Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2017-491

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2017-491
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. M.H.P. Leijendekker, secretaris)

Klacht ontvangen op : 7 februari 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen de Bank
Datum uitspraak : 25 juli 2017
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Consument is met de bank garantieregeling is overeengekomen. De bank gaf bij bericht aan dat de disconteringsvoet hiervoor zou worden vastgesteld bij oversluiting. De later door Consument getekende vaststellingsovereenkomst bevat de bepaling dat een eerdere rentestand werd gebruikt. De Commissie volgt net als de Bank de bepaling in de vaststellingsovereenkomst.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken (inclusief bijlagen):

• het door Consument digitaal ingediende klachtformulier;
• het verweerschrift van de Bank;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van de Bank.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft in 2001 een meerwaardehypotheek gesloten bij een voorloper van de Bank. Aan de meerwaardehypotheek was een beleggingsdepot gekoppeld.

2.2 Later is Consument met deze voorloper van de Bank een aan de meerwaardehypotheek gekoppelde garantieregeling overeengekomen naast het beleggingsdepot.

2.3 In 2015 heeft Consument een nieuwe hypotheeklening gesloten bij de Bank. Doordat de Bank de meerwaardehypotheek niet meer aan Consument heeft aangeboden, heeft Consument voor een andere hypotheekvorm gekozen.

2.4 Via de Bank heeft Consument bij e-mail van 8 mei 2015 de volgende mededeling gekregen van de Bank:

“De contante waarde van de restant-garantieverplichting/eenmalige uitkering wordt op
onderstaande wijze bepaald: de nominale som van de resterende garantieverplichtingen over de periode 1 oktober 2015 (de aflossingsdatum) tot 31 augustus 2021 (de einddatum van de Garantieregeling), zijnde 71 maanden, bedraagt € 118.016,20. Dit bedrag wordt naar beneden gecorrigeerd, omdat de ING dit nu in een keer uitbetaalt in plaats van in 71 maandelijkse termijnen van € 1.662,20. Deze correctie heet “contant maken”. Dat gebeurt tegen een disconteringsvoet, zijnde de actuele spaarrente van de ING Oranjespaarrekening. Nu ik niet weet wat de rente van deze rekening op 1 oktober 2015 zal zijn, kan ik het exacte eenmalige uitkeringsbedrag helaas niet aangeven. Op basis van de actuele rente van 1,20% van deze rekening bedraagt het eenmalige uitkeringsbedrag ongeveer € 109.000. LET OP: dit is een indicatie. U kunt hier geen rechten aan ontlenen. Uw ING Hypotheekadviseur kan u ter [sic] zijner tijd definitief informeren over de hoogte van het bedrag.”

2.5 Op 17 augustus 2015 heeft Consument een vaststellingsovereenkomst getekend waarin een regeling is getroffen ten aanzien van de uitkering van de restanten van de garantieverplichtingen. Hierin is overeengekomen dat de uit te keren restanten van garantieverplichtingen over de periode 1 oktober 2015 tot en met 31 augustus 2021 contant worden gemaakt en worden uitgekeerd aan Consument ter hoogte van een totaal bedrag van €114.311,77 tegen een disconteringsvoet van 1,1%. Verder is in de vaststellingsovereenkomst de volgende passage te vinden:

“6. Partijen komen overeen dat alle in deze overeenkomst genoemde bedragen, rentes en rekenrendementen zijn bepaald op de datum van 24-07-2015 en dat deze in het kader van deze vaststelling niet meer naar boven en/of naar beneden aangepast worden als gevolg van koerswisselingen en wijziging van de ING Oranjespaarrekening rente tussen 24-07-2015 en het moment van uitbetaling van de contante waarde van de restant-garantieverplichting.”

2.6 In de periode tussen 24 juli 2015 en 1 oktober 2015 is de rente gedaald.

2.7 Op 30 september 2015 is de aan de meerwaardehypotheek gekoppelde beleggingsportefeuille verkocht, en op 1 oktober 2015 heeft Consument de aan de meerwaardehypotheek verbonden geldlening in zijn geheel afgelost.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dat de uitkering van de restanten van de garantieverplichtingen geschiedt tegen een disconteringsvoet gebaseerd op de rentestand van 1 oktober 2015 in plaats van 24 juli 2015 en vordert het verschil in rente, wat neerkomt op ongeveer € 1.700,-.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Consument stelt zich op het standpunt dat de Bank onrechtmatig handelt door de rente aan te houden zoals neergelegd in de vaststellingsovereenkomst. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
• Het besluit van de Bank om de disconteringsvoet van 17 augustus 2015 te gebruiken is in strijd met het eerder aan Consument gecommuniceerde bericht van april 2015.
• Consument is onder druk gezet om de vaststellingsovereenkomst van 1 oktober 2015 te tekenen. Lange tijd weigerde de Bank de resterende waarde van de meerwaardehypotheek te vergoeden, waarna hij plotsklaps een vaststellingsovereenkomst op blanco papier kreeg van de Bank die niet in lijn was met de mededeling van 8 mei 2015.
• De bank meet met twee maten: de verkoop van de aan de meerwaardehypotheek gekoppelde beleggingsportefeuille is geschied op 30 september 2015, en de datum ter vaststelling van de disconteringsvoet is 24 juli 2015. Beide data hebben tot nadeel van de Consument geleid.

Verweer van de Bank
3.3 De Bank heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Consument had zijn onvrede over de peildatum waarop de disconteringsvoet werd vastgesteld moeten melden voorafgaand aan het geven van de vaststellingsovereenkomst. Zij wilde door de datum van 24 juli 2015 aan te houden zekerheid bieden aan Consument over de hoogte van de uitkering van de restanten van de garantieverplichtingen. Dat in een eerder stadium is gecommuniceerd aan Consument dat de rente van 1 oktober 2015 gehanteerd zal worden, vindt zij in dat opzicht niet maatgevend.
• Het fixeren van de rente heeft geen nadeel opgeleverd voor Consument.
• Er wordt niet gemeten met twee maten. Anders dan de contante waarde voor de uitkering van de restanten van de garantieverplichtingen, kon de beleggingsportefeuille immers in redelijkheid niet eerder worden verkocht dan nadat de Bank definitief bekend was geworden dat de meerwaardehypotheek zou worden afgelost. Hiermee heeft de Bank zo snel mogelijk financiële duidelijkheid gegeven aan Consument.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie stelt vast dat de vaststellingsovereenkomst is gesloten ter beëindiging, dan wel ter voorkoming van een geschil ten aanzien van de uitkering van de restanten van de garantieverplichtingen.

4.2 Ten aanzien van de peildatum bevat de vaststellingsovereenkomst de expliciete bepaling dat de rente is vastgesteld op 24 juli 2015. Niet ter discussie is komen te staan dat Consument deze overeenkomst heeft ondertekend. Ondanks dat de Commissie vaststelt dat de Bank hiermee is afgeweken van de mededeling van 8 mei 2015, volgt de Commissie het betoog van de Bank dat het op de weg van Consument had gelegen zijn onvrede hieromtrent te melden aan de Bank alvorens de vaststellingsovereenkomst te tekenen.

Door het tekenen van de vaststellingsovereenkomst heeft Consument het aanbod van de Bank immers aanvaard en is de vaststellingsovereenkomst in beginsel rechtens afdwingbaar geworden. Naar het oordeel van de Commissie is de rentestand van 24 juli 2015 derhalve de toepasselijke disconteringsvoet.

4.3 Het door Consument aangevoerde dat hij zich zodanig onder druk gezet voelde dat de vaststellingsovereenkomst dient te worden vernietigd slaagt niet. Gezien de communicatie tussen hem en de Bank over de meerwaardehypotheek en het voortzetten van de garantieregeling begrijpt de Commissie dat Consument druk voelde bij het tekenen van de vaststellingsovereenkomst. Dit enkele feit brengt echter niet mee dat Consument heeft aangetoond dat zijn gebondenheid aan de vaststellingsovereenkomst, gezien de wijze van totstandkoming daarvan, in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 7:904 BW).

4.4 Het verwijt van Consument dat de Bank met twee maten meet treft geen doel. De Bank heeft aangegeven dat zij Consument zo snel mogelijk financieel duidelijkheid wilde geven en in dat licht de disconteringsvoet heeft vastgesteld op 24 juli 2015. De beleggingsportefeuille van Consument heeft de Bank in redelijkheid pas kunnen verkopen toen de aflossing van de meerwaardehypotheek daadwerkelijk plaatsvond, te weten op 30 september 2015. Hiermee heeft de Bank zekerheidshalve voorkomen dat bij een niet-aflossing van de meerwaardehypotheek het risico zich kon realiseren dat de verkoop van de beleggingsportefeuille moest worden teruggedraaid tegen de later geldende hogere koersen. Daarmee heeft de Bank niet in strijd met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid gehandeld.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact