Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2009-32

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 32 d.d. 29 april 2009
(mr. P.A. Offers, voorzitter, en mr. drs. M.L. Hendrikse en drs. A.I.M. Kool)

Samenvatting

Bij waardeoverdracht naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever (defined contribution) is in een offerte door de aangesloten verzekeraar uitsluitend een rendements¬garantie afgegeven voor het pensioenkapitaal. Het pensioen is afhankelijk van de marktcondities (tarief / rente) op het moment van expiratie van het pensioenkapitaal.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
– het door de Ombudsman Financiële Dienstverlening overgelegde dossier;
– de klachtbrief, ontvangen 12 december 2007;
– het vragenformulier van 4 januari 2008;
– het antwoord van Aangeslotene van 23 juni 2008;
– de repliek van Consument, ontvangen 16 juli 2008;
– de dupliek van Aangeslotene van 6 augustus 2008; en
– de brief van Consument van 16 augustus 2008.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 9 februari 2009.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

2.1 Consument is wegens het faillissement van het moederbedrijf van zijn werkgever in 2001 overgegaan naar een nieuwe werkgever en vanaf 1 oktober 2001 gaan deelnemen aan de pensioenregeling van deze nieuwe werkgever (hierna te noemen: ‘de werkgever’). Pensioenuitvoerder van deze pensioenregeling was (de rechtsvoorganger van) Aangeslotene.

2.2 In het van toepassing zijnde Pensioenreglement is, voor zover hier relevant, het volgende bepaald:

“Artikel 8 Pensioenen
8.1 Ouderdomspensioen
Ten behoeve van de (gewezen) deelnemer, ingaande bij zijn in leven zijn op de pensioendatum. Dit pensioen wordt levenslang aan de (gewezen) deelnemer uitgekeerd.

De hoogte van het jaarlijks ouderdomspensioen is afhankelijk van het op de pensioendatum aanwezige beleggingssaldo van de bij (…) afgesloten overeenkomst van beleggingsverzekering, alsmede van de op die datum geldende pensioentarieven van (…) – dan wel een andere verzekeringsmaatschappij – en rentestand”.

2.3 In het kader van het dienstverband bij de oude werkgever was een pensioenpolis gesloten en ondergebracht bij een verzekeraar (hierna te noemen: ‘verzekeraar A’). Op 22 april 2003 heeft (de rechtsvoorganger van) Aangeslotene Consument een offerte doen toekomen voor waardeoverdracht van de pensioenaanspraken die Consument had opgebouwd bij verzekeraar A. In deze offerte staat het volgende vermeld:

“Huidige situatie:
• Huidige beleggingswaarde per 01-04-2003 € 11.853,00
• Rendementsgarantie (4%) € 48.570,00

Op de einddatum zal op basis van de rendementsgarantie kunnen worden aangekocht:
• Ouderdomspensioen € 4.920,00
• Partnerpensioen € 4.068,00
(…)

Situatie na de waarde-overdracht:
• Beleggingswaarde na waarde-overdracht € 506.467,00
• Rendementsgarantie (4%) € 616.727,00

Op de einddatum zal op basis van de rendementsgarantie kunnen worden aangekocht:
• Ouderdomspensioen € 64.848,00
• Partnerpensioen € 53.808,00
(…). ”

Consument heeft Aangeslotene op 6 mei 2003 verzocht de waardeoverdracht van de bij verzekeraar A opgebouwde pensioenaanspraken naar (de rechtsvoorganger van) Aangeslotene volgens de offerte van 22 april 2003 te effectueren. Bij deze waardeoverdracht is een tussenpersoon betrokken geweest.

2.4 Op 1 september 2006 is de polis van de semi-collectieve pensioenverzekering van Consument tot uitkering gekomen. Het expiratiekapitaal bedroeg € 826.722,32. Bij brief van 7 september 2006 heeft de tussenpersoon Consument enkele aanbiedingen doen toekomen voor een levenslang ouderdoms- en nabestaandenpensioen bij een aantal verzekeraars, waaronder Aangeslotene. Blijkens dit advies zou de gelijkblijvende uitkering op jaarbasis bij Aangeslotene zolang Consument in leven is € 55.000,92 bedragen en zolang de mede-verzekerde alleen in leven is € 38.500,68.

3. Geschil

3.1 Consument maakt aanspraak op een onvoorwaardelijke pensioenuitkering zoals vermeld in de door Aangeslotene uitgebrachte offerte voor waardeoverdracht bij brief van 22 april 2003, te weten een ouderdomspensioen van € 64.848,- per jaar, dan wel een partnerpensioen van € 53.808,- per jaar.

3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.

– Op basis van de offerte van 22 april 2003 is sprake van een rendementsgarantie waaraan Aangeslotene dient te voldoen. De offerte behoeft niet bezien te worden in samenhang met de polis, de algemene voorwaarden en het pensioenreglement. In de offerte wordt immers op geen enkele wijze naar die stukken verwezen en zij zijn bovendien eerst na de waardeoverdracht in het bezit van Consument gekomen.

– Er is sprake van een onvolledige en misleidende offerte. Als ten tijde van de waardeoverdracht uitleg over de offerte was gegeven, dan had Consument niet voor waardeoverdracht gekozen, dan wel tijdig maatregelen kunnen nemen om een mogelijk tegenvallend pensioen met aanvullende voorzieningen op het gewenste niveau te brengen.

– Consument heeft sinds de waardeoverdracht in de overtuiging geleefd dat zijn pensioenuitkeringen in overeenstemming zouden zijn met de offerte. Dat is evenwel niet zo, terwijl het opgebouwde kapitaal per september 2006 zelfs aanmerkelijk hoger is dan het door Aangeslotene geoffreerde bedrag.

– Nu de door Aangeslotene aangehouden fictieve rekenrente van 6 % niet is bereikt, wordt de pensioenuitkering aangepast zodat het risico van de prognose geheel bij Consument ligt. Die risicoafwenteling op Consument is niet terecht, te meer nu het bereikte eindkapitaal beduidend hoger ligt dan de prognose van Aangeslotene.

3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.

– Consument beperkt zich ten onrechte tot uitsluitend de bij brief van 22 april 2003 door Aangeslotene uitgebrachte offerte waardeoverdracht. Aangezien sprake is van een verzekering die voortvloeit uit de pensioentoezegging van de werkgever, dienen de bij die pensioentoezegging behorende stukken, zoals het pensioenreglement en de verzekeringsvoorwaarden, bij het oordeel over de offerte betrokken te worden. De offerte waardeoverdracht is immers gedaan op basis van de pensioenregeling van de werkgever van Consument.

– De pensioenregeling van de werkgever van Consument is een beschikbare premieregeling op beleggingsbasis. Dit betekent dat er vóór de pensioendatum zowel onzekerheid bestaat over het uiteindelijk voor de aankoop van pensioen beschikbare kapitaal (het beleggingsrisico), als over de tarieven die op de pensioendatum voor de aankoop van periodieke uitkeringen gehanteerd worden (het langlevenrisico). De pensioenregeling van de werkgever kent in de vorm van een beleggingsfonds met rendementsgarantie de mogelijkheid om het beleggingsrisico te beperken. Hiervoor heeft Consument gekozen. Het langlevenrisico kan niet beperkt worden. Uit de stukken waarin de pensioentoezegging is vastgelegd – onder meer in artikel 8.1 van het pensioenreglement – blijkt ook duidelijk dat de omvang van de periodieke uitkering pas op de pensioendatum vastgesteld wordt op basis van de dan geldende tarieven. De marktrente is een belangrijke factor in die tarieven.

– De uitkering is – anders dan Consument betoogt – niet gegarandeerd. Duidelijk komt tot uiting dat de term rendementsgarantie betrekking heeft op de te verwachten kapitalen en niet op de te verwachten uitkeringen.

– Consument is bij de waardeoverdracht bijgestaan door een tussenpersoon en aangenomen moet worden dat deze tussenpersoon Consument van informatie hieromtrent heeft voorzien.

– Achteraf bezien was het beter geweest als ook in de offerte de voor- en nadelen van de beleggingsverzekering waren opgenomen. Dit is ook zo uitgesproken richting Consument.

– Door de waardeoverdracht is voor Consument geen nadeel ontstaan. Het uiteindelijk bereikte pensioen is hoger dan in het geval er geen waardeoverdracht had plaatsgevonden. Wordt evenwel door de Commissie aangenomen dat wel schade is ontstaan, subsidiair derhalve, dan bestaat de geleden schade slechts uit gemist rendement nu Consument – doordat hij ervan uitging dat zijn pensioen op de einddatum voldoende zou zijn – niet heeft bijgespaard in de periode vanaf de waardeoverdracht tot de pensioendatum.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie stelt voorop dat de pensioentoezegging van de werkgever, die meestal is verwoord in een pensioenreglement, leidend is voor de pensioenaanspraken die de werknemer heeft.

4.2 Vanaf oktober 2001 is Consument gaan deelnemen aan de pensioenregeling van de nieuwe werkgever, zoals opgenomen in het door partijen overgelegde pensioenreglement. Het pensioenreglement was destijds een overeenkomst tussen uitsluitend de werkgever en werknemer. Consument heeft bij toetreding tot de pensioenregeling kennis genomen van het pensioenreglement, dan wel heeft daarvan naar het oordeel van de Commissie kennis moeten nemen.

4.3 De pensioenregeling betreft blijkens het pensioenreglement een beschikbare premieregeling op beleggingsbasis. Uit het hiervoor onder 2.2 geciteerde artikel 8.1 van het pensioenreglement blijkt dat de omvang van de periodieke uitkering afhankelijk is van het op de pensioendatum aanwezige beleggingssaldo, van de op die datum geldende pensioentarieven, alsmede van de rentestand op dat moment.

4.4 De tijdens de vorige dienstbetrekking van Consument opgebouwde pensioenrechten heeft Consument medio 2003 doen inbrengen in voornoemde pensioenregeling. Consument stelt dat hij door de hiervoor onder 2.3 geciteerde, door Aangeslotene uitgebrachte, offerte van 22 april 2003 tot waardeoverdracht is overgegaan en dat hem in de offerte van 22 april 2003 een onvoorwaardelijke toezegging is gedaan dat het ouderdomspensioen in ieder geval € 64.848,- zou bedragen. Van een dergelijke toezegging is naar het oordeel van de Commissie evenwel geen sprake.

4.5 De omstandigheid dat de tijdens de vorige dienstbetrekking van Consument opgebouwde pensioenrechten werden ingebracht in de pensioenregeling van de nieuwe werkgever bracht mee dat dit pensioenreglement ook op het overgebrachte geld van toepassing werd. Consument moet dit naar het oordeel van de Commissie ook begrepen hebben gezien onder meer de in de offerte opgenomen bedragen.

4.6 De ingebrachte waarde is blijkens artikel 16.1 van het pensioenreglement gebruikt als extra storting in de semi-collectieve pensioenverzekering en werd belegd in één of meer van de in het pensioenreglement genoemde beleggingsvormen. In onderlinge samenhang bezien met het pensioenreglement, de polis en de verzekeringsvoorwaarden heeft Consument moeten begrijpen dat de offerte van 22 april 2003 slechts een berekening overeenkomstig het pensioenreglement betrof en dat de in de offerte opgenomen bedragen slechts prognoses waren.

4.7 Betreurenswaardig acht de Commissie wel dat Aangeslotene in de offerte niet heeft verwezen naar het pensioenreglement en niet uitdrukkelijk heeft vermeld dat de opgenomen bedragen slechts prognoses waren. Dit rechtvaardigt volgens de Commissie – gezien de in het pensioenreglement opgenomen informatie – evenwel niet de door Consument uit de offerte van 22 april 2003 getrokken conclusie dat de daarin vermelde pensioenuitkering gegarandeerd was.

4.8 Uit het bovenstaande volgt dat Consument geen aanspraak kan maken op de uitkering zoals vermeld in de door Aangeslotene uitgebrachte offerte voor waardeoverdracht bij brief van 22 april 2003.

5. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering af.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact