Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2009-47

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 47 d.d. 23 juni 2009
(mr. B. Sluijters, voorzitter, mr. E.M. Dil – Stork, mr. drs. M.L. Hendrikse, dr. D.F. Rijkels en drs. A.I.M. Kool)

Samenvatting

De wijze van toekenning van winstaandelen en slotbonussen door rechtsvoorganger van Aangeslotene is juist. Bij de fusie is Consument wat betreft het aandeel in de winst van de rechtsvoorganger en het voorwaardelijk recht op een slotbonus een gelijkwaardig recht toegekend. Niet onjuist is dat daarbij enkel in beschouwing moet worden genomen de destijds overgedragen (deel)portefeuille van polissen met een slotbonus.

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
– de door partijen met de Ombudsman Financiële Dienstverlening gevoerde correspondentie;
– de klacht, ingediend bij brief van 27 mei 2008 met bijlagen, ontvangen op 28 mei 2008;
– het ingevulde en ondertekende vragenformulier;
– de brief van Consument van 12 juni 2008;
– het antwoord van Aangeslotene van 9 oktober 2008;
– de repliek van Consument van 25 oktober 2008;
– de dupliek van Aangeslotene van 25 november 2008 met bijlage;
– de pleitnotitie van Consument, ingediend tijdens de nader te noemen zitting van 6 april 2009;
– de brief van Aangeslotene van 7 april 2009 met bijlage;
– de brief van Consument van 11 mei 2009.
De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.
De Commissie heeft voorts vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.
De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling te Den Haag op maandag 6 april 2009. Partijen zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:
2.1 Consument heeft met ingang van 1 december 1986 bij een rechtsvoorganger van Aangeslotene een levensverzekering gesloten. De verzekering voorzag onder meer in een uitkering van f 156.000,- als Consument op de einddatum 1 december 2006 in leven was.

2.2 Sinds 1986 hebben aan de zijde van Aangeslotene en haar rechtsvoorganger enkele naamswijzigingen en heeft in 1994 een juridische fusie plaatsgehad.

2.3 Artikel 17 van de vanaf 1 december 1986 op de verzekering van toepassing zijnde voorwaarden bepaalde: ‘Deze verzekering geeft recht op aandeel in de winst van de Maatschappij. De toegekende winstaandelen zullen worden verleend conform de statuten van de Maatschappij.’
De blijkens een op 2 augustus 1994 gedateerd polisblad per 23 februari 1994 geldende verzekeringsvoorwaarden bepaalden in artikel 18: ‘Deze verzekering geeft recht op aandeel in de winst van (Aangeslotene) en voorwaardelijk recht op slotbonus. De toekenning van winstaandelen en slotbonussen geschiedt conform de statuten van (Aangeslotene).’

2.4 Mede in verband met de komende fusie heeft de rechtsvoorganger op 27 juni 1994 aan Consument een brief gezonden. Daarin stond onder meer vermeld: ‘(…) waarbij ervoor zorg is gedragen dat de polishouders in de nieuwe situatie een gelijkwaardig recht behouden. In de praktijk verandert er voor u dus niets van belang en u zult er dan ook verder nauwelijks iets, of zelfs in het geheel niets, van merken.’ Verder maakte de brief ervan melding dat binnenkort de wettelijk voorgeschreven publicatie van de voorgenomen fusie zou plaatsvinden in de Staatscourant en enkele landelijke dagbladen.

2.5 In een brief van 28 november 1986 heeft de rechtsvoorganger aan Consument bericht: ‘(…) Indien de winstdeling in de toekomst gelijk blijft aan die welke over het boekjaar 1985 werd gerealiseerd, zal de uitkering van f 156.000,-. nog worden verhoogd met een winstaandeel van f 93.600,-. en een (onder bepaalde voorwaarden toe te kennen) slotbonus van f 54.600,-. tot in totaal f 304.200,-. (…)’.

2.6 In verband met het bereikt zijn van de einddatum van de verzekering heeft Aangeslotene aan Consument een bedrag van € 119.535,- uitgekeerd.

3 Geschil

3.1 Consument vordert betaling door Aangeslotene van de hem toekomende winstaandelen en slotbonus vanaf de ingangsdatum van de verzekering, onder aftrek van hetgeen reeds is uitgekeerd, en vermeerderd met de wettelijke rente daarover en de kosten van rechtsbijstand. Zijn vordering betreft een bedrag van minimaal € 20.000,- en moet vastgesteld worden op basis van de door Aangeslotene te verstrekken winstcijfers.

3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen.
De door Consument gesloten verzekering gaf blijkens de hierboven onder 2.3 geciteerde artikelen 17 en 18 recht op een aandeel in de maatschappijwinst. In hun berichten over de winstbijschrijvingen meldden Aangeslotene en haar rechtsvoorganger hem vele malen uitstekende bedrijfsresultaten. De hem toebedeelde winstdeling zakte in de loop der jaren echter van de geprognosticeerde 4% naar 1,4% per jaar. Pas uit een brief van 19 mei 2006 van Aangeslotene bleek dat (deel)beleggingsportefeuilles de basis voor de winstdeling vormden. Consument benadrukt dat winstdeling op basis van de maatschappijwinst niet gelijkwaardig is aan winstdeling beperkt tot het rendement van een deelportefeuille. Aangeslotene had Consument op 27 juni 1994 bovendien bericht dat door de fusie niets van belang voor hem veranderde. Consument mag ervan uitgaan dat een gelijkwaardig recht op winstdeling behoorlijk wordt uitgevoerd en dus tot winstdeling in het bedrijfsresultaat van Aangeslotene zal leiden. Aangeslotene heeft de Ombudsman onjuist voorgelicht door te stellen dat ook de rechtsvoorganger de winstdeling bepaalde op basis van de resultaten van de portefeuille.

3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd.
De onderhavige verzekering kent een gegarandeerd rendement van 4%. Het gegarandeerde eindkapitaal bij leven is daarop gebaseerd.
De verzekeringsvoorwaarden bepaalden dat de toegekende winstaandelen zouden worden verleend conform de statuten van de maatschappij. Volgens de statuten van de rechts-voorganger bepaalde de directie, onder goedkeuring van de raad van commissarissen, de hoogte van de jaarlijkse winstdeling.
Door de fusie op 1 oktober 1994 bestaat de rechtsvoorganger niet meer. Conform artikel 2:320 van het Burgerlijk Wetboek is voor de verzekeringnemers, die derhalve geen aanspraak meer konden maken op de rechtsvoorganger wat betreft de winstdelings-regeling, een gelijkwaardig recht vastgesteld dat in de plaats komt van het oorspronkelijke recht op winstdeling.
Bij de vaststelling van het gelijkwaardig recht is gekeken naar het vóór de fusie gehanteerde beleid van winsttoekenning en het niveau ervan. De verzekering van Consument behoort tot de zogeheten slotbonusportefeuille.
Het gelijkwaardig recht is in het voor het publiek ter inzage gelegde fusievoorstel omschreven. Ter uitvoering van het gelijkwaardig recht is een winstontwikkelingindex voor de houders van een polis behorend tot de slotbonusportefeuille vastgesteld.
Het in verband met de fusie geformuleerde gelijkwaardig recht geeft Consument geen aanspraak op winstdeling in het bedrijfsresultaat van Aangeslotene. Volgens het gelijkwaardig recht moet enkel de destijds overgedragen portefeuille van houders van een polis behorend tot de slotbonusportefeuille in beschouwing worden genomen. Aan een evenwichtig invullen van het gelijkwaardig recht is op zorgvuldige wijze aandacht besteed. Voorts is een externe toetsing ervan uitgevoerd.
De fusie is volgens de wettelijk voorgeschreven procedure voorbereid en tot stand gekomen in samenspraak met de toenmalige Verzekeringskamer. De wettelijke procedure voorziet er onder meer in dat een voorstel tot fusie ter inzage wordt gelegd bij het handelsregister en op de kantoren van de betrokken maatschappijen. De ter inzage legging en de publicaties in de Staatscourant en twee dagbladen hebben op 1 juli 1994 plaatsgehad.
Aangeslotene is zowel op de brieven van Consument als van de Ombudsman zorgvuldig ingegaan.
Consument heeft het door hem gestelde financieel nadeel en causaal verband daarvan met het handelen van Aangeslotene en haar rechtsvoorganger niet onderbouwd.

4. Zitting

4.1 Ter zitting hebben Consument en Aangeslotene hun standpunten nader toegelicht.

5. De correspondentie van partijen na de zitting

Desverzocht door de Commissie heeft Aangeslotene bij brief van 7 april 2009 kopieën overgelegd van het fusievoorstel van 1994 en van de publicaties omtrent de voorgenomen fusie in de Staatscourant en enkele landelijke dagbladen.
In reactie daarop heeft Consument in zijn brief van 11 mei 2009 zijn klacht gehandhaafd. Hij merkt nog op dat Aangeslotene eraan voorbij gaat dat zijn polis uit 1986 is vervangen door een nieuwe polis van 11 augustus 1994 van na de fusie.

6. Beoordeling

6.1 De door Consument met ingang van 1 december 1986 bij een rechtsvoorganger van Aangeslotene gesloten levensverzekering voorzag onder meer in een uitkering van
f 156.000,- als Consument op de einddatum 1 december 2006 in leven was. Onweersproken door Consument heeft Aangeslotene gesteld dat deze uitkering gebaseerd was op een gegarandeerd rendement van 4%. Daarnaast gaf de verzekering recht op een aandeel in de winst van de rechtsvoorganger van Aangeslotene en een voorwaardelijk recht op een slotbonus. Omtrent de toekenning van winstaandelen en slotbonussen bepaalden de hierboven onder 2.3 geciteerde polisartikelen dat dit geschiedde conform de statuten van de rechtsvoorganger.

6.2 Blijkens de door Aangeslotene met Consument gevoerde correspondentie werden de ingelegde premies belegd in vastrentende waarden en was de winstdeling voornamelijk afhankelijk van het rendement van deze beleggingen, welk rendement in de jaren vanaf 1986 sterk is gedaald. Voorts speelde winstdeling op sterfte een rol. De aldus gevolgde wijze van toekenning van winstaandelen en slotbonussen geeft blijk van een juiste rechtsopvatting van de rechtsvoorganger.

6.3 Naar uit de stukken naar voren komt is de fusie in 1994 tot stand gekomen in overleg met de toenmalige Verzekeringskamer en is aan de destijds in hoofdstuk VI van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf gestelde publicatie-eisen voldaan. Daarbij is conform het gestelde in artikel 2:320 van het Burgerlijk Wetboek onder meer aan Consument wat betreft het aandeel in de winst van de rechtsvoorganger van Aangeslotene en het voorwaardelijk recht op een slotbonus een gelijkwaardig recht toegekend. Anders dan Consument in zijn brief van 11 mei 2009 stelt is zijn polis niet vervangen door een nieuwe polis van 11 augustus 1994 van na de fusie, maar betrof hetgeen waarop hij doelt, diverse wijzigingen van zijn op 1 december 1986 ingegane verzekering. Niet onjuist acht de Commissie het standpunt van Aangeslotene dat volgens het gelijkwaardig recht enkel in beschouwing moet worden genomen de destijds overgedragen (deel)portefeuille van polissen met een slotbonus.
6.3 Dit een en ander leidt ertoe dat de klacht niet gegrond zal worden verklaard.

7. Beslissing

De Commissie wijst, als bindend advies, de klacht af.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact