Mijn Kifid
Mijn Kifid

Uitspraak 2016-555 (Bindend)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2016-555
(mr. B.F. Keulen, voorzitter en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Klacht ontvangen op : 14 september 2015
Ingediend door : Consument
Tegen : Achmea Schadeverzekering N.V. (h.o.d.n. Interpolis Schade), gevestigd te Apeldoorn,
verder te noemen Verzekeraar
Datum uitspraak : 14 november 2016
Aard uitspraak : bindend advies

Samenvatting

Rechtsbijstandsverzekering. Dekkingsgeschil. Consument heeft een beroep op de verzekering gedaan voor een geschil met de gemeente. De Gemeente heeft gedreigd handhavend op te treden tegen de paardenstal op een perceel dat mede aan Consument toebehoort. Partijen zijn het erover eens dat het gaat om een geschil met de overheid dat de verzekerde rechtstreeks raakt, als bedoeld in de voorwaarden. Daarin is evenwel ook bepaald dat wanneer het geschil gaat over een niet bewoonde onroerende zaak, alleen recht bestaat op juridisch advies. Consument heeft met argumenten onderbouwd waarom de paardenstal een bij de woning behorend bijgebouw is. De onroerende zaak waarover het geschil gaat, is echter de paardenstal en niet het woonhuis van Consument op het daarnaast gelegen perceel. De paardenstal wordt niet door Consument bewoond. Dit brengt mee dat voor een geschil daarover alleen recht op juridisch advies bestaat. Vordering afgewezen.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier met bijlagen;
• de aanvullende brief met bijlagen van Consument van 22 oktober 2015;
• het verweerschrift van Verzekeraar;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van Verzekeraar.
• de reactie van Consument op de dupliek waarin zij haar keuze voor bindend advies kenbaar maakt.

De Commissie stelt vast dat partijen hebben gekozen voor bindend advies.

De Commissie stelt vast dat het niet nodig is de zaak mondeling te behandelen. De zaak kan daarom op grond van de stukken worden beslist.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.

2.1 Consument heeft een rechtsbijstandverzekering bij Verzekeraar. De verzekerde rechtsbijstand wordt uitgevoerd door Stichting Achmea Rechtsbijstand te Tilburg, hierna eveneens aangeduid als Verzekeraar.

2.2 In de toepasselijke voorwaarden is de volgende definitie van ‘woning’ gegeven:

‘Woning
Afhankelijk van de feitelijke situatie kan het begrip woning één van de volgende drie betekenissen hebben:
1 het gebouw op het risicoadres zoals dat in het verzekeringsbewijs is omschreven en dat de verzekerde permanent bewoont. (Voorbeeld: een woonhuis)
2 het gedeelte van een gebouw op het risicoadres zoals dat in het verzekeringsbewijs is omschreven en dat de verzekerde permanent bewoont. (Voorbeeld: een appartement)
3 het gebouw op het risicoadres zoals dat in het verzekeringsbewijs is omschreven, maar dan alleen dat gedeelte van dat gebouw dat de verzekerde permanent bewoont. (Voorbeeld: een gedeelte van een woonhuis)
Hieronder vallen telkens ook de bijgebouwen en privé-bergruimten die bij dit (gedeelte van het) gebouw horen en die de verzekerde gebruikt.

Voorts is in de voorwaarden bepaald:

“Artikel 3 Wat is verzekerd
(…)
2 module Consument en Wonen
De verzekerde krijgt rechtsbijstand bij geschillen over de volgende onderwerpen:
(…)
– alle geschillen met de overheid die de verzekerde rechtstreeks raken, met uitzondering van geschillen over een sociale verzekeringsuitkering of sociale voorziening;
(…)

De Stichting Achmea Rechtsbijstand verleent geen rechtsbijstand, maar wel juridisch advies in de volgende gevallen:
(…)
– Bij geschillen in verband met een onroerende zaak die:
o u niet bewoont,
o u korte tijd geleden niet zelf heeft bewoond, of
o u of een verzekerde niet heeft gekocht om binnenkort zelf te gaan bewonen.”

2.3 Consument heeft op 4 juni 2015 een beroep op haar verzekering gedaan voor een geschil met de gemeente. De gemeente heeft gedreigd handhavend op te treden tegen de paardenstal op een perceel dat mede aan Consument toebehoort. De gemeente stelt, in haar brief van 27 mei 2015, dat voor het op het betreffende perceel aangetroffen bouwwerk, een paardenstal, een omgevingsvergunning is vereist. Deze vergunning is niet verleend waardoor Consument volgens de gemeente handelt in strijd met artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Consument is aangesproken als gemachtigde van de eigenaren van de grond die als overtreder van het voorschrift worden aangemerkt. De gemeente ziet geen mogelijkheden tot legalisering van de paardenstal nu op grond van het bestemmingsplan op het perceel geen gebouwen mogen worden gebouwd. De gemeente heeft het voornemen geuit om een last onder dwangsom op te leggen strekkende tot de beëindiging, dan wel voorkoming, van de overtredingen. Consument is in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te uiten binnen twee weken na de dagtekening van de brief van de gemeente.

2.4 Verzekeraar heeft op 11 juni 2015 de melding van de zaak bevestigd en Consument bericht dat zij adviesrechtsbijstand geeft nu het gaat om een geschil over een onroerende zaak die niet door haar wordt bewoond. Verzekeraar heeft bij Consument informatie gevraagd om een advies te kunnen uitbrengen.

2.5 Consument heeft Verzekeraar per e-mailbericht van donderdag 12 juni 2015 erop gewezen dat de reactietermijn voor het indienen van een zienswijze die komende maandag afloopt. Consument heeft Verzekeraar aansprakelijk gehouden voor de gevolgen van het niet tijdig en inhoudelijk behandelen van de zaak terwijl daarop wel recht bestaat waaronder ook valt een vergoeding van de kosten voor het verkrijgen van tijdige rechtsbijstand bij een behandelaar naar keuze. Dit bericht van Consument is door verzekeraar als klacht in behandeling genomen. Consument heeft hierop gereageerd dat zij een inhoudelijke reactie wenst en niet een reactie van het klachtenbureau.

2.6 Per e-mailbericht van 22 juni 2015 heeft het klachtenbureau zijn standpunt aan Consument gegeven. Het klachtenbureau heeft het ingenomen dekkingsstandpunt bevestigd en aangeboden om Consument van een eenmalig advies te voorzien.

2.7 Per e-mailbericht van 7 juli 2015 heeft Consument Verzekeraar verzocht om betaling van kosten van de rechtsbijstand voor de gemelde zaak. De factuur bedraagt € 1.831,55.
Per e-mailbericht van 9 juli 2015 heeft Consument (nogmaals) te kennen gegeven dat Verzekeraar niet tijdig en voldoende de rechtsbijstand heeft geleverd waar Consument recht op heeft als gevolg waarvan Consument kosten heeft moeten maken.

2.8 Verzekeraar heeft haar standpunt gehandhaafd en het verzoek om betaling van de kosten van rechtsbijstand afgewezen. Het aanbod tot het verstrekken van een eenmalig advies doet zij gestand.

2.9 Bij besluit van 28 juli 2015 heeft de gemeente Consument bericht dat de namens haar ingediende zienswijze geen aanleiding geeft om het standpunt te herzien. De gemeente heeft Consument een last onder dwangsom opgelegd strekkende tot de beëindiging van de overtreding. Volgens deze last is Consument gehouden de overtreding binnen zes weken op te heffen.

3. Vordering, klacht en verweer

Vordering Consument
3.1 Consument vordert dekking onder de rechtsbijstandverzekering voor het geschil met de gemeente in die zin dat Verzekeraar de aan de noodzakelijke inschakeling van rechtsbijstand verbonden kosten vergoedt.

Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag.
• Consument heeft een geschil met de overheid waardoor zij wordt geraakt. Hiervoor bestaat dekking onder de verzekering.
• Het standpunt van Verzekeraar dat slechts recht op een eenmalig advies bestaat is niet juist. De paardenstal is een bij de woning behorend object dat in gebruik is als paardenverblijf. Hieraan doet niet af dat de percelen verschillende kadastrale nummers hebben. De ligging of verschillende bestemmingen brengen niet zonder meer mee dat geen sprake is van een bij de woning behorend object. Het gebruik van de stal is niet functioneel gescheiden van de woning. Het is geen uitzondering dat het gebruik van een tuin met schuur/dierenverblijf zich niet op hetzelfde kadastrale perceel bevindt als de woning waarbij dit object behoort. Dat de stal bij de woning hoort blijkt ook uit het feit dat vanuit de woning leidingen voor water en elektriciteit onder de weg lopen naar het paardenverblijf. De paardenstal is aldus onderdeel van en behoort bij de woning. Verzekeraar legt haar polis onjuist uit door te stellen dat het paardenverblijf geen onderdeel uitmaakt van de woning. Deze stelling van Verzekeraar is onbegrijpelijk en klopt ook gevoelsmatig niet.
• Consument heeft schade geleden door de handelwijze van Verzekeraar. Consument heeft zich gewend tot een advocaat met het verzoek namens haar een zienswijze in te dienen. Daarna heeft Consument een andere advocaat gevraagd haar bij te staan in de procedure. Consument is zowel door de rechter in een voorlopige voorzieningsprocedure als door de bezwaar- en adviescommissie van de gemeente in het gelijk gesteld. De daaraan verbonden kosten van rechtsbijstand dienen door Verzekeraar te worden vergoed. Nu recht op dekking bestaat was Consument vrij om een adviseur van haar keuze in te schakelen. Deze vergoeding kan niet worden beperkt tot een deel van de kosten voor het indienen van de zienswijze.

Verweer Verzekeraar
3.3 Verzekeraar heeft, kort en zakelijk weergegeven, de volgende verweren gevoerd:
• De polis van Consument biedt geen volledige bijstand voor geschillen rondom een tweede onroerende zaak, niet zijnde een (vakantie)woning. Verzekeraar biedt een polis met die dekking ook niet aan.
• Op grond van artikel 3.2 van de voorwaarden heeft Consument recht op een éénmalig juridisch advies.
• Het geschil gaat over een onroerende zaak die zij niet zelf bewoont en waarin zij ook niet heeft gewoond. Zij heeft de onroerende zaak ook niet gekocht om er zelf te gaan wonen. De paardenstal is nooit een woning geweest.
• De paardenstal is geen onderdeel van het woonperceel van Consument. Het woonperceel en het perceel waarop de stal staat hebben afzonderlijke kadastrale nummers. De percelen grenzen niet aan elkaar en liggen ook niet recht tegenover elkaar. De percelen zijn gescheiden door een weg. Deze situatie bestond al toen Consument de percelen verwierf. De bestemmingen van de betreffende percelen zijn niet identiek: op het perceel dat in het geschil is betrokken is het, anders dan op het woonperceel, niet toegestaan om gebouwen te hebben. Consument is slechts mede-eigenaar van het perceel dat in het geschil met de gemeente is betrokken; de eigendom berust bij de erven [naam].
• Verzekeraar heeft te laat op de melding van rechtsbijstand gereageerd. Consument is hierdoor evenwel niet benadeeld. Consument wenste een zienswijze in te dienen maar het niet indienen daarvan had geen invloed op haar recht om bezwaar te maken tegen het handhavingsbesluit. Overeenkomstig de voorwaarden heeft Verzekeraar aangeboden te adviseren maar Consument heeft de informatie waarom Verzekeraar heeft gevraagd niet overgelegd.
• Coulancehalve heeft Verzekeraar een tegemoetkoming in de kosten van een juridisch advies aangeboden omdat Consument een zienswijze wenste in te dienen en de late reactie van Verzekeraar voor haar aanleiding was om een advocaat te raadplegen. Het advies omvat niet het opstellen en indienen van een zienswijze maar wel de advisering daarover.
• De voorwaarden bieden geen dekking voor een geschil over een toestand die al bestond toen Consument de onroerende zaak in gebruik nam. Verzekeraar gaat er op basis van de informatie in het dossier van uit dat de vermeende illegaliteit recent is of kon zijn ontstaan.

4. Beoordeling

4.1 Aan de orde is de vraag of het geschil van Consument met de gemeente over de paardenstal op een, onder meer, aan Consument toebehorend perceel, gedekt is onder de verzekering. Als uitgangspunt heeft daarbij te gelden de omschrijving van de dekking in artikel
3 onder 2 van de voorwaarden.

4.2 Partijen zijn het erover eens dat het gaat om een geschil met de overheid dat de verzekerde rechtstreeks raakt, als bedoeld in bovengenoemd artikel. Het artikel bepaalt evenwel dat in het eveneens in artikel 3 onder 2 omschreven geval dat het geschil gaat over een niet bewoonde onroerende zaak, alleen recht bestaat op juridisch advies. Hiermee heeft Verzekeraar een beperking opgenomen van de in artikel 3 onder 2 van de voorwaarden geformuleerde dekking in de rubriek consument en wonen. Hierin is Verzekeraar vrij. Verzekeraar heeft zich op het standpunt gesteld dat het geschil gaat over een onroerende zaak die niet wordt bewoond, bewoond is of zal worden bewoond zodat Consument alleen recht heeft op juridisch advies. De Commissie ziet zich daarmee gesteld voor de vraag of het beroep van Verzekeraar op deze de dekking beperkende bepaling terecht is.

4.3 Consument heeft met argumenten onderbouwd waarom de paardenstal een bij de woning behorend bijgebouw is. De onroerende zaak waarover het geschil gaat, is echter de paardenstal en niet het woonhuis van Consument op het daarnaast gelegen perceel. De paardenstal wordt niet door Consument bewoond. Dit brengt mee dat voor een geschil daarover alleen recht op juridisch advies bestaat. De omstandigheden dat het perceel met de paardenstal al bij de woning hoorde toen de vader van Consument nog in de woning woonde en dat het gebruik niet functioneel gescheiden is en ook de omstandigheid dat de leidingen voor water en elektriciteit naar het paardenverblijf vanuit het woonhuis lopen, kunnen hierin geen verandering brengen.

4.4 De slotsom is dat Consument voor het door haar gemelde geschil alleen recht heeft op juridisch advies en dat de vordering van Consument dient te worden afgewezen. Verzekeraar heeft Consument betaling van een bedrag van € 750,- aangeboden omdat zij zich realiseert dat haar late reactie op de melding van het geschil voor Consument aanleiding was een advocaat te raadplegen. De Commissie gaat ervan uit dat Verzekeraar dit aanbod nog gestand doet.

5. Beslissing

De Commissie wijst de vordering af.

In artikel 5 van het Reglement van de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening is bepaald in welke gevallen beroep openstaat van bindende beslissingen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. Daarbij geldt een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak. Op de website van Kifid vindt u praktische informatie over het instellen van beroep. Zie hiervoor www.kifid.nl/consumenten/hoe-wordt-uw-klacht-behandeld.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak

Heeft u een vraag?

070 - 333 8 999

Bereikbaar op werkdagen van 09:00 tot 17:00

consumenten@kifid.nl

Stuur ons een e-mail

Mijn Kifid

Gemakkelijk de behandeling van uw klacht volgen
Contact