Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-445

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 2016-445
(mr. B.F. Keulen, voorzitter, mr. M.C.M. van Dijk, mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. M.B. Beunders, secretaris)

Klacht ontvangen op : 12 november 2015
Ingediend door : Consument
Tegen : Allianz Nederland Levensverzekering N.V., gevestigd te
Rotterdam, verder te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 23 september 2016
Aard uitspraak : Niet- bindend
Samenvatting

Consument heeft in 1997 een hypothecaire geldlening met daaraan verbonden een Verzekering bij Verzekeraar afgesloten. De premie werd voldaan uit een Premiedepot. Consument klaagt over de naamwijziging van de verzekering en de nieuwe voorwaarden die van toepassing zijn verklaard. Consument klaagt bovendien over de hoogte van de rente op het premiedepot na de rentevaste periode. Tot slot klaagt Consument over het leegraken van het Premiedepot. Allereerst overweegt de Commissie dat Consument onvoldoende heeft onderbouwd dat hij enig nadeel heeft ondervonden of nog zal ondervinden van de nieuwe voorwaarden, zodat deze integraal van toepassing zijn op de verzekering. Voorts overweegt de Commissie dat Verzekeraar terecht, na de rentevaste periode, een nieuwe marktconforme rente aan Consument heeft aangeboden. Tot slot komt de Commissie tot de conclusie dat het leegraken van het premiedepot voor Consument geen verrassing kan zijn geweest. Van het door Consument gewenste herstel van het premiedepot kan geen sprake zijn. De vordering van Consument wordt afgewezen.
1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument ingediende klachtformulier;
• de klachtbrief van Consument met bijlagen;
• het verweerschrift van Verzekeraar;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van Verzekeraar;
• aanvullende uitlatingen van Consument;
• de verklaring van Consument met diens keuze voor niet-bindend advies.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.
Partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 19 augustus 2016 te ‘s- Gravenhage en zijn aldaar verschenen. Door Allianz is ter zitting een pleitnota overgelegd.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 In het kader van een hypothecaire geldlening ontvangt Consument op 12 juni 1997 van Verzekeraar een offerte ter zake het ‘ROYAL HYPOTHEEKPLAN.’ In de offerte wordt een Royal Bridge Hypotheekplan, een Royal Bridge Hypotheekverzekering (hierna: de Verzekering) en een premiedepot (hierna: het Premiedepot) aangeboden.

2.2 Voor zover relevant vermeldt bladzijde 1 van de offerte:

‘Incasso

Door acceptatie van deze aanbieding machtigt u ons de bedragen, die wij terzake van deze lening van u te vorderen hebben, te incasseren ten laste van uw bank of giro-rekeningnummer [..rekeningnummer1..] (gaarne invullen).’

Op bladzijde 5 van de offerte staat het volgende vermeld:

‘* gedurende 30 jaar wordt de gehele premie uit het premiedepot voldaan.
Na 30 jaar zal – door de maandelijkse onttrekking van de premie – het premiedepot, met inbegrip van de rentebijschrijvingen over het tegoed, tot nihil zijn teruggebracht. De rentevergoeding over het premiedepot dient jaarlijks bij de aangifte voor de inkomstenbelasting te worden aangegeven. De rente wordt vermeld in de depotakte. De fiscale rentevrijstelling is mede op deze rente van toepassing.
Zowel de premies, het premiedepot als de rentevergoeding over het premiedepot zijn mede gebaseerd op de geoffreerde hypotheekrente.
Een wijziging in de hypotheekrente zal gevolgen hebben voor de premie en de benodigde omvang en/of duur van het premiedepot.
Vóór het passeren van de hypotheekakte dient het premiedepot ad. F 51.361, onder vermelding van “[..kenmerk..] ”, overgemaakt te worden op girorekening [..rekeningnummer 2..] t.n.v. Royal Nederland Levensverzekering NV. Op het depot zijn de Algemene Voorwaarden Premiedepot, Model PD01 van toepassing.’

En op bladzijde 7 van de offerte staat ter zake de Verzekering het volgende vermeld:

‘Bijlagen: – Algemene voorwaarden model 9508
– Algemene voorwaarden Premiedepot model PD01
– Aanvraagformulier
– Gezondheidsverklaring voor de heer [..A..]
– Gezondheidsverklaring voor mevrouw [..B..] .’

2.3 Op 27 juni 1997 sluit Consument door advisering en bemiddeling van een assurantietussenpersoon de hypothecaire geldlening, de Verzekering en het Premiedepot af. De ingangsdatum van de afgesloten overeenkomsten is 1 augustus 1997.
2.4 Op 2 juli 1997 ontvangt Consument van Verzekeraar een ‘Financieringsopzet’, een ‘Financieel overzicht’ en een overzicht van ‘Belangrijkste gegevens’.

2.5 De Verzekering is een zogenoemde gemengde levensverzekering (spaarhypotheek) met een gegarandeerde uitkering van € 125.470,00 (NLG 276.500,00), gelijk aan de hoogte van de hypothecaire geldlening. De bijbehorende voorwaarden zijn ‘Algemene voorwaarden model 9508.’ De rentevergoeding over het spaardeel van de premie is gelijk aan de door Consument te betalen hypotheekrente. De rente bedraagt 6,7% per jaar gedurende de rentevaste periode van 1 augustus 1997 tot en met 1 augustus 2007. Er is sprake van een hoog-laag constructie, waarbij gedurende de eerste drie jaar een premie verschuldigd is van € 481,01 (NLG 1.060,00) per maand. Na deze drie jaar is Consument tot en met het einde van de rentevaste periode een bedrag van € 48,10 (NLG 106,00) per maand verschuldigd.

2.6 De premie van de Verzekering wordt voldaan uit het Premiedepot. Per afgiftedatum van
24 juli 1997 stuurt Verzekeraar aan Consument de depotovereenkomst (hierna: de Depotovereenkomst).

2.7 In de Depotovereenkomst staat voor zover relevant het volgende geduid:

‘(…)
Depotrente: 5,20%
Depot periode in : maanden
Duur hoog depot: 36
Duur laag depot: 360
Rentevaste periode: 120
Ingangsdatum: 01/08/1997
Stopdatum:

Depotbedrag 51361’

En

‘Na afloop van de rentevastperiode wordt een nieuwe verschuldigde premie vastgesteld. Het restant depot na 120 maanden wordt gebruikt om deze premie gedurende de resterende depotperiode te voldoen. Afhankelijk van de hoogte van de nieuwe premie kan het depot eerder, dan wel later leeg zijn.
Zodra het depot leeg is, zal de verzekeringnemer de verschuldigde premie rechtstreeks voldoen aan Royal Nederland.
De bovenstaande rente dient jaarlijks vermeld te worden bij de belastingaangifte. Op het depot zijn de Algemene Voorwaarden Premiedepot, model PD01 van toepassing.’

2.8 Op de Depotovereenkomst zijn de ‘Algemene Voorwaarden Premiedepot model PD01’ (hierna: de Voorwaarden Premiedepot) van toepassing. Voor zover relevant luiden artikelen 6 en 9 van de Voorwaarden Premiedepot:

‘Artikel 6

Rentevergoeding over het premiedepot
Royal Nederland vergoedt over het in het premiedepot aanwezige bedrag een rente. De rentevergoeding is gelijk aan hetgeen in de depotovereenkomst vermeld.’

(…)

Artikel 9

Beëindiging van het premiedepot
Het premiedepot eindigt:
– wanneer het premiedepot tot nihil is gereduceerd;
– wanneer de verzekering anders dan als gevolg van arbeidsongeschiktheid tot uitkering komt; in dit geval zal Royal Nederland het eventueel resterende premiedepot doen bijschrijven op het door de depotgerechtigde opgegeven bankrekeningnummer.’

2.9 Per 3 maart 2003 wijzigt Verzekeraar de naam van de Verzekering in Allianz Bridge Hypotheekverzekering.

2.10 Op 22 november 2005 stuurt Verzekeraar aan Consument een brief waarin wordt medegedeeld dat zij zal overgaan op een nieuw administratiesysteem. Als gevolg hiervan ontvangt Consument nieuwe verzekeringsvoorwaarden onder de naam ‘BR 0409’.

2.11 Per 1 juli 2007 wordt een nieuwe rente op de hypothecaire geldlening en de daaraan gekoppelde Verzekering vastgesteld. De nieuwe rente bedraagt 5,45% per jaar. Vanwege de rentewijziging stuurt Verzekeraar per datum van 1 augustus 2007 nieuwe polisbladen aan Consument.

2.12 Eveneens vindt een rentewijzing plaats ter zake het Premiedepot. Per brief van
29 augustus 2007 informeert Verzekeraar Consument over de wijziging van de rente van het Premiedepot. De rente zal worden verlaagd van 5,2% naar 3,95%. Tevens wordt in de brief mededeling gedaan dat de wijzing van de rente gevolgen heeft voor de einddatum van het premiedepot. Als gevolg van de rentewijziging zal naar verwachting op 1 augustus 2013 het Premiedepot ontoereikend zijn om nog premies uit te voldoen.

2.13 De rentewijzing van de Verzekering brengt met zich mede dat vanaf dat moment maandelijks een premie aan het Premiedepot wordt onttrokken van € 111,00, terwijl vóór de rentewijziging een bedrag van € 48,10 per maand werd onttrokken.

2.14 Vanaf 2007 verstuurt Verzekeraar aan Consument jaaroverzichten van het premiedepot. Uit de brieven waarin de jaaroverzichten zijn gecommuniceerd blijkt dat de gemiddelde waarde van het premiedepot mee telt als vermogen in box 3 en dat deze gemiddelde waarde bij de belastingaangifte dient te worden vermeld.

2.15 Per 1 augustus 2013 komt het Premiedepot te vervallen vanwege een gebrek aan gelden. De Verzekeraar tracht de premie rechtstreeks bij Consument te incasseren. Er ontstaat evenwel een betalingsachterstand.

2.16 Als gevolg daarvan wijzigt Verzekeraar de traditionele Verzekering in een beleggingsverzekering. De beleggingsverzekering wordt per 4 september 2014 weer hersteld in de oorspronkelijke Verzekering.

3 Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert herstel van het Premiedepot. Consument vordert daarnaast herstel van zijn oorspronkelijke Royal Bridge Hypotheekverzekering en de bijbehorende Voorwaarden 1. Tot slot vordert Consument een bedrag ter hoogte van het verschil tussen de rente op het Premiedepot en de rente op van de Verzekering/de rente op de hypothecaire geldlening vanaf 1 augustus 1997.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Consument voert in dit verband het volgende aan.
• Consument is niet geïnformeerd over de naamswijziging van de verzekering in 2003. Consument stelt dat hij hiervan pas in 2013 van op de hoogte is gesteld.
• Consument stelt zich op het standpunt dat hij wordt benadeeld door de
voorwaarden ‘BR 0409’ die Verzekeraar vanaf 2005 van toepassing heeft verklaard. Consument meent dat de voorwaarden niet overeenkomen met de oorspronkelijke ‘Algemene Voorwaarden model 9508.’
• Consument heeft de Depotovereenkomst nooit ontvangen.
• Consument stelt dat hij een te lage rentevergoeding op het Premiedepot heeft ontvangen vanaf ingangsdatum. De rente van het Premiedepot had volgens Consument gelijk moeten zijn aan de rente van de Verzekering en de hypothecaire geldlening. Consument voert hiertoe aan dat dit volgt uit de tekst van bladzijde 6 van de offerte:
‘De rentevergoeding over het spaardeel van uw premie is gelijk aan de rente die u voor uw lening betaald.’
• Consument stelt dat hij niet tijdig is geïnformeerd over het leegraken van het Premiedepot. Indien Consument tijdig op de hoogte was gesteld had hij gelden in het Premiedepot gestort.

Verweer Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• Consument is in 2003 per brief geïnformeerd over de naamswijziging van de Verzekering. Op 22 november 2005 zijn er ter zake de Verzekering nieuwe voorwaarden verstrekt vanwege een nieuw administratiesysteem. Deze nieuwe voorwaarden hebben nagenoeg dezelfde rechten en plichten. Zo is het polisnummer, de dekking, de ingangsdatum, einddatum, de wijze waarop de premie wordt vastgesteld niet gewijzigd.
• Verzekeraar heeft de Depotovereenkomst op 24 juli 1997 naar Consument gezonden. In die Depotovereenkomst staat het rentepercentage vermeld. In de offerte van het Royal Hypotheekplan van 12 juni 1997 is vermeld dat de premies voor de verzekering,

de hoogte van het premiedepot en de rente op het premiedepot mede zijn gebaseerd op de geoffreerde hypotheekrente. Deze offerte is door Consument geaccepteerd.

Blijkens de Depotovereenkomst van 24 juli 1997 is een depotrente overeengekomen van 5,2% gedurende de rentevaste periode van 10 jaar. Dit percentage is 1,5% lager dan de door Consument te betalen rente op de hypothecaire geldlening en de rente op de Verzekering.
• In de Depotovereenkomst staat verder vermeld dat na afloop van de rentevaste periode een nieuwe verschuldigde premie wordt vastgesteld en dat het restant depot na 10 jaar gebruikt wordt om deze premie gedurende de resterende depotperiode te voldoen. Nadrukkelijk wordt voorts vermeld dat afhankelijk van de hoogte van de nieuwe premie het depot eerder, dan wel later leeg kan zijn. En dat zodra het depot leeg is, de verzekeringnemer de verschuldigde premie rechtstreeks zal voldoen aan Royal Nederland. Tevens wordt zowel in de offerte van 12 juni 1997 als in de Depotovereenkomst verwezen naar de Algemene Voorwaarden Depotovereenkomst, Model PD01.
• Consument is in 2007 per brief op de hoogte gesteld dat het Premiedepot per
1 augustus 2013 nihil zou zijn. Ook heeft Verzekeraar vanaf 2007 depotoverzichten gestuurd, waaruit Consument kon afleiden dat het Premiedepot leeg raakte.

4 Beoordeling

4.1 De kern van de klacht, zo begrijpt de Commissie, ziet op drie onderdelen. Allereerst klaagt Consument over de nieuwe naam van de Verzekering en de voorwaarden ‘BR 0409’ die van toepassing zijn verklaard in 2005. Daarnaast heeft Consument een klacht over de hoogte en vaststelling van de rente op het Premiedepot. Tot slot klaagt Consument over het nalaten van Verzekeraar om hem tijdig te informeren over het leegraken van het premiedepot.

4.2 Tussen partijen staat vast dat Consument per 1 augustus 1997 via een assurantie-
tussenpersoon een hypothecaire geldlening met daaraan verbonden
een Verzekering bij Verzekeraar heeft afgesloten. Overeengekomen werd dat de
premie zou worden voldaan uit een Premiedepot. Consument heeft in het
Premiedepot bij aanvang een bedrag van € 23.306.61 gestort.

4.3 Naam en verzekeringsvoorwaarden
In 2003 is de naam van de Verzekering van Consument gewijzigd en gecommuniceerd met Consument. Ter zitting is door Verzekeraar opgemerkt dat de naamswijziging het gevolg is geweest van een fusie van twee dochtermaatschappijen van Verzekeraar. In 2005 ontvangt Consument, ter vervanging van de voorwaarden ‘Algemene voorwaarden model 9508’, de voorwaarden ‘BR 0409.’ De reden hiervan is dat Verzekeraar een nieuw administratiesysteem heeft geïmplementeerd. De vraag of enig kernbeding van de verzekeringsovereenkomst, ná de naamswijziging en ná de invoering van de voorwaarden
‘BR 0409’, ten nadele van Consument is veranderd beantwoordt de Commissie ontkennend.

4.4 De stelling van Consument dat de voorwaarden ‘BR 0409’ in belangrijke mate afwijken van de oorspronkelijke voorwaarden ‘Algemene voorwaarden model 9508’ volgt de Commissie niet. Consument heeft die stelling met geen enkel voorbeeld onderbouwd.

Bovendien heeft Consument niet onderbouwd dat hij door de invoering van de ‘BR 0409’ enig nadeel heeft ondervonden of nog zal ondervinden. De Commissie concludeert dat de voorwaarden ‘BR 0409’ integraal van toepassing zijn op de Verzekering van Consument.

4.5 Rente Premiedepot
Consument klaagt over de hoogte en de vaststelling van de rente op het Premiedepot. Uit het dossier is gebleken dat Verzekeraar in de offerte van de Verzekering gedateerd
12 juni 1997 de Voorwaarden Premiedepot heeft opgenomen. De Commissie stelt vast dat Consument de offerte op 27 juni 1997 heeft ondertekend en verbindt daaraan de conclusie dat Consument derhalve bekend moet worden geacht met de inhoud van de offerte en de daarbij behorende bijlagen. In de offerte staat aangegeven dat de rente van het Premiedepot wordt vermeld in de Depotovereenkomst.

4.6 Per afgiftedatum 24 juli 1997 heeft Verzekeraar aan Consument de Depotovereenkomst gezonden. Voor zover Consument betoogt dat hij de Depotovereenkomst niet heeft ontvangen bevreemdt dit de Commissie. Consument heeft immers bij aanvang een fors bedrag van € 23.306,61 gestort in het Premiedepot, hetgeen hij, naar moet worden aangenomen, niet “uit de losse pols” zal hebben gedaan maar op basis van een daartoe strekkende overeenkomst. Bovendien is in de offerte van de Verzekering meerdere malen verwezen naar het Premiedepot en de Depotovereenkomst. De Commissie overweegt dat, in het geval de Depotovereenkomst niet door Consument zou zijn ontvangen, het op de weg van Consument of zijn assurantietussenpersoon lag om hiernaar bij Verzekeraar te informeren.

4.7 Per afgiftedatum 24 juli 1997 heeft Verzekeraar de Depotovereenkomst aan Consument gezonden. Uit die Depotovereenkomst volgt dat de rentevergoeding vanaf de ingangsdatum 1 augustus 1997 gedurende de rentevaste periode van 120 maanden 5,20% per jaar zou bedragen. Voorts is in de offerte op bladzijde 6 opgemerkt dat de premies, het Premiedepot en de rentevergoeding van het Premiedepot mede gebaseerd waren op de geoffreerde hypotheekrente.

4.8 Na de rentevaste periode wordt de rente in 2007 voor zowel de hypothecaire geldlening als de Verzekering verlaagd van 6,7% naar 5,45% per jaar.
Per brief van 29 augustus 2007 wordt Consument afzonderlijk geïnformeerd door Verzekeraar over de renteverlaging van het Premiedepot. De rente zou worden verlaagd van 5,2% naar 3,95% per jaar. Ter zitting is gebleken dat niet Verzekeraar de hoogte van de nieuwe rente heeft vastgesteld, maar dat de rentevergoeding marktconform wordt vastgesteld door de geldverstrekker. De Commissie concludeert aldus dat Verzekeraar terecht, ná de rentevaste periode, een nieuwe marktconforme rente aan Consument heeft aangeboden van 3,95%.

4.9 De Commissie merkt wel op dat de wijze waarop de rente op het Premiedepot
wordt berekend respectievelijk wordt vastgesteld en door wie, duidelijker naar voren gebracht had kunnen worden in de offerte, in de verzekeringsovereenkomst of in de Voorwaarden Premiedepot. Aan het oordeel van de Commissie doet dat evenwel niet af.

4.10 Leegraken Premiedepot
De Commissie stelt allereerst vast dat pagina 5 van de offerte vermeldt dat een wijziging in de rente op de hypothecaire geldlening gevolgen zal hebben voor de premie en de benodigde omvang of duur van het Premiedepot. Artikel 9 van de Premiedepotvoorwaarden zegt dat het Premiedepot eindigt indien het tot nihil is gereduceerd. Daarnaast is in de Depotovereenkomst uitdrukkelijk opgenomen dat de rentevaste periode 120 maanden bedraagt. Consument is daarnaast bij brief van 29 augustus 2007 er op gewezen dat de premie verhoogd zou worden van € 48,10 per maand naar € 111,00 per maand. Ook is Consument erop gewezen dat de premieverhoging en de renteverlaging op het Premiedepot tot gevolg zouden hebben dat het Premiedepot per 1 augustus 2013 nihil zou zijn. Tot slot heeft Verzekeraar vanaf 2007 via depotoverzichten Consument jaarlijks op de hoogte gebracht van de aanwezige gelden in het Premiedepot. Het leegraken van het depot kan naar het oordeel van de Commissie voor Consument geen verrassing zijn geweest. Van het door Consument gewenste herstel van het depot kan geen sprake zijn.

4.11 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen treffen de klachten van Consument geen doel en dient zijn vordering te worden afgewezen. Alle overige door partijen in gebrachte stellingen en argumenten kunnen niet tot een ander oordeel leiden en zullen onbesproken blijven.

5 Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact