Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-405 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2016-405
(mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter en mr. A.C. Bek, secretaris)

Klacht ontvangen op : 25 mei 2016
Ingediend door : Consument
Tegen : ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen de Bank
Datum uitspraak : 6 september 2016
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Consument (74 jaar) heeft het recht van vruchtgebruik op de geblokkeerde vermogens spaarrekening van zijn zoon. De Bank heeft ten onrechte de spaarrekening gedeblokkeerd, waardoor Consument geen creditrente meer ontvangt. Partijen hebben gesproken over een minnelijke oplossing, maar werden het niet eens over de termijn waarmee moet worden gerekend. De Commissie acht het niet mogelijk om vooraf te bepalen welke leeftijd Consument zal bereiken. Als uitgangspunt wordt de gemiddelde levensverwachting van een Nederlandse man, die momenteel de leeftijd van 74 jaar heeft, genomen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van het Reglement Ombudsman en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening (hierna: het Reglement) en op basis van de volgende stukken:
• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier inclusief bijlagen;
• het schikkingsvoorstel van de Bank;
• de afwijzing van het schikkingsvoorstel door Consument;
• het verweerschrift van de Bank inclusief bijlage;
• de repliek van Consument inclusief bijlage.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies en stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument had gezamenlijk met zijn vrouw een hypothecaire geldlening afgesloten ten behoeve van de financiering van een woning.

2.2 In 2012 is de vrouw van Consument overleden, waarna Consument in 2013 de woning heeft verkocht. Op de nota van afrekening per 1 juli 2013 is -conform het testament van de vrouw van Consument- bepaald dat een bedrag van € 51.769,24 resteert uit de opbrengst van de woning, “waarvan toekomt aan:
• {Consument}: 2/3 gedeelte, zijnde € 34.512,82;
• {Zoon}: 1/6 gedeelte, zijnde € 8.628,21, belast met vruchtgebruik t.b.v. Consument;
• {Dochter}: 1/6 gedeelte, zijnde € 8.628,21, belast met vruchtgebruik t.b.v. Consument.”

2.3 Vanwege het vruchtgebruik van Consument op de kindsdelen hebben de Zoon en Dochter beiden een Vermogens Spaarrekening geopend bij de Bank. De Vermogens Spaarrekeningen zijn geopend onder last van een blokkade vanwege de testamentaire bepalingen met betrekking tot het vruchtgebruik door Consument.

2.4 De creditrente op de kindsdelen komt aan Consument toe en wordt sinds de opening van de Vermogens Spaarrekeningen jaarlijks automatisch aan hem overgeboekt.

2.5 In 2015 heeft de Zoon de Bank verzocht om de blokkade op zijn Vermogens Spaarrekening op te heffen. Nadat de blokkade was opgeheven, heeft de Zoon het bedrag dat op de Vermogens Spaarrekening stond opgenomen. Dientengevolge is de creditrente in januari 2016 niet aan Consument overgeboekt.

2.6 Op 18 februari 2016 heeft de Bank coulance halve een bedrag aan Consument overgemaakt ter hoogte van de misgelopen creditrente over het voorgaande jaar.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert herstel van de situatie voordat de blokkade werd opgeheven van de Vermogens Spaarrekening en vordert de rente waarop hij uit hoofde van het vruchtgebruik recht heeft tot aan zijn overlijden.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Consument stelt dat de Bank toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst en voert hiertoe de volgende argumenten aan:
• de Bank had de rekening van de Zoon niet mogen deblokkeren, omdat hiervoor schriftelijke toestemming van Consument of een overlijdensakte van Consument is vereist;
• de Bank heeft bovendien het volledige bedrag op de Vermogens Spaarrekening van de Zoon aan hem uitgekeerd, waardoor inbreuk wordt gemaakt op het recht van vruchtgebruik van Consument op het kindsdeel;
• sinds het overlijden van de vrouw van Consument hebben Consument en de Zoon geen contact meer. De spaarrekening van de Zoon is geopend door tussenkomst van een notaris. Consument is hierbij niet aanwezig geweest;
• de Dochter heeft de Bank -bij wijze van test- verzocht om ook de blokkade op haar spaarrekening op te heffen en ook haar kindsdeel uit te keren. De Bank heeft dit echter geweigerd en heeft gesteld dat dit slechts mogelijk is als de Dochter een notariële akte kan overleggen. Deze handelwijze had de Bank ook ten aanzien van de Vermogens Spaarrekening van de Zoon moeten hanteren;
• de Bank heeft de Vermogens Spaarrekening van de Zoon bovendien gewijzigd in een en/of-rekening, terwijl alleen de Zoon recht heeft op het kindsdeel van de erfenis. De Bank heeft dus meer fouten gemaakt.

Verweer van de Bank
3.3 De Bank heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de boordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

4.1 Aan de Commissie ligt de vraag voor of de Bank ten onrechte de blokkade op de spaarrekening van de Zoon heeft opgeheven en, indien deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord, welke bedrag de Bank aan creditrente dient te vergoeden aan Consument.

4.2 De Commissie oordeelt op grond van het testament van de vrouw van Consument alsmede de nota van afrekening van 1 juli 2013 dat Consument recht heeft op het vruchtgebruik op het kindsdeel van zowel de Zoon als Dochter. De blokkade op de Vermogens Spaarrekening van de Zoon, alsook de Dochter, mag slechts worden opgeheven, indien Consument daartoe schriftelijk toestemming geeft, dan wel indien de Zoon en/of Dochter een overlijdensakte van Consument kan overleggen. Door de blokkade op te heffen zonder een dergelijke notariële akte, heeft de Bank in strijd met de bepalingen van het testament gehandeld.

4.3 De Commissie stelt vast dat tussen partijen vast staat dat Consument door de handelwijze van de Bank creditrente misloopt waarop hij uit hoofde van het testament van zijn vrouw recht heeft. Tussen partijen is gesproken over een minnelijke schikking teneinde tot een oplossing van het geschil te komen. Partijen hebben echter geen overeenstemming bereikt over de termijn waarmee dient te worden gerekend. Ook de Commissie acht het niet mogelijk om vooraf te bepalen welke leeftijd Consument zal bereiken. De Commissie zal derhalve een inschatting moeten maken en de berekening hierop moeten baseren.

4.4 De Commissie neemt hierbij als uitgangspunt het schikkingsvoorstel dat de Bank
op 3 augustus 2016 aan Consument heeft gedaan. De Bank is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
• de huidige rente op de vermogensspaarrekening bedraagt 0,7%;
• de gemiddelde levensverwachting van een Nederlandse man is momenteel 80 jaar;
• er wordt gerekend met een bedrag van € 8.700,00, zijnde het bedrag dat op de vermogensspaarrekening behoorde te staan.
De Bank komt met deze gegevens tot een vergoeding van € 365,00 en heeft aangeboden om dit bedrag af te ronden naar € 400,00.

4.5 De Commissie acht de uitgangspunten van de Bank gedeeltelijk correct. De Commissie kan zich echter niet verenigen met het uitgangspunt dat de gemiddelde levensverwachting van een Nederlandse man momenteel 80 jaar is. De Commissie is van oordeel dat voor de hier gehanteerde kapitalisatie van de rentevergoeding de gemiddelde levensverwachting van een Nederlandse man die momenteel de leeftijd van 74 jaar heeft als uitgangspunt dient te worden genomen. Op basis van de sterftetabellen van het Centraal Bureau voor de Statistiek , is de levensverwachting van een Nederlandse man die momenteel de leeftijd van 74 jaar heeft 11,84 jaar. De berekening dient derhalve te worden gebaseerd op de verwachting dat Consument tot de leeftijd van (afgerond) 86 jaar recht heeft op creditrente uit het vruchtgebruik van de spaarrekening van de Zoon. Dit leidt tot de conclusie dat de Bank een bedrag van € 721,06 aan Consument dient te vergoeden.

De conclusie is dat de Bank ten onrechte de blokkade op de spaarrekening van de Zoon heeft opgeheven, waardoor Consument de creditrente waarop hij uit hoofde van het vruchtgebruik op het kindsdeel van de erfenis misloopt. De Commissie wijst daarom de vordering gedeeltelijk toe.

5. Beslissing

De Commissie beslist dat de Bank binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument vergoedt een bedrag van € 721,06.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact