Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2017-056

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2017-056
(prof.mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Klacht ontvangen op : 8 oktober 2015
Ingediend door : Consument
Tegen : National Academic Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Dordrecht, verder te
noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 20 januari 2017
Aard uitspraak : Niet-bindend advies

Samenvatting

Motorrijtuigenverzekering. Artikel 12 lid 1 WAM. Einde WAM-verzekering bij eigendomsoverdracht van de auto. De WAM-verzekering die Consument ten aanzien haar auto had gesloten is niet opgezegd na eigendomsoverdracht van de auto. Vaststond dat de nieuwe eigenaar voor de auto een WAM-verzekering had gesloten. Consument wenst restitutie van de premie voor de periode na eigendomsoverdracht van de auto. Uit artikel 12 lid 1 van de WAM volgt dat de verzekering van Consument bij Verzekeraar voor de auto was geëindigd toen de verplichting tot verzekering op de nieuwe eigenaar was overgaan. De verplichtingen van de oude WAM-verzekeraar eindigen ook ten opzichte van de benadeelde wanneer ten aanzien van het motorrijtuig een nieuwe WAM-verzekering van kracht is geworden. Dit brengt mee dat Verzekeraar geen risico meer heeft gelopen vanaf het moment dat de door de nieuwe eigenaar gesloten WAM-verzekering voor de auto van kracht was geworden, te weten 22 oktober 2014. Vordering toegewezen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument digitaal ingediende klachtformulier;
• de aanvullende stukken van Consument;
• het verweerschrift van Verzekeraar;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van Verzekeraar;
• de aanvulling van Verzekeraar;
• de aanvulling van Consument.

De Commissie stelt vast dat Verzekeraar heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft op 17 juni 2010 via een tussenpersoon, hierna: Tussenpersoon, een motorrijtuigenverzekering bij Verzekeraar gesloten.

2.2 Consument heeft op 22 oktober 2014 de verzekerde auto (hierna: de auto) verkocht. De nieuwe eigenaar heeft ten aanzien van de auto een WAM-verzekering gesloten per
22 oktober 2014.

2.3 Tussenpersoon heeft Verzekeraar per e-mailbericht van 16 juni 2015 gevraagd om de verzekering met terugwerkende kracht te royeren per 22 oktober 2014. Tussenpersoon schrijft:
“Dit is destijds doorgegeven door mijn collega, maar dit is naar alle waarschijnlijkheid niet uitgevoerd.”

2.4 Verzekeraar heeft per e-mailbericht van 9 juni 2015 op het verzoek van Tussenpersoon gereageerd:
“Wij hebben tot op heden geen verzoek ontvangen op de polis ten name van [Consument] per
22 oktober 2014 te beëindigen. De eerstvolgende mogelijkheid om te polis te beëindigen is
16 juli 2015. Per die datum wordt de polis beëindigd en u ontvangst hiervan een royementsaanhangsel per post.

2.5 Tussenpersoon heeft per e-mailbericht van 23 juni 2015 Verzekeraar als volgt bericht:
“(…) ik denk dat er een misverstand is, relatie wil de polis met terugwerkende kracht beëindigen omdat ze vorig jaar de auto die bij jullie verzekerd is verkocht heeft. Dit kunnen jullie wellicht verifiëren in de rdw.”

2.6 Per e-mailbericht van diezelfde datum heeft Verzekeraar geantwoord:
“Wij hebben tot op heden geen kopie van het vrijwaringsbewijs ontvangen. Graag ontvangen wij dit alsnog per e-mail. Zodra we dat hebben ontvangen, kunnen wij beoordelen per wanneer de polis kan worden beëindigd.”

2.7 Tussenpersoon heeft Verzekeraar het vrijwaringsbewijs op 24 juni 2015 toegestuurd.

2.8 Verzekeraar heeft de premie uit coulance met terugwerkende kracht per 22 april 2015 aan Consument gerestitueerd.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert betaling van een bedrag van € 177,47, te weten de door Consument betaalde premie vanaf 22 oktober 2014 minus het bedrag dat Verzekeraar Consument reeds heeft terugbetaald.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
• De auto is op 22 oktober 2014 verkocht en, zoals ook blijkt uit het vrijwaringsbewijs, heeft Consument vanaf dat moment ook niet meer een verzekeringsplicht voor de betreffende auto. Consument heeft de verzekering per 22 oktober 2014 via Tussenpersoon beëindigd en zij heeft dus aan haar verplichting tot tijdige opzegging voldaan. Consument is geen eigenaar meer van de auto en kan dus ook niet gehouden zijn tot betaling van de premie. Verzekeraar dient de premie die na oktober 2014 is betaald aan haar terug te betalen.
• De betreffende auto is door de nieuwe eigenaar per 22 oktober 2014 verzekerd. Die nieuwe eigenaar heeft Consument in juli 2015 benaderd met een bericht van de nieuwe verzekeraar dat de auto dubbel verzekerd was. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), de nieuwe eigenaar en de nieuwe verzekeraar waren ervan op de hoogte bij wie de auto verzekerd was en wie aansprakelijk was. Verzekeraar heeft dus niet tot 16 juni 2015 risico gelopen.
• Verzekeraar heeft coulancehalve de verzekering alsnog met terugwerkende kracht, per
22 april 2015, beëindigd. Het argument van Verzekeraar dat beëindiging met terugwerkende kracht niet mogelijk is, is dus niet terecht.
• Tussenpersoon heeft het vrijwaringsbewijs tijdig aan Verzekeraar verstuurd. Door netwerkstoring is het bewijs hiervan niet meer te vinden.

Verweer Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Op grond van artikel 12 lid 1 WAM eindigt de verzekering met betrekking tot een motorrijtuig dat een kenteken behoeft, wanneer de verplichting tot verzekering op een ander overgaat. De verzekeringnemer moet daarvan binnen acht dagen na de overgang mededeling doen aan de verzekeraar. Verzekeraar heeft het verzoek van Tussenpersoon om de polis te royeren ontvangen op 16 juni 2015, en daarmee acht maanden na de verkoop van de auto. Verzekeraar heeft daarom de verzekering geroyeerd per eerste kennisgeving van de verkoop.
• Voor premierestitutie bestaat geen grond. Uit de gegevens van de RDW blijkt dat Verzekeraar van 17 juni 2010 tot 28 juli 2015 als verzekeraar van de betreffende auto stond geregistreerd. In die periode was zij aansprakelijk voor eventuele schades veroorzaakt door/met de auto van Consument en heeft Verzekeraar dus daadwerkelijk risico gelopen. De ‘oude’ verzekeraar komt niet automatisch te vervallen wanneer een nieuwe verzekeraar het kenteken aanmeldt. Om te voorkomen dat de verzekeraar onnodig risico loopt, is in artikel 12 lid 1 WAM bepaald dat de verzekeringnemer binnen acht dagen na de overgang van de auto daarvan mededeling aan de verzekeraar doet. Coulancehalve heeft Verzekeraar in plaats van acht dagen een termijn van zes maanden aangehouden om een polis met terugwerkende kracht te royeren. Verzekeraar heeft daarom de polis per 22 april 2015 geroyeerd.
• Wanneer twee WAM-verzekeraars bij het RDW bekend zijn voor hetzelfde kenteken, is sprake van samenloop. Dit blijkt uit uitspraak nr. 129 van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars in een samenloopgeschil. Ook hieruit blijkt dat Verzekeraar tot de beëindiging van de verzekeraar risico gelopen voor de betreffende auto.

De overweging waarop Verzekeraar zich beroept, luidt: “Achteraf kan geconstateerd worden dat het kennelijk niet de bedoeling van verzekerde was om hetzelfde risico bij twee verzekeringen onder te brengen. Blijft echter dat op de datum van het ongeval er twee verzekeringen uit het RDW naar voren kwamen. De benadeelde kon beide verzekeringen aanspreken op grond van artikel 6 WAM, hetgeen hij ook gedaan heeft.”

4. Beoordeling

4.1 Consument vordert restitutie van de premie vanaf de datum van verkoop van de auto, te weten 22 oktober 2014 terwijl Verzekeraar tot 28 juli 2015 bij de RDW als WAM-verzekeraar van de betreffende auto stond geregistreerd. Op grond van art. 7:938 BW is er – kortweg gezegd – recht op premierestitutie indien er in het geheel geen risico is gelopen. Hiermee wordt bedoeld – zie Parl. Gesch. titel 7.17 BW, Deventer: Kluwer 2007, p. 82 – de situatie dat noch de verzekeraar, noch de tot uitkering gerechtigde het risico heeft gelopen waartegen werd verzekerd. Niet in geschil is dat Consument in de genoemde periode geen risico heeft gelopen. Wel is in geschil of hetzelfde geldt voor Verzekeraar. De kernvraag is derhalve of Verzekeraar risico heeft gelopen gedurende de periode na verkoop van de auto tot royement van de verzekering terwijl vaststaat dat ten aanzien van de auto door de nieuwe eigenaar per 22 oktober 2014 een nieuwe WAM-verzekering is gesloten.

4.2 Voorop staat dat in artikel 12 lid 1 van de WAM is bepaald dat de verzekering met betrekking tot een motorrijtuig dat een kenteken behoeft, eindigt, wanneer de verplichting tot verzekering op een ander overgaat. Hieruit volgt reeds dat de verzekering van Consument bij Verzekeraar voor de auto was geëindigd toen de verplichting tot verzekering op de nieuwe eigenaar was overgegaan. De verplichtingen van de oude WAM-verzekeraar eindigen ook ten opzichte van de benadeelde wanneer ten aanzien van het motorrijtuig een nieuwe WAM-verzekering van kracht is geworden. Dit brengt mee dat Verzekeraar geen risico meer heeft gelopen vanaf het moment dat de door de nieuwe eigenaar gesloten WAM-verzekering voor de auto van kracht was geworden, te weten 22 oktober 2014. Een eventuele benadeelde kon zich tot de nieuwe WAM-verzekeraar wenden.

4.3 De in artikel 12 lid 1 WAM genoemde verplichting van de verzekeringnemer om binnen acht dagen na de overgang daarvan mededeling te doen aan de verzekeraar, hangt samen met het na-risico dat de WAM-verzekeraar loopt na de beëindiging. Dit na-risico vangt aan na de indiening van de kennisgeving en eindigt op het moment dat voor het motorrijtuig een nieuwe WAM-verzekering van kracht wordt. Anders dan Verzekeraar stelt brengt de situatie waarin het vrijwaringsbewijs door Verzekeraar geruime tijd na het verstrijken van de acht dagen wordt ontvangen, niet mee dat Verzekeraar in die periode ook risico blijft lopen. Verzekeraar heeft zich voorts beroepen op een uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars in een samenloop geschil. Deze uitspraak kan niet tot een ander oordeel leiden nu in het onderhavig geval geen sprake is van samenloop in de in die uitspraak bedoelde zin. De WAM-verzekeringen voor de betreffende auto waren immers niet beide door Consument gesloten en de auto was in de periode na 22 oktober 2014 ook niet meer het eigendom van Consument.

4.4 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van Consument zal worden toegewezen.

5. Beslissing

De Commissie beslist dat Verzekeraar binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument vergoedt een bedrag van € 177,47.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact