Mijn Kifid

Uitspraak 2016-638

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2016-638
(mr. E.L.A. van Emden, voorzitter en mr. M.J.M. Fennis, secretaris)

Klacht ontvangen op : 22 februari 2016
Ingediend door : Consument
Tegen : RegioBank N.V., gevestigd te Utrecht,
verder te noemen de Bank
Datum uitspraak : 29 december 2016
Aard uitspraak : Niet-bindend advies

Samenvatting

Consument heeft klacht ingediend tegen Financieel Dienstverlener. De klacht heeft niet betrekking op een financiële dienst in de zin van het Reglement. De klacht is niet-behandelbaar.

1. Procesverloop

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

• het door Consument (digitaal) ingediende klachtformulier met de klachtbrief van Consument;
• verschillende aanvullende stukken van Consument:
• het verweerschrift van de Bank;
• de repliek van Consument;
• de dupliek van de Bank.

De Commissie stelt vast dat Consument heeft gekozen voor een niet-bindend advies. De uitspraak is daardoor niet-bindend.

Partijen zijn opgeroepen voor een hoorzitting op 15 december 2016 en zijn aldaar verschenen.

2. Feiten

De Commissie gaat uit van de volgende feiten.
2.1 Consument is in 2014 in de hoedanigheid van eigenaar/directeur van de [..besloten vennnootschap..] een overeenkomst aangegaan met [..buitenlandse vennootschap..] een vennootschap naar Luxemburgs recht gevestigd in Luxemburg. Deze werd vertegenwoordigd door [..vertegenwoordiger..]. Consument stelt dat [..vertegenwoordiger..] zich heeft uitgegeven als “directeur van Regiobank Gennep”. De overeenkomst met [..buitenlandse vennootschap..] is op briefpapier van Regiobank opgesteld.
2.2 Consument heeft onder de overeenkomst met [..buitenlandse vennootschap..] een bedrag van € 500.000,- overgemaakt naar de bankrekening van [..buitenlandse vennootschap..]. Deze heeft vervolgens niet aan haar verplichtingen voldaan en Consument beschouwt het geld als verloren. Consument stelt dat hij het slachtoffer is geworden van oplichting, dan wel frauduleus handelen van [..vertegenwoordiger..], dan wel van [..buitenlandse vennootschap..].

3. Vordering, klacht en verweer
Vordering Consument
Consument vordert Vordering Consument
3.1 Consument vordert een bedrag van € 500.000,-.
Grondslagen en argumenten daarvoor
3.2 Deze vordering steunt, kort en zakelijk weergegeven, op de volgende grondslag. [..vertegenwoordiger..] heeft zich gepresenteerd als “directeur van RegioBank Gennep” en onrechtmatig gebruik gemaakt van de naam, middelen en infrastructuur van de Bank. De Bank heeft onvoldoende in het werk gesteld om dat te voorkomen. De Bank heeft aldus verwijtbaar gehandeld en de Bank is aansprakelijk voor het verlies van het bedrag
van € 500.000,-.

Verweer van de Bank
3.3 De Bank heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal de Commissie bij de beoordeling daarop ingaan.

4. Beoordeling

4.1 De Commissie stelt voorop dat zij uitsluitend kan oordelen over klachten van consumenten over financiële ondernemingen die bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening zijn aangesloten. Het begrip ‘Klacht’ wordt in artikel 1 van het Reglement als volgt gedefinieerd:
Elke blijk van onvrede inzake een Financiële dienst tussen een Consument en een of meer Aangeslotenen. Onder Klacht wordt tevens verstaan: een Privacyklacht.

Het begrip ‘Financiële dienst’ wordt in artikel 1 verder gedefinieerd als:
a) een betaaldienst als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.
b) een financiële dienst als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht, ook indien deze wordt verleend ten aanzien van een financieel instrument of van een overeenkomst van levensverzekering met pensioenclausule.
c) een andere financiële dienst die krachtens de tussen een Aangeslotene en een Consument geldende overeenkomst(en) aan Kifid kan worden voorgelegd, of waarvoor een Aangeslotene een Consument naar Kifid heeft verwezen.
4.2 Naar het oordeel van de Commissie heeft de klacht van Consument geen betrekking op een financiële dienst in de zin van de Wet op het financieel toezicht (“Wft”). De klacht van Consument heeft betrekking op beweerdelijk frauduleus handelen van [..vertegenwoordiger..] dan wel [..buitenlandse vennootschap..] als gevolg waarvan hem een bedrag van € 500.000,- afhandig is gemaakt.
4.3 Consument heeft zijn klacht ook niet gebaseerd op het handelen van de Bank bij de totstandkoming van de overeenkomst met [..buitenlandse vennootschap..]. De klacht van Consument tegen de Bank is gebaseerd op het handelen van [..vertegenwoordiger..] in zijn hoedanigheid van bestuurder van [..buitenlandse vennootschap..]. [..vertegenwoordiger..] heeft zich daarbij onbevoegd uitgegeven als vertegenwoordiger van de Bank. Dat is evenwel geen financiële dienst in de zin van de Wft.
4.4 De Bank is anderzijds ook niet betrokken geweest bij het tot stand komen van de overeenkomst tussen Consument en [..buitenlandse vennootschap..]. Ook in die zin is er geen sprake van een financiële dienst.
4.5 De klacht van Consument is derhalve niet-behandelbaar. Aan een inhoudelijke behandeling van de klacht komt de Commissie derhalve niet toe.

5. Beslissing

De Commissie stelt vast dat de klacht niet-behandelbaar is.

De uitspraak heeft de vorm van een niet-bindend advies. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open bij de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening. U kunt de zaak nog wel aan de rechter voorleggen.

U kunt, binnen twee weken na de verzenddatum van deze uitspraak, bij de Voorzitter van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening schriftelijk een verzoek indienen tot herstel van kennelijke vergissingen in de uitspraak. U moet daarbij met name denken aan correctie van reken- of schrijffouten en verbetering van namen en data. De volledige procedure met de termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen staat beschreven in artikel 46 van het Reglement.

Bekijk de volledige uitspraak