Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2009-98

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 98 d.d. 28 oktober 2009
(mr P.A. Offers, voorzitter, mr R.J. Verschoof en drs A.I.M. Kool)

1. Procedure

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
– het dossier van de Ombudsman Financiële Dienstverlening;
– de klacht van Consument zoals verwoord in zijn brief van 27 januari 2008;
– het antwoord van Aangeslotene van 8 juli 2008;
– de repliek van Consument van 16 juli 2008;
– de dupliek van Aangeslotene van 5 augustus 2008;

De Commissie heeft vastgesteld dat beide partijen haar advies als bindend zullen aanvaarden en dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling te Den Haag op maandag 22 juni 2009.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

2.1 Consument en zijn echtgenote hebben in het verleden via bemiddeling van een
intermediair bij de rechtsvoorganger van Aangeslotene een beleggingsverzekering
afgesloten met als ingangsdatum 1 september 2001en een contractsduur van 23 jaar.
Verzekerd is een uitkering van de poliswaarde van de toegewezen participaties bij
in leven zijn van beide verzekerden op de einddatum van de verzekering alsmede
een uitkering van een bedrag van € 158.824,00 na het gelijktijdig overlijden van de
verzekerden dan wel na het overlijden van een van beide verzekerden voor de
einddatum. Waar hierna over Aangeslotene wordt gesproken, wordt daaronder
tevens diens rechtsvoorganger verstaan.

2.2 Ook tegen het intermediair via wiens bemiddeling onderhavige beleggingsverzekering tot stand is gekomen, heeft Consument een klacht ingediend. Ook daaromtrent oordeelt de Commissie in een bindend advies dat vandaag wordt uitgesproken.

3. Geschil

3.1. Consument vordert vergoeding van de door hem geleden schade die vooralsnog
door hem wordt begroot op een bedrag van – minimaal – € 5.000,-.

3.2. Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grond¬slagen.

3.2.1. De kostenstructuur van onderhavige polis is niet duidelijk geformuleerd. Als het
gaat om de investeringspremie en de daarop in mindering gebrachte kosten voert
Aangeslotene de verzekering niet uit, zoals deze met Consument is overeen¬gekomen: in de voor deze verzekering uitgebrachte offerte wordt immers aan¬gegeven dat 93-97,5 % van de aanvullende inleg wordt belegd terwijl dat in de praktijk slechts voor 79 % gebeurt.

3.2.2. In de uitgebrachte offerte wordt vermeld dat de beheerskosten van het Fonds
waarin Consument participeert 0,25 % zouden zijn, terwijl Aangeslotene zelf
0,5 % opgeeft.

3.2.3. De overlijdensrisicopremie van de beleggingsverzekering wordt niet berekend
conform het hierover bepaalde in de van toepassing zijnde algemene voor¬waarden van deze verzekering omdat de premie die hoort bij de leeftijd van Consument en zijn echtgenote zoals die was op de ingangsdatum van de verzekering, een andere is dan de thans berekende.

3.2.3. De thans in de polis opgebouwde waarde komt niet in de buurt van de prognose
zoals die is gegeven in de door het intermediair uitgebrachte offerte.
Aangeslotene heeft hem dan ook niet juist voorgelicht hetgeen wanprestatie aan
zijn zijde oplevert.

3.3. Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren aan¬gevoerd.

3.3.1. Consument is zowel in de precontractuele fase als gedurende de looptijd van de
verzekering uitgebreid geïnformeerd over de aan het beleggen verbonden risico’s
en de rendementen van de verschillende fondsen. Aangeslotene is bovendien
altijd transparant geweest over de in te houden en ingehouden kosten op onder¬havige verzekering. Consument betaalt een reguliere jaarpremie, hetgeen niet hetzelfde is als de door hem genoemde aanvullende inleg. Van dat laatste is tot op heden geen sprake geweest. Het door hem gestelde met betrekking tot het investerings¬percentage van een aanvullende betaling mist mitsdien elke relevantie.
De op de actuele waarde in mindering gebrachte kosten worden bovendien
duidelijk vermeld zowel op de polis als in de vigerende algemene voorwaarden van de verzekering. Consument heeft daarnaast jaarlijks een participatie-overzicht ontvangen waarin exact wordt aangegeven welk bedrag nodig is voor de overlijdens¬risicoverzekering en administratiekosten.

3.3.2. De beheerskosten van het fonds waarin Consument participeert, bedragen wel
degelijk 0,25 %. Alleen als rekening wordt gehouden met de kosten van de
onder¬linge fondsen ligt dat percentage hoger.

3.3.3. De leeftijdsafhankelijke premie is vastgesteld conform het hierover bepaalde in de bijzondere voorwaarden van onderhavige voorwaarden. Bij het aangaan van de
verzekering was de premie dan ook gebaseerd op de op dat moment geldende
leeftijd van klager en zijn echtgenote van 41 respectievelijk 39 jaar.

3.3.4. Volgens het door Consument ondertekende aanvraagformulier van onderhavige
verzekering diende er in een minder risicovol fonds belegd te worden dan
aanvankelijk in de offerte was opgenomen. Het spreekt voor zich dat beleggen in
een minder risicovol fonds gepaard gaat met lagere prognoses. Deze zijn destijds
conform de toen geldende regelgeving niet meer gegeven. Consument houdt
bovendien geen rekening met de aan het beleggen verbonden risico’s. De
prestaties van het fonds waarin Consument participeert zijn de afgelopen jaren
iets minder dan de benchmark geweest. Deze afwijking valt echter ruimschoots
onder het risico dat beleggen altijd met zich meebrengt. Van wanprestatie van de
kant van Aangeslotene kan zeker niet gesproken worden.

3.3.5. Aangeslotene kan niet beoordelen welke documenten Consument van het
intermediair bij het afsluiten van onderhavige verzekering heeft ontvangen. Vast
staat echter wel dat hij het aanvraagformulier van deze verzekering heeft
ondertekend en de verwijzing naar de verzekeringsvoorwaarden en de overige
productinformatie op een duidelijk kenbare plaats in dit aanvraagformulier is
opgenomen, namelijk direct boven de plaats waar Consument zijn handtekening
heeft gezet. Van een Consument mag naar de mening van Aangeslotene
worden verwacht dat hij een dergelijke in het aanvraagformulier opgenomen
verklaring niet ondertekent, zonder hem eerst door te lezen en goed te keuren.
Het had bovendien op de weg van Consument gelegen om de informatie bij
Aangeslotene dan wel het intermediair op te vragen nadat hij bij ontvangst van de
polis had geconstateerd dat de genoemde informatie niet was bijgevoegd.

4. Beoordeling

4.1. In de eerste plaats merkt de Commissie op dat de kostenstructuur zoals deze uit de polis blijkt, naar de mening van de Commissie als voldoende duidelijk kan worden beschouwd. Zo dat voor Consument bij het aangaan van de verzekering niet het geval is geweest, had het op zijn weg gelegen om Aangeslotene respectievelijk het intermediair daarover te benaderen alvorens de verzekeringsovereenkomst met Aangeslotene definitief aan te gaan. Dat Consument dat heeft nagelaten kan Aangeslotene thans niet worden tegengeworpen. Het door Consument naar voren gebrachte met betrekking tot de door Aangeslotene in mindering gebrachte kosten op de investeringspremie getuigt naar het oordeel van de Commissie bovendien van een onjuiste lezing van de stukken. Consument betaalt immers een jaarpremie hetgeen niet op een lijn kan worden gesteld met een aanvullende inleg. Daarop wordt immers blijkens de polis en de algemene voorwaarden een andere kostenfactor in mindering gebracht.

4.2. Aangeslotene heeft in het kader van zijn verweer aangevoerd dat de beheerskosten van het fonds waarin Consument participeert, wel degelijk 0,25 % bedragen, hetgeen Consument onweersproken heeft gelaten. De eerdere stelling van Consument dat ook Aangeslotene zou hebben toegegeven dat deze kosten 0,5 % bedragen, meent de Commissie dan ook als onvoldoende onderbouwd te kunnen passeren.

4.3. De visie van Consument dat Aangeslotene is uitgegaan van een onjuiste
berekening van de premie voor zijn overlijdensrisicoverzekering, berust naar het
oordeel van de Commissie eveneens op een onjuiste lezing van de polis¬bescheiden. Ingevolge het bepaalde in de bijzondere voorwaarden van onderhavige verzekering is de premie immers leeftijdsafhankelijk. De bij aanvang van de verzekering in rekening gebrachte premie is dan ook een andere dan de huidige premie die Consument in rekening wordt gebracht. Deze was immers gebaseerd op de leeftijd die Consument en zijn echtgenote op dat moment nog hadden.

4.4. De Commissie stelt vast dat de in de polis genoemde bedragen prognoses en
geen garanties betreffen. Ook in de uitgebrachte offerte wordt dit duidelijk
aangegeven. Er is bovendien sprake van een beleggingsrisico waarvan Consument
zich kennelijk bewust is. Een en ander wordt immers niet door Consument
betwist. Onderhavig klachtonderdeel dient mitsdien naar het oordeel van de
Commissie eveneens te falen.

5. Beslissing

De Commissie beslist, bij wijze van bindend advies, dat de vordering van Consument dient te worden afgewezen.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact