,-
(….)

Bedenktijd
Ik heb 14 dagen bedenktijd na ontvangst van de polis. Ben ik niet tevreden dan stuur ik de polis terug en ben ik tot niets verplicht. Het totaal ingelegde bedrag wordt dan direct teruggestort op mijn rekening.
(….)”

3.4 Consument heeft bij brief van 1 februari 2001 Aangeslotene verzocht hem te informeren over de voor- en nadelen van het voorstel van de Verzekeraar.
Consument heeft vervolgens het offerte/aanvraagformulier op 10 februari 2001 ondertekend.

3.5 De traditionele levensverzekering met overrente-winstdeling is daarop omgezet in een beleggingsverzekering, een zogenoemd NVG Beleggingsplan (hierna: “Verzekering 2” ) bij de Verzekeraar. De ingangsdatum van Verzekering 2 was 1 januari 2001, de einddatum
1 januari 2018. De maandpremie bedroeg bij aanvang € 89,71 (HFL 197,69). De uitkering bij in leven zijn van de verzekerde op de einddatum respectievelijk bij overlijden van de verzekerde vóór de einddatum (in euro’s) is als volgt omschreven:
“(….)
Verzekerd kapitaal 45.832,- uit te keren bij in leven zijn van de
Verzekerde op 01-01-2018. Het bepaalde in
clausule NVG Beleggingsplan is uitdrukkelijk
van toepassing op het uiteindelijk uit te keren
kapitaal op de einddatum.
45.832,- uit te keren terstond na overlijden van de
verzekerde voor 01-01-2018
(….)”

Op de op 19 februari 2001 gedateerde polis staat verder onder meer het volgende:
“(….)
NVG Beleggingsplan
(….)
04 Als kapitaal bij leven op de einddatum geldt de tegenwaarde in guldens van de
voor deze fondsen belegde middelen, met inachtneming van de onder 03. vermelde garantie. Indien de verzekeraar een kapitaal bij overlijden verschuldigd is geworden, zal dit kapitaal worden vermeerderd met het eventueel aanwezige overschot in de fondsen.
(….)”

Verzekering 1 en Verzekering 2 worden hierna gezamenlijk ook als de ‘Verzekeringen” aangeduid.

3.6 Door Consument was behalve tegen Aangeslotene ook een klacht tegen de Verzekeraar bij de Commissie aanhangig gemaakt. Na het bereiken van een schikking heeft Consument die klacht ingetrokken

4. De vordering en grondslagen
4.1 Consument vordert dat Aangeslotene gehouden wordt tot betaling van een bedrag van
€ 4.882,05. Dit is 15% van het verschil tussen het totale bedrag van de hypothecaire leningen en de gegarandeerde uitkeringen uit hoofde van de Verzekeringen. Verder dient Aangeslotene gehouden te worden tot beantwoording van de volgende vragen:
a. Waar is het geld van Consument gebleven?
b. Wat Aangeslotene gaat doen om de verliezen terug te verdienen dan wel te compenseren om bij einde looptijd op minimaal € 101.000,- uit te komen zodat Consument zijn hypotheken kan aflossen?

4.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen:
Aangeslotene is in de precontractuele fase jegens Consument toerekenbaar tekortgeschoten in haar zorgplicht c.q. heeft onrechtmatig jegens Consument gehandeld door in het kader van de totstandkoming van de Verzekeringen onvolledige, onjuiste en misleidende informatie te verschaffen over het uit de Verzekeringen voortvloeiende risico dat met de uitkeringen de geldleningen niet volledig zouden kunnen worden afgelost. Als Consument van dit risico op de hoogte was geweest, had hij de Verzekeringen niet gesloten. In dit kader voert Consument het volgende aan:
– Consument heeft altijd aan de Aangeslotene en de Verzekeraar gecommuniceerd dat hij met de uitkering uit de Verzekeringen de hypothecaire geldleningen wilde aflossen en geen risico’s wilde lopen. Consument ontkent dat hij wist dat de verzekerde uitkeringen ontoereikend waren voor aflossing van de geldleningen;
– Consument wilde wel een oplossing van de tekortschietende waardeontwikkeling maar hij wilde niet bijbetalen.

4.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
a. Consument heeft niet tijdig geklaagd in de zin van artikel 6:89 Burgerlijk Wetboek (“BW”) en dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard. Tevens is Aangeslotene door het te late klagen benadeeld omdat zij geen schadebeperkende maatregelen heeft kunnen treffen. Verder is de vordering tot schadevergoeding verjaard op grond van artikel 3:310 lid 1 BW omdat Consument op zijn laatst in december 2008 bekend was met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon.

b. Aangeslotene wijst het beroep op toerekenbare tekortkomingen of onrechtmatig handelen van haar jegens Consument van de hand. Zij voert het volgende aan:
– Aangeslotene heeft Consument niet toegezegd dat aan het einde van de looptijd van de Verzekeringen de geldleningen afgelost zouden kunnen worden. Er is slechts gezegd dat bij goede beleggingsresultaten de kans bestond dat de leningen afgelost konden worden;
– het advies om beleggingsverzekeringen te sluiten in plaats van een annuïteitenhypotheek was destijds een verantwoord advies vanwege de fiscale voordelen van de te sluiten verzekeringen. Een annuïteitenhypotheek is netto fiscaal duurder vanwege de aflossingscomponent welke niet aftrekbaar is;
– Consument is afdoende geïnformeerd over de te sluiten verzekeringen en de daaraan verbonden risico’s. Hij heeft zelf besloten tot het sluiten van de Verzekeringen;
– Consument is met regelmaat geïnformeerd over de waarde van de Verzekeringen. Zowel in 2010 als in 2013 heeft Aangeslotene Consument medegedeeld dat als oplossing voor de achterblijvende waardeontwikkeling gekozen zou kunnen worden voor het sluiten van een extra verzekering. Consument heeft laten weten geen extra verzekering te willen sluiten, hij wilde ook niet in gesprek gaan met Aangeslotene om het resultaat uit de Verzekeringen te optimaliseren;
– bij de Verzekeringen is sprake van een gegarandeerde minimum uitkering. Aangeslotene wijst in dit verband op omschrijving van het verzekerde kapitaal op de polissen. Verder blijkt uit de polissen en overige verstrekte informatie duidelijk dat de hoogte van de uiteindelijke uitkeringen afhankelijk is van beleggingsresultaten. Op grond hiervan wist of had Consument al vanaf de aanvang van de Verzekeringen kunnen weten dat de uitkeringen mogelijk niet voldoende zouden zijn om de hypothecaire geldleningen af te lossen. Pas vele jaren later heeft Consument bij Aangeslotene geklaagd dat de waardeontwikkeling achterbleef;
– Consument wil niet begrijpen dat de achterblijvende waardeontwikkeling is ontstaan als gevolg van de tegenvallende beleggingsresultaten.

5. Beoordeling
5.1 Vooropgesteld dient te worden dat Aangeslotene als assurantietussenpersoon op grond van artikel 7:401 BW tegenover haar opdrachtgever (Consument) verplicht is om bij haar werkzaamheden de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon verwacht mag worden. Het is haar taak te waken voor de belangen van de verzekeringnemers van de tot haar portefeuille behorende verzekeringen (vgl. HR 10 januari 2003, NJ 2003, 375, rechtsoverweging 3.4.1).

5.2 De door Consument aan de Commissie voorgelegde klacht betreft in de kern de vraag of Aangeslotene bij de advisering en informatieverstrekking in het kader van de totstandkoming van de Verzekeringen in de gegeven omstandigheden de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon verwacht mag worden.
5.3 Karakter Verzekeringen
Met betrekking tot de advisering en informatieverstrekking in 1993 en 2001 die heeft geleid tot de totstandkoming van de respectieve Verzekeringen overweegt de Commissie dat uit de door Consument in het kader van de totstandkoming van de Verzekeringen ontvangen stukken duidelijk blijkt (zie de overwegingen 3.2, 3.3 en 3.5) dat sprake is van beleggingsverzekeringen met een daaraan verbonden beleggingsrisico. Verder volgt uit de onderscheiden polissen duidelijk dat bij de Verzekeringen sprake is van een verzekerd minimum garantiekapitaal waarbij de geldleningen met de uitkeringen uit hoofde van de Verzekeringen alleen volledig afgelost kunnen worden indien sprake is van een voldoende waardeontwikkeling van de beleggingen bovenop de gegarandeerde uitkeringen. De Commissie wijst er in dit verband tevens op dat het een feit van algemene bekendheid is dat beleggingen in aandelen koersrisico’s meebrengen en dat derhalve naast de kans op winst, ook de kans op verlies bestaat. Ook als een verzekeringnemer wordt bijgestaan door een assurantietussenpersoon, mag van hem worden verwacht dat hij kennis neemt van de door of namens de verzekeraar verstrekte documentatie zoals de offerte, het aanvraagformulier, de polis, de toepasselijke voorwaarden en – indien toepasselijk – informatieoverzichten zoals een waardeoverzicht. De conclusie uit het voorgaande is dat Consument in het kader van de totstandkoming van de Verzekeringen is geïnformeerd over het karakter van de Verzekeringen en geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van het risico dat de uitkeringen uit hoofde van de Verzekeringen door tegenvallende beleggingsopbrengsten onvoldoende kunnen zijn om de geldleningen af te lossen. Door na ontvangst van de polissen hiertegen niet bij Aangeslotene en/of de Verzekeraar te protesteren respectievelijk geen gebruik te maken van de bedenktermijn van 14 dagen (met betrekking tot Verzekering 2) wordt Consument geacht hiermee te hebben ingestemd.

5.4 Niet-passend product?
Voor zover Consument beoogt te stellen dat in de onderhavige situatie sprake is van een niet-passend product wijst de Commissie die stelling af. De looptijd van de Verzekeringen, bij Verzekering 1 25 jaar en bij Verzekering 2 17 jaar, in combinatie met het gekozen beleggingsfonds (Mix Fund) was op voorhand niet zodanig kort dat aangenomen moet worden dat Aangeslotene een niet-passend product heeft geadviseerd. In dit kader geldt bovendien dat Aangeslotene onweersproken gewezen heeft op de aan de Verzekeringen verbonden fiscale voordelen. Verder blijkt uit de polis van Verzekering 2 dat de omzetting van de oorspronkelijke levensverzekering in Verzekering 2 voor wat betreft de verschuldigde premie voor Consument profijtelijk is geweest. Voor de oorspronkelijke verzekering was een maandpremie van €118,60 verschuldigd, voor Verzekering 2 een maandpremie van €89,71. Het feit dat door Consument is gesteld dat de Verzekeringen tot doel hadden om met de uitkeringen de geldleningen af te lossen en dat dit bij Aangeslotene was, maakt dit in dit geval niet anders. Nu sprake was van beleggen had het immers ook voor Consument duidelijk moeten zijn dat steeds de kans bestond dat hij zijn doel niet zou bereiken.

5.5 Uit het bovenstaande vloeit voort dat de Commissie van oordeel is dat niet gebleken is dat Aangeslotene in het kader van de totstandkoming van de Verzekeringen niet de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon verwacht mag worden en dat de klachten en vorderingen van Consument worden afgewezen. Het door Aangeslotene gedane beroep op artikel 6:89 BW en artikel 3:310 lid 1 BW behoeft daarom geen bespreking. Alle overige door partijen ingebrachte stellingen en argumenten kunnen niet tot een ander oordeel leiden en zullen derhalve onbesproken blijven.

6. Beslissing
De Commissie wijst, als bindend advies, de vorderingen van Consument af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/wie-behandelt-mijn-klacht-1/4#stappen-plan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact