Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-184 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-184 d.d.
21 april 2016
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. E.L.A. van Emden en mr. drs. G.J. Kruithof, leden en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Samenvatting

Consument heeft een verzoek om uitkering op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering ingediend bij Verzekeraar. Verzekeraar heeft het verzoek van Consument afgewezen en stelt daartoe dat geen sprake is van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid. De Commissie oordeelt dat in artikel 4 aanhef en sub a van de toepasselijke voorwaarden als één van de voorwaarden voor uitkering is gesteld dat verzekerde ontslag is verleend op grond van arbeidsongeschiktheid. Vast staat dat het ontslag van Consument is verleend op grond van een disciplinaire maatregels wegens ernstig plichtsverzuim en niet op grond van arbeidsongeschiktheid. Het voorgaande sluit evenwel niet uit dat, zoals door Consument is aangevoerd, op het moment van ontslag sprake was van arbeidsongeschiktheid c.q. Consument leed aan een (psychische of psychiatrische) ziekte. Consument is echter niet op die grond ontslagen, waardoor niet is voldaan aan de bepaling zoals geformuleerd in artikel 4 aanhef en sub a van de toepasselijke voorwaarden. De slotsom is dat Consument geen recht heeft op uitkering op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering en zijn vordering wordt afgewezen.

Consument,

tegen

de naamloze vennootschap Loyalis Schade N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Verzekeraar.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– het door Consument ondertekende klachtformulier inclusief bijlage, ontvangen op
8 april 2015;
– het verweerschrift van Verzekeraar.

2. Overwegingen

De Commissie heeft het volgende vastgesteld.
Tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening heeft niet tot oplossing van het geschil geleid. Beide partijen zullen het advies van de Commissie als bindend aanvaarden.
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 11 april 2016 en zijn aldaar verschenen.

3. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

3.1. Consument heeft met ingang van 1 juli 2011 een arbeidsongeschiktheidsverzekering gesloten bij Verzekeraar. Op deze overeenkomst zijn de Polisvoorwaarden Individueel voor werknemers Financiën – IPAP Aanvullende Arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: ‘de Voorwaarden’) van toepassing. In de Voorwaarden is – voor zover relevant – het volgende vermeld:

“(…)
Speciale Voorwaarden voor de dekking bij volledige en (niet) duurzame arbeidsongeschiktheid
(…)
Artikel 4 Voorwaarden voor de uitkering van de aanvullingsrente
Behoudens het overige in deze polisvoorwaarden gestelde, komt de verzekering slechts tot uitkering indien tenminste aan alle navolgende voorwaarden is voldaan:
a. verzekerde is ontslag verleend op grond van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA of vanwege het beëindigen van een tijdelijk dienstverband;
b. verzekerde is volledig en duurzaam of volledig en niet duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van de IVA resp. WGA;
c. UWV heeft een WIA uitkering aan verzekerde toegekend.
(…)”

3.2. Consument is met ingang van 20 januari 2012 ziek gemeld.

3.3. Bij brief van 2 oktober 2013 heeft [werkgever] Consument bericht dat hem wegens zeer ernstig plichtsverzuim de disciplinaire maatregel van onvoorwaardelijk ontslag wordt opgelegd. In de brief is voorts de volgende passage opgenomen:

“De heer [X] is van oordeel dat een psychiatrische ziekte of gebrek waardoor betrokkene buiten staat was om de onjuistheid van zijn handelen in te zien, niet extrapoleerbaar is gebleken, alsmede dat niet beargumenteerd kan worden waarom hij buiten staat was zijn gedrag te stoppen of ter zake hulp van anderen te vragen.”

3.4. Op 17 oktober 2013 heeft Consument een WIA-uitkering aangevraagd bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: ‘UWV’). Het UWV heeft de aanvraag van Consument gehonoreerd en hem vanaf 17 januari 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.

3.5. In januari 2014 heeft Consument een verzoek om uitkering op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering ingediend bij Verzekeraar. Bij brief van 27 februari 2014 heeft Verzekeraar het verzoek van Consument afgewezen. In die brief is – voor zover relevant – het volgende vermeld:

“(…)
U hebt geen recht op een uitkering. Dit besluit lichten wij toe.
Uit het ontslagbesluit van uw werkgever blijkt dat u per 1 oktober 2013 ontslagen bent. De reden van uw ontslag is niet uw arbeidsongeschiktheid. Een van de voorwaarden voor een uitkering is dat u ontslagen wordt op grond van arbeidsongeschiktheid. Dit leest u in artikel 4, lid a van de Speciale Voorwaarden van de polisvoorwaarden.

Beëindiging verzekering
Wij beëindigen uw verzekering per 1 oktober 2013. Het is voor u helaas niet mogelijk deze verzekering voort te zetten.
(…)”

4. De vordering en grondslagen

4.1. Consument vordert uitkering op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering.

4.2. Aan deze vordering legt Consument ten grondslag dat hij op het moment dat hij ontslagen werd arbeidsongeschikt was als gevolg van een (psychiatrische) ziekte. Volgens Consument is het ontslag veroorzaakt door gedragingen die voortvloeien uit zijn ziekte en de daarmee samenhangende arbeidsongeschiktheid.

4.3. Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.

– Consument voldoet niet aan de voorwaarden voor het recht op uitkering. Uit het ontslagbesluit van [werkgever] blijkt dat Consument om disciplinaire redenen is ontslagen en niet wegens arbeidsongeschiktheid. Ook staat niet vast dat Consument vanwege zijn arbeidsongeschiktheid ontslagen zou zijn als er geen sprake was geweest van een arbeidsconflict.
– De voorwaarde van ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid is in de Voorwaarden opgenomen ter voorkoming van misbruik van de verzekering. Een verzekerde die door eigen toedoen ontslagen wordt, om redenen die niets met de arbeidsongeschiktheid van doen hebben, zoals het geval is bij Consument, ontvangt geen uitkering.

5. Zitting

5.1. Ter zitting heeft Consument desgevraagd verklaard dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat mr. drs. G.J. Kruithof deel uitmaakt van de Commissie.

6. Beoordeling

6.1. Aan de orde is de vraag of Consument recht heeft op een uitkering op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering.

6.2. Voor de beantwoording van deze vraag zijn de toepasselijke voorwaarden van belang. In artikel 4 aanhef en sub a van de Voorwaarden is als één van de voorwaarden voor uitkering gesteld dat verzekerde ontslag is verleend op grond van arbeidsongeschiktheid.

6.3. Vast staat dat het ontslag van Consument is verleend op grond van een disciplinaire maatregel wegens ernstig plichtsverzuim en niet op grond van arbeidsongeschiktheid. Het voorgaande sluit evenwel niet uit dat, zoals door Consument is aangevoerd, op het moment van ontslag sprake was van arbeidsongeschiktheid c.q. Consument leed aan een (psychische of psychiatrische) ziekte. Consument is echter niet op die grond ontslagen, waardoor niet is voldaan aan de bepaling zoals geformuleerd in artikel 4 aanhef en sub a van de Voorwaarden. Ook is niet gebleken dat Consument als gevolg van een psychiatrische ziekte of gebrek niet in staat was om de onjuistheid van zijn handelen in te zien, dan wel dat hij niet in staat was om zijn gedrag te stoppen, zodat de stelling van Consument, dat het ontslag is veroorzaakt door gedragingen die voortvloeien uit zijn ziekte, niet opgaat.

6.4. De slotsom is dat Consument geen recht heeft op een uitkering op grond van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering en zijn vordering dient te worden afgewezen.

7. Beslissing

De Commissie stelt bij bindend advies vast dat de vordering van Consument wordt afgewezen.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 13:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact