Mijn Kifid
Mijn Kifid

UitspraaK 2017-041 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2017-041
(mr. E.L.A. van Emden, voorzitter, mr. drs. R. Knopper en drs. L.B. Lauwaars en mr. M. Nijland, secretaris)

Klacht ontvangen op : 29 januari 2016
Ingediend door : Consument
Tegen : Post Vermogensbeheer B.V., gevestigd te Vught, verder te noemen Aangeslotene
Datum uitspraak : 13 januari 2017
Aard uitspraak : bindend advies

Samenvatting

In het tweede kwartaal van 2014 is Consument een vermogensbeheerovereenkomst met Aangeslotene aangegaan. Er hebben zich verliezen in de portefeuille gerealiseerd. Consument stelt zich onder meer op het standpunt dat Aangeslotene zich heeft onttrokken aan de bijzondere zorgplicht die geldt bij vermogensbeheer van louter pensioengelden. De Commissie overweegt als volgt. Tussen partijen heeft een relatie van vermogensbeheer bestaan. Aan vermogensbeheer is eigen dat de beheerder zijn beheerstaken naar eigen inzicht vervult. Hierbij mag onder meer worden verwacht dat hij zijn klanten voorlichting verschaft over alle facetten van het door hem te voeren beheer. Aangeslotene heeft een neutraal risicoprofiel voor Consument gehanteerd. Ter zitting heeft zij desgevraagd toegelicht dat deze keuze is voortgekomen uit de combinatie van antwoorden op alle vragen opgenomen in het intakeformulier. Dit alles in samenhang bezien heeft tot een neutraal profiel geleid. Nu Consument ook ter zitting heeft erkend dat Aangeslotene geheel op de hoogte was van z’n financiële positie en vermogensbestanddelen moet de Commissie ervan uitgaan dat Consument zich ervan bewust is geweest dat alle vermogensbestanddelen gezamenlijk zijn gewaardeerd ent tot een neutraal profiel hebben geleid. Daarom gaat de Commissie voorbij aan de stelling van Consument dat het profiel defensief had behoren te zijn. Verder is het de Commissie niet gebleken dat Aangeslotene buiten grenzen van het overeengekomen neutrale profiel heeft gehandeld. De Commissie geeft hierbij uitdrukkelijk geen oordeel over de deskundigheid van het gevoerde beheer, maar stelt louter vast dat Aangeslotene zich aan het beheer heeft gehouden als overeengekomen in de beheerovereenkomsten. De vordering kom niet voor vergoeding in aanmerking.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument digitaal ingediende klachtformulier;
• de klachtbrief van Consument d.d. 20 januari 2016;
• het verweerschrift van Aangeslotene d.d. 25 mei 2016;
• de repliek van Consument d.d. 15 augustus 2016;
• de dupliek van Aangeslotene d.d. 19 september 2016;
• het e-mailbericht van Aangeslotene d.d. 7 juni 2016 met diens keuze voor een bindend advies; en
• het e-mailbericht van Consument d.d. 13 juni 2016 met diens keuze voor een bindend advies.
De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.
Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 29 november 2016 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 In het tweede kwartaal van 2014 is Consument een vermogensbeheerovereenkomst met Aangeslotene aangegaan.

2.2 Op basis van een intakegesprek, vastgelegd bij formulier van 17 juli 2014 is vervolgens gestart met een belegging in het Fundshare Post Opbouw Continu Click fonds. Het ging aanvankelijk om een beheerd vermogen van € 600.000,- waaraan Consument een bedrag van € 20.000,- heeft onttrokken.

2.3 In oktober 2014 heeft zich een verlies in de portefeuille gerealiseerd. De waarde van de portefeuille bedroeg hierna € 515.000,-.

2.4 Vervolgens is er overleg tussen partijen geweest en is de beleggingsstrategie gewijzigd naar een optiestrategie.

2.5 In april 2015 is opnieuw overleg tussen partijen gevoerd en toen is het vermogensbeheer omgezet naar een vorm van beleggen waarbij een deel van de portefeuille is ingevuld middels de optiestrategie onder vermogensbeheer en een additioneel deel is ingevuld met beleggingsproposities (aandelen) die door Consument werden aangedragen.

2.6 Hierna hebben zich opnieuw verliezen in de portefeuille gerealiseerd.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert vergoeding van een bedrag van € 145.000,- te vermeerderen met wettelijke rente.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2. Aan deze vordering legt Consument ten grondslag dat Aangeslotene toerekenbaar is tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht jegens hem. Zo verwijt Consument Aangeslotene onder meer dat zij:
i) zich heeft onttrokken aan de bijzondere zorgplicht die geldt bij vermogensbeheer van louter pensioengelden;
ii) ten onrechte is uitgegaan van een neutraal risicoprofiel;
iii) de afspraken omtrent haar beheerstaken heeft genegeerd;
iv) zij zich schuldig heeft gemaakt aan ondeskundig handelen;
v) zij zich heeft onttrokken aan de classificatie van Consument als genoemd in de vermogensbeheerovereenkomst.

Verweer
3.3. Aangeslotene heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

4.1 Tussen partijen heeft een relatie van vermogensbeheer bestaan. Aan vermogensbeheer is eigen dat de beheerder zijn beheerstaken naar eigen inzicht vervult. Hierbij mag onder meer worden verwacht dat hij zijn klanten voorlichting verschaft over alle facetten van het door hem te voeren beheer. Verder dient de beheerder het aan hem toevertrouwde vermogen te beheren zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vermogensbeheerder mag worden verwacht. Bij het beoordelen of het beheer aan deze maatstaf heeft voldaan, komt groot belang toe aan het vastgestelde risicoprofiel en de beleggingsdoelstelling.

4.2 Risicoprofiel en beleggingsdoelstelling
Aangeslotene heeft een neutraal risicoprofiel voor Consument gehanteerd. Ter zitting heeft zij desgevraagd toegelicht dat deze keuze is voortgekomen uit de combinatie van antwoorden op alle vragen opgenomen in het intakeformulier. Deze vragen zijn uitvoerig met Consument besproken, waarbij rekening is gehouden met de gehele financiële situatie van Consument. De pensioengelden zijn derhalve niet afzonderlijk gecategoriseerd, maar alle vermogensbestanddelen, zoals spaartegoeden en reserveringen, zijn bij de inventarisatie betrokken. Hierbij heeft ook de eigen risicobereidheid van Consument een rol gespeeld, hetgeen heeft geleid tot een opwaardering van het profiel naar “beheerste groei plus”. Dit alles – in samenhang bezien – heeft tot een neutraal profiel geleid. Nu Consument ook ter zitting heeft erkend dat Aangeslotene geheel op de hoogte was van zijn financiële positie en vermogensbestanddelen moet de Commissie ervan uitgaan, dat Consument zich ervan bewust is geweest, dat alle vermogensbestanddelen gezamenlijk zijn gewaardeerd en tot een neutraal profiel hebben geleid. Daarom gaat de Commissie voorbij aan de stelling van Consument dat het profiel defensief had behoren te zijn.

4.3. Het voor beleggen in een situatie van vermogensbeheer van optiestrategieën bij een neutraal profiel vraagt om een zorgvuldige afstemming hierover van beheerder met Consument. Hoewel de feitelijke gang van zaken omtrent de voorlichting van de te voeren beleggingsstrategie niet meer geheel te reconstrueren is, heeft Consument ter zitting erkend dat hij ervan op de hoogte was, dat Aangeslotene uitsluitend met optiestrategieën werkte en aldus geen klassiek beleggingsmodel hanteerde. Bovendien had Consument een ruime ervaring met beleggen in opties en deed in dat kader zelf ook beleggingsvoorstellen – waaronder voorstellen omtrent optieposities – aan Aangeslotene. Het is de Commissie niet gebleken dat Aangeslotene buiten grenzen van het overeengekomen neutrale profiel heeft gehandeld. De Commissie geeft hierbij uitdrukkelijk geen oordeel over de mate van deskundigheid waarmee het beheer is uitgevoerd, maar stelt louter vast dat Aangeslotene zich aan het beheer heeft gehouden als overeengekomen in de beheerovereenkomsten.

4.4. Consument heeft zich nog op standpunt gesteld dat Aangeslotene zich niet aan artikel 12.3. van de beheerovereenkomst heeft gehouden, omdat hij als niet-professionele belegger heeft te gelden. Echter het feit dat Consument zich niet laat kwalificeren als professionele belegger, neemt niet weg dat hij wel ervaring had op het gebied van beleggen.

4.5. Gelet op het hiervoor overwogene komt de vordering niet voor vergoeding in aanmerking.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact