Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2019-238 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2019-238
(mr. B.F. Keulen, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop, mr. E.C. Ruinaard, leden en
mr. W.H. Luk, secretaris)

Klacht ontvangen op : 16 november 2017
Ingediend door : Consument
Tegen : Delta Lloyd Schadeverzekering N.V., gevestigd te Amsterdam, verder te noemen
Verzekeraar, waarbij de uitvoering van rechtsbijstand is overgelaten aan DAS Nederlandse
Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., verder te noemen Rechtsbijstanduitvoerder
Datum uitspraak : 3 april 2019
Aard uitspraak : Bindend advies

Samenvatting

Consument koopt een perceel grond. Met de verkoper wordt onder meer afgesproken dat deze de grond bouwrijp maakt en een toegangsweg aanlegt. Omdat de verkoper deze verplichtingen niet nakomt, doet Consument een beroep op de dekking van de rechtsbijstandverzekering. De zaak is ter zitting bij de rechtbank geschikt. Een paar jaar later doet Consument opnieuw een beroep op de rechtsbijstandverzekering. De aangelegde toegangsweg blijkt namelijk verkeerd te zijn aangelegd. Consument meldt vervolgens nog een derde zaak die over reststroken grond gaat. Aangeslotene is van mening dat sprake is van een samenhangend geheel van geschillen, zodat eenmaal het kostenmaximum van toepassing is. Consument is van mening dat sprake is van drie aparte gebeurtenissen, op grond waarvan hij recht heeft op driemaal het kostenmaximum. De Commissie is van oordeel dat het geschil over het bouwrijp maken van de grond en de kwestie over de verkeerd aangelegde toegangsweg voortvloeien uit de gebrekkige nakoming van de verplichtingen uit de koopovereenkomst, zodat voor de behandeling van deze twee zaken eenmaal het kostenmaximum van toepassing is. Het geschil met het Kadaster en de buren wordt gezien als een aparte gebeurtenis, zodat ook voor de behandeling van deze zaak eenmaal het kosten-maximum van toepassing is. Nu Aangeslotene al de kosten van rechtsbijstand tot tweemaal het kostenmaximum heeft vergoed, ziet de Commissie geen aanleiding de vordering van Consument toe te wijzen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken met alle bijbehorende bijlagen:

· de klachtbrief van Consument;
· het verweerschrift van Rechtsbijstanduitvoerder;
· de repliek van Consument;
· de dupliek van Rechtsbijstanduitvoerder;
· de reactie daarop van Consument.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een bindend advies. De uitspraak is daardoor bindend.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 6 december 2018 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft bij Verzekeraar een rechtsbijstandverzekering voor particulieren gesloten, waarbij de uitvoering van de rechtsbijstand aan Rechtsbijstanduitvoerder is overgedragen.

2.2 Op de verzekering zijn de verzekeringsvoorwaarden Model RE 03.2.13 B-1106 van toepassing. Daarin was – voor zover van belang – het volgende opgenomen:

“Artikel 3.2
Gebeurtenis
Onder gebeurtenis wordt verstaan het voorval dat of de feitelijke ontwikkeling die redelijkerwijs moet worden beschouwd als de oorzaak van het geschil. In geval van verhaal van schade is het schadeveroorzakende voorval de gebeurtenis. Een gebeurtenis waarvan de verzekerde niet op de hoogte was en ook niet op de hoogte behoefde te zijn, kan niet worden aangemerkt als oorzaak van het geschil. Bij twijfel wordt de verzekerde geacht dit aan te kunnen tonen. Een samenhangend geheel van geschillen uit een gebeurtenis wordt beschouwd als één geschil.

(…)

Artikel 3.5
Kosten van rechtsbijstand
Ten aanzien van de kostenvergoeding gelden de volgende bepalingen.
(…)
3 Kostenmaximum
Niet voor vergoeding in aanmerking komen de externe kosten die het in de polis vermelde kostenmaximum (dit maximum geldt per geschil) te boven gaan. (…)”

2.3 Verzekeraar heeft Consument bij brief van 16 december 2014 over de prolongatie en de aanpassingen van de rechtsbijstandverzekering vanaf 13 januari 2015 geïnformeerd:

“Op welke punten hebben wij uw verzekering verbeterd?
Wij hebben de polisvoorwaarden van uw rechtsbijstandverzekering aanzienlijk verbeterd:
– Het maximale bedrag voor externe kosten (denk hierbij aan kosten van een advocaat die niet bij DAS werkt of kosten voor een rechtbank) is verhoogd van € 12.500,- naar € 50.000,-
– (…)”

2.4 Consument heeft – voor zover hier van belang – de volgende zaken op zijn rechtsbijstand-verzekering gemeld:

[dossiernummer 1]
Consument heeft op 22 mei 2010 een voorlopige koopovereenkomst gesloten betreffende een perceel bouwgrond. Het perceel is op 20 mei 2011 aan Consument in eigendom overgedragen. Consument en de verkoper zijn onder meer overeengekomen dat de verkoper het perceel grond acht weken na de overdracht bouwrijp zou maken en voor de aanleg van een verharde toegangsweg zou zorgen. Aangezien de verkoper het perceel na de overeengekomen periode niet conform de overeenkomst heeft geleverd, heeft Consument een beroep op de dekking van de rechtsbijstandverzekering gedaan en Rechts-bijstanduitvoerder verzocht hem hierin bijstand te verlenen. Rechtsbijstanduitvoerder heeft de behandeling van de zaak vervolgens aan een externe advocaat uitbesteed, die namens Consument de verkoper heeft gedagvaard. Tijdens de comparitie bij de rechtbank op 8 oktober 2012 is een schikking tot stand gekomen.

[dossiernummer 2]
Het tweede geschil ziet op de aangelegde toegangsweg. In 2013 is gebleken dat de verkoper de weg voor een gedeelte op het perceel van de buren had aangelegd. Als gevolg hiervan was het voor het Kadaster niet mogelijk de toegangsweg op naam van Consument te registreren. Consument heeft Rechtsbijstanduitvoerder verzocht hem in deze kwestie rechtsbijstand te verlenen. Bij brief van 2 mei 2014 heeft Rechstbijstanduitvoerder de verkoper van het perceel verzocht de situatie op te lossen, zodat Consument het pad kon laten registreren. Op 17 februari 2015 heeft Rechtsbijstanduitvoerder Consument het volgende medegedeeld:
“Mocht [verkoper] niet reageren, dan zal wellicht een procedure gevoerd moeten worden. Uw zaak zal dan door een advocaat behandeld moeten worden. In dit kader wil ik u er wel op wijzen dat het proceskostenmaximum in deze kwestie bijna volledig volgelopen is, omdat hierover al eerder geprocedeerd is. De kosten worden vergoed tot een bedrag van € 12.500,-, zodat nog slechts een bedrag van € 1.781,- besteedbaar is in deze zaak aan externe kosten Dit betekent dat de kosten daarboven voor uw eigen rekening komen”.
Aangezien de interne behandeling van de zaak door Rechtsbijstanduitvoerder niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, is de verdere behandeling aan een advocaat overgedragen, die namens Consument in juli 2017 de rechtbank heeft verzocht de juridische grens van het mandelige perceel door middel van een verklaring van recht vast te stellen. Consument heeft de Commissie tijdens de zitting medegedeeld dat hij in het gelijk is gesteld en dat een akte van rectificatie door de notaris moest worden opgemaakt.

[dossiernummer 3]
Dit geschil betreft de woonperceelgrens en de aanwezigheid van reststroken grond. Deze stukken grond waren in 2013 door het Kadaster op naam van Consument gezet. Na bezwaar van de buren van Consument, heeft het Kadaster de reststroken grond weer op naam van de verkopende partij gezet. Consument heeft zich vervolgens voor rechtshulp tot Rechtsbijstanduitvoerder gewend. Bij brief van 15 december 2014 heeft Rechts-bijstanduitvoerder Consument bevestigd dat de gemelde kwestie onder de dekking van de verzekering viel. Rechtsbijstanduitvoerder heeft de behandeling van de zaak aan een externe advocaat uitbesteed. Na een gerechtelijke procedure hierover in 2017, zijn de reststroken grond weer eigendom van Consument. Rechtsbijstanduitvoerder heeft de gemaakte advocaatkosten tot een bedrag van € 12.500,00 vergoed.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering van Consument
3.1 Consument vordert dat Rechtsbijstanduitvoerder voor de drie gemelde zaken per zaak een apart kostenmaximum van € 50.000,00 toepast. Voor zover het lagere kosten-maximum van € 12.500,00 van toepassing is, vordert Consument dat dit kostenmaximum voor iedere zaak apart wordt toegepast.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de grondslag dat Rechtsbijstand-uitvoerder bij de uitvoering van de verzochte rechtsbijstand ten onrechte de gemelde zaken als een samenhangend geheel beschouwt, waarop slechts eenmaal het kosten-maximum van toepassing is. Daarnaast klaagt Consument erover dat Rechtsbijstand-uitvoerder het verkeerde kostenmaximum van € 12.500,00 hanteert. Consument voert hiertoe de volgende argumenten aan.
· Anders dan Rechtsbijstanduitvoerder stelt, is geen sprake van geschillen die voortvloeien uit dezelfde gebeurtenis of die dezelfde oorzaak hebben. Het eerste geschil betreft een procedure uit 2012 die betrekking had op de koop van een nog door de verkoper bouwrijp te maken grond. De oorzaak van dit geschil was het niet bouwrijp maken van de grond door de verkoper.

Het tweede geschil betreft een procedure die pas in 2017 aanhangig is gemaakt over de aangelegde toegangsweg, lang nadat de eerdere zaak in 2012 was geschikt en ook was opgelost. De verkeerde aanleg is dan ook de feitelijke gebeurtenis die geschil twee heeft veroorzaakt. Het derde geschil heeft betrekking op het registreren van de grenzen van het woonperceel door het Kadaster. Het ontstaan van de reststroken en het gebrek aan mede-werking van de verkoper aan de kadasterregistratie is de feitelijke gebeurtenis die het derde geschil heeft veroorzaakt. Ook deze zaak is overigens pas gaan spelen nadat de eerste zaak over het bouwrijp maken van de grond in 2012 was afgehandeld.
· Verzekeraar heeft Consument bij brief van 16 december 2014 medegedeeld dat het kostenmaximum volgens de nieuwe verzekeringsvoorwaarden zou worden verhoogd tot
€ 50.000,00. Dit geldt natuurlijk ook indien het een geschil betreft dat reeds voor 2014 aanhangig was. In de verzekeringsvoorwaarden wordt immers geen concrete, latere, ingangsdatum vermeld. Daarnaast wordt in de verzekeringsvoorwaarden niet over een overgangsregeling gerept. De wijziging geldt dus direct en zonder voorbehoud, ook voor bestaande zaken. Verzekeraar had een overgangsregeling kunnen opnemen, maar heeft dit nagelaten. In een dergelijk geval mag de verzekerde er gerechtvaardigd op vertrouwen dat het verhoogde maximum met onmiddellijke ingang en zonder voorbehoudt ingaat. Het kostenmaximum bedraagt dan ook niet € 12.500,00 maar € 50.000,00.
· Wijzigingen ten voordele van de verzekerde zijn geenszins bezwaarlijk of in strijd met de aard van de verzekeringsovereenkomst; geen verzekerde zal zich daartegen verzetten.
· Voor zover de oude bepalingen, en daarmee het kostenmaximum van € 12.500,00, van toepassing zouden zijn, zou Consument in ieder geval recht hebben op drie keer een vergoeding van dit bedrag.

Verweer van Rechtsbijstanduitvoerder
3.3 Rechtsbijstanduitvoerder heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

Het kostenmaximum
4.1 Vooropgesteld wordt dat, naar Consument tijdens de zitting heeft medegedeeld, hij zelf voor de behandeling van de zaken een bedrag van € 17.500,00 aan advocaatkosten heeft betaald. Rechtsbijstanduitvoerder heeft voor deze zaken, naar eigen zeggen onverplicht, in totaal een bedrag van € 27.672,12 uitgekeerd, twee maal het kostenmaximum plus
€ 2.672,12.

4.2 De Commissie dient allereerst te beoordelen welk kostenmaximum op de gemelde zaken van toepassing is.

Consument is van mening dat nieuwere voorwaarden met het hogere kostenmaximum van € 50.000,00 per geschil van toepassing zijn, terwijl Rechtsbijstanduitvoerder zich op het standpunt stelt dat een kostenmaximum van € 12.500,00 per geschil van toepassing is. Voor zover Consument stelt dat wijzigingen ten voordeel van een verzekerde per direct en zonder voorbehoud moeten gelden, is de Commissie van oordeel dat deze zienswijze onjuist is. Het zijn namelijk de verzekeringsvoorwaarden die op het moment van het ontstaan en melden van het conflict gelden die van toepassing zijn op de behandeling van de zaak. Dat nadien andere – in dit geval gunstigere – voorwaarden zijn gaan gelden, betekent niet dat die voorwaarden achteraf alsnog met terugwerkende kracht ook op eerder ontstane en gemelde conflicten van toepassing worden (zie Kifid GC 2017-212 en Kifid GC 2017-771). In de brief van 16 december 2014 is vermeld dat de nieuwe situatie ingaat per 13 januari 2015. Rechtsbijstanduitvoerder had in voormelde brief weliswaar voor de duidelijkheid kunnen opnemen dat de nieuwe meer gunstige regeling niet gold voor de eerder genoemde conflicten, maar Consument kan er geen recht aan ontlenen dat deze verduidelijking niet is opgenomen.

4.3 Vast staat dat Consument zich voor wat betreft het geschil over het bouwrijp maken van de grond ([dossiernummer 1]) al in 2011 tot Rechtsbijstanduitvoerder heeft gewend. De zaak is in 2012 geschikt en afgehandeld. Ten aanzien van het tweede geschil blijkt uit het dossier dat Rechtsbijstanduitvoerder namens Consument de verkoper bij brief van
2 mei 2014 heeft verzocht een oplossing te vinden voor de verkeerd aangelegde toegangs-weg ([dossiernummer 2]). Voor wat betreft het derde geschil heeft Rechtsbijstand-uitvoerder Consument bij brief van 15 december 2014, onder vermelding van het kenmerk [nummer], het in behandeling nemen van zijn verzoek om rechtsbijstand inzake de reststroken grond bevestigd (onder het latere kenmerk [dossiernummer 3]). Nu alle drie de zaken voor de ingangsdatum van de nieuwe verzekeringsvoorwaarden op
13 januari 2015 zijn gemeld, is het kostenmaximum van € 12.500,00 per geschil van toepassing.

4.4 Voor zover Consument aanvoert dat in de eerdere verzekeringsvoorwaarden geen kostenmaximum wordt genoemd, en Rechtsbijstanduitvoerder ook niet over een polisblad beschikt waarop het kostenmaximum staat vermeld, overweegt de Commissie dat uit de brief van Verzekeraar van 16 december 2014 voldoende is gebleken dat op de rechts-bijstandverzekering van Consument vóór 13 januari 2015 een kostenmaximum van
€ 12.500,00 gold.

Samenhangend geheel van geschillen?
4.5 Nu duidelijk is welk kostenmaximum van toepassing is, dient de Commissie de vraag te beantwoorden of sprake is van een samenhangend geheel van geschillen uit één gebeurtenis, als gevolg waarvan geen sprake is van drie geschillen maar van twee geschillen of slechts een geschil. Consument is van mening dat sprake is van drie afzonderlijke geschillen, zodat hij aanspraak kan maken op driemaal het kostenmaximum. Rechts-bijstanduitvoerder heeft dit standpunt betwist en aangevoerd dat de geschillen voortvloeien uit één gebeurtenis dan wel hoogstens twee gebeurtenissen in de zin van
artikel 3.2 van de verzekeringsvoorwaarden.

4.6 De Commissie kan het standpunt van Rechtsbijstanduitvoerder in de zin dat sprake is van twee gebeurtenissen onderschrijven. Zowel het geschil over het bouwrijp maken van de grond als het geschil over de (verkeerde) aanleg van de toegangsweg vindt zijn oorzaak in de gebrekkige nakoming van de overeenkomst door Consument niet te leveren waarop hij op grond van de overeenkomst recht heeft. Op grond van de koopovereenkomst diende de verkoper onder meer de grond bouwrijp te maken en een toegangsweg aan te leggen. Uit de dagvaarding uit 2012 blijkt dat de verkoper op beide onderdelen de overeenkomst niet is nagekomen. Nu deze geschillen met elkaar samenhangen en uit dezelfde gebeurtenis voortvloeien, is voor de behandeling van deze zaken eenmaal het kostenmaximum van toepassing. Als tweede gebeurtenis in de zin van artikel 3.2 van de verzekerings-voorwaarden moet worden beschouwd het vaststellen van de perceelgrenzen door het Kadaster, als gevolg waarvan de geschillen met het Kadaster, de verkoper en de buren zijn ontstaan. Voor de behandeling van deze zaak heeft Consument afzonderlijk recht op een vergoeding van de gemaakte advocaatkosten ter hoogte van eenmaal het kostenmaximum.

4.7 Gelet op het hiervoor overwogene komt de Commissie tot de conclusie dat Rechts-bijstanduitvoerder bij de uitvoering van de verzochte rechtsbijstand het juiste kosten-maximum van € 12.500,00 per geschil heeft gehanteerd. Nu de geschillen voortvloeien uit twee verschillende gebeurtenissen, heeft Consument recht op een vergoeding van twee-maal het kostenmaximum. Aangezien Rechtsbijstanduitvoerder al meer dan tweemaal het kostenmaximum van € 12.500,00 heeft uitgekeerd, is hij niet gehouden de overige gemaakte advocaatkosten te vergoeden. De vordering van Consument wordt afgewezen.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/in-beroep-gaan-bij-kifid.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 40 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact