Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-344 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-344
(mr. B.F. Keulen, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en drs. J.W. Janse, leden en
mr. D.P. van Strien, secretaris)

Klacht ontvangen op : 4 april 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : Delta Lloyd Levensverzekering N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen
Verzekeraar
Datum uitspraak : 31 mei 2018
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

De IN 1986 gesloten verzekering bood de mogelijkheid om gedurende telkens een jaar een minimale premie te betalen. De Commissie stelt vast dat deze minimale premie enkel de netto-overlijdensrisicopremie dekt. Het gevolg van het betalen van de minimale premie is dat geen kapitaalopbouw in de Verzekering plaatsvindt en dat de kosten van de Verzekering niet worden voldaan. Aan de hand van de tabel in de offerte, die ook in een polisaanhangsel was opgenomen, kon Consument op eenvoudige wijze nagaan en berekenen welk effect het betalen van de minimale premie op het verzekerd kapitaal had. Na het jaarlijks verlagen van de premie gaf Verzekeraar bovendien een polisaanhangsel af, waarin het nieuwe verzekerd kapitaal was opgenomen. Daarmee heeft Verzekeraar Consument voldoende geïnformeerd over de werking van de verzekering en de gevolgen van het betalen van de minimale premie. Verzekeraar heeft Consument er niet expliciet op hoeven wijzen dat de minimale premie de kosten van de verzekering niet dekt.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met de daarbij behorende bijlagen:

· het door Consument ingediende klachtformulier;
· het verweerschrift van Verzekeraar; en
· het door Verzekeraar verstrekte overzicht van de kostenbelading van de verzekering en de effecten van de kostenbelading op de waardeopbouw van de verzekering bij periodieke premieverlaging.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 18 april 2018 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1. Consument heeft met ingang van 28 december 1986 een traditionele gemengde levensverzekering met winstdeling afgesloten met de productnaam Lijfrente premie-budget plan en polisnummer [nummer] (hierna: de Verzekering). Het verzekerd bedrag was fl. 654.728 (€ 297.102,61), uit te keren bij leven op de einddatum of bij vooroverlijden. De winst was gegarandeerd tot een bedrag van fl. 91.662 (€ 41.594,40). De verschuldigde jaarpremie bedroeg fl. 15.000 (€ 6.806,70). Op het polisblad van de verzekering was eveneens een minimale premie vermeld die dat jaar betaald kon worden, een bedrag van fl. 3.600 (€ 1.633,61).

2.2. Met ingang van 28 december 1988 heeft Consument het verzekerd kapitaal verhoogd tot fl. 963.548 (€ 437.239,02) bij leven en vooroverlijden. De winstgarantie is verhoogd naar fl. 122.544 (€ 55.608,04). De jaarpremie is als gevolg daarvan verhoogd tot fl. 22.763,96
(€ 10.329,83). De minimale jaarpremie bedroeg f. 5.089,23 (€ 2.309,39).

2.3. In 1989 heeft Consument voor het eerst gebruik gemaakt van zijn recht de laagst mogelijke premie te betalen. Verzekeraar heeft hem een polisaanhangsel 50A gezonden, waarop een nieuw (lager) verzekerd kapitaal en een nieuwe winstgarantie waren opgenomen. Het kapitaal bij leven op de einddatum werd bijgesteld tot fl. 907.961
(€ 412.014,73) en het bedrag van de winstgarantie werd gebracht op fl. 116.985
(€ 53.085,48).

2.4. Ook in 1990 heeft Consument gebruik gemaakt van zijn recht de laagst mogelijke premie te betalen. Het kapitaal bij leven op einddatum werd bijgesteld tot fl. 854.124
(€ 387.584,57) en het bedrag van de winstgarantie werd gebracht op fl. 111.601 (€ 50.642,33). Verzekeraar heeft Consument een polisaanhangsel 66 gezonden, waarop deze nieuwe bedragen waren opgenomen.

2.5. In de daaropvolgende jaren heeft Consument steeds gebruik gemaakt van zijn recht de laagst mogelijke premie te betalen. Verzekeraar heeft hem, via zijn tussenpersoon, jaarlijks een nieuw polisaanhangsel 66 gezonden, waarin jaarlijks naar beneden bijgestelde kapitalen en winstgarantiebedragen werden vermeld.

2.6. In de offerte van 28 december 1986 is ten aanzien van wijziging van de premie de volgende passage opgenomen:

“Wijziging premie
De nemer heeft het recht de premie jaarlijst per 28.12 voor de periode van een jaar te verhogen of verlagen ter verhoging of verlaging van het bij in leven zijn op 28.12.2019 uit te keren kapitaal.
Na wijziging is de voor dat jaar te betalen premie tenminste f 3.600,00 nog te verhogen met de premie voor eventueel meeverzekerde arbeidsongeschiktheidsrente.
Na de periode van een jaar zal opnieuw de premie gelden zoals in de polis is vermeld, tenzij opnieuw wordt gemeld, dat de premie voor een jaar moet worden aangepast.

Uitgaande van een ongewijzigde tariefstructuur zijn, voor een toe- of afname van de premie met f. 1.000,00 per jaar, de volgende correcties op het kapitaal bij in leven zijn op 28.12.2019 mogelijk.

Toename of afname Wijzigingsdatum
kapitaal bij leven
f. 3.371,00 28.12.1987
f. 3.261,00 28.12.1988
f. 3.145,00 28.12.1989
f. 3.046,00 28.12.1990
f. 2.934,00 28.12.1991
f. 2.850,00 28.12.1992
f. 2.750,00 28.12.1993
f. 2.662,00 28.12.1994
f. 2.581,00 28.12.1995
f. 2.479,00 28.12.1996
f. 2.404,00 28.12.1997
f. 2.319,00 28.12.1998
f. 2.240,00 28.12.1999
f. 2.165,00 28.12.2000
f. 2.088,00 28.12.2001
f. 2.017,00 28.12.2002
f. 1.946,00 28.12.2003
f. 1.877,00 28.12.2004
f. 1.805,00 28.12.2005
f. 1.744,00 28.12.2006
f. 1.679,00 28.12.2007
f. 1.613,00 28.12.2008
f. 1.554,00 28.12.2009
f. 1.493,00 28.12.2010
f. 1.433,00 28.12.2011
f. 1.375,00 28.12.2012
f. 1.319,00 28.12.2013
f. 1.262,00 28.12.2014
f. 1.207,00 28.12.2015
f. 1.153,00 28.12.2016
f. 1.100,00 28.12.2017
f. 1.047,00 28.12.2018

2.7. Deze informatie is als polisaanhangsel 2900 aan het op 26 februari 1987 afgegeven polisblad gehecht.

2.8. Bij brief van 16 april 2004 schrijft de tussenpersoon van Consument aan Verzekeraar:
“(…)
Regelmatig is het verzoek gedaan om de premie te verlagen naar € 2309,39. Dit had uiteraard consequenties voor de eindwaarde van de polis. De premie is verlaagd naar (minimaal)
€ 2309,39 zodat de overlijdensrisicodekking van fl. 936.548,00 op het zelfde niveau zou blijven doorlopen. In een schrijven d.d. 22-11-2001 geeft uw maatschappij ook aan dat er een risicobedrag verzekerd is van fl. 963.546,00 (ofwel € 437.239,02). Uit een recent ontvangen polis blijkt echter dat er sprake is van een gemengde verzekering, die een dekking biedt van
€ 66.862,-, naast de winstdeling. Dit is absoluut niet de bedoeling!

Ik verzoek u met spoed de oorzaak van deze wijziging te achterhalen en daarnaast de polis weer in de oude staat de herstellen. Dit betekent concreet dat de overlijdensrisicodekking van
€ 437.239,02 zonder premieconsequenties weer opgenomen dient te worden. Bijgevoegd treft u een kopie polis aan d.d. 30-05-1997, waaruit de oorspronkelijke risicodekking te herleiden is en tevens de brief d.d. 22-11-2001 waarin u bevestigt dat de overlijdensrisicodekking ten bedrage van € 437.239,01 van toepassing is. Ik verzoek u daarnaast aan te geven wat de huidige waarde van de polis is (inclusief opgebouwd winstrecht) en hoe de jaarpremie nu is onderverdeeld in spaar- en risicopremie.

Ik vertrouw erop, dat de polis zonder consequenties kan worden hersteld.
(…)”

2.9. Op 4 mei 2004 mailt de tussenpersoon aan Verzekeraar:
“(…)
Naar aanleiding van onze correspondentie en de gevorderde telefoongesprekken het volgende verzoek:

De polis van [Consument] dient weer in de oorspronkelijke staat hersteld te worden. Dit betekent concreet dat de overlijdensrisicodekking van E 437.239,02 weer opgenomen moet worden en dat de premie wordt afgestemd op de hoogte van dit risico. Er zit een opgebouwd kapitaal in de polis. Hoe groot is dit kapitaal? Ik begreep dat de huidige premie puur is afgestemd op het overlijdensrisico.

Verder is de polis gedeeltelijk geclausuleerd: Het opgebouwde deel bij in leven zijn wel en het risicokapitaal bij overlijden niet.

Dit dient ook op de polis te worden aangetekend. Verder is het wel de bedoeling dat de premie jaarlijks automatisch wordt geïncasseerd en dat de hoogte van de premie dus puur risicopremie bedraagt. Er hoeft dus geen opbouw meer plaats te vinden.
(…)”

2.10. Verzekeraar antwoordt bij e-mail van 25 mei 2004:
“(…)
We kunnen de polis conform wens herstellen naar een kapitaal bij overlijden van € 437.239,02 (oude bedrag in guldens fl. 963.548,-)

Voor het kapitaal bij leven zijn dan 2 mogelijkheden:
1. Het levendeel. voorzien van de fiscale lijfrenteclausule, wordt geheel premievrij gemaakt
2. Omdat het om lijfrenteclausule gaat kan volgenw de wetgeving IB 2001 een bedrag van
€ 2.268,90 (fl. 5.000,-) als premie in stand blijven, waarover dat saldomethode wordt toegepast.

In beide gevallen geldt:
Polis wordt gesplitst in 2 aparte polissen:
– een polis bij overlijden voor de einddatum
– een polis bij in leven zijn op de einddatum
– het betreft een structurele wijziging (verlaging) van de verzekering

Voorwaarden:
Aangezien het ten opzichte van de oorspronkelijke polis om een verlaging gaat van kapitaal bij leven, terwijl het overlijdenskapitaal in stand moet blijven, kan er sprake zijn van antiselectie. Verlaging kan dan alleen op voorwaarde dat er gezondheidswaarborgen (in eerste instantie een gezondheidsverklaring) worden geleverd door [Consument]. Als naar het oordeel van de medisch adviseur deze wijziging van de polis niet in de weg staan, zullen wij de polis aanpassen op de door [Consument] aan te geven wijze (keuze 1 of 2 van hierboven).

Bijgaand een formulier gezondheidsvragen. (…)”

2.11. Per 28 juli 2015 heeft Consument de verzekering afgekocht. De afkoopwaarde bedraagt
€ 22.712.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1. Consument vordert terugbetaling van de ingehouden kosten van de betaalde premies van 1986 tot en met 2012, een bedrag van € 63.908. Ook vordert Consument uitbetaling van de winstdeling van 1986 tot en met 1989 € 1.888. Ten slotte vordert Consument gemaakte kosten voor advies over de kwestie van € 2.500. De vordering bedraagt in haar geheel € 68.296. Consument vermeerdert zijn vordering met de sinds 28 december 1986 vervallen wettelijke rente.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2. Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. Verzekeraar is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verbintenissen uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst en heeft de op hem rustende en jegens Consument in acht te nemen zorgplicht geschonden. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
· Consument is nooit geïnformeerd over de hoogte en samenstelling van de kosten in de polis, ook niet nadat begonnen was met het betalen van de minimale premie. Wanneer Consument hierover wel was geïnformeerd, dan had de polis tijdig aangepast kunnen worden om zodoende kosten te besparen.
· In 1987 en 1988 is aan de verzekering geen winstdeling toegekend en in 1989 zeer beperkt, terwijl wel recht bestond op winstdeling. Er is nimmer medegedeeld dat in de eerste jaren van de looptijd geen recht op winstdeling bestaat.
· De afkoop in 2015 leverde veel minder op dan de stand van de winstdeling. Er is bij het aangaan van de verzekering en bij de verlaging naar de minimale premie nimmer geïnformeerd over het feit dat bij betaling van de minimale premie bij afkoop gerekend zou gaan worden met de bruto premie.
· Gedurende de looptijd van de verzekering is geen informatie gegeven over de mogelijkheden de polis te wijzigen om zodoende kosten te besparen of het rendement te verbeteren.

Verweer Verzekeraar
3.3. Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
· Consument heeft gebruik gemaakt van de diensten van een verzekeringsadviseur. Het is de taak van de verzekeringsadviseur om Consument te informeren en te adviseren over de verzekering. Ieder verzoek tot aanpassing van de premie is via de verzekeringsadviseur gegaan, waaruit blijkt dat er veel contact is geweest tussen Consument en zijn adviseur.
· De voorwaarden voor aanpassing van de premie zijn beschreven in de offerte van de verzekering en in polisaanhangsel 2900. Met dit polisaanhangsel kan Consument precies vooraf berekenen wat de gevolgen zijn voor het kapitaal bij leven per fl. 1.000 minder premie in enig jaar. Verder is uitdrukkelijk vermeld dat na de periode van een jaar opnieuw de premie zal gelden die op de polis staat vermeld.
· Bij ieder verzoek om aanpassing berekent Verzekeraar het nieuwe verzekerd kapitaal en het bedrag van de winstgarantie. Deze bedragen worden vermeld op een nieuw polisaanhangsel 50A. Daarmee kan Consument precies zien wat het nieuwe verzekerd kapitaal bij leven op de einddatum is en tot welk bedrag de winstgarantie is bijgesteld. Bij de nieuwe verzekerde bedragen wordt ervan uitgegaan dat in de volgende jaren weer de oorspronkelijke premie wordt voldaan. Dit blijkt uit de volgende omstandigheden: het staat uitdrukkelijk vermeld op polisaanhangsel 2900 en ook op polisaanhangsel 50A (“wijziging van de premie gedurende 1 jaar”); bovendien kunnen de nieuwe verzekerde bedragen niet worden geboden als nog gedurende 20 jaar de minimale premie wordt betaald.
· Verzekeraar is er niet mee bekend welke premie in de toekomst wordt voldaan en kan slechts uitgaan van de oorspronkelijk overeengekomen premie. Verzekeraar was er niet mee bekend dat Consument structureel gebruik wenste te maken van de mogelijkheid de minimale premie te voldoen.
· Consument had ervoor kunnen kiezen de premie voor de toekomst te verlagen. Dit leidt eveneens tot een verlaging van het verzekerd kapitaal bij overlijden. Verder wordt de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid aangepast op de nieuwe afgesproken premie.
· Verzekeraar heeft op basis van een verzoek van de verzekeringsadviseur van
4 februari 2004 de verzekering structureel verlaagd naar een verzekerd kapitaal van
€ 66.862 bij leven en bij overlijden. Dit was niet de bedoeling van Consument. Op zijn verzoek is via de verzekeringsadviseur het verzekerd kapitaal bij overlijden in stand gehouden op € 437.239,02. Verzekeraar heeft de verzekering hersteld.
· De verzekering is een traditionele levensverzekering met een vast verzekerd kapitaal. Consument wist bij aanvang van de verzekering welke uitkering hij gegarandeerd zou ontvangen en welke premie hij daarvoor verschuldigd was. Ook kon hij precies berekenen wat de gevolgen waren van een lagere premie. De kosten zijn in het verzekerde gegarandeerde kapitaal verdisconteerd. Kennis van de kosten was niet noodzakelijk om de gevolgen van een jaarlijkse aanpassing van de premie te kennen.
· In 1987 en 1988 is geen winst opgebouwd.
· Bij afkoop wordt de winst contant gemaakt naar de datum van de afkoop, zodat de winst lager is dan het aanvankelijk berekende winstbedrag op de einddatum dat vermeld stond in de winstbrief. Als de toekomstige premie niet of deels wordt betaald, dan heeft dat een negatieve invloed op de waardeopbouw.
· Verzekeraar is een intermediairmaatschappij. Het is aan Consument om in overleg met zijn adviseur op basis van zijn eigen doelstellingen en mogelijkheden zo nodig wijzigingen aan te vragen.

4. Beoordeling

4.1. De eerste vraag die aan de Commissie voor ligt, is of Verzekeraar Consument had moeten informeren over de hoogte en de samenstelling van de kosten van de Verzekering en in het verlengde daarvan de vraag of Verzekeraar Consument had moeten waarschuwen dat de minimale premie die Consument vanaf 1989 jaarlijks betaalde, de kosten van de Verzekering niet dekte.

4.2. De Commissie stelt bij de beoordeling van deze vraag het volgende voorop. De reikwijdte van een op een financiële dienstverlener als verzekeraar rustende informatieplicht is afhankelijk van de financiële dienst die Verzekeraar aanbiedt. Verzekeraar is de aanbieder van de door Consument, met tussenkomst van een tussenpersoon, afgesloten levensverzekering. Verzekeraar heeft Consument niet geadviseerd. De op Verzekeraar rustende verplichtingen tot informatieverstrekking reiken niet verder dan de plichten die uit hoofde van het aanbieden van de verzekeringsovereenkomst op hem rusten.

4.3. De verzekering die Consument is aangegaan is een traditionele levensverzekering, met een gegarandeerd kapitaal dat wordt uitgekeerd bij in leven zijn van Consument op de einddatum, dan wel bij eerder overlijden. Deze uitkering kan hoger worden door het meeverzekerde recht op een aandeel in de winst van Verzekeraar. Dit hogere bedrag is echter maar deels, tot aan het bedrag van de winstgarantie, door Verzekeraar gegarandeerd.

4.4. Een dergelijke verzekering wordt gekenmerkt door de omstandigheid dat de prijs en de prestatie op voorhand zijn bepaald. Consument wist bij het afsluiten van de verzekering welk bedrag hij op de einddatum, of bij eerder overlijden, zou ontvangen en welke premie – waarvoor een deel bestemd was voor de dekking van het overlijdensrisico en een deel voor de bestrijding van de door Verzekeraar gemaakte kosten – hij hiervoor verschuldigd was. Consument heeft kunnen afwegen welke premie hij voor welk garantiebedrag bereid was te betalen en heeft met deze verhouding tussen premie en prestatie ingestemd.
De met de verzekering gemoeide kosten en overlijdensrisicopremies zijn in het
garantiekapitaal verdisconteerd. Om deze reden behoefde Verzekeraar bij het afsluiten van de verzekering niet te specificeren welk deel van de premie zou worden besteed aan kosten of aan overlijdensrisicopremies. (Zie onder meer GC 2012-265, 2015-038 en 2016-097.)

4.5. De verzekering bood de mogelijkheid om gedurende telkens een jaar een minimale
premie te betalen. De Commissie stelt vast dat deze minimale premie enkel de netto-overlijdensrisicopremie dekt. Het gevolg van het betalen van de minimale premie is derhalve dat geen kapitaalopbouw in de Verzekering plaatsvindt en dat de kosten van de Verzekering niet worden voldaan.

4.6. In 1989 heeft Consument voor het eerst de minimale premie betaald. Aan de hand van
de tabel in de offerte, die eveneens was opgenomen op polisaanhangsel 2900, kon Consument op eenvoudige wijze nagaan en berekenen welk effect het betalen van de minimale premie op het verzekerd kapitaal had. Na het verlagen van de premie gaf Verzekeraar bovendien een polisaanhangsel 50A af, waarop het nieuwe verzekerd kapitaal was opgenomen. Consument kon er derhalve kennis van nemen dat het eenmalig verlagen van de premie hem kwam te staan op een verlaging van het verzekerd kapitaal op einddatum van een bedrag van NLG 963.548 (€ 437.239) naar NLG 907.961 (€ 412.014,74), een verlaging van meer dan NLG 50.000. Na het ook in 1990 betalen van de minimale premie werd het verzekerd kapitaal gesteld op NLG 854.124 (€ 387.584,57), een vermindering van meer dan NLG 100.000. Aan de hand van deze bedragen kon Consument toen al vaststellen dat het structureel verlagen van de premie tot gevolg zou hebben dat van het verzekerd kapitaal bij leven nog slechts een klein deel of zelfs helemaal niets zou overblijven. Indien Consument hierover zekerheid had wensen te verkrijgen, dan had hij aan de hand van de tabel de gevolgen door kunnen rekenen of had hij hierover vragen kunnen stellen aan zijn tussenpersoon. Met het afgeven van de tabel en het bevestigen van de verlaging van het verzekerd kapitaal met een nieuw polisaanhangsel, heeft Verzekeraar Consument voldoende geïnformeerd over de werking van de verzekering en de gevolgen van het betalen van de minimale premie. Verzekeraar heeft Consument er niet expliciet op hoeven wijzen dat de minimale premie de kosten van de verzekering niet dekt.

4.7. Ook toen Consument structureel de minimale premie ging betalen, kon hij aan de hand van de tabel en de ieder jaar afgegeven aanhangsels 66 nagaan wat de invloed daarvan was op het verzekerd kapitaal. In 1998 was het verzekerd kapitaal reeds geslonken tot
NLG 483.325 (€ 219.323,32), een halvering van het verzekerd kapitaal in 1988. Ook toen kon Consument weer vaststellen wat de invloed was van het structureel betalen van de minimale premie op het verzekerd kapitaal bij leven. Op Verzekeraar kwam geen aanvullende informatieverplichting te rusten.

4.8. In 2004 heeft Verzekeraar de verzekering aangepast en bood deze nog een verzekerd kapitaal van € 66.862 bij leven op einddatum of vooroverlijden en een winstdeling.

De tussenpersoon van Consument heeft Verzekeraar bij brief van 16 april 2004 geïnformeerd dat deze verlaging van de dekking niet de bedoeling was en dat Consument in de voorafgaande jaren de laagst mogelijke premies heeft voldaan om de overlijdensrisicodekking op de verzekering te laten voortduren. De tussenpersoon heeft verzocht de verzekering weer in de oude staat te herstellen. De verdere correspondentie tussen Tussenpersoon en Verzekeraar bevestigt nog eens dat de premie is afgestemd op het overlijdensrisico en dat geen kapitaalopbouw behoeft plaats te vinden. In de verhouding tussen Verzekeraar, de tussenpersoon en Consument, is het de tussenpersoon die Consument adviseert over zijn keuzes met betrekking tot de verzekering. Verzekeraar mocht er dan ook van uitgaan dat de instructie van de tussenpersoon in overeenstemming was met de bedoelingen van Consument. Verzekeraar mocht er eveneens van uitgaan dat Consument er met tussenpersoon van op de hoogte was dat de betaalde premies enkel het overlijdensrisico dekten.

4.9. Gezien het voorgaande acht de Commissie het aannemelijk dat indien Verzekeraar Consument had gewezen op de mogelijkheid de Verzekering aan te passen, om zo kosten te besparen en het rendement te verbeteren, Consument niet van deze mogelijkheid gebruik had gemaakt. Consument wenste immers de overlijdensdekking van de Verzekering in stand te houden.

4.10. Per 28 juli 2015 heeft Consument de Verzekering afgekocht. Op 28 december 2014 bedroeg het opgebouwde kapitaal € 45.369. De afkoopwaarde bedroeg evenwel € 22.712. Dit bedrag is lager dan het opgebouwde kapitaal omdat de tot aan 2015 opgebouwde winst op einddatum contant is gemaakt en omdat de kosten, die Consument als gevolg van het betalen van de minimale premies nog niet volledig had voldaan, van het opgebouwde kapitaal zijn afgetrokken. Verzekeraar mocht bij het vaststellen van de afkoopwaarde uitgaan van de overeengekomen premie, nu deze gedurende de looptijd van de verzekering niet is aangepast en de hoogte van het verzekerd bedrag op de overeengekomen premie was gebaseerd. Dat Consument ieder jaar de minimale premie betaalde, maakt dit niet anders. Na het betalen van de minimale premie werd het verzekerd kapitaal immers jaarlijks naar beneden toe bijgesteld. De Commissie ziet geen aanwijzingen dat het afkoopbedrag niet op juiste wijze is vastgesteld.

4.11. Consument heeft erop gewezen dat in 1987 en 1988 aan de verzekering geen winstdeling is toegekend en in 1989 zeer beperkt, terwijl wel recht bestond op winstdeling. Consument beklaagt zich erover dat hem nooit is medegedeeld dat in de eerste jaren van de looptijd geen recht op winstdeling bestaat. Verzekeraar heeft echter aangevoerd dat geen winst is toegekend omdat in de jaren 1987 en 1988 geen sprake was van winst, niet omdat er geen recht op winst zou hebben bestaan. De Commissie acht dit aannemelijk.

4.12. De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat Verzekeraar toerekenbaar is tekortgeschoten bij de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst of zijn zorgplicht heeft geschonden. De Commissie wijst de vordering van Consument daarom af.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact