Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2019-221

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-221
(mr. dr. S.O.H. Bakkerus, voorzitter en mr. L.P. Stapel, secretaris)

Klacht ontvangen op : 11 september 2018
Ingediend door : Consument
Tegen : Achmea Schadeverzekering N.V. h.o.d.n. Centraal Beheer, gevestigd te Apeldoorn, verder
te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 28 maart 2019
Aard uitspraak : Niet-bindend advies
Bijlage : Artikel 54 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990

Samenvatting

Na een aanrijding heeft Consument haar schade bij de WAM-verzekeraar van de andere partij gemeld. Verzekeraar heeft de helft van de schade vergoed, omdat beide partijen voor de helft aansprakelijk zijn voor het ontstaan van de schade. De Commissie stelt vast dat zowel Consument als de bestuurder van de andere auto bezig waren met het verrichten van een bijzondere manoeuvre op het moment van de aanrijding. Beide partijen hebben gehandeld in strijd met artikel 54 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Dit betekent dat beide partijen gelijke schuld hebben aan de aanrijding en dat de schulddeling van 50% die Verzekeraar heeft toegepast terecht is. De vordering van Consument wordt afgewezen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken, inclusief bijlagen:

· het door de vertegenwoordiger van Consument ingediende klachtformulier;
· het verweerschrift van Verzekeraar;
· de reactie van de vertegenwoordiger van Consument;
· de reactie van Verzekeraar;
· de verklaring van Consument met diens keuze voor niet-bindend advies.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan op de door partijen overgelegde stukken worden beslist.

2. Waar gaat het om?

2.1 Consument is op 13 juli 2018 betrokken geweest bij een aanrijding, waarbij haar auto en
een andere auto met elkaar in botsing zijn gekomen. Consument heeft haar schade bij de WAM-verzekeraar van de andere auto, Verzekeraar, geclaimd.

2.2 Consument en de bestuurder van de andere auto verrichtten op het moment van de aanrijding een bijzondere manoeuvre in de zin van artikel 54 Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (verder te noemen ‘RVV’). Consument reed uit een uitrit de weg op naar links en de bestuurder van de andere auto reed achteruit uit een parkeerplaats aan de overkant van de weg.

2.3 Verzekeraar heeft zich op het standpunt gesteld dat de bestuurder van de andere auto voor de helft aansprakelijk is voor de aanrijding. Verzekeraar heeft de helft van haar schade, een bedrag van € 675,00, aan Consument vergoed.

2.4 Consument vindt dat de bestuurder van de andere auto aansprakelijk is voor al haar schade en dat Verzekeraar dus ook de andere helft van haar schade moet vergoeden.

3. Beoordeling

3.1 De Commissie wijst de vordering van Consument af. Voor Consument en de bestuurder van de andere auto geldt op grond van artikel 54 RVV dat zij het overige verkeer hadden moeten laten voorgaan, wat zij niet hebben gedaan. Dat betekent dat beide gelijke schuld hebben aan de aanrijding en een schulddeling van 50% terecht is. De Commissie licht haar oordeel hieronder toe.

3.2 Anders dan Consument is de Commissie van oordeel dat zij haar bijzondere manoeuvre op het moment van de aanrijding nog niet had voltooid. De Commissie baseert dit oordeel op de volgende feiten en omstandigheden.

a. De situatieschets op het schadeaangifteformulier, dat partijen direct na de aanrijding hebben ingevuld, wijst erop dat Consument (A) nog bezig was met het naar links wegrijden uit de uitrit en in een bocht over de weg reed op het moment van de aanrijding met de andere auto (B):

b. Deze lezing van de aanrijding wordt bevestigd door de schade aan beide auto’s. De auto van Consument is aan de rechtervoorzijde bij de lamp/de hoek van de motorkap beschadigd. Dit blijkt uit de aanduiding van de schade die Consument op het schade-aangifteformulier heeft vermeld. De andere auto is volgens dit formulier middenachter beschadigd. Deze schades wijzen erop dat de auto van Consument ten tijde van de aanrijding schuin op de weg reed wat erop duidt dat zij haar bijzondere manoeuvre nog niet had voltooid. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan was de auto van Consument eerder aan de rechterzijkant beschadigd, wat niet het geval is.

c. Getuige [naam getuige 1] heeft verklaard dat Consument de bocht naar links bijna voltooid had op het moment van de aanrijding:

“(…) Rond 12.00 uur liep ik uit de winkel naar de brievenbus om een brief te posten bij de Primera op de [straatnaam].
Op het moment dat ik buiten kwam zag ik dat mijn collega werd aangereden door een zwarte [type auto].
Mevrouw [naam Consument] draaide vanuit de parkeergarage onder de Albert Heijn links af de [straatnaam] op. Op het moment dat zij de bocht bijna voltooid had reed de [type auto] achterwaarts vanuit de parkeervakken aan de overzijde van de straat. Hierdoor werd de [merk auto] van mevrouw [naam Consument] op het rechter voorscherm geraakt. (,,,).”

3.3 Alle hierboven genoemde bewijzen weerspreken het standpunt van Consument dat zij haar bijzondere manoeuvre al had voltooid en haar weg vervolgde op het moment van de aan-rijding. Zij ondersteunen daarentegen wel de lezing van Verzekeraar dat zij nog bezig was met de bijzondere manoeuvre. Consument heeft onvoldoende andere bewijzen aangedragen die haar lezing ondersteunen. Aan de verklaring van getuige [naam getuige 2] wordt geen bewijs-kracht toegekend, omdat uit deze getuigenverklaring volgt dat de getuige de aanrijding niet zelf gezien heeft. Wat deze getuige wel heeft gezien is niet redengevend voor de beoordeling van de vraag of Consument haar bijzondere manoeuvre had voltooid.

4. Conclusie

4.1 De Commissie concludeert dat ook Consument bezig was met het verrichten van een bijzondere manoeuvre op het moment van de aanrijding met de andere auto. Beide partijen hebben gehandeld in strijd met artikel 54 RVV, beiden hebben gelijke schuld aan de aanrijding en een schulddeling van 50% is terecht. De vordering van Consument zal worden afgewezen en voor een kostenveroordeling ten gunste van Consument zijn dan ook geen gronden aanwezig.

De Beslissing

De Commissie wijst de vordering van Consument af.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bijlage

Relevante artikelen uit het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990

In het toepasselijke Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 is de volgende relevante bepaling opgenomen:

Artikel 54
Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact