Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2009-119

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 119 d.d. 8 december 2009
(mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. drs. M.L. Hendrikse)

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

– het door de Ombudsman Financiële Dienstverlening overgelegde dossier;
– het vragenformulier, door Consument ondertekend op 20 november 2008;
– het antwoord van Aangeslotene van 27 april 2009;
– de repliek van Consument van 26 mei 2009; en
– de dupliek van Aangeslotene van 12 juni 2009.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 9 november 2009.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

2.1 Consument heeft per 7 augustus 2006, door tussenkomst van Aangeslotene, een autoverzekering gesloten bij een verzekeraar.

2.2 De aanvraag voor de verzekering heeft Consument telefonisch aan Aangeslotene gedaan en Consument heeft op 8 augustus 2006 het aanvraagformulier ondertekend.

2.3 In het aanvraagformulier staat als verzekeringnemer de echtgenote van Consument vermeld. Achter de vraag op wiens naam het kentekenbewijs staat, staat vermeld: ‘aanvrager’.

2.4 Op 24 augustus 2006 en 7 september 2006 is aan de auto waarvoor de verzekering was gesloten, schade ontstaan. Bij controle van deze schades door de verzekeraar is hem gebleken dat de auto niet op naam van de echtgenote van Consument stond, maar op naam van de dochter van Consument; zij was ook degene die in de auto reed tijdens de schades van 24 augustus 2006 en 7 september 2006. Bij brief van 5 februari 2008 heeft de verzekeraar zich op het standpunt gesteld dat er geen dekking voor de geleden schade onder de verzekering is aangezien het kentekenbewijs niet op naam van de verzekeringnemer stond en de verzekeraar niet op de hoogte was gesteld van de afwijkende tenaamstelling. Het reeds aan Consument in verband met het schadegeval van 24 augustus 2006 uitgekeerde schadebedrag van € 1.000,- heeft de verzekeraar derhalve van Consument teruggevorderd, vermeerderd met 10% behandelingskosten.

3. Geschil

3.1 Consument vordert van Aangeslotene betaling van het door de verzekeraar van hem teruggevorderde bedrag ad € 1.100,-.

Deze vordering steunt op de grondslag dat Aangeslotene Consument onzorgvuldig heeft geadviseerd, dan wel in strijd met de op hem rustende zorgplicht heeft gehandeld bij het afsluiten van de autoverzekering. Immers:
– Aangeslotene was op de hoogte van het feit dat de auto voorlopig even op naam van de (inwonende) dochter van Consument zou staan omdat zij de auto zou ophalen bij de verkoper. De bedoeling was dat de auto kort daarna op naam van de echtgenote van Consument zou komen. Dit was er voor de schade van 24 augustus 2006 nog niet van gekomen. Aangeslotene heeft niet medegedeeld dat het feit dat de auto voorlopig op naam van zijn dochter stond problemen met de dekking zou meebrengen.
– Het aanvraagformulier is geheel ingevuld door de medewerkster van Aangeslotene. Dit is ook te zien aan het handschrift op het aanvraagformulier. Dit formulier is Consument voorgelegd tijdens zijn bezoek aan het kantoor van Aangeslotene. Het van tevoren door een medewerkster van Aangeslotene ingevulde formulier werd toen aan Consument voorgelegd met de mededeling dat hij het alleen nog maar behoefde te ondertekenen, waarna alles in orde zou zijn. De vragen en antwoorden zijn niet met Consument doorgenomen.

3.2 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, het volgende als verweer aangevoerd:

– Het aanvragen van een motorrijtuigenverzekering geschiedt meestal telefonisch. Daarbij wordt routinematig door Aangeslotene gevraagd wie de regelmatige bestuurder is. Indien een klant mededeelt dat een ander de auto op naam heeft dan de gebruikelijke bestuurder wordt altijd gewaarschuwd dit zo spoedig mogelijk te wijzigen.
– In dit geval is de vraag wie de gebruikelijke bestuurder is duidelijk gesteld. Bij het invullen van de persoonsgegevens is de echtgenote van Consument genoemd. Alle detailleringen betreffen de naam, het adres en de geboortedatum van de echtgenote van Consument. Daarover kan derhalve geen onduidelijkheid bestaan; Consument heeft bedoeld de gegevens van zijn echtgenote door te geven.
– Er is niets vermeld over een andere persoon die het kenteken op naam kreeg.
– Ook bij het nadien ondertekenen en invullen van het aanvraagformulier is duidelijk te lezen dat het de regelmatige bestuurder moet betreffen. Daarbij is nog zeer gedetailleerd ingevuld en bevestigd door Consument dat het de echtgenote betreft. Dat blijkt uit invulling van de datum rijbewijs en de vermelding van de twee maal verlenging.
– Ook al zou de dochter van Consument de auto voorlopig op haar naam hebben gesteld dan nog was het geen probleem geweest om de auto spoedig daarna om te zetten op naam van de echtgenote van Consument. Dit kost circa € 23,-. Ook dat had Consument kunnen weten.
– De wetenschap van Consument dat er een verschil is tussen de naam van de verzekeringnemer en de regelmatige bestuurder is ruim een maand blijven bestaan.
– Consument heeft een eigen verantwoordelijkheid om na te gaan of de ingevulde gegevens kloppen voordat hij tot ondertekening overgaat.

4. Beoordeling

4.1 In het aan de Commissie overgelegde aanvraagformulier staat vermeld dat het kenteken op naam van de aanvrager van de verzekering, de echtgenote van Consument, staat. Vast staat evenwel dat het kenteken van de verzekerde auto op naam van de dochter van Consument stond.

4.2 Consument heeft het aanvraagformulier op 8 augustus 2006 ondertekend en daarmee de inhoud van het aanvraagformulier bekrachtigd.

4.3 Nu Consument geen bewijsstukken aan de Commissie heeft overgelegd van zijn stelling dat Aangeslotene wist dat het kenteken van de te verzekeren auto op naam van zijn dochter stond, is, tegenover de betwisting door Aangeslotene, niet vast komen te staan dat Aangeslotene wist dat het kenteken van de auto niet op naam van de aanvrager van de verzekering stond.
4.4 Bovendien wijst de stelling van Consument in zijn brief van 17 juli 2008, inhoudende dat Aangeslotene op de hoogte was van het feit dat de auto ‘voorlopig even’ op naam van de dochter van Consument zou staan, er op dat Aangeslotene in ieder geval mocht aannemen dat de auto op korte termijn op naam van de echtgenote van Consument zou worden overgeschreven, hetgeen uiteindelijk niet is geschied.

4.5 Uit het bovenstaande volgt dat de vordering van Consument moet worden afgewezen.

5. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering van Consument af.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact