Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2011-55

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 55
d.d. 23 maart 2011
(mr. B.F. Keulen, voorzitter, prof. mr. C.E. du Perron en prof. mr. M.M. Mendel)

Samenvatting:
Rechtsbijstandsverzekering. Consument is consument als gedefinieerd in het Reglement nu de Klacht een particuliere verzekering betreft. Uitleg begrip “hoedanigheid van particulier” in verzekeringsvoorwaarden. Commissie: de eerder door de rechter ontkennend beantwoorde vraag naar persoonlijke aansprakelijkheid in een zakelijke, vennootschapsrechtelijke context, valt niet samen met de vraag naar de hoedanigheid van particulier omschreven in verzekerings¬voorwaarden als de onderhavige.

1. Procedure
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
– het door de Ombudsman Financiële Dienstverlening overgelegde dossier;
– de brief van Consument van 3 februari 2010 met bijlagen;
– het ingevulde en op 3 februari 2010 door Consument ondertekende vragenformulier;
– het antwoord van Aangeslotene van 28 juli 2010;
– de repliek van Consument van 20 augustus 2010 met bijlagen;
– de dupliek van Aangeslotene van 21 september 2010;
– de brief van Consument van 5 januari 2011 met bijlage.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft voorts vastgesteld dat beide partijen het advies als bindend zullen aanvaarden.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling te Den Haag op dinsdag 1 februari 2011.

2. Feiten
De Commissie gaat uit van de volgende feiten:

2.1 Consument heeft een rechtsbijstandsverzekering (hierna: de “Verzekering”) gesloten bij Aangeslotene. Verzekerd zijn de modules “verkeer” en “consument en wonen”.

2.2 In de module “consument en wonen” wordt onder meer het volgende bepaald:
“1. Verzekerde hoedanigheid
U heeft dekking in de hoedanigheid van particulier. Hieronder wordt verstaan alles wat u doet om de belangen van uzelf en uw gezinsleden te behartigen, buiten uitoefening van een beroep of bedrijf en buiten datgene wat u doet om inkomsten te verwerven.”

2.3 Consument is in 2007 tezamen met een door hem beheerste besloten vennootschap en een indirect door hem beheerste besloten vennootschap gedagvaard in het kader van een door een derde geïnitieerde gerechtelijke procedure (hierna: de “Procedure”). Deze Procedure heeft geresulteerd in een vonnis van een rechtbank en een arrest van een gerechtshof in hoger beroep.

2.4 In het kader van de Procedure heeft Consument jegens Aangeslotene een beroep op de Verzekering gedaan.

2.5 Aangeslotene heeft het beroep van Consument op de Verzekering afgewezen met een beroep op artikel 1 van de module “consument en wonen” en gesteld dat Consument niet in de hoedanigheid van particulier in de Procedure was betrokken.

3. Geschil
3.1 Consument vordert dat Aangeslotene hem een bedrag van € 74.347,45 betaalt. Dit betreft de door hem in het kader van de Procedure gemaakte kosten voor rechtskundige bijstand.

3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslagen:
Consument stelt dat hij voldoet aan de definitie van “consument” als omschreven in artikel 1 van het Reglement van de Commissie. Hiernaast is Consument van mening dat hij ten onrechte in de Procedure is betrokken omdat de tegen hem ingediende vorderingen geen enkele juridische basis hebben, Consument beroept zich in dit verband op de door de rechtbank en het gerechtshof gedane uitspraken. Volgens Consument volgt hieruit dat hij in de Procedure als particulier is opgetreden en aldus een beroep op dekking uit hoofde van de Verzekering moet kunnen doen.

3.3 Aangeslotene heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
Aangeslotene stelt dat de Commissie Consument niet-ontvankelijk dient te verklaren omdat Consument niet voldoet aan de definitie van “consument”als omschreven in artikel 1 van het Reglement van de Commissie. Hiernaast is Aangeslotene van mening dat Consument niet in de hoedanigheid van particulier in de Procedure is betrokken maar op grond van zijn hoedanigheid als zakenman c.q. (indirecte) bestuurder van de mede in de Procedure betrokken vennootschappen. Ten slotte bestrijdt Aangeslotene de hoogte van de vordering. Zo de Commissie zou oordelen dat Consument een beroep op dekking uit hoofde van de Verzekering kan doen, wil Aangeslotene zich eerst een oordeel vormen in hoeverre de door Consument geclaimde kosten kunnen worden vergoed.

4. Zitting
4.1 Ter zitting hebben Consument en Aangeslotene hun standpunten nader toegelicht.

5. Beoordeling
5.1 De vragen waarvoor de Commissie zich in het onderhavige geval ziet gesteld zijn of de Commissie bevoegd is om het door Consument aangebrachte geschil in behandeling te nemen en, zo ja, of Consument al dan niet in de Procedure is betrokken in de hoedanigheid van particulier als gedefinieerd in artikel 1 van de module “consument en wonen” van de Verzekering.

5.2 Wat betreft de vraag naar de bevoegdheid van de Commissie is de contractuele verhouding tussen Consument en Aangeslotene doorslaggevend. In het onderhavige geval is blijkens de polis en de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden sprake van een particuliere rechtsbijstandverzekering. Om die reden gaat de stelling van Aangeslotene, te weten dat Consument niet voldoet aan de definitie van “consument” als omschreven in artikel 1 van het Reglement van de Commissie, niet op. De Commissie is derhalve bevoegd om het geschil in behandeling te nemen (zie ook uitspraak Commissie gedateerd 22 juni 2010 nr. 115).

5.3 De vraag of Consument al dan niet in zijn hoedanigheid van particulier in de Procedure is betrokken, dient te worden beantwoord aan de hand van artikel 1 van de module “consument en wonen” van de Verzekering.

5.4 Consument stelt zich op het standpunt dat hij een beroep kan doen op de Verzekering in de hoedanigheid van particulier omdat hij – blijkens de ten gunste van hem gewezen uitspraken – ten onrechte in de procedures is betrokken. Het voeren van verweer tegen persoonlijke aansprakelijkheid op basis van een onterechte claim, valt onder de hoedanigheid van particulier, aldus Consument. Dat de claim naar de stellingen van de wederpartij feitelijk enig verband zou houden met zakelijke activiteiten van Consument, doet daaraan niet af, zo begrijpt de Commissie het standpunt van Consument, omdat de rechter immers heeft geoordeeld dat er geen feitelijke basis voor de vordering was.

5.5 Op grond van de door partijen toegezonden documenten, waaronder de op de Procedure betrekking hebbende processtukken, is de Commissie van mening dat buiten twijfel staat dat Consument in de Procedure is betrokken op grond van een gebeurtenis waarbij hij niet in de hoedanigheid van particulier is opgetreden maar in de hoedanigheid van zakenman dan wel als bestuurder van een (in)direct door hem beheerste besloten vennootschap. De Commissie wijst in dit kader bijvoorbeeld op onderdeel 8 van de Conclusie van Antwoord bij de rechtbank en onderdeel 2 van de Memorie van Antwoord bij het gerechtshof alsmede de verslagen van de curator in het faillissement van de indirect door Consument beheerste besloten vennootschap. Hieruit blijkt duidelijk dat Consument destijds is opgetreden in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf respectievelijk met het doel om inkomsten te verwerven zodat er geen sprake is van optreden in de hoedanigheid van particulier als gedefinieerd in artikel 1 van de module “consument en wonen” van de Verzekering. Aldus bestaat er geen dekking uit hoofde van de Verzekering. Dat de rechtbank en het gerechtshof uiteindelijk de vorderingen van eiser hebben afgewezen doet hieraan niets af. De door deze instanties ontkennend beantwoorde vraag naar de persoonlijke aansprakelijkheid van Consument in een zakelijke, vennoot¬schaps¬rechtelijke context, is immers een andere dan de vraag of hij bij rechtbank en gerechtshof in rechte werd betrokken in de hoedanigheid van particulier als genoemd in artikel 1 van de onder 2.2 geciteerde module “consument en wonen”.

5.6 Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de vordering van Consument moet worden afgewezen. Alle overige door partijen ingebrachte stellingen en argumenten kunnen niet tot een ander oordeel leiden en zullen derhalve onbesproken blijven.

6. Beslissing
De Commissie wijst, als bindend advies, de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact