Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2018-545 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-545
(prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Klacht ontvangen op        : 30 oktober 2017

Ingediend door               : Consument

Tegen                            : Delta Lloyd Schadeverzekering N.V., gevestigd te Amsterdam,

verder te noemen Verzekeraar

Datum uitspraak             : 29 augustus 2018

Aard uitspraak                : Bindend advies

 

Samenvatting

 

Pleziervaartuigverzekering. Consument heeft een beroep op de verzekering gedaan omdat de motor van de kajuitzeilboot vanaf de proefvaart in 2015 onrustig draaide. Bij expertise bleek dat in één van de drie verstuivers van de motor vuil was aangetroffen. De vervuiling was vanaf het bouwjaar van de motor, in de motor aanwezig. Om die reden is sprake van een eigen gebrek, een minderwaardige eigenschap, van de voortstuwingsinstallatie. De schade is niet gedekt onder de verzekering. Onvoldoende is aangetoond dat de vervuiling die in één van de verstuivers van de motor is aangetroffen als een van buiten komend onheil moet worden aangemerkt. Vordering afgewezen.

 

  • Procesverloop

 

  1. De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met bijlagen:
  • het door Consument ingediende klachtformulier;
  • de klachtbrief van Consument;
  • het verweerschrift van Verzekeraar;
  • de repliek van Consument;
  • de dupliek van Verzekeraar.De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.
  • Feiten
    1. Consument heeft een pleziervaartuigverzekering bij een gevolmachtigde voor een kajuitzeiljacht met een Sole Mini 29 motor uit bouwjaar 2015. De risicodragende verzekeraar op de polis is Verzekeraar. Op het polisblad van 4 mei 2015 staat dat het polisblad is afgegeven vanwege een wijziging van de motor en verhoging van het verzekerde bedrag. De wijzigingsdatum is 29 april 2015. De toepasselijke voorwaarden zijn Zicht PP Algemene voorwaarden APP06 en Zicht PP Pleziervaartuig CATR06. Verder is, voor zover relevant, de clausule ‘Bijzondere voorwaarde 5’ van toepassing. Deze clausule luidt: “Bijzondere voorwaarden 5Schade aan het vaartuig of aan de voortstuwingsinstallatie als gevolg van een eigen gebrek is uitsluitend gedekt voor zover het eigen gebrek heeft geleid tot brand, ontploffing ofwel stranding of aanvaring van het vaartuig.”
    2. In de voorwaarden Zicht PP pleziervaartuig staat over de dekking: “2. Dekking
      2.1      Vaartuig
      Verzekeringsmaatschappij vergoedt de materiële schade veroorzaakt door verlies of beschadiging van het verzekerde vaartuig of een deel daarvan als gevolg van:
      a         een van buiten komend onheil;
    3. b        eigen gebrek, waaronder wordt verstaan een gebrekkige eigenschap in of van het vaartuig. Als de voortstuwingsinstallatie bestaat uit een niet-originele scheepsmotor of bestaat uit originele scheepsmotor, ouder dan 72 maanden, dan is van de dekking uitgesloten verlies of beschadiging van deze voortstuwingsinstallatie, die anders dan door brand, ontploffing, omslaan, stranden, zinken, aanvaren of een soortgelijk evenement door een eigen gebrek van de voortstuwingsinstallatie wordt veroorzaakt.”
    4. In februari 2016 heeft Consument een beroep op de verzekering gedaan omdat de motor vanaf de proefvaart in het voorjaar van 2015 onrustig draait bij 1200 rpm (bokken). In opdracht van Verzekeraar is onderzoek gedaan naar de schadeoorzaak. In het rapport van 21 maart 2016 staat, voor zover relevant: “SCHADE
      Schadedatum              : lopend vanaf de proefvaart, voorjaar 2015 tot nu, voorjaar 2016.(…)

      (…)
      Opname bij de reparateur [naam reparateur] te [plaatsnaam], de klant werd vertegenwoordigd door dhr. [X].
      Bij de opname stond de motor geheel gemonteerd op een proefopstelling en schijnt momenteel normaal te draaien, ook op 1200 rpm. (…)Uit het gesprek met [naam reparateur] is het volgende naar voren gekomen:
      Na het opnieuw uitlijnen van de motoropstelling, het verwisselen van de motorsteunen, het aanpassen van de motorfundatie en vervolgens het uitbouwen en in een proefopstelling laten draaien, na een controlebeurt, gaf geen enkele verbetering.
      Hierna is het brandstofsysteem gecontroleerd en gereinigd. Hierbij zijn de lage- en hogedrukleidingen, de grof- en het fijn filter, de dieselpomp en de verstuivers vervangen dan wel gereinigd.
      In één van de drie vertuivers is inwendig wat vuil aangetroffen.
      De rest van het brandstofsysteem was schoon, inclusief de filters. Eén van de oude filters stond nog op de lekbak bevatte geen vuil.

    5. Gezien het bovenstaande is hier mijns inziens geen sprake van een van buitenkomend onheil, immers, als de oorzaak een verontreiniging van de brandstof zou zijn, moet het gehele brandstofsysteem verontreinigd zijn en niet alleen één enkele verstuiver.”
    6. Volgens dhr. [X] is hier sprake van schade als gevolg van verontreinigde brandstof.
    7. In de boot zit rode diesel, maar ook op witte diesel in de proefopstelling draaide de motor niet normaal.
      De aanwezigheid van wat vuil in één van de verstuivers is het enige dat door [naam reparateur] is gevonden.
      (…)
    8. SCHADEOMSCHRIJVING
    9. Schadedatum              : onrustig draaien bij 1200 rpm (bokken)
    10. Per e-mail van 22 maart 2016 heeft de gevolmachtigde Consument meegedeeld dat gelet op grond van bijzondere voorwaarde 5 geen dekking onder de polis bestaat omdat de problemen sinds de ingebruikname van de motor spelen en geen raakvlak hebben met enige aanvaring van het vaartuig.
    11. In reactie op het bezwaar van Consument heeft Verzekeraar zijn standpunt gehandhaafd.

 

    1. De Commissie gaat uit van de volgende feiten.
  • Vordering, klacht en verweerVordering Consument
    1. Consument vordert dekking onder de verzekering door betaling van een bedrag van
      € 5.542,87 vermeerderd met wettelijke rente.Grondslagen en argumenten daarvoor
    2. Ter onderbouwing van haar vordering heeft Consument de volgende argumenten aangevoerd.

 

  • Uit onderzoek is gebleken dat sprake is van vervuiling van de verstuivers. Dat is een van buiten komend onheil. Ongeacht de oorzaak van die vervuiling kan vervuiling worden gekwalificeerd als een van buiten komend onheil. Het is immers een buiten de verzekerde liggend evenement, in tegenstelling tot een eigen gebrek waar de schade wordt veroorzaakt door de zaak zelf. De opmerking van de expert dat geen sprake is van een buiten komend onheil is daarom onjuist.
  • Consument heeft een polis met een all riskdekking en heeft daarom mogen begrijpen dat de schade onder de dekking valt, tenzij deze is genoemd in een uitsluiting. Daarvan is geen sprake. De schade is dus gedekt.
  • Indien over de uitleg van artikel 2.1 sub a van de voorwaarden discussie ontstaat, geldt dat de bepaling op grond van de contra proferentem-regel in het voordeel van Consument moet worden uitgelegd.Verweer Verzekeraar

 

    1. Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
  • De vervuiling in de verstuivers heeft vanaf het begin in de motor gezeten. Dit is een eigen gebrek, een minderwaardige eigenschap, van de voorstuwingsinstallatie nu de voorstuwingsinstallatie niet doet wat ervan mocht worden verwacht. Schade als gevolg van een eigen gebrek is uitgesloten.
  • De schade is niet het gevolg van een van buiten komend onheil zoals bedoeld in de polisvoorwaarden. Indien zou zijn getankt met vervuilde diesel, zou het gehele brandstofsysteem vervuild zijn geweest maar dat was niet het geval. Consument heeft niet gesteld en onderbouwd wat het van buiten komend onheil is als gevolg waarvan de schade is ontstaan.
  • Indien de vervuiling gekwalificeerd zou kunnen worden als een van buiten komend onheil, geldt eveneens dat de schade niet is gedekt. De vervuiling heeft af fabriek in de motor gezeten. Dit zou betekenen dat het genoemde evenement voor de ingangsdatum van de verzekering heeft plaatsgevonden. Consument dient zich te wenden tot de leverancier van de motor.
  • Beoordeling
    1. In dit geschil gaat het om de vraag of de schade aan de motor van het vaartuig van Consument onder de dekking van de verzekering valt. Schade aan het verzekerde vaartuig is onder de verzekering gedekt indien deze het gevolg is van een in de voorwaarden genoemde gedekte gebeurtenis. De toepasselijke voorwaarden en clausules gelden hierbij als uitgangspunt. Het ligt, op grond van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), op de weg van Consument om te stellen, en bij gemotiveerde betwisting door Verzekeraar te bewijzen, dat zich een onder de verzekering gedekt voorval heeft voorgedaan en de schade daarvan het gevolg is.
    2. De oorzaak van de schade is door een expert vastgesteld. In het rapport van expertise staat dat in één van de drie verstuivers van de motor vuil is aangetroffen. De rest van het brandstofsysteem, waaronder de filters, was schoon. Consument stelt dat de vervuiling moet worden aangemerkt als een van buiten komend onheil. De Commissie overweegt als volgt.
    3. De vervuiling die in één van de drie verstuivers is aangetroffen, was vanaf 2015, het bouwjaar van de motor, in de motor aanwezig. Dit kan daarom worden beschouwd als een hoedanigheid die zaken van de verzekerde soort niet behoren te hebben. Om die reden is sprake van een eigen gebrek, een minderwaardige eigenschap, van de voortstuwingsinstallatie. Schade als gevolg van deze oorzaak is, op grond van de clausule Bijzondere voorwaarde 5, van dekking uitgesloten nu het eigen gebrek niet heeft geleid tot brand, ontploffing ofwel stranding of aanvaring van het vaartuig.
    4. Naar het oordeel van de Commissie is onvoldoende komen vast te staan dat een van buiten komend onheil als oorzaak van de schade kan worden aangemerkt. Daarvoor zou moeten vaststaan dat een van buiten komend onheil van beslissende invloed is geweest op het ontstaan van de schade. Dit houdt in dat een van buiten komend onheil als de effectieve oorzaak van de schade kan worden aangemerkt. Vergelijk GC Kifid 2013-125, GC Kifid 2017-455. Onvoldoende is aangetoond dat de vervuiling die in één van de verstuivers van de motor is aangetroffen als een van buiten komend onheil moet worden aangemerkt. Daarbij neemt de Commissie in aanmerking dat volgens het expertiserapport het gehele brandstofsysteem, en niet slechts één verstuiver, zou zijn verontreinigd indien de vervuiling het gevolg zou zijn geweest van verontreinigde brandstof.

 

 

      1. De slotsom is dat de vordering van Consument dient te worden afgewezen.
  • BeslissingDe Commissie wijst de vordering af.In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

 


  1. U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.
Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact